Beste Lorelei,

 

Mijn lieve schat, het papier is niet eens nat. Oogvocht spoelt een lens of twee en ik kijk door het raam. De plataan verliest zijn vacht. Mocht ik beter worden, ik kom naar je toe deze zomer, wanneer de glans en de bladeren weer twinkelen in de wind.

 

Vooralsnog kan ik je enkel schrijven, beschrijven hoe het is gegaan, hoe het is vergaan met de kroketten en het is beter dat noenkel Michel buiten speelt op de Hammond. Manouche zegt het ook. Het kot is te vol. De bovenkamer en de achterkeuken zijn dat evenzeer.

 

Ook het winkeltje staat afgeladen vol. Olivetti’s, IBM’s, Selectric type II, wel een stuk of zeven en op de hoogste legboorden, veilig ver weg van wilde kinderhanden rusten pure letterwerpers, een Blickensderfer, een Remington numéro 2 en -hij is klein- een Mignon Model numéro 4.

 

Besparen wil ik je veel, mijn schat, waslijsten, een inventaris van de inboedel. Er is zo veel. Bakjes, potjes met veertjes en hamertjes, afgedankte letterkoppen, linten hebben kleuren, printplaatjes ze zijn er voor de elektrische tijpschrijvers, mijn god en iedereen weet het nog, hoe eerlijk bobonne op de Hammond spelen kon.

 

Nooit klonk muziek uit een plafondluidspreker. Bobonne en enkel zij speelde tijdens de openingsuren van het winkeltje, zolang haar vingers wilden, tamme melodietjes, vrolijkheid, ze hield van liedjes die niet bang waren een zot figuur te slaan.

 

 

Gisteren, Lorelei, de bomen wilden zuiver wit. Het sneeuwde niet en de kristallen bleven ongeboren. Hij streelde het klavier, de toetsen zonder afgesneden vingers. Nonkel Michel speelt nu op dat fraaie instrument en meubelstuk, zijn repertoire, met hier en daar een scheve noot, voor haar, Melancholie, ze wilt dat het zo schoon niet klinkt, ze dulden het de notenbalken dat hij speelt zoals hij is, een beetje vals.

 

Doch abbaminnaars treuren niet, hij speelt het allemaal, dancing queen met engelenogen, ook het jinglebellsgeleuter, de begintunes van de kleine filmpjes, beertje colargol of barbapapa, schat, een paars konijn loopt in mijn tuin.

 

Er zijn er veel. Van die dingen die hangen blijven, de beetjes bronski beat, het ongespeeld geblaf van lassie, adriaantje tast wat in zijn kruis en bassie lacht, natuurlijk, zonder tekst en zonder hoofdletters, de shift lock is kapot, mijn Lorelei, de L gelukkig niet, ik lieg maar wat, ik deed het met de handen. Hoe anders? Kroketjes, stevig, lang, ze rolden in paneer, in meel van oud beschuit.

 

Tien, in de voormiddag was dat, eveneens gisteren en acht uren later zat ik in de kelder. Nonkel Michel stond buiten, was gestopt met spelen, sigaretje roken en ik hoorde ze in de achterkamer, tantes werden wakker, openden een fles veuve cliqout, staken naalden in karakollen, kuisten de tanden, oefenden de lippen.

 

Ik moet het je zeggen, Lorelei, voor zuiver gezang deden ze dat niet want de echo van de dronken kinderwensfanfare hij is uitgestorven en de beukennootjes bleven leeg. Het zomerde te droog.

 

 

Beste Lorelei, ik blijf je schrijven.

Dit is al het derde velletje en heeft als titel : Abbaminnaars lusten beukennootjes.

 

Marnix plukte, vond een helleborus, mooi lichtgroen.

Ik stak hem in een vaas voor jou.

 

'

Krevetten en kroketten' is een bundel uit de reeks 'Doodsbrieven aan Lorelei'

 

Geschreven door Dimitri Dendonder op 08/01/2019 - laatst aangepast op 04/04/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home