Het kwam door Laura dat ik Gina opmerkte. Ik vrees dat ik dit niet in een paar zinnen uitgelegd krijg, maar Laura bracht iets teweeg bij mij. En ik was erbij. Het gebeurde en tegelijk was ik mij er helemaal van bewust dat het gebeurde en dat mijn kijk op de dingen veranderde. Mijn kijk op de mensen, om precies te zijn. Ik kon het niet goed vatten, maar ik voelde de verandering zelfs fysiek. En Gina was de eerste persoon naar wie ik keek op een manier waarop ik -dacht ik- nog nooit naar iemand gekeken had. 

Ze bediende die eerste dag dat ik haar zag, in juni 2017, bij de afdeling charcuterie. Later zag ik haar bijna altijd bij de visafdeling, maar die dag stond ze bij de worsten, de patés en de hammen. Ze sneed een fouet, een soort dunne droge worst in schijfjes. Ze keek op en ze vroeg of ze mij kon helpen. 

‘Nee, zei ik, ik kijk nog even.’ 

Ik was nog maar sinds een paar dagen in Zuid-Frankrijk en ik wilde een paar streekspecialiteiten uitproberen. 

‘Als u iets wilt proeven, dan zegt u het maar. U mag van alles proeven.’

Ze maakte een uitnodigend gebaar over de uitgestalde vleeswaren. Ik tuurde naar het uitgebreide aanbod, het was moeilijk kiezen. De verkoopster, die ik later Gina doopte omdat het mij frustreerde dat ik haar naam niet kende, legde de schijfjes fouet op schaaltjes en zette die op de toonbank. Toen ze daarmee klaar was, keek ze me afwachtend aan. Ik wees naar een worst. ‘Pa de fetge’, stond erbij. 

‘Mag ik die eens proeven?’ vroeg ik. 

Ze knikte en trok de schaal met dikke, korte worstjes naar zich toe. 

‘Dat is een specialiteit van hier,’ zei ze, ‘het is een soort leverworst.’

Ze sneed een worst in twee, sneed er in het midden een schijfje af, prikte het op de punt van haar mes en stak het mij toe. Ik pakte het aan en beet in het plakje. Ik glimlachte en knikte om aan te geven dat ik het lekker vond. Weer die afwachtende blik. Ze was correct, hoffelijk zelfs, maar er kon geen glimlach af. 

‘Geef mij er maar een,’ zei ik. 

‘Een halve of een hele?’ vroeg ze. 

‘Een halve, zei ik.’

 

Dit is mogelijk niet het spannendste deel van mijn verhaal, maar het is wel belangrijk. Gina bracht me van mijn stuk. Het was enerzijds haar koele houding, anderzijds hoe ze eruitzag. Ze was niet uitzonderlijk mooi. Ze had een bruine, wat vlekkerige huid, kort zwart haar en heel donkere ogen. Ze droeg kleine gouden oorringen. Ik schatte haar vijfenveertig jaar. Verder kon ik haar niet thuisbrengen. Ze had iets donker exotisch, ik dacht niet dat ze een Catalaanse of een Spaanse was. Haar afkomst intrigeerde mij. 

Nadat ze de worst had ingepakt en mij had aangereikt, stuurde ik mijn winkelkar wat verweesd door de gangen van de supermarkt. Ik had best nog wat meer bij haar willen kopen, een paar sneetjes ham of zo’n fouet, maar ik was op een of andere manier van de kaart. Ik was niet ingegaan op haar vraag of ik nog iets anders wilde – ‘Avec ça?’, had ze gevraagd- en nu durfde ik niet meer terugkeren en zeggen dat ik toch nog iets wilde. Ik laadde dan maar een paar flessen wijn in mijn winkelwagen en ik ging afrekenen.

 

Dat was toen. Juni 2017. Ze hebben nog steeds Chateau Mossé in de rekken staan. Dat doet me plezier. Ik ben namelijk geen wijnkenner, ik ben aangewezen op wijn die ik toevallig ontdek. En als ik een wijn lekker vind, dan weet ik dat, en blijf ik hem trouw. In de zomer van 2017 heb ik heel wat flessen Chateau Mossé verzet. Ik neem me voor om deze keer wat te matigen. Ik neem drie flessen mee. 

Ik bestel nog wat charcuterie en wat kaas, en ik kijk rond. Het is duidelijk dat ze er niet is. Misschien heb ik volgende keer meer geluk. 

Op weg naar de kassa zie ik vanuit mijn ooghoeken de boekenafdeling. Ik ga erheen. Mijn blik dwaalt over de reeks Simplissime, een serie kookboeken voor dummies. We hebben er de afgelopen jaren een paar van vertaald. 

Het laatste nieuwe boek heeft als titel :‘Les recettes avec seulement 2 ingrédients les + faciles du monde’

Niet te geloven! Bijna automatisch haal ik mijn telefoon uit mijn handtas om naar mijn baas te bellen. Moeten we dat niet dringend vertalen? Dan realiseer ik me dat hij mijn baas niet meer is. Ik haal het boek uit het rek, sla het even open en leg het terug. Laat ik me maar op mijn eigen project concentreren. 

 

Onderweg naar huis blijft Gina door mijn hoofd spoken. Zou ze nog wel in de Super-U werken? Vorige keer was ze er de laatste week ook al niet meer. Ik verdraag de gedachte niet zo goed dat ik niets over haar weet en geen enkel spoor van haar heb. Dat ik haar misschien nooit meer terugzie.  Nu heb ik spijt dat ik Gina, behalve dat ik een worst en daarna ook een keer kabeljauw bij haar bestelde, nooit echt aangesproken heb. Dat ik geen moeite heb gedaan om haar identiteit te achterhalen. En de vraag is, of ik deze keer, stel dat ik haar terugvind, de moed zal hebben om haar aan te spreken. En de vraag is ook, waarom zou ik dat dan doen? 

 

(Aflevering 6 van de blovel Chris! te volgen op https://chrisintrescases.com)

Geschreven door Christine Van den Hove op 12/01/2019 - laatst aangepast op 12/01/2019

  • proza
  • reisverhalen

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home