Nonkel Michel heeft nochtans een Bricokaart.

 

 

Liefste Lorelei,

 

Het is een schone kist geworden, uit berkenhout, multiplex van 18mm dik.


Tante Nathalie is binnenhuisarchitecte en in de koffer van haar Yeti ligt altijd een accuboormachine. In de Hubo hebben we twee berkenhouten platen gekocht. De afmetingen waren 244x122cm. Een man met snor en paneelzaagmachine heeft ze netjes voor ons verzaagd. Eén plaat in twee stukken van 200x60cm voor de onderkant en het deksel. Een tweede plaat werd verzaagd in vier stukken. Twee stroken van 200x40cm, voor de zijkanten, en twee stukken van 56,4x40cm voor de kopse delen.


Klinkt dat niet als poëzie in de oren en we hebben de man verzocht om het langzaam te doen, het zaagwerk. We wilden geen bramen aan de randen.

Ik reed het Hubokarretje voorzichtig naar de kassa en tante Nathalie wreef me twee keer door de haren. Ik voelde troost in haar vingers, genegenheid en moed.

 

Spaanplaatschroeven blonken in hun doosje. 4x50 is lang genoeg om de dood op te sluiten in onwetend berkenhout en we moesten het kofferdeksel van de Yeti helpen, met een touwtje, een koordje bindt, tante Nathalie schakelde, legde de rechterhand op mijn linkerdij, gaf twee klopjes om te zeggen dat het mocht, dat mijn erectie zich niet schamen moest. Open lag mijn hart, ik stak mijn bankkaart op zijn plaats, haar vingers stuurden, stil was het.

 

Schroef, jongen, schroef.  Het ging best vlot en bobonne lag snel in onze kist, die van haar. Nathalie zag, dat het goed was, er geen kieren waren en het deksel lieten we voorlopig zo. Los.

De dood dient vastgesteld te worden. Ik bel de politie, Marnix, en ze wreef me weer, eerst door de haren, daarna mocht mijn kruis haar vingers voelen en ik zocht, ik vond, het telefoonnummer, een crematorium, overmorgen, dat is goed. Ik legde neer. Een dweil nam ik.

 

In de kelder, ik open de twee klapramen, en tante Nathalie ze draagt twee laarsjes, regenjasje, want de poëzie ze wilt het, meer niet en we schrobben, we werken.

Marnix, neem die emmer, wring die dweil uit.

Twee citroenen, selder op het bordje, geef niet op en als de kelder weer naar leven ruikt, dan zoeken we.

 

Op de middengolf, naast de ridder, deuntjes met geruis, kroketten zullen worden en het blijft zo want we kennen het recept.

Rituelen bieden troost, zij ook en we doen het, zoals Edmond, zoals Mia het altijd deden, liefdevol, met zorg. De Frifri is een klein model, het is genoeg, voor twee kroketten die niet kleven mogen aan elkaar.

 

We bakken ze samen. Nathalie zegt. Dat het lichtje groen is, dat ze goed zit en de droogkast voelt haar kont. Ik schud het mandje, bruin genoeg zijn ze en smeuïg binnenin.

 

 

 

Schat, ik blijf van je houden, voor je schrijven.

Dit is velletje zes en heeft geen titel. 

 

Marnix groet je.

 

 

'Krevetten en kroketten' is een bundel uit de reeks 'Doodsbrieven aan Lorelei'

 

Geschreven door Dimitri Dendonder op 14/01/2019 - laatst aangepast op 04/04/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home