Zoals we met z’n twee

in een put van achtergebleven dagen

de vlagen vlakte-wind telden

 

Over onze hoofden heen:

met vermeende lagen zelfkennis

een angsthaas

 

Achter velden

ons languit gelegde lichamen

als toortsen zacht zoekend

 

En elke keer weifelachtig

hetgeen mij onderbreekt

bij avondmaal op een wolk

 

Met een gevoelige ziel

want mooi is hij die zingt

waar een volheid is gehuisvest

 

Zo bewaren we deze avond

als een spieken

bij wat ons zaait

Geschreven door Dries Verhaegen op 17/01/2019 - laatst aangepast op 17/01/2019

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home