Op 15 januari 2019, in Florida, zullen drie kinderen, van één, van vier, van zes jaar, sterven in een diepvries. Een vrieskist heet zo'n model en het toestel zal niet aanstaan. Iets met een overvalscharnier voor een hangslot.

 

 

Lieve Lorelei,

 

Deze nacht heeft het uilenogen geregend, oude en ze zagen me. De merel voelt zich soms veilig, het is intussen ochtend en hij zit op vensterbank. Met een dubbele knipoog, langzaam, links en rechts tegelijk, groet ik het dier.

 

Al snel moest ik aan haar denken, aan mijn tante Manouche. Zij is de jongste van mijn tantes, de meest hippe, het meest hippie. Zij werd als eerste van mij zwanger.

 

In mei 2009, alles ging nog goed en Manouche had een tweedehands lijkwagen gekocht, melkwit, in een kleur die zich gemakkelijk laat beschilderen met bloemen, vlinders, met hongerige pimpampoentjes.

 

Het was voor een lange reis, ze wilde het, langs de zijderoute, het gelach van mensen horen, kinderen zien spelen met weinig, de wind met een stukje krant want goed nieuws laat zich gemakkelijk verscheuren. Het mocht ook een hoekje stripverhaal zijn, een halve tekstballon en iedereen mocht raden naar de rest.

 

Als ik over Manouche schrijf, Lorelei, dan sprankelt hoop, ondanks alles, telkens opnieuw. Ik houd van haar, ik hoop voor haar, dat het nog een keertje mag gebeuren, nog vóór ik jou zal ontmoeten, voor het te laat zal zijn. Want ook jij, lieve schat, jij schonk, jij schenkt mij hoop. Wel heel anders. Doelloos. Tijdloos.

 

In de zomer van 2010 werd Manouche dus zwanger. Ik kan je nu niet alles vertellen, want het is zwaar, de fossielen zwijgen als vermoord en morgen, op 23 december 2012, dat kan ik je wel zeggen, dan zal haar lijkwagen nog eens gebruikt worden waarvoor hij is bedoeld.

 

De kist zal erin passen. Ik heb haar gebeld, ze is gekomen, ze was erbij toen de politie in een verslag de doodsoorzaak notuleerde : Mia Duyveschuyf (mijn bobonne) is gevallen van de keldertrap.

 

Gevallen, zoef en het was voorbij. Net zoals Karel overkwam, Karel Antonius Van Miert, hij viel ter aarde uit zijn appelboom. Dood. Ik denk. Aan onze held, de pientere piloot, die in die ene bocht dan toch zijn stuur vergat of aan Sneeuwwitje, die één stukje appel at en Eric Geboers, de motorcrosser, gedroomd en waargesproken, op een dag springt hij zijn hondje achterna. Het wordt een shiba inu, klein met krulstaart, hop, het water in, den Eric hij verdrinkt.

 

 

 

Beste Lorelei, het is beloofd, ik kom.

Eerst schrijf ik je nog de brieven voor jouw bundeltje.

 

 

Dit is brief numero zeven met als titel 'Nooit nog diepvriesgarnalen'.

'Krevetten en kroketten' is een bundel uit de reeks 'Doodsbrieven aan Lorelei'

 

 

Geschreven door Dimitri Dendonder op 20/01/2019 - laatst aangepast op 04/04/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home