O zomerloof, o Lorelei,

 

Zoals ik je al eerder schreef werd 21 december 2012 een dag gevuld met zorg, voor het einde van een leven. Bobonne was niet meer, enkel nog haar lichaam.

 

De berkenhouten kist was een succes. De multiplexplaten van de Hubo vertoonden geen grote défauts. De schroeven hielden. De noten in het hout waren gelijkmatig verdeeld en uit twee grote tassen dronken wij, tante Nathalie en ik, de troost van warme melk. Ik had naar oude gewoonte en om de dag een plooi van rust te geven haar kutje gevuld met mijn zaad tijdens het bakken van twee garnaalkroketjes.

 

Later dan gewoonlijk, rond negen uur was dat, op de droogkast. Daar gebeurt het altijd. Ik hoef niet op mijn tenen staan. De hoogte is goed en de kroketjes kennen dat gevoel, van onschuldige tanden die zich in de chapelure zetten, daarna voorzichtig doorbijten.

 

Omdat ze geen man willen, mijn tantes. Daarom doe ík het. Omdat mannen zijn als garnaalvissers. Nooit lang genoeg weg terwijl de echte vissers dromen, van zeemeerminnen, motorolie in een scheepsruim, jupiler, de bak staat in de koffer van een suffe Opel Manta en hun handen missen tederheid voor echte liefde want ook hij, de beste sterrenkok, het is een klungel, zie hem bezig met zijn pincetje, hoppescheutjes beter leggen op een bord. Zijn brilletje is vet en onder zijn hangbuik verbergt zich een zeekomkommertje met rimpels, dat als het wakker wordt wilt plassen, dan druppels zeik verliest en hij kijkt de lul, door de ogen van de man, naar het vlees van een vaars, de kont van een vrouw staat afgebeeld op zijn zieke hersenvlies en zijn middelvinger is ontstoken, klaagt de bodybuilder.

 

Edmond Mosscheldief is de vader van mijn drie tantes. Dat weet je, Lorelei. Ze heten Anoesjka Mosscheldief, Nathalie Mosscheldief en Manouche Mosscheldief en ikzelf heet Marnix Mortemtuli Mosscheldief. Het klinkt als een herhaling, de evidentie waarmee een kip een ei legt dat niet helemaal ovaal is. Het is rozebruin met enkele bruine spikkels als sproetjes op de bovenkant die eigenlijk de onderkant is. Alle eieren liggen ondersteboven in hun doosjes en niemand die het ziet, niemand die het voelt de jeuk in de hals van het wandelende blad en ik heb het van mijn grootvader Edmond, Lorelei, ik weet het, hoe je vlinders streelt. Je doet het met je ogen half gesloten, met je wimpers.

 

Honderd wandelende takken, duizend wandelende bladeren en even veel vlinders zijn een wandelende boom die in bloei staat, die zich vrij bewegen kan en ze willen geen wortels, mijn tantes, geen man die ze vasthoudt in het bruin van muffe turf.

 

 

 

 

Lorelei, meerdere blaadjes zullen jouw bundeltje kleuren.

Dit is brief nummer acht met als titel 'Muffe turf'.

'Krevetten en kroketten' is een bundel uit de reeks 'Doodsbrieven aan Lorelei'

 

Geschreven door Dimitri Dendonder op 22/01/2019 - laatst aangepast op 04/04/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home