de prille hoop heb ik als een ahorn

in de tuin geplant, de groei bevorderd

met mest  en gebeden. bloemtrossen lokten

de aasvliegen. bladluizen kropen over hem.

 

de meeldauw verdreef zijn groen

maar zijn hout bleek tegen sleet bestand,

geschikt voor violen van vrede en kasten

waarin ik grommende demonen kwijt kan.

 

hij liet een gevleugelde vrucht los,

als een helikopter die ver weg vloog.  

jaarringen later, na een koude nacht

sta ik opnieuw voor hem,

 

kerf ik in de bast. hij lekt uit wonden

wat hij in de vaten zoog. ik tap het af,

dik het in tot siroop dat ik over

de galappels van gisteren giet.

Geschreven door Wim Vandeleene op 26/01/2019 - laatst aangepast op 26/01/2019

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home