Beste Lorelei,

 

Normaal, ik bedoel in open lucht, duurt een lijkverbranding van zonsop- tot zonsondergang. Dat is in Indië, de winterdagen zijn er langer en bij moessonregen is een dakje zo gefixt.

 

Hier is het gemakkelijk, je hoeft niet naar de oevers van de Ganges. Kruip in een boom en je ziet hem. De schoorsteen van de vuilverbrandingsoven te Sint-Pieters is als een vuurtoren. Je moet in die richting rijden om het crematorium te vinden.

 

Tante Anoesjka kent de weg ook en ik had met haar afgesproken, om half elf, aan het buskotje van Westkerke Kerk. Zij zou aangereden komen vanuit haar woonoord te Mitswege, mij daar oppikken om samen naar Sint-Pieters te rijden en zo geschiedde.

 

Fiets op slot en Anoesjka heeft een dartel karretje, gemaakt door Morris Garages in Longbridge. Het is een MGB van het jaar 1977 met rubberen bumper, een leuke tweedeurs met een lekke soft top waar bij zwaar weer druppels doorgeraken.

 

Soms staat het sop in mijn botjes, is een gezegde geworden, waarvan enkel Anoesjka en ik de volle betekenis kennen. Het is een smal autootje. Je zit er altijd dicht tegen malkander terwijl er één en al rammelt.

 

Wij rijden graag langs landwegeltjes, in derde vitesse en ook deze ochtend haalde ze mijn pook uit de broek. Ze had het gevoeld, dat ik gespannen was. Eén dorp verder, het was in Roksem, spoot ik op het dashboard, op de zwarte skai.

 

Propervegen, en ik nam mijn zakdoek.

 

Goed op tijd, sprak Anoesjka nog, want aan het kruispunt te Jabbeke daagde de Oldsmobile op in de verte. In die lijkmobiel van Manouche zijn er drie zitplaatsen voorin. De bank is van grijs leer, breed en uit één stuk. Daar zit de pook aan het stuur. Manouche kent de knepen van het schakelen, van het navigeren en had de linker hand vrij, om te zwaaien.

 

Ook Nathalie was blij van ons te zien. Alleen Lilly, die in het midden zat, moest nog helemaal wakker worden en Bobonne, zij had de nacht doorgebracht in haar nieuwe kist, in de dodenlimousine van Manouche.

 

De achterste ramen van de Oldsmobile waren bewasemd en bedoomd. We zagen de neergeslagen restwarmte, ze kwamen van links, we lieten ze voor en volgden. Anoejska schakelde weer naar derde, haar hand troostte mijn dij en in Sint-Andries zijn we nog gestopt voor vijf éclairs. Ook één suisse. In een zakje apart voor nonkel Michel. 

 

Michel ging met zijn brommer komen, rechtstreeks van bij de Brugeoise, waar hij werkt. Hij monteert er zeteltjes in kusttrams, in boemeltreinen en in het crematorium stonden er in een hoek twee stapeltjes plastiek stoeltjes, donkerblauwe.

 

De kist hadden we vlot uit de Oldsmobile gekregen, dat schreef ik je in mijn vorige brief al, beste Lorelei, en de éclairs hebben we rap opgegeten, nog voor den allumeur toekwam. Zijn haar stond nat van de brillantine en hij groette ons. Hij droeg een fluohesje als een Koning van Oranje en het voelde alsof wij zes verdwaalde matrozen waren die rond een kleine houten duikboot zonder ruiten stonden.

 

Wij moesten hem geen hand schudden, dat hebben wij niet gedaan en hij trok het ovendeurtje open, deed teken, dat ze erin mocht. We veegden onze vingers proper, Michel maakte een kruisteken en we hebben de kist opgehoffen, haar het branderkamertje ingerold.

 

Lilly mocht op de knop drukken. Ze was verwonderd. Haar rode muts stak uit haar vestzak.

 

Zo geschiedde.

 

Lieve groet, Marnix 

 

 

 

Brief elf heeft de ondertitel 'Vijf éclairs en eenen suisse'.

'Krevetten en kroketten' is een bundel uit de reeks 'Doodsbrieven aan Lorelei'

 

Geschreven door Dimitri Dendonder op 27/01/2019 - laatst aangepast op 04/04/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home