Ze vreet haar aureool op

Spoelt goudvissen door het riool

Van het goudleer losgescheurd

Dit is nog nooit gebeurd

Ongezien

De portretten kijken op

 

Verering aan de vrachtwagens

Gilt ze

Bulldozer mij desnoods de bodem in

Al kom ik er aan de andere kant van de wereld weer uit

Spuit me vol psalmen

Spasmen van bloedlyriek

De gloed van gezangen de geur van kaarsvet

 

Verering aan de vissen

Ze smijt parels voor de zwijnen

Wringt kalkoenhalzen om

Nagelt een rendierhoofd vast aan de muur

Klauwt naar vleesgeworden woorden

Uit verre oorden blijf

Groeit slagtanden over haar hele lijf

 

Verering aan de vernietiging

Keilt bloemvazen door de kamer

Hoopt er uw

Of uw

Of uw

Hoofd mee te raken en hard ook

Uw schedel te kraken

Blakend van besef berouw misschien

Dit is ongezien

 

Verering aan de verscheuring

De verbrokkeling

De zee is niets dan brokkensoep

De goudvissen in het riool

Ze sluit vuisten om korrelige herinneringen

Dingen die zandlopersgewijs tussen vingerkieren door ontsnappen

 

Ze kotst haar aureool uit

Sluit zich weer op achter de bloemen op het goudleer

Niet aanraken, breekbaar

De meeste dingen zijn het redden voorbij ook zij

Is ongezien

Ongebeurd

 

 

 

Geschreven door Marieke Ornelis op 29/01/2019 - laatst aangepast op 29/01/2019

  • poëzie
  • text on stage
  • non-fictie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home