Ik val op steden, zwart en geel gemaquilleerd
Met rond hun hals, plastieken beats
Gekleed in dampen van de drukke straten
Met als parfum, een licht geroezemoes

 

Ik neem ze mee langs tonen van vinyl
En glip als vis door mensenstromen
Door een school van ongekende koppen
Om over golflengtes te glijden

 

Ik slinger over straten, roep mij uit tot wolf

En wasem dan de avond uit naar boven
Naar een lach die niet te grijpen valt
En leg me dan te slapen naast haar neer

 

Ik val op steden, bruisend in de nacht
Dus val ik steeds op Amsterdam

Geschreven door NicolasLeenaerts op 10/02/2019 - laatst aangepast op 10/02/2019

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home