Ik die soms beslis, over het leven van een vlieg, over het lot van vele letters, ik schrijf je nog en ook vandaag een brief, mijn liefste Lorelei.

 

 

Het was omdat hij bromde en nonkel Michel woont ginds, ver weg in Donk.

Ik kom er nooit en des ochtends is hij in de vroege uren, nog voor vijven, met zijn brommer naar de Brugeoise gereden. Ook op die zaterdag van 22 december  van het jaar 2012.

 

De rode tram voor Leningrad moest af en op zijn veiligheidsschoenen, muffe pikkels stapte hij door het vehikel een checklist in de hand.

Of de stoeltjes, of de stof, ze moeten zuiver zijn, de stickertjes mooi recht geplakt en zelfs Cyriel begrijpt geen jota van de opschriften. Asboeka is het Russisch alfabet en iets later die dag ging het met diezelfde brommer naar Sint-Pieters.

 

Jij ziet dat, Lorelei, voor de Frimout van de vlinders maakt men nog wel eens een uitzondering. Hij mag blijven leven, bobonne niet en er was geen krantje nog nodig om er de fik in te krijgen, geen papier met verhalen over biozwendel, twaalf zwaluwen die weldra hier zullen blijven, voorgoed en overwinteren zullen ze onder een simpel afdak.

 

Warm is de gevel en de lavendel wilt een jaar lang blijven geuren terwijl het hier naar niets ruikt in dit crematorium. Omdat nonkel Michel zijn muil dichthoudt. Hij is een man. Hij eet salami met look en ik ben een jongen. Ik ben niet zot. Ik eet frisse sla, kweek peterselie op een vensterbank en Edmond Mosscheldief was een twijfelgeval. Hij kon man zijn. Hij kon jongen zijn. Hij had lange vissersbotten en die kwamen haast tot aan zijn oksels.

 

Een jongen met een netje. In de branding, door de golven, hop, hij ving ze de garnalen, peelde ze en alle drie mijn tantes zeggen het, dat ik dezelfde vingers heb, fijn en geschikt voor de meccano van schrijfmachines, maar ik wilde niet, niemand koopt ze nog. De winkel wilde stilte en ze fluisteren dat ik lief ben, mijn tantes, ze hebben toegegeven, aan Nonkel Michel dat hij op dat orgel mag spelen met zijn lompe poten. Buiten. Overmorgen, twee dagen later, op kerstavond, zou het ook mogen en intussen wordt het tijd, Lorelei.

 

Het hoeft niet vlug, je weet het, mijn lief, de brieven hebben een geduldig doel. Ik moet er klaar voor zijn en om twee uur drieëndertig ging het groene lichtje van de oven branden. Ze was verbrand, bobonne en ze verdween, in een potje.

 

 

Gegroet, Marnix

 

 

'Vlinder in een potje'  is brief nummer dertien.

'Krevetten en kroketten' is een bundel uit de reeks 'Doodsbrieven aan Lorelei'

 

Geschreven door Dimitri Dendonder op 21/02/2019 - laatst aangepast op 04/04/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home