Visuele cultuur, en mijn rechten

Terug naar het overzicht

Passeren, bestrelen, dan pas domineren, kattenkwaad zal het écht niet overleven.

Achteraf weer alles afleren en herbeginnen.

 

Tempo-tempo.

Kies zorgvuldig, voor je weet maar nooit:
pas neergelegde woorden en hoe die bijten, het aartsmoeilijke ambiëren.

Ik leg mijn versnelde pas neer,

 

op de binnenkant van buiken - er groeien zelfs verkneukelde koppeltjes: je weet wel, zo’n zondagmiddag op voorschrift -

uitstapjes of kuieren

 

en op je ene hand tel je je passen
en op het andere graaft zich het uiteindelijke besef:

“ik, die hier absoluut niets te zoeken heb.”

 

Dat rondegesluip is per slot van rekening toch ook voor de vraatzuchtigen onder ons.

Passief, vooral dat. Het werkt zichzelf niet echt in de hand natuurlijk.

 

Vooral voor de momenten waarop we (we hebben het elkaar net aangeleerd)
buik aan buik het vlezige vallen bestempelen, ik schreef een lus op die geboorte van je,

het zegt nu ook niets meer - maar dat is net het punt!
Het aanraken baart geen vallen en opstaan, maar ingebouwde zekerheid,
en slechts een fractie ervan geloven we elkaar niet, gewoon om zeker te zijn dan,
dan toch even die twijfel, zie ik ze? Nee we verstijven beiden,

voor kanttekeningen van een paviljoen aan de weerskanten van ons gefriemel,
ons heus wel gekreukt volmaakt passeren. U ook hier?

 

Denk je dat iets me nog kan schelen nu?
Steel maar, ik ben alleen maar verveeld

bij het bedenken van uw ingebeelde aandacht en voor wat bestaat dat eigenlijk?

 

Voor de saaie (maar ze zijn al dood - morsdood) types.

Geschreven door Dries Verhaegen op 09/03/2019 - laatst aangepast op 09/03/2019

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home