Al jaren kom ik in dit kapsalon. Al jaren is het dezelfde kapper.  Maar vandaag is het iemand anders. De nieuwe kapper draagt een leren kappersschort, wat er zeer professioneel uitziet. "Hetzelfde als vorige keer" kan ik hem niet zeggen, maar de jongeman begrijpt meteen wat ik bedoel met "niet te lang en niet te kort."

 

Als hij met zijn kam moeilijk door mijn nogal wilde haarbos geraakt, zie ik hem door de spiegel een lichte grimas maken. "Dat kan van de gel zijn", vertel ik hem. “Misschien”, zegt hij, “maar je hebt ook duur haar.” Ik kijk hem vanuit de kappersstoel in de spiegel niet begrijpend aan. Wat bedoelt hij met ‘duur haar’. Dat hij niet in ons stadje of land is opgegroeid, had ik al begrepen. “Ik kom uit Irak”, vertelt hij even later, waarna we het over zijn vlucht naar ons land hebben. En over zijn familie en kappersdiploma. “Echt duur haar dat jij hebt”, zegt hij voor de tweede keer. Ik weet nog altijd niet wat hij ermee bedoelt. 

 

Als ik na de knip- en scheerbeurt aan de toonbank vraag hoeveel ik hem schuldig ben, kijkt hij nog even naar mijn fris geknipt kapsel en glad geschoren kin. Dat gaat me hier wat kosten, met dat duur haar van mij. Maar als het te duur is, kan ik het misschien mee terug naar huis nemen. 

 

Tot ik later thuiskom en het opzoek. ‘Dure’ betekent ‘taai’ in het Frans. Och ja. Een kleine en begrijpelijke verspreking. En wondermooi eigenlijk. Dat moet ik straks opschrijven.

 

Maar kijk, ik heb dus taai haar. Dat heeft me nooit iemand verteld.  Ik kom nochtans al jaren in dit kapsalon.

 

Geschreven door Rudi Lavreysen op 11/03/2019 - laatst aangepast op 11/03/2019

  • proza
  • column

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home