Kwart voor middernacht.

De vrouw wacht aan de bushalte van Brussel Noord.
"Ik beloof je een mirakel", spuwen de gifgroene letters op de blauwe muur haar in het gezicht. Aan de overzijde de kartonnen bedden.
Kwart voor middernacht. Op twintig meter staat een bus in 'even pauze' modus. Een kwartier nog.

De vrouw denkt aan haar bed en ziet hoe een man zijn schoenen onder het karton schuift. Zijn hoofdkussen.
De geur van geleegde blazen. De kou van tien voor middernacht begin maart.
De vrouw gaat naar de bus. De jonge chauffeur in 'even pauze' kijkt een tel op van zijn smartphone en houdt zijn deuren gesloten.
De vrouw aarzelt. Ze wil zich niet opdringen.
Een minuut later kijkt de jongeman weer op en lipt haar iets toe. Ze geeft aan dat ze hem niet begrijpt. Hij opent één deur. "Is dit de 128"?
"Ja," grijnst de man. "Over vijf minuten vertrek ik."
"Mag ik alvast opstappen?" vraagt de vrouw.
"Over vijf minuten rijd ik naar voren tot vlak aan de halte en dan wil ik dat iedereen tesamen opstapt."
Een tel stilte.
"Het is maar een vraag", glimlacht zij vriendelijk.
"Het is maar een antwoord", grimlacht hij en drukt op het knopje om de deur te sluiten.
"Ik beloof je een mirakel", grijnst de muur.
De man met het schoenkussen kruipt wat dieper in zijn slaapzak.

 

 

Geschreven door Vanessa Daniëls op 12/03/2019 - laatst aangepast op 27/06/2019

  • proza
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home