De hond van de buurman was al een week vermist. Een bastaard.

Half pitbull, half Rottweiler.  Goed recept voor een bloedbad,

als je sommige kranten mag geloven. Niet bepaald een schoothond

die aan de enkels snuffelt.  De uitbraak was al langer voer voor laffe geruchten. 

Was hij over het hek gesprongen? Had hij een gat in de haag gebeten?

Had zijn baas hem verstoten? En wie zou het eerste slachtoffer worden? 

Drie dagen later vond men het karkas van een konijn in de berm,

de buik opengereten. Het nieuws ging van deur tot deur, koren op de molen

van het verzet. Als een hond bloed ruikt, zei men. Maar wie zou de moord ophelderen? Een DNA onderzoek kon tot een onweerlegbaar bewijs leiden.

 

Er ging een petitie rond tegen loslopende honden, getekend door een ruime meerderheid, met een voorstel tot een dwangsom voor de overtreders. 

De buurman, een jonge weduwnaar, ging nauwelijks gebukt onder de ophef.

Hij bleef met een wichelroede door de tuin lopen en bloemkolen kweken.

‘Kan je een hond voor de rechtbank dagen?’ vroeg mijn vrouw, die wel beter wist.

Ik had haar fobie voor honden nooit goed begrepen. Ze had een zwak voor zowat de hele fauna, met een lichte voorkeur voor katten, stokstaarten en koala's, maar voor honden kromp ze ineen. In een impulsieve bui had ze eens de helft van haar eindejaarspremie gestort op een rekening van WWF, ten voordele van de voorlaatste sneeuwluipaard. ‘Ik ben een kattenmens’ zei ze dan.

 

Ze bleef sinds de uitbraak binnen, zag dagelijks het slot en de scharnieren

van de deur na en belde elke dag naar een vriendin die drie straten verderop woonde, met de vraag of ze ‘het monster’ al gevonden hadden? Overdrijf je nu niet? vroeg ik.  Een overijverige wijkagent had de buurman een half uur ondervraagd maar hij haalde de schouders op en stond daar in het deurgat met de handen in het haar. Om zijn goede wil te bewijzen riep hij zijn trouwe bondgenoot. Marcel! Een vreemde naam voor een hond maar geen wet die het verbood. Elk mens heeft het recht om zijn bezit te noemen. De naam zou eerder passen bij een bejaarde klerk.

 

‘Ik kan het ook niet helpen dat hij op de dool is. Sinds mijn vrouw overleden is,

zoekt hij haar overal.’ zei de buurman. ‘Reken maar dat hij niets doet. Marcel zou nog geen mug bijten.’ zei hij tegen de agent, die een proces verbaal opmaakte aan de deur. Het kwam niet in de buurman op om de agent even binnen te laten en hem pakweg een kop muntthee aan te bieden. De tactvolle diplomaat in hem was voorgoed ingedommeld. ‘We blijven binnen’ zei mijn vrouw. Vandaag was er geen vlucht mogelijk. Gekooid in eigen huis. ‘Stel dat hij op de loer ligt in een struik.’ zei ze. De loslopende hond hield haar in de ban. De horror schuilt om de hoek.  ‘Maak je niet zo druk. Dat beest wil gewoon wat meer ruimte. Ik zal over je waken’ zei ik stiefvaderlijk. Thuis blijven vond ik zwaar overdreven. 

 

Mijn pleidooi voor de hond kon haar niet overtuigen. ‘Die enge man heeft het niet onder controle. ’ zei ze. Daar had ze een punt. Sinds ik de buurman met een wichelroede in de tuin zag zoeken naar aardstralen, was de twijfel ook in mij gerezen. ‘Hoor hem roepen. Allemaal verloren moeite. Die hond luistert al lang niet meer en al zeker niet naar zijn naam. Strikt genomen moet dat beest gewoon

aan de lijn blijven. Maar wat doet de buurman? Hij laat hem los.

Als zijn kaken dichtklappen mag je om genade bidden.

 

Een wolfsklem is veiliger! ... ’ Ze stond er met haar armen gekruist en keek schuin naar de grond. Alsof de hond al in huis was. Ze ademde hoog. Het lied van de bultrugwalvis zou haar deugd doen. Een kolos die plankton zeeft en rust geeft. Waarom zijn de reuzen van de oceaan zo vreedzaam? Ik omvatte haar schouders maar ze schudde me los. ‘Zullen we wat yoga doen? De asana van de loslopende hond?’ Even kon ze weer lachen, drie tellen. Niets zo naakt als witte tanden, het enige zichtbare deel van het skelet.

Geschreven door Wim Vandeleene op 12/04/2019 - laatst aangepast op 14/04/2019

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home