de voetafdruk van een klimaatbetoger

Terug naar het overzicht

Mijn dochter Lies had zich aan het einde van het zomerverlof ontpopt tot een klimaatbetoger. Naar het voorbeeld van Greta Thunberg, haar tieneridool uit Zweden, besloot ze elke donderdag te staken tot de planeet gered was. “Skolstrejk för klimatet” verfde ze in pekzwarte letters op straat,  net voor de oprit van haar uitgebluste leerkracht chemie, een man waaraan ze de pest had, omdat hij naar verluid belangen had in een corrupt bedrijf.  

 

Trots op haar verzet moedigde ik haar met een plaagstoot aan tot de bestorming van de Bastille. Er verschenen berichten op de sociale media om elke donderdag de schooltas thuis te laten en naar Brussel te trekken. Brossen voor de bossen, zo klonk het overal. Lies was onstuitbaar, ze overtuigde haar moeder om haar wekelijkse steak au poivre te vervangen door tofu. Toen we een vlucht planden naar Zuid-Afrika, steigerde ze. ‘Weet je hoeveel koolstof een straalmotor per jaar uitstoot en wat de voetafdruk is van een vliegtuigpassagier?’ ‘Houd jij de statistieken bij?’  vroeg ik haar. Vroeger zou ik me geërgerd hebben aan de opgedrongen moraal. Maar ergens kon ze me overtuigen van een gedeelde schuld, sinds de hoogovens en koeltorens als paddestoelen uit de grond rezen. Misschien was het al kwart over twaalf op de wereldklok en was elke maatregel vergeefs, zei de cynicus in me, maar ze had me ingepakt met haar overgave, dat wilde verzet dat ik herkende van toen ik als tiener tegen kernwapens en Vietnam betoogde. Dus besloten we haar blind te volgen en zouden we die zomer een klein hotel boeken aan de Semois en de trein nemen. ‘We kunnen ook met de fiets naar de Westhoek?’ zei ik om er een schep bovenop te doen. De voetafdruk van een treinreis in het binnenland was nog net aanvaardbaar voor Lies. Ze begon zich meer en meer te vereenzelvigen met haar idool, die in Zweden was uitgeroepen tot ‘vrouw van het jaar’ en een nominatie haalde voor de Nobelprijs voor de vrede.

 

‘Wist je dat Greta aan Asperger lijdt’ zei ik, in een poging om een menselijker portret te schetsen van haar boegbeeld. ‘Asperger is een gave, geen stoornis’ En opnieuw stond ik schaakmat, de mond gesnoerd door bewondering voor haar zelfvertrouwen. Hoe sterker haar verzet, hoe volgzamer ik werd. Voor haar was het oordeel klaar, dat alle grote heren, die de klimaatakkoorden hebben getekend, een preek verdienen, dat ze evenveel valse beloften uitstoten dan broeikasgas. ‘Ze stelen de toekomst van hun kinderen’ zei ze. ‘Zou het kunnen, Lies, dat ze niet zoveel macht hebben als we denken? Dat de verborgen leiders met de marionetten spelen in de grote poppenkast?’

 

In maart streek een zwerm van betogers streek neer in Brussel, versterkt door een deel leerkrachten. Ik las hun slogans. ‘De dino’s zagen de komeet aankomen. Wat is ons excuus?!’ ‘Is the moon our plan B?’ ‘My boobs are huge but so is my concern for global warming’ Nog diezelfde maand reisde een energieminister met een privéjet naar de klimaattop en stemde ons land tegen. De aanhang groeide. Koning Filip, een leger wetenschappers. Er werd een burgerplatform ontwikkeld om voorstellen te bundelen. Een minister nam ontslag onder druk, met het argument, ingefluisterd door geheime agenten, dat het protest ‘opgezet spel’ zou zijn. De gele hesjes voegden zich bij de betogers, scheidden zich in de Wetstraat af om te vernielen wat ze konden.

 

Het verzet ging viraal. Spijbelen was een hip modeverschijnsel. De sociale druk steeg en wie niet meeliep in de mars dreigde vrienden en duimen te verliezen. De schooldirecteur van Lies voerde de strafstudie in maar de repressie was olie op het vuur.  Leerlingen wentelden zich nog meer in de loopgraven. ‘Stompzinnige straf.’, zei Lies, zeker van haar zaak. De morele balans was positief. Ik liet haar van school veranderen en zond een brief naar de directeur, waarin ik het oordeel van mijn dochter aanhaalde. Zo haalde vader goede punten … bij haar dan toch. ‘Ik wil iets toevoegen aan jouw brief’ zei ze. Na een regenbui zette ze haar voet eerst in de modder en dan op een blanco blad. We zonden onze brieven en een week later belde de directeur mij op. ‘De jongeren zouden ook op woensdagnamiddag of op zondag op straat kunnen komen.’ zei hij.

 

‘Dat hebben we gedaan’ zei ik hem. ‘Op 2 december, met een slordige 64.999 anderen en twee dagen later tekende de regering tegen een energiebesparing. Dat bewijst dat staken op zondag geen invloed heeft.’  ‘Als ze goed studeren, kunnen ze het later oplossen’ Ik begon sneller te ademen en de ergernis sloop in mijn stem. ‘Terwijl we blijven kibbelen over akkoorden die dode letter worden? Daar is geen tijd  voor, mijnheer de directeur. Ik ben trots op mijn dochter, dat ze dit doet. Ze heeft het gelijk aan haar kant. Maar daar wringt het natuurlijk. Er is een groot verschil tussen gelijk hebben en gelijk halen. Betogen is voor hen de enige manier, om te wegen op wat er nu beslist wordt. De jongeren hebben geen zin om later onze rommel op te kuisen. Mijn dochter zal haar vod van een diploma wel halen. Ze heeft er de hersenen voor en de wilskracht. Daar heeft ze geen bekrompen school voor nodig, waar de helft van het bestuur geen graten ziet in een probleem dat onze toekomst op het spel zet.’ 

 

De directeur haakte in. De stilte die volgde luchtte me op. Ik had overdreven maar het was gezegd. Mijn dochter had het gesprek gevolgd vanuit de keuken. ‘Goed zo, papa’ zei ze smalend, met een tik op mijn schouder. ‘Blijf rebels, blijf de luis in de pels’ 

Geschreven door Wim Vandeleene op 18/04/2019 - laatst aangepast op 26/04/2019

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home