Geldcodes van dit keizerbestaan gaan als volgt: neem wat u deelt, deel wat u leeft.

 

Het ontbreekt hem hier aan een goede passie,
vastgegroeid in de roestvlekken, die bruine vlakke zwaartekrachtsymbolen.

Ergens hier moet liefde zijn, ontsprongen uit een ander.
Die groeit dan pijlsnel omhoog - een intrensieke kwaadwilligheid
van de eigen zin te willen communiceren.
Dat wil zeggen, de twijfel slaat toe, en wat nu?
Roep en tier maar hehe, niemand zal je horen in niemandsland.
Een sluier aan al wie ongeïnteresseerd de pezen nog eens strekt.
Ze schudden de benen los en trekken gehavend naar eiland Straalmaaltwee.

 

Kwaaltjes zijn er niet langer om verholpen te worden.
Als een Ambiorix werpen ze zich verkrampt op die houten blauwdruk.
Het heeft geen zin dat we ze wederom aanwakkeren, dat is nu aanstootgevend,

laat ze maar verzuipen in hun ego, dat is beter, gezonder...

 

Ik wiegel op mijn bureaustoel, staande op zijn frêle wieltjes,
eigenlijk nooit rollend; ik staar eerst de muur en daarna de lucht ertussen compleet kapot:

ergens hiertussen moet het zijn.
Ik heb een loodzwaar hartje, in een pekzwart ballingschap verworven:

hier in deze volmaakt ronde kamer schemert het als je roept.

Geschreven door Dries Verhaegen op 18/04/2019 - laatst aangepast op 18/04/2019

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home