Het schrift omgord met een gevoerde lederen band,

die het gewoon is geschiedenis bij elkaar te houden,

er altijd op voorzien dat tijd doet nablijven

en met zorg bij elkaar moet worden gebracht,

een gaaf aangezicht dat zonder stem niet mag verdwijnen.

 

Het draalde rond mijn vingers, iets dat ik onverwijld door moest laten,

vooruitliep op genegenheid die schoorvoetend naast mij kwam staan,

wanneer de laatste grip papier eindelijk toe zou geven

en we even, een moment maar, met ons allen alleen konden zijn.

 

In wat ik talloze malen veel te haastig heb overlezen

is het altijd weer dat oude zaad dat breekt, dat

links en rechts keurig uitgelijnd, in handschrift onder elkaar gezet,

bekende stapelbedden van jouw en mijn slapeloosheid zijn.

 

Elke dag door elkaar woelen of het wel waar is,

dat het oude leven dat we misschien nog in handen dragen

door het elkaar geslagen beddengoed gaat, een restje wij zoekt

dat nog steeds komt groeten als het de kans krijgt.

 

 

Geschreven door Lode Van Wabeke op 03/05/2019 - laatst aangepast op 19/05/2019

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home