op jacht naar het fossiel van mijn stamvader

stootte ik op een stamboom, een aap zat op een tak

en keurde mij bazig, ik wou hem uit zijn hoogte halen

met het argument dat de grond bij onweer veiliger is

ik deed de donder na en hij kwam naar beneden,

we wisselden klanken en misverstanden uit

tot we begrepen dat we soortgenoten waren

 

het gras lag als een hoogpolig tapijt aan onze voeten

hij liep een eind mee, onderweg kwam hij overeind

de rui wiste zijn vacht uit, anderen sloten zich aan

onder hen kwam ik thuis, ik trok mijn kleren uit

niemand diende klacht in voor zedenschennis 

vogelvrij verklaard en voortvluchtig vroeg ik

om een vacht en een boom om in te schuilen

Geschreven door Wim Vandeleene op 11/05/2019 - laatst aangepast op 30/05/2019

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home