Rood haar zelf geknipt valt over haar zorgvuldig omlijnde ogen. Wanneer ze me aankijkt als ik binnenkom met mijn bagage van de dag knapt mijn overspannen hart.

Piercings wilt ze niet, een tattoo misschien en ze verbaast zich over zoveel onbegrip.

Bijna vijftien is ze nu, nog altijd speurend naar verjaardag bezoek. Instagram is haar portaal, haar make up haar verhaal.

Ze is het kind van een alcoholist, een kind uit het elfjesbos. Ze flirt de godganse dag met haar eigen spiegelbeeld maar vreest de marges tussen de omlijsting en haar kamer. Haar kaders zijn de muren van onze sociale huurwoning en haar overgebleven data.

Zomervakantie is voor haar een straf gevuld met lege dagen. Vriendinnen maken kan ze niet, vrienden zijn nog minder.

 

Ze is een dochter van een sterke vrouw zelfvoorzienend en alleen. Alleen zij kent de uitgegumde wazen over de lijnen van mijn verhaal. 

Ze lijdt, ik zie het en alles wat ik haar bieden kan zijn mijn verstramde pogingen tot kalmte.

 

Ze plooit zich naar mijn humeur en naar mijn tijden van aankomst en vertrek. Ik duw, ik trek, ze trekt futloos terug.

Haar kont is van een jonge vrouw, haar duim nat van haar mond. Haar knuffel klampt zich vast aan haar wuivende kindertijd. Het heeft enkel nog een kopje en zijn lijf hangt aan elkaar van 15 jaar verdriet en eenzaamheid.

Ik wil haar dragen weg van hier naar stroomopwaarts. Naar een thuis waar een vader is, een zus en fijne buren en vrienden die spontaan  binnenvallen en blijven eten.

In het weekend maakt ze plaats voor mijn opgebloeide liefde. Ze weet van zijn bedrog. Wanneer ik mijn lach lach zie ik haar schouders dalen, wanneer ik vloek haar rug als ze zachtjes de kamer verlaat.

Ze is mijn kind gegroeid in het beste van wat ik had, het beste van twee kwaden. 

Ik wil haar geven alles wat ik kan maar ik kan niet meer.

Geschreven door Susanna op 12/07/2019 - laatst aangepast op 16/07/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home