Hé, dat was vreemd. De campingspullen werden klaargezet maar het vrouwtje ging gewoon werken. Ze kwam hem net als altijd een knuffel geven en zei dat hij heel braaf moest zijn. Nou is hij dat altijd, dus dat is geen moeite. Maar toch gek dat ze gewoon op de normale tijd naar haar werk ging. Het baasje zat op zijn gemak aan de koffie, dat was ook niet anders dan anders. Hmm.

Even later kwam er toch leven in de brouwerij. Het baasje ging inderdaad de campingspullen in de auto zetten. Ook zijn dingen werden ingepakt. Nee, dan was het goed. Met een gerust hart ging hij weer liggen. Het baasje zou hem niet vergeten.

En inderdaad, even later was alles ingeladen en werd hij geroepen. “Kom joh, we gaan.” Ah, was dat het, gingen ze samen naar de camping? Enthousiast sprong hij van de bank. Want als hij alleen met het baasje ging, dan kreeg hij toch wel meer aandacht, eerlijk is eerlijk. Als hij dan zijn bal bij het baasje op schoot legde, ging die meestal toch wel de werpstok pakken. En als het vrouwtje er bij was, bleef hij nog wel eens zitten.

En, en dat was ook een groot voordeel, als het vrouwtje er niet bij was, kon hij lekker ’s nachts naast het baasje kruipen. Hij weet nog goed de eerste keer. Het baasje sliep en hij was heel stilletjes naar het bed gelopen. Normaal keek hij niet zo nauw maar nu had hij er voor gezorgd dat hij het baasje niet wakker maakte. Hij had zich lekker opgekruld en was gaan slapen. Het baasje had hem pas opgemerkt toen hij er ’s nachts even uit moest. Hij had het dekbed open geslagen en over zijn lijf heen gegooid. Daar was hij van geschrokken en had een beetje gebromd. Dat had het baasje gehoord. Hij moest vreselijk lachen en zei dat hij een kleine stinkerd was. Maar hij mocht toch blijven liggen. Lekker hoor. Toen na een paar dagen het vrouwtje kwam, moest hij wel weer naar de bank verhuizen. Dat lag ook lekker, maar naast het baasje was gezelliger.

’s Morgens moest hij wel wat langer op zijn eten wachten dan thuis. Het baasje ging altijd eerst koffie pakken. Thuis zorgde het vrouwtje eerst voor zijn eten. Het baasje wilde eerst even wakker worden. Ach, hij wist het inmiddels en hij vond het niet zo erg. De dag was nog lang genoeg.

Het vrouwtje bleef nooit zo lang weg, maar een paar daagjes. Hij merkte het wel aan het baasje als ze zou komen, die keek dan toch wel vaker op zijn horloge. En zette dan ook altijd een extra glaasje op tafel. Maar wat wel grappig was, hij had het toch altijd als eerste in de gaten als ze er aan kwam. Hij herkende het geluid van de auto veel beter dan het baasje. En hij was er ook altijd als eerste om het vrouwtje te begroeten. Want eerlijk is eerlijk, het was toch maar het beste om compleet te zijn.

 

Geschreven door Machteld op 21/07/2019 - laatst aangepast op 21/07/2019

  • autobiografisch schrijven
  • column

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home