Nieuwsgierig Aagje!

Dat zegt mama als Sara bij het raam staat.

 

Ik ben geen Aagje, zegt Sara.

Ik ben Sara.

 

Maar wel nieuwsgierig, zegt mama.

 

Dat is waar.

Want Sara kijkt graag door het raam.

Er is altijd iets te zien.

En ze weet er graag alles van.

 

***

Vandaag staat er een grote vrachtwagen in de straat.

Daaruit komen heel veel dozen: grote dozen, kleine dozen, lange dozen, kapotte dozen.

Een wasmand en een koffer,

een tafel en stoelen en … een piano!

 

Die spullen moeten in het huis naast dat van Sara.

Drie mannen en een vrouw brengen alles naar binnen.

 

Nieuwe buren, denkt Sara.

Zouden er ook kinderen komen wonen?

 

***

Er komt een kleine rode auto aan.

Met nog een hoop dingen.

Een teevee en een radio,

een plant met lange scherpe bladeren,

een leeslamp en een stofzuiger.

 

En een mevrouw met een hele dikke buik.

 

Die krijgt een baby, weet Sara.

Met een baby kan ik niet spelen.

***

 

De volgende dag hoort Sara een hond blaffen in de tuin.

De hond van de nieuwe buren, zegt mama,

hij moet vast nog wennen aan het huis.

 

Sara denkt aan het poortje in de schutting, helemaal achteraan.

Een duwtje en het gaat open.

O jee, zou die hond loslopen?

 

Ik zie een meisje, zegt Mama.

Waar, waar? vraagt Sara.

 

Daar, zegt Mimount, gauw, trek een trui aan en ga naar buiten.

***

 

Sara vindt het een beetje eng.

Ze stapt stilletjes naar de schutting.

Ze kucht.

 

Het meisje komt aangelopen.

Jij bent Saartje! zegt ze meteen.

 

Sara schudt haar hoofd.

Saaaraaa, zegt ze .

Niet Saartje!

 

Sara de lara, zegt het meisje.

Ik heet Babet retteketet.

Ze lacht zo leuk dat Sara ook moet lachen.

***

 

Dat is Bono de pono.

Ze wijst naar de hond.

 

Er komt een mevrouw in de tuin.

Het is de verhuismevrouw.

Dat is mama Lies de bies, roept Babet.

 

En dat is ook mijn mama! zegt Babet.

Ze wijst naar de vrouw met de dikke buik.

 

Heb jij twee mama’s? vraagt Sara.

Babet knikt.

Mama Liesbet en mama Sofie.

 

Heb jij een papa? vraagt Babet.

Sara knikt.

Ik heb ook een broer en een kleine zus, zegt ze.

 

Ik krijg ook nog een zusje, zegt Babet.

Ze wijst naar de buik van Sofie.

 

En weet je wat?

Er zit een poortje in de schutting!

***

 

Natuurlijk kent Sara het poortje in de schutting.

Ze loopt vlug naar de achterkant van de tuin en opent het poortje.

Zo staat ze plots in de tuin van Babet.

 

Dat vindt Bono fijn!

want hij komt meteen aangelopen, samen met Babet.

Sara is een beetje bang.

Bono is niet bang.

Hij is blij en springt – pardoes- op Sara.

 

 ***

 

Daar is Liesbet al.

Ze houdt Bono vast.

Niet bang zijn, Sara, zegt ze.

Jullie moeten elkaar nog leren kennen.

 

Mag Sara mee naar binnen? Vraagt Babet.

Ja hoor, lacht Liesbet.

Ga maar samen speelgoed uitpakken!

***

 

In de kamer van Babet staan al een bed en een kastje.

Liesbet bouwt met planken een rek.

Daar mogen Sara en Babet al het speelgoed op zetten.

Poppen bij poppen, auto’s bij auto’s, knuffels bij knuffels,

puzzels en boeken.

 

Dan wordt de winkel opgezet.

Babet heeft een echte winkel, met een kassa en al!

Sofie brengt een grote tas vol doosjes en flesjes.

En een portemonnee met echt geld.

***

 

Sara en Babet hebben het druk.

Liesbet en Sofie ook.

 

Dan gaat de bel.

 

Het is mama.

Is mijn dochter hier? vraagt ze.

En komt ze ooit nog weer naar huis?

Alle mama’s lachen.

***

 

Sara wil zo graag vertellen.

Over het poortje in de schutting en Bono de pono.

Over de kamer en de winkel van Babet.

 

De twee mama’s en de baby die gaat komen.

En daar is geen papa!

Mag Babet morgen komen spelen?

Mag het, mama? vraagt Sara.

 

Mama lacht.

Goed idee!

 

Weet je wat wij gaan doen?

Wij bakken samen koekjes.

Wel tien verschillende soorten!

 

Dan vieren we morgen koekjesfeest,

voor de nieuwe buren!

 

Geschreven door Christine Van den Hove op 10/10/2014 - laatst aangepast op 10/10/2014

  • kinder- en jeugdliteratuur

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home