“Hou het kort”, klinkt het tussen zijn tanden. Ze herkent die toon, heeft ’m al vaker gehoord dan haar lief is. Hij moet intussen weten wat dat timbre met haar doet. Hij moet het al gezien hebben, aan haar handen, die steevast beginnen te trillen bij de aanzet van zijn harde k. Hij moet het al gevoeld hebben, aan de sfeer, die na zijn gebod niet meer te snijden is maar botweg inslaat op al wat nog gezegd en verzwegen wordt.

“Hou het kort.” Alsof ze niet weet wat haar te doen staat. Alsof ze een lege doos is, niets meer en misschien wel minder, tot zijn bevel haar inhoud geeft. Zo vol van zichzelf, zoals hij daar zit, met zijn voeten in de lucht en de ellebogen ver uit elkaar, leunend op de steunen van haar beste lederen stoel. Hoe belangrijk waant hij zich wel, dat hij zo tot haar spreekt zonder zich tot haar te richten. Alsof ze niet beseft dat hij allang niet meer komt voor haar en haar schone ogen. Hij kon de zijne nochtans niet van haar afhouden, destijds.

Ze herinnert het zich nog goed, die allereerste keer: de deur zwaaide open en ze was verloren. Donder, bliksem en hagelstenen sloegen tegelijk in, voor zover dat kan, langs beide kanten, met een kracht die niet te vatten viel. Ze waren allebei op slag stekeblind, misschien niet van liefde maar op zijn minst van laveloze adoratie.

Hoewel ze tijdens hun ontmoetingen nooit echt alleen waren geweest – altijd schuifelde er wel een of ander sujet voorbij – zodra het zwart van hun pupillen versmolt, verschoven de wereld en al wat er los en vast aan zat naar de achtergrond. Keer op keer had hij haar handen verwelkomd op zijn gezicht, als een wees op zoek naar warmte. En elke keer weer zag zij hoe week hij werd, als boenwas tussen haar vingers. Hoe zij ook uithaalde, hij liet het zich welgevallen, doordrongen van het verlangen om het afscheid zo lang mogelijk uit te stellen. Niets kon hem wekken uit zijn hypnotische staat van zijn, alleen de ritmische tikjes van haar vingertoppen op zijn gezicht brachten hem min of meer tot de orde van de dag.

Zo was het lange tijd gegaan en hij had van elke minuut genoten. Zij ook, zonder meer. Tot die ene dag, toen ze hem in een moment van onoplettendheid kwetste. Zo diep, dat ze een onuitwisbare indruk achterliet op zijn ziel. Bloed. Zweet. Nog net geen tranen. Toen ging het licht aan en was het uit met de pret. Blinde adoratie werd overbelichte ontreddering en hij trok zich terug, in zichzelf, in paniek, met de vinger op de wonde.

Sindsdien heeft ze hem nooit meer gezien, of toch niet echt. Hij is nog wel aanwezig, zit nog wel eens in haar beste lederen stoel, maar hij verwelkomt haar handen niet meer. Nooit voelt hij nog als boenwas tussen haar vingers, hoogstens als een homp klei met een versteende binnenkant.

“Hou het kort.” Hij zegt het zonder haar aan te kijken. Is hij bang om andermaal te verdrinken in het zwart van haar ogen? Als de dood om nog dieper gekwetst te worden? Sluit hij zich daarom af voor het voelen en het leven?

Het kan haar eerlijk gezegd geen zak schelen. Zonder verpinken zet ze hem het mes op de keel. Hij schrikt en slikt en voelt het vlijmscherpe lemmet meedeinen op zijn adamsappel. De spanning hakt erin en zij begint eraan, vakkundig, met halen van hooguit enkele centimeters. Ze houdt het mes in een hoek van maximaal 30 graden en haalt nog een paar keer uit, op strategische plaatsen, volledig volgens plan. Met verbeten gezicht maar verbazend losse pols doet ze wat moet, voor haar gemoed en zijn geweten. Er komen geen woorden aan te pas, geen blikken en geen blozen, amper een straaltje bloed.

En dan is het voorbij. De wereld lost niet langer op in de hitte van hun verlangen, zoals toen, maar kijkt ijskoud toe en draait gewoon door, als een echte aardkloot. Ze neemt een koude handdoek en aluin om het bloed te stelpen. Hij kermt, maar de aftershave maakt veel goed.

“Kort genoeg?” klinkt het tussen haar tanden. Hij wrijft met beide handen over zijn gladgeschoren kin en knikt naar zijn spiegelbeeld terwijl hij haar ogen vermijdt: “Net op tijd.”

Geschreven door a little bit of soap op 14/10/2014 - laatst aangepast op 14/10/2014

  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home