Ik was nog zo’n tweehonderd meter van de halte toen ik  bus 95 van de andere kant zag naderen. Gelukkig stond er heel wat volk te wachten en moesten er buggy’s op en af de bus getild worden en dus haalde ik het net. Tot mijn verassing was er zelfs nog een zitje vrij helemaal vooraan en tegen de rijrichting in. Dat was waarschijnlijk de reden, verbazend hoeveel mensen daar een hekel aan hebben. Buiten adem plofte ik neer en haalde meteen mijn boek boven. Als ik het openbaar vervoer neem zorg ik dat ik altijd lectuur bij heb.  Zodra ik mij kan  concentreren op een verhaal, artikel, of een tekst die ik moet verbeteren vergeet ik wat er rond mij gebeurd. Krijsende kinderen,  joelende pubers,  hoestende, niezende, rochelende medereizigers, het irritante repetitieve geluid van een of ander game, en niet te vergeten de telefoongesprekken die het hele voertuig woord voor woord kan meevolgen, dit alles verdwijnt naar de achtergrond als een auditieve mist.

Maar deze keer was er een geluid dat na een tijd toch wist door te dringen tot mijn bewustzijn. Het was een heel hoog klagend stemgeluid: wiew,wiew, wiew…wiew, wiew, wiew. Eerst dacht ik aan een kleuter die experimenteert met geluidjes maar ik zag niet meteen een kind, misschien zat het achteraan in de bus.

Ik probeerde terug in het verhaal te komen van mijn boek maar daar was het weer, wiew, wiew, wiew. Het kwam van heel dichtbij. Ik keek naar de vrouw tegenover mij. Ze leek niets te horen hoewel  het vanuit haar richting kwam wiew, wiew, wiew en toen zag ik het. Achter haar zat een man waarschijnlijk afkomstig uit Latijns-Amerika aan zijn  glanzende zwarte haar en zijn olijfkleurige huid te zien. Deze man had een gigantisch hoofd met een ongelooflijk rechte neus. Het deed me denken aan  de sculpturen van het Paaseiland. Maar het meest opvallende waren zijn enorme gezwollen  lippen alsof ze met silicone ingespoten waren, veel silicone, en deze lippen bewogen haast onzichtbaar, wiew, wiew,wiew. Het was zo vreemd en het had iets wansmakelijks  dat deze volwassen man met dat enorme hoofd zo’n bizar hoog geluid produceerde. Bovendien leek het alsof hij er zich zelf niet van bewust was. De rest van zijn gezicht was totaal expressieloos.

Uiteraard was het gedaan met lezen, mijn ogen  gingen telkens weer  naar die lippen en dat wiew, wiew, wiew.  Ik keek rond naar de andere reizigers.   Hoewel ik  zowat de enige was die hem kon zien, moest iedereen  dit toch horen? Telkens er nieuwe reizigers opstapten observeerde ik hen om hun reactie te zien.

Ik vond het steeds irritanter en bij elke halte hoopte ik dat de man zou uitstappen. Om mijn aandacht af te leiden van dat enerverende geluid en die enorme lippen keek ik dan maar  naar buiten naar de voorbijglijdende stad.

Het was een ware opluchting om te kunnen uitstappen hoewel ik het niet kon laten om nog even om te kijken naar de man die nog altijd bewegingsloos voor zich uit keek. 

Enkele weken later  nam ik opnieuw bus 95, deze keer in de andere richting. Het was lang na het ochtendspitsuur en dus waren er maar een paar medereizigers. Met een rit van twintig minuten voor de boeg haalde ik mijn boek boven en was  al helemaal ondergedompeld in het verhaal toen ik twee  haltes verder  plots uit  mijn concentratie werd gehaald door een hoog klagend geluid. Ik herkende het meteen maar deze keer waren er ook nog verschillende andere  geluiden.  Met ongeloof en afgrijzen draaide ik me om. Daar was hij weer en deze keer in het gezelschap van wat overduidelijk zijn gezin was. De vrouw naast hem had een ellenlange vlecht van glanzend zwart haar. Met haar hoofd naar achteren leunde ze tegen het  raam en  produceerde ze een soort zangerig keelgeluid (lal lal lal la) en voor hem stond een jongen van een jaar of 12, 13,  zelfde haar, zelfde olijfkleurige huid  te  touteren op zijn voeten (hiel, teen ,teen,hiel) terwijl hij een zoemend geluid maakte.

Even dacht ik eraan om af te stappen en te wachten op de volgende 95 maar dan zou ik te laat op mijn afspraak arriveren.  Ik  klapte mijn boek dicht met een luide zucht  en  draaide mij om. Was de vorige keer vreemd dan was dit de overtreffende trap van vreemd. Meneer Wiew en zijn familie. Het leek wel een verborgen camera situatie, zeker omdat  mijn medepassagiers ook deze keer vakkundig hun best deden  om het muzikale trio compleet te negeren. Meer dan een slinkse blik kregen ze niet. Ergens irriteerde mij dat nog meer. Als er nu iemand geweest was met wie ik gewoon via oogcontact mijn verbazing en mijn ergernis  had kunnen delen. Maar niemand.  Het was bijna alsof ik de enige was die hen zag en ik was zeker de enige die zich er druk over maakte en hoe. Het was me echt tenenkrullend ergerlijk dit concert van wiew,wiew, wiew, lal, lal lal ondersteund door een indringend gezoem.

Was dit een vorm van Tourette, is tourette erfelijk? En hoe zat het dan met zijn vrouw? In mijn verbeelding zag ik de drie in hun huis. En wie weet waren er nog meer gezinsleden elk met hun eigen geluidje. Arme buren.

Wiew, wiew, wiew, lal,lal, lal, zoemmmmm. Stoort dit nu echt niemand anders?

Net op het moment dat ik dacht dat ik het niet meer zou kunnen verdragen en ik  als een strenge schooljuffrouw wilde gaan eisen dat ze er onmiddellijk mee ophielden, stonden ze op om af te stappen. Oef. Rust.

 Mijn hart klopte in mijn keel  alsof ik een sprint gelopen had. Wat was dat? Ik was bijna door het lint gegaan! En waarom?  Nu de bron weg was zakte mijn ergernis even snel als ze gekomen was. Ik haalde mijn boek terug boven en genoot van de zon die me door het raam van de bus verwarmde.    

Als doorwinterde openbaarvervoergebruiker ben ik echt wel een en ander gewoon.  Ik heb regelmatig het gevoel  beland te zijn in het ‘huis clos’ van Sartre, je weet wel “l’enfer c’est les autres” maar dit was zonder twijfel de meest bizarre ervaring ooit. Wiew,wiew, wiew, lal lal lal, zoemmmmm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschreven door Paula Dumont op 15/02/2015 - laatst aangepast op 15/02/2015

  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home