De jongen loopt rechtop
Kin omhoog
Schouders laag

 

Hij heeft het huis verlucht
Het pad geruimd

 

De bromfiets blinkt
Papaverrood

Hij rijdt wel niet
Maar staat zo mooi

 

***

 

Het meisje is van ver gekomen

Hij helpt haar rugzak dragen
Lijmt haar kapotte schoen

 

Ze rusten op het muurtje
Te horen aan haar klokkend lachje
Zijn gezoem

 

Soms koert ze als een duifje
Hij zal haar hapjes voeren
Die hij anders zelf nooit eet

 

Ze drinken veel uit kleine glazen

 

Ze blijft als meisjes lachen
Als hij de muziek aanzet
Onstuimig hard

 

Om dan weer uit te draaien
De stilte in te gaan
Het donker ook

 

Haar rug te aaien
De vogels en de bloemen
Die ze zelf alleen kan zien
In spiegels

 

***

 

Haar zuchtjes en haar kreetjes
Zijn gegrom verlegen

 

Niemand hoort het
Niemand stoort het

 

Alleen de buurvrouw droomt
Met open raam
Van lang geleden
Toen zij nog klokkend lachen kon

Geschreven door Christine Van den Hove op 14/04/2015 - laatst aangepast op 24/05/2015

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home