Neem vanochtend de vroegste trein
op het achterste perron van het station.
Passeer de krantenwinkel,
waar het rolluik nog niet opgetrokken is,
het hamburger- en wafelkraam
dat nog niet geopend is.
Zet je neer op de trein, aan het gangpad,
tussen alle eenzame zielen
en vraag je niet af
waar zij zo nodig heen moeten.
Stap zomaar ergens af,
in een willekeurig station
en wandel door naar het centrum
van het stadje waar je nog nooit bent geweest.
Bekijk er de dagelijkse gang van zaken:
de bakkersvrouw die de stoep veegt,
de geeuwende pendelaar die naar zijn werk vertrekt,
misschien wel in de richting waaruit jij net komt.
Wacht aan een bushalte
en neem de eerste bus die komt
en laat ze je uit het stadscentrum wegvoeren.
Stap af aan een open veld
waar de dauw nog ligt te glinsteren
en stap dwars door het gras.
Natte sporen zal het achterlaten op je broek.
Betreed het bos achterin het weiland
en zoek naar het meertje tussen de dennenbomen.
Daar ben ik. Ik heb je niet willen wakker maken
dus ben ik vertrokken zonder nog iets te zeggen.
Ik moest even weg
(‘ertussenuit’, zoals men dan tegenwoordig zegt).
Maar nu je me gevonden hebt,
kan alles weer zijn gang gaan
op een verloren vrijdag als vandaag.

Geschreven door Felix Sandon op 18/06/2015 - laatst aangepast op 18/06/2015

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home