We dwarrelden samen langs de boulevard
als de vergeelde bladeren
die de bomen neerstrooiden op straat
en in elk winkeltje of kraampje
kochten we iets: een krant,
een tijdschrift vol foto’s,
snoep, chocola, iets om te drinken.
Jij was je zwarte baret,
je wollen sjaal, nonchalant omgeslagen,
en zelfs de duiven koerden op het ritme
dat jij aangaf met de hakken van je laarzen.
En ik keek toe
hoe je door de herfst flaneerde
en hoe we nooit
bij elkaar zouden kunnen horen.
Ik sta immers altijd
een winter achter.

Geschreven door Felix Sandon op 01/07/2015 - laatst aangepast op 21/10/2016

  • poëzie
  • text on stage

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home