Willy's wandeling was halfweg toen hij, zoals elke dag, de Groenplaats opliep. Nu ja, lopen deed hij al lang niet meer. Hij hoorde de drukte voor hij ze zag. Het gebrom van zware vrachtwagenmotoren. Het irritant gepiep als ze achteruit rijden. Het gezeur van kettingzagen. Krakende takken. En een zware plof als er weer een boom viel. “Miljaar,” dacht Willy. “'t Is voor vandaag, ze gaan eraan.”

Hij werd er stil van toen hij zag dat de meeste bomen al tegen de grond lagen. Hier had hij gespeeld als kleine jongen. Zijn eerste lief gekust. Gewandeld met zijn kinderen. Gespeeld met zijn eerste kleinkind. En zijn laatste witte wijn gedronken met Lisette, voor zij naar het home ging. En altijd waren er die bomen. Tot vandaag. “'t Is een schande,” mompelde hij.

 

Esters dunne vingers flitsten over het scherm van haar gsm. “Het is gedaan, ze hebben hem,” tikte ze. Haar hart bonsde nog in haar keel. “Echt?” stuurde Lisa terug. “Ja, echt, ze pakken hem mee.” En dat hij een dikke loser was, schreef ze nog. En een stomme kloot. Met een dwaas plan. En dat hij naar haar had moeten luisteren. “Wat ga je nu doen?” vroeg Lisa. Maar Ester kon niks meer doen. En ze wou niks meer doen. Nu niet meer. Hij had maar moeten luisteren. Wat een stomme kloot was hij toch, echt. “Maar hij meent dat goed, dat denk ik wel,” probeerde Lisa nog. Ester kon alleen maar denken aan hoe gênant het was. Het hele plein had haar gezien. Zo fucking gênant.

Moet jij ook mee?” vroeg Lisa.

-“Niet als ik mij nu koest houd.”

Zit je nog in de combi?”

-“Nee,” stuurde Ester. “Op een bank, naast een of andere ouwe zak.”

 

De bomen vielen één voor één. Danny zag ze vallen vanuit zijn schuilplek tussen de takken. En ineens stonden ze bij zijn boom. “Godverdomme, hier zit er enen in!” riep de man met de kettingzaag. Danny zette zijn keel open. “Groenplein Groen! Red de bomen!”

De flikken waren er rapper dan hij had gedacht. En hun geduld hadden ze onderweg al verloren. Hij kreeg welgeteld vijf minuten om uit zijn boom te komen. Maar hij bleef zitten. Want dit was zijn moment. Voor moeder aarde. En voor Ester, want die was toch ook voor de bomen. En die wou hij wel eens binnendoen. En als ze dit hoorde zou dat zeker niet lang meer duren. Hij nam zijn gsm.

 

Willy had haar direct gezien. Omdat ze een lange zwarte jas droeg. Omdat ze bleek was en van die zwarte ogen had. Omdat ze kei hard kwam aangelopen. En misschien ook wel omdat ze daarbij zo hard riep dat het hele plein haar had gezien. De flikken probeerde Danny uit de boom te trekken maar hij kroop steeds hoger weg tussen de takken. De brandweer was al gebeld maar die liet op zich wachten. En intussen had ook Ester de boom bereikt. Ze probeerde erin te klimmen maar voor ze het goed besefte, greep de ene agent haar vast. Ze zeg nog net Danny hoog in de boom zitten. “Gij stomme kloot!” riep ze naar hem. Maar de agent voelde zich aangesproken en antwoordde: “Komt gij maar eens mee, juffrouwke!”

 

Willy zag het allemaal gebeuren. De brandweer kwam en haalde de tragische held moeiteloos uit de boom. Combi open, Ester eruit, Danny erin. De laatste boom plofte neer.

 

Ze kwam naast hem zitten op de bank. Haar dunne vingers flitsten over het scherm van haar gsm. Het werd stil nu. Op het plein en op de bank.

 

Willy wees naar de agent die de combi het plein af stuurde en zei: “Hij moest zich schamen!”

Ester keek naar de combi, zag Danny erin zitten, en zei: “Absoluut!”

Geschreven door Roel Nijleend op 31/07/2015 - laatst aangepast op 31/07/2015

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home