Gisteren, het was al laat toen de telefoon rinkelde, een onbekende man deelde mee dat mijn tante Geertrui heen gegaan was. Tante Geertrui, ik dwaalde een rondje door mijn hoofd, groef in de diepe krochten van mijn geheugen. Veel contact had ik niet meer gehad met mijn familie nadat ik het beklemmende dorp verlaten had. Mijn jeugd, ik kijk niet graag om, vrienden zijn mijn nieuwe familie geworden.

 

Mijn hand beeft als ik het slot omdraai en de voordeur open. Het briefje met de woorden, de inhoud van de koelkast is voor jou, in mijn andere hand. Was dit een flauwe grap? Wat beschimmelde kaas en zure melk, is dat wat mijn onbekende tante me na laat?

De koelkast staat in de woonkamer. Een deur met een hangslotje erop, geen sleuteltje wel een briefje op de deur geplakt. Zoek de sleutel op de plek waarom je vader vertrok en besloot geen voordeur meer te willen hebben.

Raadsels, maar deze weet ik meteen. Een stoffige fles Wodka op de salontafel staat dramatisch in een streep licht van de zon die door de nog open voordeur naar binnen schijnt. Een grote stap en ik heb de fles vast, leeg, geen sleuteltje te zien. Een ingehouden zucht ontsnapt tussen mijn gespannen lippen. Een vettige kring blijft op het tafeltje achter, daar ligt een klein zilverkleurig sleuteltje in het midden van de cirkel. Hebbes, snel, draai ik het slotje open ik schrik van het lawaai als de ketting op de grond valt.

 

Boeken? De koelkast ligt vol met boeken. Ik pak de bovenste die net onder het vriesvak ligt en sla het op een willekeurige pagina open. Een mooi handschrift in donkerblauwe inkt, mijn hart staat even stil. Ik laat me op de grond zakken en begin gulzig te lezen.

22 Februari 1943, ik moet hem achterlaten......tranen rollen over mijn wangen.

 

 

(C) tekst en beeld Hanneke van de Kerkhof

Geschreven door Hanneke op 12/11/2015 - laatst aangepast op 13/01/2016

  • column
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home