Verborgen voor het licht van de dag,
Geroepen door het donker van de nacht,
Schrijf ik schaduwen op papier
Zet ik mijn ziel op een kier.
Maar dan komen ook de demonen,
Die mijn angstig hart bewonen.
Zij lachen vol leedvermaak voor wat ik vrees,
Besturen ongenadig mijn hand,
Om me te confronteren voor al wat ik vrees.
En als ik daarna de woorden lees,
Zie ik het verband;
Angst om liefde te geven of liefde aan te halen;
Angst om elk facet van pijn te beleven;
Angst om te falen;
Angst om me echt te geven;
De waanzin fluistert:
“Angst om te leven.”
De woorden blijven in mijn geest hangen,
De waanzin fluistert:
“Geef toe aan je verlangen.”
De rede zwijgt gefrustreerd,
Tot het eerste licht verschijnt,
Me terug hoop geeft,
En de onzekerheid verdwijnt.
Vreugde is voor wie leeft.

Geschreven door Fanny Vercammen op 29/11/2015 - laatst aangepast op 29/11/2015

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home