Soms heb ik de onverklaarbare drang
om mijn handen in een kommetje
op je hoofd te leggen
te kijken of het past
of om je uit te gieten in de holte van mijn palmen
het deinen van je stem
het klotsen
soms liggen wij in bed
met onze benen opgetrokken
twee aanhalingstekens van dezelfde zin
en ik weet niet of het kan en hoe het komt
maar sinds jij er bent
valt het licht anders
deze kamer in
alsof het alles wat je al hebt aangeraakt
omhelst
het bureau met de koffiekring
de boekenkast
de kaars die zacht naar kokosnoten ruikt
mij
als je niet hier bent lig ik aan jouw kant van het bed
om te voelen of je je plek al uitgesleten hebt
en of ik erin pas

Geschreven door Ulrike Burki op 03/12/2015 - laatst aangepast op 22/08/2016

  • po√ęzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home