Het gaat helemaal mis met deze wereld. Schietpartijen, vluchtelingen, armoede en nu ook nog eens een misdrijf op onze eigenste hogeschool. Door onze studenten godbetert. Ik haast me me naar het epicentrum van informatie : de leraarskamer. Het is de collega ethiek die hen op heterdaad betrapt heeft en tekst en uitleg staat te fezelen. Hij had hen al langer in de smiezen, maar toen de jeugdige delinquenten hun hoofden naar elkaar toedraaiden, was het bewijs onweerlegbaar.

“ Welk bewijs ? “ vraag ik

“ Van de fraude “, getuigt de collega triomfantelijk.

“ De fraude “, herhaal ik langzaam.

“Ge bedoelt dat ze hebben afgekeken ?”

Mijn collega knikt, de mond vergenoegd in een streep.

Rond hem staat een handvol lectoren belangrijkheid te veinzen.

Dat het toch godgeklaagd is.

Ik kijk van de ene collega naar de andere en terug.

Ik zoek de ogen van onze directeur die we voortaan heel modern unit-manager mogen noemen. Jezus. Ik dacht dat mijn eigenste studenten voor de ogen van hun lector drie miljoen euro hadden verduisterd om het geld te versluizen naar een Zwitserse bankrekening en het vervolgens waren gaan witwassen op de Kaaimaneilanden. Dat ze op een hacienda in de Caraïben en op youtube uitdagend een cubaanse sigaar zaten te roken. Dat dacht ik.

Maar het gaat – o ja nostalgie ! – gewoon om ouderwets afkijken. Mijn hart doet een eenzame polonaise.

Waar is de tijd ?

Ik beken : ik deed het in mijn broek bij de gedachte aan afkijken alleen al. Ik was stikjaloers op mijn heldhaftige vriendinnen die vlijtig etiketten plakten aan de binnenkant van hun grijze uniformrok. Die hun Snoopy-lat van kleine klevertjes voorzagen en hun stevige billen uitdagend volschreven met de grondlagen van de Condroz.

Ik heb het één keer gedaan. Bij Els Vanbeeck. Dat biecht ik op omdat ik mijn straf heb uitgezeten.

Ik snapte destijds niks van de fietspomp. In het toenmalige VSO ( Vernieuwd Secundair Onderwijs jaren tachtig) leerde iedereen Latijn en technologische opvoeding in het eerste oriëntatiejaar. Els Vanbeeck snapte de fietspomp en ik kon de verbuiging van servus. En het was de week van Broederlijk Delen. Ik bakte niks van dat hele afkijken. Mijn gerede twijfel was veel te zichtbaar voor die van wiskunde die toezicht deed en mij toch al niet kon uitstaan.  Stond ze daar zogenaamd wat in haar meetkundige oneindigheid te staren om mij dan vlak voor het belsignaal alle vreugde van een geslaagde operatie te ontnemen.

Resultaat van het afkijken : een E ( dat was een buis in het VSO) en een buitenspeelverbod. Het principe “non bis in idem” was mijn ouders vreemd.

Het ach en wee-geroep in de leraarskamer doet mij stoppen met mijmeren. Deze nostalgie is onbetamelijk. Dit is geen afkijken meer : dit is Fraude en Fraude is weerzinwekkend. Punt.

Ik panikeer. Een onzichtbare hand knijpt mijn keel dicht. Een knaagdier vreet aan mijn maag. Niemand mag dit weten. Ik moet zwijgen als vermoord. Mijn dossier moet hic et nunc vernietigd worden. Iemand moet infiltreren in het Heilig Graf van Turnhout. Ik ben een delinquent. Door een grove nalatigheid loopt er op deze hogeschool een misdadige lector rond. Ik zou mijn ervaringsdeskundigheid als verschoningsgrond kunnen opwerpen, maar ik ben ook nog eens een nul op het vlak van surveilleren.

Twintig jaar al sta ik in januari, juni en augustus toezicht te doen en nooit ofte nooit heb ik ook maar één student kunnen betrappen op afkijken.

Ik heb nooit geleerd hoe het moet. Echt echt niet.

Er was geen vak “Technieken van het surveilleren”. Niks.

Ik heb het zelf uitgezocht. Naar godsvrucht en vermogen.

Jaren van onrust en onzekerheid heb ik doorstaan. De hel was het : doen alsof je studenten bespioneert en ondertussen afkijken bij zelfzekere collega’s. Hun onkreukbare blik. Hun pronte houding. Ik weet niet wat dat met mij is. Ik kan het niet. Nochtans heb ik de ogen van mijn moeder en zij was winkeldetective in de GB. Duizenden betrappingen heeft zij op haar conto. Op dat van mij staat al jarenlang een schuldgevoel. Want natuurlijk begrijp ik dat we in deze tijden van nultolerantie niet voorzichtig genoeg kunnen zijn. Fraude in het onderwijs is onaanvaardbaar en moet in de kiem aangepakt worden. Zonder genade. Ik beken ootmoedig mijn schuld en incompetentie in deze. Hoeveel studenten zijn door mijn verzuim onrechtmatig in het bezit van een diploma ? Ik ben een gevaar voor de samenleving, een tikkende tijdbom.

Daarom beste overheid : geef centen – veel graag – voor de misdaadbestrijding. Het is een zaak van nationaal, wat zeg ik  : internationaal hoogdringend belang. Bespaar op uren. Verhoog die werkdruk, het inschrijvingsgeld en de pensioenleeftijd. Belast desnoods de allerlaagste inkomens. Zeg desnoods foert tegen het hele sociale zekerheidssysteem, maar investeer alstublieft in fraudebestrijding. U hoeft dat niet voor elke hogeschool te doen. Enkel voor de onze is genoeg. Een mens kan niet met iedereen solidair zijn. Ergens kan u daarvoor wellicht nog wel wat geld vinden. Niet dat ik denk aan een belasting op vermogenswinst. Ik zou niet durven. Alleen al omwille van de gedachte, spoel ik mijn mond met zeep. Doe het voor het te laat is. Voor het onderwijs, pijler van onze dierbare democratie ten onder gaat aan de misdaad. Dank bij voorbaat. Geheel de uwe.

Dominique Minten

Geschreven door DqM op 05/12/2015 - laatst aangepast op 11/03/2018

  • proza
  • column

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home