Ze waren er weer vandaag, de twee ikjes die vanop mijn schouder elke beweging evalueren. Sukkel, galmt het door mijn hoofd als ik voor de tweede keer struikel over een kabel, een tas of beter nog, mijn eigen voeten.

Hoe graag ik ook in de belangstelling sta, wordt ik telkens een stukje kleiner als ik mijn collega,s hoor lachen. Niet gemeen, nee zij denken niet wat is dat kind toch onhandig en als ze het al denken is het met een vertederende lach op hun gezicht.

Mijn bazin trakteert op lunch omdat ik en mijn collega als vrijwilligers medestrijders zijn om het theater te redden van de verdrinkingsnood.

Leuk! Gezellig! We gaan aan de grote tafel zitten in een gezellige zaak gelegen achter het theater. Praat toch niet zoveel, jij weet ook echt elk gesprek naar jezelf te draaien, luister nu maar gewoon, wat jij te zeggen hebt daar zit niemand op te wachten, wie wil nou weten dat je zoon op sportklassen is.........Ik voel hoe mijn schouders langzaam naar voren hellen en me meteen tien centimeter kleiner maakt.

Op de fiets naar huis voel ik hoe de tranen branden, inwendig huil ik, niemand die het zal zien.

 

Ik ben een mensen mens. Ja ik houdt van mensen, hoe ze denken, wat ze zeggen, hoe ze kijken, het lieftst kruip ik in hun hoofd. Maar die ikjes op mijn schouder zorgen ervoor dat ik nog liever tussen vier muren kruip, alleen.

Natuurlijk is dat eenzaam, maar dan houden die trutten tenminste hun kop. Niemand die getuige is van mijn stommiteiten, niemand die me misschien pijn kan doen met een kwetsende blik.

De ikjes maken me paranoia, een blik is hoe dan ook afkeurend, een lach bespottend en een gesprek zorgt voor uren evalueren. Wat zei ik? Mijn god heb ik dat echt gezegd, nu denkt hij vast......ik heb mezelf volslagen belachelijk gemaakt. En dan neem ik me voor om alleen nog te luisteren, als een vlieg op de muur, onzichtbaar. Maar dat is me nog niet één keer gelukt.

 

Ik ben een mensen mens, te enthousiast spring ik in de conversatie, maak grapjes die met veel hand gewapper niet enkel de lucht verschuift.

Zo heb ik al eens een beker soep die mijn zoontje vasthad uit zijn handen gewappert. Soep niet enkel op hem maar ook over mijn gesprekspartner. Hahahaha, sukkel, lachen de ikjes.

Nog geen week later wapper ik de bril van mijn dochtertje haar gezicht. Hilariteit allom vanop mijn schouder, demonisch gelach en de boodschap dat buitenkomen de mensheid enkel kan schaden.

 

Die ikjes zitten er al zo lang ik me kan heugen, elk op een schouder. Natuurlijk heb ik ze proberen te verjagen. Zo ben ik naar de psychiater gegaan, ‘ik denk dat ik toch een beetje gek ben’. Gek ben ik niet, hoogstens wat perfectionistisch. Jammer genoeg niet met pillen op te lossen die ikjes.

Luisteren dan, wat willen jullie nu eigenlijk van me, zeg het maar ik luister....en dan zijn ze stil de lafaards. Mediteren, mindfulness, eenzame opsluiting, een slaappil mischien, ja dat helpt een paar uur.

Die ikjes dat ben ik, zoveel wijzer ben ik ondertussen wel. Maar waarom heeft de natuur me zo gemaakt dat ik mezelf wil vernietigen?

Dat ik zo streng ben voor ik, dat ik zo negatief ben over ik, dat ik mezelf niet kan uitstaan als ik s’ochtends die kop weer zie in de spiegel? Ja nu kan ik natuurlijk gaan wijzen, het zijn mijn ouders zij hebben naast bij ook die ikjes gecreeerd...lekker makkelijk. Kan ik tenminste blijven rollen in zelfmedelijde maar daarmee zijn ze niet weg, ik en ik.

En waarom zijn ze met twee? Zodat ik in evenwicht blijf met op elke schouder een ikje? Soms neemt het ene ikje het voor me op, ach zo erg is dat toch niet, waarop de ander een aanloop neemt en de bal alsnog recht het doel inschopt.

Hoopvol pols ik bij mijn lief of hij ook twee van die coaches op zijn schouders heeft. ‘Ja’ antwoorde hij glunderd, ‘fijn he, dat je zo aangemoedigd wordt’. Voorzichtig vraag ik of hij niet ontmoedigen bedoeld. Nee joh, ze zijn mijn grootste fan zegt hij terwijl hij zijn schouders recht. Zuchtend besef ik dat ik de grootste vijhand ben van ik.

Het veeleisende ikje wil dat ik niet middelmatig ben, nee nee de top is nog niet hoog genoeg. Terwijl ik balanceer daar boven om toch maar zo goed mogenlijk te presteren probeert de andere me bij elke stap te voorzien van het niet nodige ontmoedigende commentaar. En ja het gebeurd dat iemand me zegt hoe geweldig ik iets gedaan heb, jihaaa gilt de veeleisende ik, well done.

Maar dan donder ik met een pijnlijke vaart van de top naar beneden terwijl de ontmoedigende ik me giftige woorden in mijn oor fluisterd.

 

Moe, ontmoedigd moe wordt ik ervan. Bedankt ik en ik voor weer een opbouwende dag in het leven van IK.

 

 

 

(C) tekst en beeld hanneke

Geschreven door Hanneke op 12/01/2016 - laatst aangepast op 12/01/2016

  • autobiografisch schrijven
  • column
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home