Pas op pagina zesentwintig van het jaarboek wist hij weer min of meer wie ik was. Dat wil niet zeggen dat het overlopen van de overige vijfentwintig pagina's - we hadden nu eenmaal op een grote school gezeten - een gesprek vol akelige stiltes had opgeleverd, of een akelige stilte met hier en daar een flardje gesprek. Integendeel, op pagina elf had ik zijn vrouw via de achterdeur horen vertrekken om van ons uitzinnig gekakel verlost te zijn. Geen moment te vroeg, want bij elke naam werden we enkele decibels luider.

‘Nooit geweten dat jij met Dylan in de klas hebt gezeten,’ zei Tommy.

‘Oh ja, twee jaar. Weet je nog? Dinsdag was…’

‘Hamburger-dinsdag!’ Tommy schreeuwde het uit terwijl hij rechtsprong van zijn stoel en één minuut veertig niet op adem kwam van het lachen. ‘Was ik helemaal vergeten,’ hijgde hij tussen de tranen van hilariteit door. ‘Nochtans ben ik dikwijls meegegaan naar de frituur.’

‘Merkwaardig genoeg heb ik dat nooit gedaan, ondanks alle reclame die Dylan er in de klas voor maakte. Pas aan de universiteit ben ik een wekelijkse frituurdag gaan houden. Met gevolgen. Vijf kilo per jaar.’

‘Dat heb ik natuurlijk nooit gehad,’ zei Tommy terwijl hij zijn vinger over de andere namen in de lijst liet glijden. ‘Toen was ik al aan ’t werk. Dat eten in de kantine was nooit zoveel soeps. Maar toch beter dan die opwarmmaaltijden voor vrijgezellen uit de supermarkt. Oh! Brandon!’

Een nieuw oud verhaal was klaar om opgerakeld te worden. ‘Nu we het over wekelijkse rituelen hebben. Op woensdag na de middag…’

‘... ging Brandon van de grond met z’n lief. Hoe heette ze ook alweer?’

‘Gwen,’ antwoordde ik. ‘Ooit is ze stomdronken op mijn schoot beland, maar ik was toen nog een onervaren broekventje, ik heb haar maar in slaap laten vallen op mijn schouder. Dat was voor ze haar woensdagen met Brandon begon door te brengen, uiteraard.’

‘Woensdag,’ herhaalde Tommy. ‘En donderdagochtend…’

‘Moest heel de school weten welke standjes het geworden waren.’

Tommy’s bulderlach liet zijn trouwfoto heen en weer wiegen aan zijn haakje in de muur.

Toen bereikte zijn vinger mijn naam op de klaslijst. Ik zag hoe hij zijn ogen tot spleetjes kneep. Er kwamen geen herinneringen naar boven, geen anekdotes over dingen die we samen beleefd hadden. Haastig sloeg hij de pagina om en pikte hij een naam uit de volgende klas.

‘Isabel… Op haar was iedereen verliefd. Behalve die ene kerel op wie zij haar zinnen gezet had…’

Toen we Tommy’s vrouw nerveus deuren hoorden open- en dichtslaan, hadden we nog niet de laatste pagina van het jaarboek bereikt.

‘Ik vrees dat ik me eens zal moeten klaarmaken,’ fluisterde Tommy. ‘Het is nog een eindje rijden naar de dochter. Waarom was je nu eigenlijk langsgekomen?’

‘Oh, ik reed hier gewoon voorbij en zag je naam op de brievenbus. Die naam ken ik nog, dacht ik.’

Tommy grijnsde en klapte het jaarboek dicht. Met zijn handpalm sloeg hij nog eens op de kaft. ‘Ik was zelfs al vergeten dat ik dat ding nog had.’

Nog eens tien minuten, stromen aan herinneringen en de belofte om nog eens toevallig voorbij te rijden later, nam ik weer plaats achter het stuur van mijn wagen. Uit het handschoenkastje viste ik mijn exemplaar van het jaarboek op en duidde Tommy’s naam en huidige adres aan met een groene markeerstift. Ik hield de pagina dicht tegen mijn ogen om het huidige adres van de volgende naam op de lijst – Isabel – te lezen, dat ik pas na lang rondstruinen gevonden had. Dan startte ik de motor en gooide het jaarboek op de achterbank, naast de envelop met het nieuws dat de dokter me bezorgd had.

Geschreven door Felix Sandon op 24/05/2016 - laatst aangepast op 15/06/2016

  • proza
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home