Lezen

Hedde tal gehoord?

Patje zit aan den toog van café ‘De Pelikaan’ en is in gesprek met Debby de cafébazin. P.:  ‘Hedde tal gehoord?’ D.:  ‘Wa?’ P.: ‘Verleden dinsdag zat ik bij Simonneke op café. Ineens stormt daar een grote rat de frituur van dikke Guy langs achter buiten recht het café binnen. Da was daar een gekweek en een gedoe. Een geroep en een getier. Simmoneke die wier zot. De Laenen zat er me nen borstel achteraan.’ D.: ‘En? Speelde dieje het kleer?’ P.: ‘Neen, tuurlijk nie. Ge meugt gerust zen. Aloïs begon al lelijk te doen. Die zijn keers was bijna uit. Tripel van Westmalle die kunnen daar nie tegen.’ D.: ‘Zuiver voor de commerce. Ik weet ikke  ook wel da’s in café ‘De Volksvriend” worden opgedaan. Zuiver voor de commerce.’ P.: ‘Ge meugt gerust zen. Da’s iet aarig ze, een rat. Goe zat allemaal. De Laenen is van z’n kruk gevallen. Da was t’een en t’ander. Gusje zat Simonneke te plagen. Die zei “Aa gezaag zal sebiet wel gedaan zijn zeker?” D.: ‘Groot gelijk. Simonneke hee meestal groot gelijk.’ P.: ‘Ge meugt gerust zen. Goei bazin!’ D.: ‘Vleeje week hee die nog gebeld. Het vat was af. Ze vroeg of we konnen ruilen. Nen de Koninck veur nen Golding Campina. Ik zei nog: “Rolt er nie mee of ge ga wa voorhebben, hé.” Dieje loempe van de vakbond van z’n kloten maken. Veul te zwaar. P.: ‘Allez! Op ne werkdag lopen ze al met een vat van teen café naar tander, oep ne werkdag. Den dag van heden mag da dallemaal zeker?’ P.: ‘Hedde tal gehoord?’ D.: ‘Wa?’ P.: ‘De Léon is bekan me visbak enal de vort ingeduikelt. Voorover, recht erin, bekan.’ D.: ‘Da maakte mij nie wijs.’ P.: ‘Dieje kan nie vissen met den haak. Nen dikke meerval, genne snoek. Verkeerd aas. Hoe loemp kunde na zen?’ D.: ‘Tja, dieje kan nie vissen.’ P.: ‘De miserie van een ander, daar zen we nie mee gediend.’ P.: ‘Iet anders.’ D.: ‘Wa?’ P.: ‘Café ‘Arizona’ was gisteren om drei uur nog open. Dikke corona-boet.’ D.: ‘Echt?’ P.: ‘Ge meugt gerust zen. Hedde tal gehoord?’ D.: ‘Wa?’ P.: ‘Karel hee nen nieve caravan. As Linda het kraantje in da keukentje openzette begon toilet te loepen. Da darmpke zat verkeerd. Iet later stond de schuif onder de poempbak, met bestek, ge wet wel, helemaal vol water. Linda vloeken. Vloeken da die dee zei Karel. Hij heet er al veel zever meegehad. Karel moet na wel naar de keuring want dieje nieve weegt meer dan zeuven honderd kilogram. Karel en Linda hemme chance gehad da ze in Hühnerscheid genne regen hemme gehad. Da’s Luxemburg nie ver van Bastogne. Ullie Kelly had greppeltjes gegraven. Hoe loemp kunde na zen? Veurige keer hadden ze regenweer. Niks dan modder. Klote weer en problemen met gasvuur. Een steekvlam van zeker drei meter.’ D.: ‘Allez.’ P.: ‘Da darmpke zat verkeerd. Bekan heel de voortent weg. Da’s nylon hé, da zeil. Karel had nog nooit zoveul sigaretten meegebracht. Die camions konnen allemaal aan de kant. Met ne caravan konde gewoon door. Karel zei wel dat de Opel Zafira wa aant verslijten is. Linda zei dat geld op is.’ D.: ‘Allez.’ P.: ‘ Ge meugt gerust zen.’ D.: ‘Ik hem horen zeggen dat die van de Flor tegen haar kippen prat?’ P.: ‘Och, serieus.’ D.: ‘Die is zo zot as een mus.’ P.: ‘Ge meugt gerust zen.’  

Hubert Grimmelt
7 1

Project Me

Project Me Een toneelstuk over een rotpuber, Facebook en Sponge Bob   Korte inhoud   2 Decor  2 Overzicht scènes  3 Acteurs  4 Personages  4 Vooraf 5 Mama, mag ik 6 Wel wat mensen 13 Kwestie van dat interview 24 Dag meneer de burgemeester 33 Inbunkering en desoriëntatie 42 Frank  44 Waar is dat feestje 49 Waar is Sylke? 52       Korte inhoud Een toneelstuk over een rotpuber, Facebook en Sponge Bob in zeven scènes en een half. In september 2012 maakt een vijftienjarig meisje uit Haren een Facebookevenement aan voor haar verjaardagsfeest. In mum van tijd zeilt het verder op Facebook onder de vlag Project X, een film die verhaalt hoe de ouderlijke woning wordt getrasht door een massa tieners die uit zijn op een stevig feestje. Deze fictieve nachtmerrie werd bitter reëel voor het jarige meisje en haar omgeving. Haar Facebookevenement werd gehackt om er de utopie van het feest der feesten te beleven: Project X. Dit toneelstuk heeft de feitelijke gebeurtenissen in Haren 2012 als uitgangspunt, maar integreert ook de drijfveer van de personages in de film: verlangen naar populariteit. Zet daartegenover ouders die hopeloos trappelen om de snel veranderende tijden bij te benen en je krijgt Project Me: het relaas van een opgroeiende tiener en zoekende ouders in een tijd waarin niets nog zeker lijkt. Decor Het fictieve dorpje Zelegem Het stuk speelt zich nagenoeg volledig af in de woonkamer van de familie Van Pael. Sommige gesprekken vinden plaats aan de voordeur, of in de hal die grenst aan de woonkamer. Door de ramen zien we de omgeving van het huis.  In de woonkamer kan een breedbeeldscherm aanwezig zijn waarop zichtbaar kan worden gecomputerd. Aan de andere kant staat eventueel een open keuken. Scène 6 is een monoloog van Sylke die zich afspeelt in een soortement voetbalkantine.       Overzicht scènes                                                     1.     Mama, mag ik Sylke en haar beste vriendin Meredith fantaseren over jongens. Meredith gaat naar een feestje, Sylke moet daarvoor wachten tot ze zestien is. Na een conflict over hoe weinig ze mag, besluiten haar ouders haar een sweet-16-feestje te gunnen. 2.     Wel wat mensen Het aantals genodigden voor Sylkes verjaardagsfeestje is uit de hand gelopen. Sylke wil de organisatie van het feest uitdenken, maar haar ouders willen het feest afblazen wegens de risico’s die een grote massa jongeren met zich meebrengt. 3.     Kwestie van dat interview Sylkes moeder wil de media gebruiken om de jongeren te ontraden naar het feest te komen. Hierdoor wakkert ze de belangstelling enkel aan. De media-aandacht groeit. 4.     Dag meneer de burgemeester De burgemeester bezoekt het gezin Van Pael om zijn beleid in deze materie te staven. Een social-media-expert levert de ware toedracht van het Facebookfeest. 5.     Inbunkering en desoriëntatie Op de avond van het feest zelf maakt iedereen zich klaar. Sylke en haar moeder, Celien, zouden familie bezoeken. Vader Paul is van dienst als brandweerman. Frank Buurman Frank komt vragen waar het feestje is. Wanneer Celien wil vertrekken, blijkt Sylke spoorloos. 6.     Waar is dat feestje Sylke staat te midden van mensen die ze niet goed kent in een voetbalkantine. Het is haar verjaardag, maar ze is in de steek gelaten door haar vrienden. Ze voelt zich niet op haar gemak. 7.     Waar is Sylke In het ouderlijk huis wachten Paul en Celien op hun dochter die uiteindelijk vermoeid binnenwandelt. Na een fikse uitbrander en een geslaagde verzoening, belt Mathijs aan. Sylke mag met hem gaan bowlen.     Acteurs Er zijn minimum 5 acteurs nodig: 3 actrices en 2 acteurs. Er zijn in totaal 11 rollen. De vijftienjarige Sylke en haar ouders zijn persistent aanwezig. Daarnaast kan een man, bij voorkeur een iets oudere, de rollen van de burgemeester, Frank, Mathijs (een jonge gast die niet noodzakelijk zichtbaar hoeft te zijn) en reporter 2 opnemen. Een vrouw, bij voorkeur iets jonger, kan de rollen van Meredith, Esmé, Reporter 1 en cameraman opnemen. Personages Sylke, vijftienjarige puber         Vijftien, net geen zestien, verliefd op Mathijs. Haar ouders zijn voor haar obstructies in de weg naar volwassenheid. Ze hebben nooit hoog gemikt, hebben nooit voluit geleefd, zijn niet bepaald mee met de snelveranderende tijd en hebben daarom afgedaan als voorbeeld in Sylkes leven. Terwijl de hormonen door haar lijf gieren, wil ze niets anders dan de wereld tonen dat ze klaar is voor volwassenheid. Paul, vader van Sylke: brandweerman, gelooft in een strenge opvoeding, maar de boog moet ook niet altijd gespannen staan, er mag al eens gelachen worden Celien, moeder van Sylke: secretariaatsmedewerkster, wisselvallig in haar betrokkenheid, dat ligt mogelijk aan haar wereldvreemdheid die haar onhandig maakt. Meredith, vriendin van Sylke : zelfbewuste, coole tiener die door haar puberteit lijkt te walsen, charmant en aanwezig Ronald Van Dingenen, burgemeester: burgemeester van de oude stempel vol goede bedoelingen: hij wil dicht bij de mensen staan, maar dit lukt hem niet zo goed, onderschat de complexiteit van de moderne tijd Esmé Tallouis, social media expert: onbetrouwbare hipster, wiens hart ligt bij het ding, niet bij de mens Frank, de buurman: vereenzaamde, oude rocker die mogelijk wat hersenschade heeft opgelopen in zijn wilde jaren Mathijs, alias Sponge Bob: toffe, jonge gast, geliefd om zijn mopjes Reporter 1: overijverige reporter voor de regionale tv Reporter 2: lyrische reporter voor de meerwaardezoeker Cameraman: extra     0.    Vooraf Gelieve uw gsm-toestellen voor deze voorstelling niet uit te schakelen. Blijf gerust en de gehele voorstelling lang verbonden met het globale netwerk van interconnectiviteit. Gelieve eenvoudigweg recht te staan wanneer u een telefoontje krijgt zodat wij onze aandacht gemakkelijker kunnen verdelen tussen u en de acteurs. U hoeft zich niet te schamen. In deze ruimte bestaat geen privacy.     1.    Mama, mag ik Sylke en Meredith hangen uitgezakt in de sofa te konkelfoezen terwijl moeder Celien het eten bereidt. Meredith:           Ik denk… Sponge Bob! Sylke:                    Wat? Da’s gemeen! Meredith:           Echt. Daar lijkt hij op. Hij heeft ook zo van die vierkantige beenderen vanonder aan zijn kin. (wanneer ze Sylkes teleurstelling ziet) Definitely Sponge Bob. Sylke:                    Oké, dan is die van u… Meredith:           Ja? Sylke:                    Gargamel. Meredith:           Nee! Sponge Bob is nog lief! Sylke:                    Gargamel ook. Meredith:           (om te lachen) Niet tegen smurfen en ik ben dol op smurfen. Je breekt mijn hart! Sylke:                    Nee! Gargamel is schattig! Meredith:           Niet zo schattig als Sponge Bob! Sylke:                    Da’s waar, maar Gargamel is sexy! Meredith:           You think? You crazy! Sylke:                    (serieus) Hij heeft echt wel iets. Meredith:           Ja, hé? Geef mij maar Gargamel! Sylke:                    Amai! Ik liever Sponge Bob, hoor! Meredith:           Ga je straks echt niet mee naar Fien? Please? Sylke:                    Mere, het is nu niet bepaald dat ik niet wil. Meredith:           Komaan, Sylke. Je kan het toch nog eens proberen vragen? Sylke:                   Nog ‘ns? Meredith:           Ik denk dat Sponge Bob komt. Sylke:                    Mama? Mama, mag ik straks mee naar een feestje bij Fien? Celien:                 Nee. Sylke:                    Zie je wel? Meredith:           Da’s zo zielig! Ik zou doodgaan! Celien:                 Van hoe laat tot hoe laat? Sylke:                   (controleert bij Meredith) Van acht uur tot … tien uur? Het hoeft niet lang te zijn, hoor! Celien:                 Nee, Sylke. Sorry. Sylke:                    Waarom niet? lien:                       Feestjes mogen vanaf je zestien. Sylke:                    Maar ik verjaar volgende maand!                                                           Celien:                 Dan mag je volgende maand naar een feestje! Sylke:                    Maar iedereen gaat! Celien:                 Niet zagen! Niet iedereen heeft het genoegen onze dochter te zijn. Sylke:                    Hopeloos. Meredith:           Maar mevrouw Van Pael, Sylke is echt de enige van de klas die niet mag van thuis. Mensen denken dat zij een probleem heeft. Sylke straft deze poging af met een tik op Merediths billen. Celien:                 Hoe lang ga jij al naar feestjes? Meredith:           Al twee jaar of zo. Van mijn dertien en een half, denk ik. Celien:                  En rook jij? Sylke en Meredith giechelen omwille van de absurde logica. Meredith:           Echt niet zeggen aan mijn ouders, mevrouw Van Pael! Celien:                  Als je belooft om in het vervolg Celien te zeggen. Meredith:           Oké, Celien. Sylke:                    Ei, da’s raar!   De deur gaat open. Paul, de vader van Sylke, komt binnen.   Paul:                      Hallo, hallo! Dag Meredith, wat een plezier om jou nog eens te zien. Meredith:           Dag Paul! Ze krijgt nog een billenklets van Sylke omwille van de vreemde familiariteit. Paul:                     Waaraan danken wij de eer? Meredith:           Het is straks feestje bij Fien en van hieruit is dat maar om de hoek. Paul:                     Blijf je hier dan ook slapen? Meredith:           Nee. Ik blijf daar. Of ik ga naar huis met de fiets. Ik weet het nog niet. Meneer Van… Paul! Paul, mag Sylke nu niet eens mee naar een feestje van Fien? Paul:                     Waarom zou ik ja zeggen als je het al aan Celien gevraagd hebt? Meredith:           Goede vraag, meneer van Pael! Daar had ik nog niet over nagedacht. Celien:                 Aan tafel! Meredith:           Dank jullie wel dat ik met jullie mag mee-eten. Celien:                                 Geen probleem, Meredith. We hebben nog zo graag dat je komt. En voor Sylke is dat ook plezant. Meredith:           Tijdens de paasvakantie zouden wij een week naar Zuid-Frankrijk kunnen gaan. Paul:                     Leuk. Welke streek? Meredith.           Dat weet ik niet. Mijn neef heeft er een boerderij. Celien:                 Heb jij een neef in Zuid-Frankrijk? Meredith:           Ja. Philippe. Hij is getrouwd met Tess. Ze hebben een boerderij en ik ga helpen. Paul:                     Dat is knap. Ik had zo meteen nog geen boerin in jou gezien. Meredith:           Ik kan zelfs boter maken. Helemaal op mijn eentje. Celien:                                 Da’s mooi. Dat moet je maar eens tonen aan ons. Wat heb je daarvoor nodig? Meredith:           Melk. Celien:                  Oh, dat koop ik zo in de supermarkt, als je wil! Sylke:                    Mama, Meredith wil iets zeggen. Celien:                  Ah, ja? Ik luister. Meredith:           Dus… Philippe en Tess hebben ons uitgenodigd om een week helemaal alleen de boerderij te runnen. Dan kunnen zij ook eens op vakantie.  Paul:                      Klinkt leuk. Sylke:                    Papa! Mag het? Paul:                      Wat? Sylke:                    Met Meredith naar Zuid-Frankrijk? Paul:                      Waar heb jij het over? Sylke:                    Dat heeft Meredith toch gezegd?           Paul:                      Wat dan? Sylke:                    Philippe en Tess hebben ons uitgenodigd op de boerderij. Paul:                      Celien, ken jij een Philippe of een Tess? Celien:                  Nee. Paul:                                     Zeg dan maar tegen Philippe en Tess dat het heel vriendelijk is van hen, maar dat wij al andere vakantieplannen hebben. We gaan deze zomer naar Noorwegen. Sylke:                    Ze hebben míj gevraagd. Niet jou of mama. Meredith en mij. Paul:                      Jullie twee? Sylke:                    En Kylie en Annick. Annick is er 21 en Kylie kan koeien melken. Celien:                  Het zal wel hard werken zijn, zo’n boerderij gerund door vier kiekens! Sylke:                    Mama! Mag het? Celien:                  We zullen erover nadenken. Sylke:                   Dan ben ik al een maand zestien. In de paasvakantie. Paul:                      Wie gaat er mee van begeleiding, Meredith? Jouw ouders? Meredith:           Die blijven thuis. Paul:                      Dan is er geen sprake van. Sylke:                    Zelfs Kylie mag van haar ouders! Paul:                                     Je mag nog niet naar feestjes, Sylke. Waarom zouden we jou dan alleen op reis laten gaan?  Sylke:                   Wij gaan niet op reis. Wij gaan daar werken! Anders kunnen Tess en Philippe niet met vakantie. Celien:                  Arme schapen! (lacht om haar eigen mop)                                 Hebben ze schapen? Sylke:                    Willen jullie er minstens over nadenken? Celien:                  Natuurlijk denken we erover na, liefje. Paul:                      Tuurlijk! (stilte) Merediths gsm gaat af. Ze heeft een opvallende gsm in een vouwtasje met vrolijk bengelende prullaria eraan. Meredith:           Sorry. Deze moet ik gewoon eventjes nemen. Het is Kylie! Ze loopt naar de hal, van waaruit we het gesprek kunnen volgen. Hallo Kylie? Mag je mee? Ja? Aaah! Jouw ouders zijn de max! Het wordt zoooo graaf! Stel je voor: een week zonder ouders! Ik zit bij Sylke. Wat dacht je nu? Tuurlijk niet! Ik vind het echt zo erg voor haar. Ik snap het ook niet. Dat zou wat anders zijn! Maar onder ons drieën wordt het evengoed de max!                                 (enthousiast gekrijs, dan stilte) Sylke:                    Ik mag nooit niks! Paul:                      Nooit íets, Sylke. Je mag nooit íets.                                 Je klinkt als een peuter als je zo spreekt. Sylke:                    En dan? Meredith:           (nog steeds in de hal) Kom je straks naar Fien?                                 Jeej! Dan kunnen we plannen maken! Celien:                  Sylke, meisje… Sylke:                   Ik word zestien en ik mag niks! Ik vraag toch niet om twee weken te gaan feesten op Sunny Beach? Ik wil mensen helpen op een boerderij.                                                Ik mag nooit iets. Celien:                 Nee, dat is ook niet waar. Meredith:           (op de achtergrond) Partyyy! (lachsalvo) Celien:                  Hoe ouder je wordt, hoe meer kansen je krijgt, maar je zal… Sylke:                    Nog eventjes moeten wachten? Ik wacht al heel mijn leven! Paul:                      Dan wacht je nog maar wat langer. Meredith:           (komt weer binnen) Stoor ik? Paul:                                     Kom gerust binnen, Meredith. Ik hoop dat we dan rustig kunnen verder eten. (stilte) Sylke:                   Jullie zijn mijn ouders. Jullie zouden mij beetje bij beetje moeten vertrouwd maken met vrijheid en verantwoordelijkheid, maar jullie zijn verkrampt omdat jullie zelf de wereld niet kennen! Paul:                     Sylke, ik wil niet dat je zo tegen mij spreekt waar andere mensen bij zijn. Meredith:           Het is oké. Wij delen echt alles. (tegen Sylke) Kylie mag mee. Sylke:                    Ik weet het!                                 En ík mag nooit íets! Sylke staat op en loopt huilend en boos weg.   Celien:                  Zal ik erachter gaan? Meredith:           Ik zal wel gaan. Meredith loopt achter Sylke aan. Celien:                  Zou ze echt zo weinig mogen? Paul:                      Een strenge opvoeding kan maar deugd doen. Celien:                                 Het is natuurlijk niet gemakkelijk als haar vriendinnen al die dingen al wel mogen. Paul:                                     Och, binnenkort veranderen de spelregels weer.  Celien:                 Da’s waar. De tijd vliegt!   Meredith komt de woonkamer weer binnen. Meredith:           Ze komt zo meteen wel naar beneden, maar ik moet ervandoor. Celien:                  Is ze al wat kalmer? Meredith:           Ja, hoor. Geen stress. Paul:                      Het spijt me dat je hier getuige van moest zijn, Meredith. Meredith:           Geen probleem. Da’s toch al langer een gevoelig puntje? Celien:                  Jullie zijn goede vriendinnen, hé? Meredith:           De allerbeste in de ganse wereld! Als jullie maar goed voor haar zorgen als ik er niet ben! Paul en Celien lachen. Meredith kust hen vaarwel. Celien:                  Dag Meredith. Meredith:           Dag Celien! Paul:                                     Amuseer je bij Fien! De volgende keer zal ze wel mee mogen, denk ik, als ze… Meredith:           Zestien is. Ik weet het! Celien:                  En blijf van die sigaretten af! Meredith:           Ik doe mijn best, mevrouw Van … Celien:                  Éh, Éh? Meredith:           Celien! Da-ag! Meredith gaat af.   Celien:                  Het is toch een toffe, hé, die Meredith. Paul:                      Ja. Ik vind haar matuur voor haar leeftijd. Celien:                  Dat vind ik ook. Matuurder dan Sylke. Sylke komt binnen.   Sylke:                    Mama, papa, sorry van daarstraks. Paul:                      Het is oké, Sylke. Sylke:                    Dus, het klopt toch nog dat ik naar feestjes mag als ik zestien ben? Paul:                      Natuurlijk, Sylke. Dat weet je. Sylke:                    Ik heb uitgerekend dat ik over drie weken en drie dagen zestien word. Paul:                      Op twaalf maart. Ja, dat kan kloppen. Sylke:                    Ik wil een feestje voor mijn verjaardag. Paul:                      Oké. Celien:                  Oké, Sylke. Dat lijkt ons wel haalbaar. Sylke:                    Ik bedoel niet gaan bowlen, of zo. Niet zoals elk jaar. Celien:                  Vond je die feestjes dan niet leuk? Sylke:                   Jawel, maar als ik zestien ben, is een feestje niet meer met de bomma naar het dolfinarium. Celien:                  Oké, dat snap ik. Sylke:                    Ik wil een echte fuif. Celien:                  Een fuif? Sylke:                    Met muziek en jongens en dansen. En bier. Paul:                      Sylke! Sylke:                    Niet veel. Voor iedereen een pint of zo. Celien:                  Oké, Sylke. Paul:                      Celien?! Celien:                  Dat moet ze ook leren, Paul! Met mate drinken. Paul:                      Alcohol remt de groei ontzettend af! Ook die van de hersencellen! Celien:                                 Over die pintjes hebben we het nog, Sylke. Mag de bomma komen naar je fuif? Sylke:                    We zien wel.           2.    Wel wat mensen Celien telefoneert met een feestartikelenverhuurbureau.  Sylke komt binnen en vangt het gesprek op. Celien:                                 Een partytent.  Van vier meter bij vier. Het zou wel leuk zijn mochten we er spots in kunnen hangen. Ah, die verhuurt u ook? Led- lampen, zegt u? Nee, we willen geen tent die smelt! Sylke:                    Is dat voor mijn feestje? Celien:                  (gebaart: “Ah ja, natuurlijk.”)                                 Wat zegt u? Vijf meter bij zes?                                 Dan moet ik onze tuin eens even nameten. Is dat met piketten? Sylke:                    (halfzacht, gemimeerd) Wacht! Nog niets bestellen! Celien:                  Wablieft? Ja?                                 (waait Sylke weg omdat ze zich niet kan concentreren) De luxe-uitvoering met vensters? Ah ja, ik zie het in de brochure. Mooi. Vensters zijn wel praktisch. Dan kunnen we af en toe naar binnen loeren. Naar binnen, ja. (lacht) Mijn dochter geeft een feestje. Sylke:                    (gebaart hevig van neen) Celien:                                 (mimeert dat Sylke geen aanstoot moet nemen aan haar opmerking) Het is voor volgende week: twaalf maart. Dat is zaterdag. We komen alles zelf halen, spots en alles, ja. Wacht, welke spots? Hadden wij daar al iets over…? Sylke:                   (neemt de brochure en duidt ostentatief een andere tent aan en dat het om háár feestje gaat) Celien:                                 Een ogenblik, alstublieft. Mijn dochter doet heel lastig en het is voor háár feestje.                                 Ja, Sylke? Sylke:                   We hebben iets veel groters nodig, mama. Zoiets misschien. (wijst op de brochure) Hoeveel mensen kunnen daarin? Celien:                                 Sylke, zoiets kunnen wij toch niet zetten? (gebaart dat het ook veel geld kost)                                 (in de telefoon) Een momentje hoor, we zijn er nog niet uit. Sylke:                   Laat die tent zo, mama. Ik geraak wel aan een mammoettent bij de mensen van de scouts. Celien:                 Een mammoettent!                                Ik heb die mensen nu aan de lijn, Sylke. Wat doe ik met die tent?                                Heb je spots nodig? En ballonnen? Sylke:                    Niet nu, mama. Celien:                 (kort) Mevrouw, ik ga moeten afhaken. Ik contacteer u van zodra we duidelijkheid hebben over wat mijn dochter wil. Het is per slot van rekening haar feest.                                Ze wordt zestien.                                Ja. Bedankt!. Celien:                 (geërgerd) Allez, vertel. Sylke:                    (ongelovig, blij) Mama, er komen echt keiveel mensen! Celien:                 Ah ja? Dat doet me plezier. Sylke:                    Nee, nee. Echt veel! Celien:                 Ja liefje, dat is héél fijn, maar een mammoettent kunnen wij niet zetten, hoor. Sylke:                    Dat weet ik. We moeten iets anders bedenken. Celien:                 Sylke, je weet toch hoe dat gaat? De mensen zeggen wel dat ze zullen komen, maar als het zover is dan liggen ze in hun zetel of ze vergeten je feest gewoon. Sylke:                    Mama! Celien:                 Ik heb het genoeg meegemaakt! Pas op, ze zullen allemaal zeggen dat ze zich niet goed voelen. Ze willen je niet kwetsen, hé. Sylke:                    Mama! Celien:                 Je beste vrienden eerst. Dat zal je zien. Ik wil je niet graag teleurgesteld zien, Sylke. Sylke:                    Mama, duizend achthonderdvierentwintig mensen! Dat is niet weinig, hé? Celien:                 Wablief? Dat kan niet! Sylke:                    Duizend vierhonderddrieëntwintig mensen, mama en het staat nog maar drie dagen op Facebook. Celien:                 Op Facebook? Sylke:                    Mama! Ik heb er zoveel vrienden bijgekregen de laatste dagen. In het begin dacht ik: ‘Ik word gek’, dus heb ik er niks van gezegd, maar nu is het duidelijk: echt iedereen wil naar mijn feestje komen. Kan je dat geloven? Zelfs Fien is jaloers! Denk ik. Celien:                 Ik wist niet dat jij zo populair was, Sylke. Zijn het je looks? Ik wist dat ik er voor iets tussen zat. Sylke:                    Mama-a! Celien:                  Hoeveel mensen komen er, zei je? Sylke:                   Duizend achthonderdvierentwintig mensen. Ik zal het je laten zien op Facebook. Sylke zet zich achter de computer. Celien:                  Maar Sylke, dat kan toch niet? Duizendachthonderd? Sylke:                    En vierentwintig. Celien:                  Maar allez! Je overdrijft! Is dat via die Facebook? Sylke:                    Het wordt de vetste party ooit! Celien:                  Maar allez, Sylke! Dit kan je niet menen. Dat kan toch niet? Sylke:                   Ja, echt zot! Als ik dit had geweten, had ik op privé geklikt. Er zullen natuurlijk wel veel mensen zijn, die niet komen. Dat weet ik ook wel. Meer dan de helft waarschijnlijk, maar dat is niet erg. Celien:                  Hoeveel mensen gaan er komen? Sylke:                   Geen duizend achthonderd, natuurlijk. Kijk, er hebben zelfs mensen uit Westerlo gezegd dat ze zouden komen. Where the fuck is Westerlo? Die mensen komen sowieso niet. Die klikken gewoon op alles wat ze op Facebook zien. Celien:                  Hoeveel komen er dan wel? Sylke:                   Ik denk, als er al meer dan honderd mensen écht komen. Tweehonderd misschien, dat het veel is.                                 Oh my God, I can’t believe it. Dit is zo spannend! Celien:                                 Maar waarom staat er hier dan dat er duizend achthonderd mensen komen? Sylke:                   Dat leg ik je nog wel eens uit, maar mama, je moet mij helpen want als papa dit ziet, schiet hij waarschijnlijk meteen in paniek. Dat zou zo spijtig zijn! We hebben een plan nodig. Misschien vindt hij het wel oké natuurlijk, maar het is beter als we een plan hebben. Wat denk jij, als we vragen aan de mensen van de scouts om… Paul wandelt bijna onhoorbaar binnen. Hij oefent zijn behendigheid in het swipen op zijn nieuwe  smartphone. Sylke heeft ondanks haar spraakwaterval toch op tijd de deur gehoord. In de volgende dialoog is Paul volledig geabsorbeerd door de mogelijkheden van zijn nieuwe smartphone. Hij kijkt nauwelijks op. Paul:                     Dag dames… Sylke:                    Dag papa!           Heb je hem gekocht? Paul:                      Ja. Tachtig euro, Celien. Dat is geen geld! Sylke:                    Wat is het geworden? Nokia? Sony? Blackberry? Paul:                                     Ongelooflijk wat dit ding allemaal kan! Ik kan mijn locatie bepalen en online de weg opzoeken. Ik heb dus geen gps meer nodig. En kijk eens naar de kwaliteit foto’s? Ik vind dat ongelooflijk. Ik heb zelfs een agenda om alles in op te slaan wat ik nog moet doen! Goed hé? Sylke:                    Dat kon je met je vorige ook. Paul:                      Echt? Wanneer gaan we aan tafel? Celien:                  Ik weet het niet. Wanneer denk jij aan het eten te beginnen?                                 Sylke en ik zijn bezig met de planning van haar Sweet-16-fuif. Sylke:                    Mama…   In het verdere verloop van de dialoog toont Paul een knap staaltje evenwichtskunst tussen controleren of er nog iets te bikken valt in de keuken en de verdere exploratie van zijn smartphone. Paul:                      Ah! Hoe vlot het? Sylke:                    Goed! Celien:                  Het gaat goed rond op Facebook, blijkbaar. Sylke:                    Mama? Paul:                     Dat is leuk! Staat het op Facebook?  (in de keuken) Eens kijken. Applicaties? Celien:                 (kan het nog steeds niet geloven) Ik wilde advocadocrème met perzikencoulis maken. Sylke:                    Mmh… Lekker. Maar is dat niet duur? Paul:                     (voor de ijskastdeur) Zijn er al rekeningen van het feest? Zeg, Sylke, waar vind ik het terug? Sylke:                    Op Facebook! Paul:                      Ja, daar zit ik nu.                                 (doet de ijskastdeur open) Ik ben nu op jouw prikbord, denk ik. Sylke:                    Oké. In die blauwe balk kan je teruggaan naar je eigen pagina. Paul:                      (verrast) Je hebt een evenement aangemaakt! Sylke:                    Ja, papa. Niet schrikken. Paul:                      Zeg, en komen er al een beetje mensen? Celien:                  Een kleine duizend achthonderd zegt Sylke. Paul, wat denk jij daarvan? Sylke:                    Dat zegt Facebook, hé. In het echt is dat nog wat anders. Paul:                      Hoeveel zeg je? Sylke:                    Duizend achthonderdvierentwintig. Celien:                  Sylke… Duizend achthonderd? Dat zijn er veel meer dan duizend! Daar begin ik zelfs niet aan. Dan trek je maar wat zakken chips open. Paul:                                     Ah, ja. Hier staat het… Duizend achthonderdvierentwintig. Oh, zo klein allemaal. Of zie ik nu zo slecht? Celien:                 Ze heeft het mij op de computer getoond. Paul:                     De computer, da’s gemakkelijk. Paul zet zich aan de computer en scrolt wat op en neer in de gastenlijst. En waarom ben ik niet uitgenodigd? Sylke:    (denkt dat hij een mopje maakt) Papa… Paul:                      Eventjes serieus… Wou je mij er niet bijhebben, of zo? Sylke:                    Het is mijn feestje. Jij bent er dan toch? Paul:                                     “Iedereen welkom op mijn feestje. Ik heb de hele wereld uitgenodigd via Facebook, maar mijn vader… die slaan we over.” Sylke:                    Wow! Ik  heb het niet zo bedoeld, hoor. Wacht, ik zal je toevoegen. Mijn vrienden zullen ook denken… Celien:                  Laat maar, Sylke! Er komen zo al genoeg gasten. Denk ik.                                Paul, alsjeblieft! Paul:                      Celien, het gaat mij toch niet om die uitnodiging! Ik moet weten wat mijn dochter uitspookt. Waarom zit ik anders op Facebook? Celien:                                 Zeg maar, Paul. Duizend achthonderd gasten, vind jij dat normaal? Ze zegt dat er maar honderd of tweehonderd zullen komen? Paul:                     Goh, Celien. Ik ben niet uitgenodigd. Jij wel? Celien:                 Ik zit niet op Facebook, Paul. Paul:                      Sylke, vertel eens… Sylke:                    Ja… Paul:                                     Waarom weet ik nu pas dat er over twee weken misschien duizend man op onze gazon komt dansen? Sylke:                    Ik weet niet. Sorry? Het is allemaal nogal hard gegaan. Het was ook echt niet mijn bedoeling om… Paul:                      Ik herhaal even mijn vraag: hoe komt het dat ik dat nu pas weet? Sylke:                    Omdat… Sorry, papa. Ik had je van in het  begin moeten uitnodigen. Paul:                      Zo is het! Dan had ik dit nooit laten gebeuren! Duizend achthonderd mensen… Hoeveel mocht je er uitnodigen? Celien:                 Vijftig! Dan had advocadocrème wel gekund! Paul:                     En hoeveel denkt ze dat er zullen komen? Sylke:                    Honderd, tweehonderd? Paul:                      10% dus. Sylke:                    Dat kan. Ik ben niet goed in wiskunde.   Sylkes gsm gaat. Ze neemt op. Sylke:    (zenuwachtige zucht)   Hallo? Met Sylke. (alsof ze dat niet wist) Ah Mathijs! Wacht eventjes. Ik ga naar mijn kamer. (onderschept door Mathijs’ snelle vraag) Wat zeg je? Ah, of jij mag komen naar mijn  feestje? (flirterig) Goh… dat weet ik niet, hoor. Paul en Celien kijken berispend. Paul blokkeert Sylkes pad                                 Wel… We zijn al met heel veel. Wablief? Of ik zelf naar mijn feestje kom? Euh, ja zeker? Nee… Dus ja… Er komen op dit moment dus zo’n duizend mensen, maar waarschijnlijk komt daarvan maar – laten we zeggen – tien procent, maar ja… Tweehonderd mensen? Zoiets ongeveer, denk ik, ja. Heel veel, ik weet het. (geniet) Tuurlijk mag jij komen. (wissel van blik met ouders)       Ja, van mijn ouders moet ik zeggen dat het niet kan omdat tweehonderd echt veel is, maar ik zou zeggen: ‘Kom gerust af. Dan wordt het eens zo leuk!’ (wil zichzelf slaan) (zelfbewust) Mijn ouders? Ik weet niet. Ja, of via Facebook, hé. Ja. Dat komt op hetzelfde neer. (lacht) Ik zou het in elk geval súper vinden als je kwam. (wil zichzelf nogmaals slaan) Tussen die duizend achthonderd – tweehonderd mensen, ken jij niemand? Nee, het is nooit leuk als je niemand kent. Nee. Dat is goed. Breng maar mee!                                Dag Mathijs. Daaa-aaag. Paul:                      Sylke Van Pael! Sylke:                    Laat mij gerust. Paul:                      Waar haal jij het lef vandaan, Sylke? Sylke:                    Een iemand meer of minder gaat het verschil ook niet maken, wel? Paul:                      Celien, dit loopt verkeerd af. Onze dochter is ontspoord! Celien:                  (vergoeilijkend) Paul! Paul:                                     Jij belt die Mathijs nu op en hem zegt hem dat hij niet komt. En dat hij zijn vrienden ook thuis laat. Sylke:                    Nee. Paul:                      Toch wel, Sylke. Zeg maar dat je vader het zo heeft gezegd. Sylke:                    Yeah, right! Papa, dat kan ik niet maken! Paul:                                     Jij belt Matthijs nu op. Jij moet leren verantwoordelijkheid opnemen voor de acties die je stelt, Sylke. Sylke:                    Ik zal hem een berichtje sturen. Paul:                      Je belt hem op. Ik wil het je horen zeggen aan de telefoon. Sylke:                    Papa! Paul:                     Sylke… Sylke:                   Stuur hem dan een bericht via Facebook! Als jij daar toch op zit om mij te bespioneren. Hij heet Mathijs Verdonck. Celien:                 Mathijs komt! Paul:                      Celien! Wat is … Waarom? Celien, ik zou liever hebben dat je je hier nu even niet mee moeit. Sylke:                    Ik zal iemand anders afbellen in zijn plaats. Paul:                     Wie dan? Sylke:                    Ik weet niet. Ik vind wel iemand. (neemt haar gsm) Paul:                                     Iemand die je niet kent, zeker? Je zal wel iemand vinden tussen die duizend achthonderd man. Sylke, ik wil gewoon dat je beseft… Pauls gsm rinkelt. Misschien heeft hij een aangepast tune voor zijn dochter. Misschien neemt hij inderhaast op en beseft hij het dan pas.                                 Sylke Van Pael! Adderkop! Houd je dit nog voor mogelijk, Celien? Jouw dochter slaagt erin … Celien:                 Ze is verliefd,  Paul! Sylke:                    Mama! Celien:                                 Het is toch waar, liefje? Je bent verliefd op Mathijs en daarom betekent het heel veel voor jou dat hij naar jouw feestje komt. Dat is normaal, Sylke. Paul, onze kleine meid wordt groot. Paul:                     Perfect. Dit is gewoon perfect. Celien:                  Ik denk dat ze met plezier tien andere mensen afbelt, maar niet Mathijs. Hé, is dat geen idee? Zo drukken we direct het bezoekersaantal een beetje naar beneden. Paul:                     Dat zal veel schelen op duizend achthonderd gasten. Celien:                 Duizend achthonderd of honderdtachtig? Wat is het nu eigenlijk? Paul:                      Het zal mij benieuwen. Ik weet het niet. Weet jij het? Ik zie het al gebeuren: duizend puistenkoppen voor de deur – misschien het dubbel, wie zal het zeggen? ‘Zijn er pintjes? Mag ik er nog twee voor mijn maten?’ Sylke:                    Er zullen er echt wel veel hun eigen drank bijhebben, hoor. Paul:                      Ah, nog beter… Dan kunnen ze zichzelf lamzuipen! Celien:                  Overdrijf je nu niet? Paul:                                     Ik weet het niet. Wat denk jij dat ze bedoelen met: (leest af van het scherm) “Sylkes b-day d-day :* scheefgaaaaan!!! Epic partaaaaaaa.” Sylke:                   We kunnen vragen aan de mensen van de scouts of we hun tenten mogen gebruiken. Misschien kunnen we het zelfs op hun terrein doen. Of op het voetbalveld? Celien:                  Zie je het allemaal niet een beetje te groots, Sylke? Sylke:                    We hebben geen keuze, mama! Paul:                                     En, als het er nu bijna tweeduizend zijn. Wie zegt dat het er dan morgen geen drieduizend zijn? Sylke:                    Dat kan toch niet. Zoveel mensen ken ik toch niet. Paul:                                     Ken je niemand met een voetbalstadion? Dan lopen die nozems hier over straat. Ze nemen de winkelkarretjes van de supermarkt om een beetje mee door de straat te racen. Oei, ze rammen ‘per ongeluk’ de auto van een brave, hardwerkende mens hier uit de buurt. De buurman heeft het gezien. Hij wordt boos, rent de straat op, rukt zijn haren uit van ellende, want zijn verzekering is zojuist verlopen. Ah, dat vinden ze wel grappig, die hooligans. Kom, dat doen we nog eens. Oh, een lantaarnpaal! Kan je die losvijzen en als nachtlampje gebruiken? Kom, we steken hem binnen bij Sylke Van Pael. Die is jarig! Sylke:                    Papa! Jij hebt echt veel fantasie. Paul:                      Ik ben toch ook jong geweest! Sylke:                    Toch niet als we vragen aan de mensen van … Paul:                     Geloof, mij, ik weet waartoe de jeugd in staat is. Sylke:                   Geef hen dan iets om zich mee te amuseren. Een optreden, muziek, … beachvolley. Celien:                 (in zichzelf) Het is maart, hé. Paul:                     We bellen de politie! Sylke:                    Wablief? Celien:                 Denk je? Paul:                      Ik schrijf een brief aan de burgemeester. Sylke:                    Da’s al beter. Paul:                      En, we bellen de politie. Sylke:                    Papa, nee! Paul:                      Jawel. Celien:                                 Papa heeft gelijk, Sylkeke. We doen niks mis met de politie te waarschuwen. Eigenlijk is het zelfs een beetje onze plicht. Sylke:                    En dan? Paul:                      Ja, dan…  Sylke:                    Het gaat nog rond, hé. Wie weet hoeveel mensen sluiten zich nog aan? Paul:                      Jij gaat dat evenement nu annuleren op Facebook! Sylke:                    Nee! Celien:                 Doe wat je papa zegt. Sylke neemt plaats achter de computer. Paul:                     En ik bel morgenvroeg de politie! Of, neen! Ik ga er langs. Celien:                 Zal ik meegaan? Sylke:                    Wat doe ik dan met de vijftig mensen die ik mocht uitnodigen? Celien:                                 Maak maar gewone, papieren uitnodigingen met glitters en stickers van Hello Kitty. Op zolder ligt nog een hele doos vol! (zet zich aan de computer om het event te annuleren.) Sylke:                    Zo cool, mama! Weet je nog iets?                                Trouwens… Wie zegt dat dit gaat helpen? Paul:                     Hoezo? Sylke:                    Iemand heeft het op Youtube gezet. Die video kan ik natuurlijk wel rapporteren… Paul:                     Wablieft?   Sylke speelt het Youtube-filmpje af. We horen hoe een stel jongens in de film Sylke aanroept als was ze een natuurgodin met magische krachten:  Sylkeee, Sylkeee!  Sylke vindt het een hilarisch filmpje.   Celien:                 Charmant! Heel charmant! Paul:                     En wanneer ging je ons hierover vertellen? Sylke:                    Ik dacht niet dat het zo belangrijk was.   De telefoon gaat. Celien neemt op. Celien:                 Goedenavond. Celien Van Pael. Welk productiehuis zegt u? Neen, dat ken ik niet. Hoe komt u aan mijn nummer? Mmh… Mmh… (met haar hand op de hoorn) Ze vragen of ze Sylkes verjaardag live mogen uitzenden van bij ons thuis. Ze zeggen dat dit het eerste Project-X-feest is in ons land en dat het in Duitsland grondig is misgegaan. Vandaar… (luistert opnieuw) Ze zeggen dat we het moeten zien als een soort van verzekering. Ze betalen alle gebeurlijke schade terug. Sylke trekt ogen als golfballen. Paul gebaart dat dit soort ideeën niet spoort. (in de telefoon) Daar zullen we nog eens flink over moeten nadenken, mevrouw.                                Oh, ja. Een heel interessant aanbod. Inderdaad. Bedankt! Ik ga opleggen nu, hoor. Ik leg op… Oh, kijk. De patatjes koken. Dag mevrouw. Da-ag. Celien drukt af. Paul:                     Dit is geen goed teken. Dit is niet goed! Sylke:                   Mama, papa… Ik snap het niet. Het is zo raar. Mijn feestje blijft erop staan. Ik krijg het er niet vanaf.     3.    Kwestie van dat interview Celien staat te repeteren voor de komst van een reporter van de regionale televisie. Ze probeert verschillende gradaties van overtuigingskracht uit voor haar oproep om vooral niet naar het feest te komen. Daarbij probeert ze nu eens het ouderlijk dreigement, dan weer regelrecht pathos. Occasioneel werpt ze een blik in de spiegel of het raam om zichzelf te fatsoeneren. Dan, schrikt ze van de bel. Wanneer ze de deur opent, staat er een reporter voor de deur en een cameraman wiens camera loopt.  Reporter 1:        Goedemiddag mevrouw Van Pael. Mevrouw Van Pael, u zit met zware zorgen, is het niet? U zit met een ei – om het zo te zeggen en u hoopt dat wij u daarvan kunnen verlossen, nietwaar? Vertel, mevrouw Van Pael, moeder van Sylke Van Pael, organisatrice van het Project-X-feest, hoe kunnen wij u daarbij van dienst zijn? Celien:                 Goedemiddag. Koffie? Reporter 1:        Nee, bedankt. De camera loopt.                                (tegen cameraman) Jij? Cameraman schudt van nee met camera. Celien:                 Eh… Reporter 1:        Laat mij u helpen de zaken op een rijtje te zetten. Uw dochter wordt zaterdag zestien. Celien:                 Over vier dagen, ja. Reporter 1:        En ze geeft een feestje. Celien:                 Ja. Dat mocht ze. Reporter 1:        Ze mocht een feestje geven voor haar zestiende verjaardag, een sweet-16-party. Celien:                 Ja, dat leek ons wel leuk. Ze wordt groot, hé. Reporter 1:        Vertelt u eens meer over dat feestje, mevrouw Van Pael. Celien:                 Ja, er komen veel mensen. Reporter 1:        De teller staat op vierduizend zevenhonderdtweeënzestig en telt door. Celien:                 Ja, dat was dus helemaal niet de bedoeling, hé. Reporter 1:        Niet? Celien:                 Nee, op deze manier is het niet meer plezant. Reporter 1:        Niet? Celien:                 Nee, het is gevaarlijk. Reporter 1:        Ah, ja? Celien:                                 Beeldt u zichzelf in: vierduizend mensen hier in huis. Waar moeten die blijven?  Onze tuin meet zes bij zeven. U kan het zich wel voorstellen, denk ik: straten vol jongeren. Die drinken misschien al eens graag een pintje. Wie gaat dat controleren? Ik begin daar niet aan. Reporter 1:        Goed, mevrouw Van Pael. Gaat u vooral door. Celien:                                 Het ergst van al is: mijn dochter kent de helft van die mensen niet. Ze hebben gewoon zichzelf uitgenodigd via Facebook. Reporter 1:        Het was een open invitatie, in feite heeft Sylke de hele wereld uitgenodigd. Celien:                                 Dat is misschien waar, maar ik denk niet dat zij bijvoorbeeld cadeautjes zouden meebrengen. Of wel? Ik bedoel: kennen zij mijn dochter? Weten zij wat ons Sylke leuk vindt? Nee! Wel, dan hebben ze hier ook niks te zoeken. Reporter 1:        Wat zou Sylke leuk vinden, mevrouw Van Pael? Celien:                                 Van alles! Daar gaat het niet om! Wij moeten die cadeaus niet. Kijk, ik zeg tegen iedereen die van plan is om te komen: blijf thuis. Reporter 1:        U trekt de uitnodiging van uw dochter in? Celien:                  Ja… Neen! De mensen die ons Sylke goed kennen mogen komen wat mij betreft. Ik heb gezegd dat ik de hapjes doe en ik wil mij nog altijd wel engageren. Maar alstublieft… vijftig mensen is de limiet. We wonen niet in een paleis, maar ik zou de mensen toch graag in ons huisje ontvangen. Reporter:            U stelt voor dat de eerste vijftig mensen mogen komen meevieren met Sylkes verjaardag? Celien:                                 Nee, dat zeg ik niet. Ik doe een oproep aan alle ouders zoals mezelf: Ouders, laat uw kinderen thuis. Reporters:          Mogen de ouders wel komen? Celien:                                 Nee!  Hier is toch niks te beleven? Kijk rond u: dit is het bescheiden stulpje van een eenvoudig gezin. Wat zouden al die snotneuzen hier komen doen? Dat ze thuisblijven en zelf een feestje organiseren. Dat ze hun ouders naar de cinema sturen! Reporters:          Goed, mevrouw Van Pael. Ga door. Celien:                  Ik doe dit voor ons Sylke. Het is zo’n goed en lief kind. Reporter 1:        Hoe voelt Sylke zich, mevrouw Van Pael? Celien:                                 Ze is bang, heel bang. Bang voor hooligans, bang voor schade aan ons huis en aan de buren. Bang dat haarzelf misschien iets overkomt. Ze heeft iets goeds en leuks willen doen en dan nu dit. Ik denk dat ze zich verantwoordelijk voelt. Ze weet niet dat ik dit doe, maar ik doe het voor haar. Dit heeft ze echt niet verdiend. Ze heeft recht op een gewoon, gezellig feestje. Reporter 1:        U vraagt met klem aan de mensen om thuis te blijven. Celien:                  Met klem, inderdaad! Reporter 1:        Wanneer is dat feestje? Celien:                  Volgende week zaterdag; twaalf maart. Reporter 1:        Om hoe laat? Celien:                 Vanaf zeven uur.   De deur gaat open. Sylke komt binnen.   Reporter 1:        Bedankt mevrouw Van Pael. (richt zich weer tot de camera) U hoort de boodschap duidelijk. Uit angst voor een massale toeloop van feestende jongeren roept mevrouw Van Pael, moeder des huizes, op om niet te komen volgende week. Zaterdag, twaalf maart, vanaf zeven uur. Waar zei u dat het was? Celien:                 Zeg, check Facebook, hé!   Reporter 1:         (tegen de cameraman)                                Kim! Kim! Sylke op negen uur. De cameraman doet een driekwartdraai om vervolgens Sylke in het vizier te nemen. Sylke:    Oh my God! Dit meen je niet. Reporter 1:        Sylke Van Pael, het feestvarken. Sylke:    Wat doen jullie hier? Reporter 1:        Sylke, je mama heeft een oproep gedaan aan iedereen om niet naar je feestje te komen volgende zaterdag. Wist je daarvan? Is dat geen teleurstelling voor jou? Sylke:    (ontzet) Mama! Celien:                                 Sylke, vierduizend mensen is een onverantwoord getal. Ik moest iets doen. Reporter 1:        Ben je teleurgesteld in je moeder, Sylke? Sylke:                    Nee. Reporter 1:        Ben je bang? Sylke:                    Voor zaterdag? Waarom? Van welke zender zijn jullie? 2B, VTM, Vier TV, … ? Reporter 1:        RTV Zelegem voor het nieuws van zeven uur. Sylke:                    (tikkeltje teleurgesteld) Oh… Reporter 1:        Wil je de mensen thuis iets zeggen, Sylke? Is het waar dat je een soort tranceparty wil houden op de terreinen van de voetbal? Heb je al bedacht wat dat met het veld zou kunnen doen? Sylke:                   Euh… nee! Ik speel geen voetbal. Zeg… Is dit wel nodig? Ik wil eigenlijk liever niet op tv. Kunnen jullie mij er niet gewoon uitknippen? Reporter 1:        Ben je serieus? Sylke:                    Ja. Reporter:            Oké dan.                                (doet teken aan de cameraman om te stoppen met filmen) Celien:                                 Kom… Jullie hebben alles wat jullie nodig hebben. Ik mag er toch op rekenen  erop dat jullie de boodschap klaar en duidelijk uitzenden? Reporter 1:        In het nieuws van zeven uur al! Celien:                 Maak er iets moois van, hé! Reporter 1:        Doen we!   De reporters gaan buiten. De cameraman neemt nog snel een panshot van de woonkamer alvorens de reporter de deur dicht trekt.   Sylke:                    Mama! Wat heb je gedaan? Celien:                                 Ik moest iets doen, Sylke. De brief van je vader is uitgelekt in de pers en je kan toch niet laten gebeuren dat de media er hun eigen verhaal van gaan brouwen? Hoe is het met jou? Sylke:                    Maar, nu komen er nog meer mensen! Celien:                                 Kom nu, Sylke! Wie krijgt er nu zin in een feestje door een jengelende moeder in een keuken van de jaren negentig? Ik heb zelfs mijn schort nog aan! Sylke:                    Mama… Celien:                                 Het is niet erg, Sylke. Ik heb mijn kansen gehad toen ik jong was. Dit is het beste wat ik kon doen. Sylke:                    Weet papa ervan? Celien:                                 Papa hoeft niet alles te weten, dus hoef jij het hem ook niet te zeggen. Hij zit er al zo hard mee. Hij slaapt amper. Sylke:                   Het probleem is, mama, dat als jij op tv geweest bent, niet alleen iedereen op school of van ik-weet-niet-welke andere club ervan afweet. Het probleem is dat nu iedereen van Zelegem tot Zulder ervan afweet. Wedden dat er binnenkort van jou ook een filmpje op YouTube staat? Celien:                  Kip! Kip die ik ben! Kip! Kip! Kip! Natuurlijk: ik zit niet op Facebook en ik wist er ook van! Sylke… Ik heb het toch niet nog erger gemaakt, hé? Zeg dat het niet waar is. Ik heb het erger gemaakt! Domme gans die ik ben! Niks zeggen tegen papa, hoor. Hoe was het op school? Sylke:                   Crazy! Die van Frans zegt dat ze zaterdag komt linedancen met haar club als ik mijn buis voor vocabulaire niet ophaal. Celien:                 Heb je een buis voor Frans? Sylke:                    Toch altijd? Celien:                 Daar moet je dan toch beter je best voor doen. Sylke:                    Ik heb momenteel wel wat anders aan mijn hoofd. Celien:                 Mathijs zeker! Sylke:                   Mama! Binnenkort staat er hier misschien een bende van vierduizend man en jullie doen alsof alles opgelost is door te zeggen dat het feestje niet doorgaat. Celien:                 Je hebt je Facebookevenement toch gecanceld? Sylke:                    Ja! Celien:                 Dat is dan al een goed begin. Sylke:                    Je snapt het niet. Wat heb je gezegd? Celien:                  Op tv? Ik heb iedereen gezegd om thuis te blijven omdat er geen feestje is. Sylke:                    Ik krijg toch nog een feestje, hé? Celien:                  Natuurlijk, Sylke! Sylke:                    Je hebt toch niks over mij gezegd!? Celien:                  Ik heb gezegd dat je bang was. Sylke:                    Bang? Celien:                  Ik heb gezegd dat je héél bang was. Sylke:                    Waarom? Celien:                                 Zodat de mensen zouden beseffen dat er een grote verantwoordelijkheid rust op jouw kleine schoudertjes en ze wel twee keer zouden nadenken vooraleer ze de boel hier kort en klein zouden beginnen slaan. Sylke:                    Wat!? Celien:                                 Als ik zoiets zou zeggen over mezelf, heeft dat helemaal geen effect. Ik ben anders bang genoeg! Sylke:                    Top! Echt top! Nu denkt iedereen op school dat ik ga weglopen op mijn eigen feestje. Je bent bedankt! Celien:                 Voor jou kan niemand ooit iets goeds doen. Sylke:                    Ik ga naar boven! Celien:                  Hou je kalm op Facebook, ja!?   Paul komt binnen met een masker op van Sylke. Hij zingt een feestelijk liedje.   Paul:                     La-la-la-la-laa... Sylke:                    What the ...!? Celien:                 Och, kijk nu! Waar heb je dat vandaan? Paul:                     Van het internet. Sylke:                    Dat meen je niet! Van welke site? Paul:                     www.project-x-Zelegem.com Wat vind je van mijn mooie haren? Sylke:                    Papa, dit is echt niet grappig! Paul:                     En mijn lange wimpers? Sylke:                   OMG! Ik sta keislecht op die foto! Wie heeft die van mijn Facebookpagina gehaald? Celien:                                 Was dat niet aan het zwembad in Griekenland? Ze hadden wel iets recents kunnen nemen, niet? Paul:                                     Sylke, kind, als jij tien procent kreeg van alles wat er op die website verkocht werd, dan was je nu al binnen! T-shirts, bierbekers, zelfs een gettoblaster! Celien:                                 Dan moet ze deze zomer niet gaan werken. Ah nee, wij trekken auteursrechten! Paul en Celien lachen. Sylke:                    OMG! Dit is zo gênant! Paul:                                     Dan zijn we er in één moeite vanaf, en we kunnen een beetje gaan rentenieren! De boxershorts vond ik erover. Op het pedofiele af, in feite. Sylke:                    Wat? Paul:                      Rustig, liefje. Ik denk dat ik de gegevens heb van de vlegel die erachter zit. Die hoort nog van ons.                                 Vertel. Hoe gaat het tegenwoordig op school? Celien:                  Ze heeft een buis voor Frans. Sylke:                   Kurt noemt mij Lady Gogo. En echt iedereen kijkt naar mij, constant! Iedereen praat erover, non-stop. Tijdens de middag kwam er zo’n pummeltje van het eerste naar mij om te vragen of hij ook mocht komen. ‘Ik dacht het niet,’ zeg ik. ‘Om acht uur moeten snotneuzen als jij al lang in hun bed liggen.’ ‘Da’s niet waar,’ zei hij. ‘Ik kom lekker toch en ik pak al mijn vrienden mee.’ ‘Wat, die twee daar?’ zeg ik. ‘Nee, die’ en hij wijst naar echt alle eerstejaars die een beetje verder stonden te apegapen naar ons. En dan…                              ‘Komt Dirk? Komt Steffi? Komt Bilal? Komt Tooki?’ De hele dag! Euh… er komt vierduizend man naar mijn feestje. Ik weet echt niet wie allemaal. Sorry! Zoek het zelf op. Ik krijg er stress van! Paul:                     Zou het niet beter zijn als we het hele feestje gewoon afblazen? Sylke:                    Zot! Paul:                                     Er is geen feestje. Niemand heeft hier iets te zoeken. Ga naar huis. Amuseer je daar! Wat denk je daarvan, Celien? Celien:                 Niet slecht. Alsof het mijn eigen woorden zijn, feitelijk. Sylke:                    Nee! Nu gebeurt er eens iets cool in mijn leven! Paul:                                     Sylke, denk na. Je wordt er zestien. Je hebt nog tijd genoeg voor feestjes. Dit gedoe is zo ontzettend aan het ontsporen. Het is ronduit gevaarlijk. Ik heb vanmiddag vierduizend mensen geteld op Facebook. En jij? Sylke:                    (trotserig) Vierduizend achthonderdentwaalf ondertussen. Paul:                     Hoe is dat mogelijk? In één dag? Dit gaat mijn petje ver te boven. Sylke:                    Maar, het duurt nog zeven jaar eer ik terug jarig ben op een zaterdag! Paul:                                     Trouwens, morgen zien we de burgemeester. Hij heeft mijn brief ernstig genomen. We hebben alle redenen om aan te nemen dat de overheid aan onze kant staat. Sylke:                   Papa, als je mijn feest opblaast dan pleeg ik zelfmoord en verander ik van school, echt waar! Paul:                     That’s it! We blazen het af. Sylke:                    Mama heeft het mij beloofd! Celien:                                 ‘We verzinnen wel iets’ heb ik gezegd. Tante Madeleine heeft al laten weten dat ze ons wilt opvangen en ze wilt cake bakken. Da’s lief, toch? Trouwens, waar Madeleine woont, komt geen kat. Daar zitten we ver genoeg van de drukte en we kunnen er nog altijd gaan bowlen, of zo. Sylke:                   OMG. Ik sterf. Echt. Bowlen!? Bij tante Madeleine? Het stinkt daar naar geiten! Celien:                 Sylke, hou je kalm! Paul:                     Wat een opluchting! Vind jij het geen opluchting, Celien?                                Het is de beste beslissing die we kunnen nemen, liefje. Celien:                 Paul, ik heb iets gedaan dat misschien… Paul:                     In tussentijd is het belangrijk dat niemand van ons praat met de pers. Sylke:                    Voor mij is dat goed! Paul:                                     Ieder van ons houdt de lippen stijf op mekaar: geen contact met de radio, de tv of de krant en al zeker geen roddelblad. Helemaal niks! Begrepen? Dan zeg je maar: ‘Geen commentaar’ of zo. Begrepen, Sylke? Sylke:                    Mama ook dan, hé? Paul:                     Ah natuurlijk. Mama ook. Celien? Celien:                 Uiteraard. Paul:                     Wat zei je dat je had gedaan dat misschien… Celien:                 Ik heb heel misschien de tv kapot gemaakt! Ik weet het niet… Paul:                     Hoezo? Celien:                 Ja vanmiddag! Voor Sylke thuiskwam. Paul zet de tv aan. Paul:                     Die werkt prima. Celien:                 Dan heb ik op een verkeerde knop gedrukt. Paul:                     Hier is niks mis mee. Paul zapt door alle posten en komt bij RTV. Paul:                                     Als jullie het goed vinden, laat ik hem staan voor het nieuws van zeven uur. Sylke:                    Da’s goed! Paul:                     Het is goed mogelijk dat het al op RTV komt. Celien:                 Da’s best mogelijk, ja.   Een MTV-achtige clip van Celiens paniekscheuten?     4.    Dag meneer de burgemeester Ronald Van Dingenen, de burgemeester, belt aan. Hij is in gezelschap van social media expert, Esma Tallouis. Paul:                     Dag meneer de burgemeester.                                (Paul drukt hem de hand.) Ronald:                Goedenavond meneer Van Pael.                                (knikt in de richting van Celien) Mevrouw. Celien:                 Celien! Ronald:                Heel overtuigend, gisteren op RTV. Knap! Celien:                 (gegeneerd) Dank u. Ronald:                (knikt in de richting van Sylke) En de dochter… Dag Sylke. Sylke:                    Hoi. Paul:                     Wees welkom. Zet u. Ronald:                Dank je Paul. Ik had u natuurlijk kunnen uitnodigen op het gemeentehuis, maar dat is zo onpersoonlijk. Nee, ik kom liever zelf tot bij de mensen, zeker wanneer het een zaak betreft die wel degelijk alle inwoners van Zelegem aanbelangt. Ik leg mijn oor graag zelf te luisteren bij het volk, voor het volk uiteraard. (stilte) Dus! Laat mij beginnen met te zeggen dat ik uw schrijven enorm waardeer. Daaruit blijkt uw bezorgdheid en betrokkenheid bij het welvaren van onze gemeente, want ik geloof wel degelijk dat het hier een zaak betreft die de veiligheid van onze inwoners mogelijk flink in het gedrang brengt, is het niet? Paul:                                     Laten we hopen dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen, maar ik vrees dat we ons grondig moeten voorbereiden… Ronald:                                Op het ergste. Dat denk ik ook. Voor de veiligheid van onze burgers rest er ons geen andere keuze.                                 En Sylke, had jij dit verwacht? Sylke:                    Totaal niet. Ronald:                                Dat dacht ik al. Als burgemeester en hoofd van de politie kan ik vertellen dat onze mensen – dat wij allen – ons  best zullen doen om zaterdag vreedzaam te laten verlopen zodat er geen brokken vallen. Is dat een geruststelling? Paul:                      Toch wel. Sylke:                    Ik weet het niet. Ik denk gewoon niet dat het een oplossing is om … Celien:                  Ze heeft het er heel moeilijk mee, meneer de burgemeester. Ronald:                 Dat begrijp ik. Celien:                                 Ze droomt nog altijd van een groot feest en dat iedereen zich dan zou amuseren. Sylke:                    Ik wil gewoon… Ronald:                 Jullie hebben toch alles afgeblazen, mag ik hopen? Laat daar toch minstens klaarheid over bestaan. We moeten onze aanpak op mekaar afstemmen. Ik kan zomaar geen politietroepen mobiliseren en een beroep doen op de eenheden van collega’s als iedereen zomaar zijn zin gaat doen. Dat begrijp je wel, hé Sylke? Het gaat hier niet om jou, maar om de veiligheid van alle inwoners van Zelegem en de jongeren zelf natuurlijk! Paul:                      Sylke? Sylke:                    Ja. Paul:                                     Sylke, ik begrijp dat je nog heel jong bent voor dit soort zaken, maar ben jij bereid om je burgerplicht op te nemen? Sylke:                    Dat zal wel zeker. Paul:                                     Heb je weet van iemand die van plan is om heibel te komen schoppen zaterdag? Sylke:                    Maar nee! Dat zou ik toch wel zeggen zeker! Ronald:                                Nu begrijp ik natuurlijk wel dat het hier om een heel complexe aangelegenheid gaat en daarom vond ik het raadzaam – bij gebrek aan expertise van mijn kant uit over deze toch wel heel specifieke materie – om een social media expert in te schakelen. Ik ben jullie vergeten voorstellen! Mijn excuus!                                 (gebaart naar Esmé om zich voor te stellen) Esmé:                   Esmé Tallouis. Aangenaam. Ronald:                 De familie Van Pael. Ze schudden handen. Esmé klapt een hyperinnovatief scherm open; of sluit haar device aan op het gigantische scherm van het gezin Van Pael; of projecteert gewoon het hele ding op een muur. Vervolgens laadt ze haar presentatie zodat die klaar is wanneer ze moet spreken. Ronald:                                Dat is dus ongelooflijk, hé… Die social media experts worden tegenwoordig door bedrijven ingehuurd om een hele dag lang te twitteren en op Facebook te zitten. Celien:                  (tegen Sylke die aan het sms’en is) Da’s wel iets voor jou, niet? Ronald:                                Om maar te zeggen. Je mag het belang van die dingen niet onderschatten. Sylke:                    Ik heb nog een vraag voor de burgemeester. Ronald:                 Ah, ja? Sylke:                    Ja. Ronald:                 Zeg maar. Sylke:                    Gaat de nachtwinkel open zijn? Ronald:                                Dat is een goede vraag. En… ja, ik denk dat de nachtwinkel open zal zijn. Wanneer sluit die gewoonlijk? Op maandag zeker? Esmés gezicht verschrompelt van onwetendheid. Ja, dan is de nachtwinkel open. Celien:                  Is dat wel een goed idee? Ronald:                 Interessante kwestie! Het is een goede vraag, Sylke. Bedankt. Paul:                      Waarom moet jij dat weten? Sylke:                    Gewoon. Dat is toch een normale vraag? Ronald:                                Nu, ik kan jullie garanderen dat er in de hele politiezone een strafbaarstelling zal gelden van alcoholbezit vanaf – ik geloof – één pint per persoon als je natuurlijk gerechtigd bent om alcohol te drinken. Wij tolereren geen kleuters met bier. Dat zou de overlast toch al aanzienlijk moeten beperken. Paul:                      U licht morgen alle buren in van alle maatregelen? Ronald:                                Op de buurtvergadering morgen licht ik iedereen in. Maar ik kan jullie nu al garanderen dat we alle fouten van onze voorgangers gaan vermijden. We bewaken niet alleen jullie huis; neen, we stellen een perimeter in die geldt voor de hele straat. Zo kan het volk meteen lateraal omgeleid worden. Paul:                      Schitterend! Celien:                  Dat is fantastisch nieuws! Wat een opluchting! Sylke:                    Stopt de bus hier dan nog in de straat? Ronald:                Ah, nee! De bus zal dan niet meer stoppen in jullie straat. Dat zou niet logisch zijn. Had je nog iets anders? Sylke:                    Nee. Ronald:                 Goed, dan geef ik nu graag het woord aan Esmé. Esmé:                   Bedankt, Ronald. Paul:                      Ik ben benieuwd! Esmé:                   Eigenlijk kunnen we stellen dat Sylkes feestje is uitgekozen. Sylke:                    (glundert) You’re kidding! Esmé:                   Ik onderzoek hoe dat komt. Celien:                  Dat komt door die Facebook, zeker? Esmé:                                   Daar is op zich niks mis mee. Mensen maken zo vaak evenementen bedoeld om nog anderen op uit te nodigen. Sylke:                    Zie je wel? Ik snap gewoon zelf niet hoe het komt dat iedereen nu juist naar mijn feestje wil komen. Ik heb zelfs nog nooit een feestje gedaan! Dit is mijn eerste! Stel je voor! Fien heeft nu ook een feestje aangemaakt op Facebook, maar dat gaat lang niet zo hard. Ik snap het gewoon niet. Ik bedoel… Jullie kennen Fien niet. Iedereen praat altijd over Fiens feestjes. Esmé:                   Nu, populariteit heeft er eigenlijk niks mee te maken.  Sylke:                    Wat dan wel? Esmé:                                   Op het evenement dat jij hebt aangemaakt, hebben aanvankelijk nog geen twaalf mensen gezegd dat ze wilden komen. Sylke:                    Twaalf? Esmé:                   De feiten zijn de feiten, ook al zijn ze virtueel.                                Pas toen het evenement is gedeeld door een aantal sleutelfiguren, is de bal aan het rollen gegaan. Sylke:                    Welke sleutelfiguren? Esmé:                                   We zien hier… Kenny Verdrocht, Meredith Broeckx, Daoud El Filali, Chloë Dujardin, Elke Scheremans, … Dat zijn mensen die telkens meer dan vijftig mensen hebben aangetrokken. Sylke:                    Chloë? Esmé:                   En dan is je feestje gekaapt. Celien:                  Wablieft? Esmé:                                   Ene Davy Verdrong heeft het gekopieerd onder de vlag van Project X. Daarom kan je het niet meer verwijderen op Facebook. Sylke:                    Zie je wel?! Esmé                                    Maar van zodra de brief van Paul Van Pael is gelekt in het nieuws en de media erop zaten, is het event razend hard beginnen gaan. We zien hier een duidelijke toename van het aantal gasten bij elke vermelding in de mainstream media. Opvallend is ook dat een kleine zender als RTV hier behoorlijk goed scoort, wellicht heeft dat te maken met het aantal heruitzendingen binnen hun zendtijd. Nu goed, het werd Davy Verdrong daardoor wellicht te heet onder de voeten. Toen heeft hij de pagina doorgeschoven naar Mike Spencer. Ken je die? Sylke:                    Nee. Esmé:                   Hij woont in Nieuw-Zeeland. Paul:                      Slim! Verdomd slim. Hem zullen ze niet gauw vinden. Esmé:                   En de neonazi’s blijven ook buiten schot. Celien:                  Neonazi’s? Esmé:                                   Davy Verdrong is lid van een neonazistische groep. Verder weten we dat hij Sponge Bob en Nutella ook leuk vindt.                                                Door de content van de posts te scannen, krijgen we zicht op welke mensen komen met gewelddadige intenties. Ronald:                Heel handig! Paul:                      Ongelooflijk! Esmé:                   Het is een beetje de Arabische revolutie. Maar dan met bier.                                 Heb je de gastenlijst onlangs nog gecheckt? Sylke:                    Achtduizend tweehonderdnegenendertig. Esmé:                                   Elk bericht in de krant of op de televisie zorgt voor een buitenproportionele toename. Vandaar dat een event in een paar dagen zoveel mensen kan bereiken. Celien:                 Dan zouden ze dat gewoon moeten censureren! Paul:                      Ja, Celien! Esmé:                                   Als we hierop klikken, zie je telkens welke aanwezigen en posts het grootste effect hebben gesorteerd. Op mij moet je niet letten. Op het scherm verschijnt een lijst met profielfoto’s en namen: [Kraantje Pappie, Esmé Tallouis, Kriek Lindemans, Davy Verdrong, Politiezone BATS, Taxibedrijf Fonacab, Sloten Dierckx en zoon, Chloë Dujardin, Ronald Van Dingenen, Matthijs Deckers, De Zoo van Antwerpen, Red Bull, Deuren en ramen Fortex, Sandra Lemoulin, …] Paul:                      Ah. De politie komt. Dat stemt mij gerust. Ronald:                                Kijk, ik sta er ook tussen. Mijn zoon heeft mij toegevoegd. Paul:                      Is het waar? Ons Sylke niet, hoor. Nee, ik mocht zogezegd niet komen. Sylke:                    Oh nee, de mossel van Frans! Celien:                  Sylke! Is dat nu Mathijs?                                 Komt er eigenlijk iemand die geen Facebookaccount heeft? Sylke:                    Ja, jij. Esmé:                                   Van hieruit kunnen we de content scannen van elke post gedaan op social media. Zo kunnen we bijvoorbeeld zien wat Kraantje Pappie te zeggen heeft.   Op het scherm: [Hey ya’ll! Whazzup mettat feesje?! Kraantje Pappie zwéért het. Als er 10.000 mensen komen naar Sylkes b-day, is het voor ons d-day: Gratis conceeert. Komen, man! Happy B-day, Sylke!]   Ronald:                 Dit is belangrijke informatie! Esmé:                   (klikt Fonacab aan) [TAXI FONACAB – Project X Zelegem -  SPECIAL: heen- en terug van het station naar het Project-x feest voor maar 5 EUR per persoon. Bestel nu je pizza en je pintje bier voor maar 2 EUR extra.]                                  Hier kan je ook Sylkes posts lezen. [WTF!? Mijn vader wil dat ik mijn FB-account opzeg; Errrr…. Ik dácht het niet!] [Jeej! Kraantje Pappie komt naar mijn verjaardagsfeestje! Hoe cool is dat?]   Paul:                      Geloof jij nu nog altijd dat die gasten komen? Sylke:                    Ze zeggen het zelf! Paul:                     Als er 10.000 mensen komen! Sylke:                    Dat halen we op onze sokken! Paul:                     ‘Dat halen we?’ Waar ben jij mee bezig, Sylke Van Pael? Sylke:                   Het gaat allemaal behoorlijk vanzelf, vind ik. Ik heb er weinig mee te maken. Esmé:                   Ik kan jullie wel aan enkele goede partyplanners helpen, als jullie willen. Paul:                     En waar stel je voor dat Kraantje Pappie zou optreden? In het bushokje? Sylke:                    Zet dan een podium! Paul:                     ‘Zet dan een podium’, zegt ze.                 Jij denkt dat je zoiets in één-twee-drie regelt. Sylke:                   Zo wordt het tenminste leuk! Anders gaat iedereen maar gewoon hangen. Ronald:                                Het is heel belangrijk, Sylke, dat we de jongeren niets geven om zichzelf op te verlekkeren. Dat ze geen reden hebben om te komen. Begrijp je dat? Merte:                 Maar het is mijn verjaardag! Ronald:                (tegen Paul) Ik neem contact op met Kraantje Pappie. Paul:                     Bedankt, Ronald! Ik vraag het je voor een laatste keer, Sylke Van Pael . Ben jij achter onze rug iets aan het bekokstoven? Is er iets wat we moeten weten? Dan is dit je laatste kans om te spreken! Sylke:                   Maar nee! Iedereen doet van alles, ik ga dat echt niet allemaal bijhouden, hoor.   Paul:                      Vooruit, vertel! Wat weet je? Denk goed na, Sylke Van Pael. Sylke:                   De scouts wou een bar doen om hun zomerkamp mee te sponsoren. Kurt wil DJ-en. Dat heb ik al gezegd. Ik vond beachvolley wel een leuk idee. De zandbak in het park is toch groot genoeg. En Elke wilde vragen of de sporthal van hun turnclub wilde opendoen voor als het regent. Ronald:                Mijn oproep zal duidelijk zijn! Dat feestje zal hier niet zijn. Celien:                 Goed zo! Paul:                      En op de voetbal? Sylke:                   Ken ik iemand van de voetbal? Ik dacht het niet! Vraag het hen zelf als je het echt wil weten. Paul:                      Is dat alles? Ben je zeker? Sylke:                    Is het niet genoeg misschien?                                Pfft! Ik ben hier weg! Paul:                                     Anders sluit ik een aparte verzekering af voor jou, hé!? En ik leg mijn aansprakelijkheid af bij de notaris! Dan kan jij zelf voor de rest van je leven betalen als die neonazi’s hier gepasseerd zijn!                                 En nu, naar je kamer. Dat ik je niet meer zie. Sylke:    (roept) Daar ben ik al! Paul:                                     Mijn verontschuldigingen dat jullie hiervan getuige moesten zijn. Deze hele toestand heeft dit gezin onder grote druk gezet, zoals u ziet. Bedankt Esmé voor de verhelderende uitleg. Ik denk dat je meer voor onze dochter gedaan hebt, dan dat je je nu kan voorstellen. Ronald:                                Soms denk ik, Paul, dat het gemakkelijker is een gemeente te besturen dan een puberende dochter. Paul:                                     Dan zou ik evenveel moeten verdienen, is het niet? Ronald en Paul lachen.   Esmé:                                   Als jullie nog vragen hebben, mag je mij altijd bellen. Ik werk niet gratis natuurlijk, maar op mijn website kan je het allemaal nog eens rustig nalezen. Ik heb er een casestudy van gemaakt: www.hoegajeviraal.com. Celien:                 Viraal? Esmé:                                   Uiteindelijk wil ik mijn kennis in een gesystematiseerd model kunnen aanbieden aan marketeers als hulp bij nieuwe strategieën om de markt te bespelen. Celien:                 Ik ben onder de indruk. Esmé:                   Bedankt! Ik ben ervandoor. Ik heb een trein.                                Tot zaterdag misschien? Het wordt alleszins een vet feestje!                                Succes ermee! Iedereen zegt vaarwel op zijn manier. Ronald:                                Ik ben er ook vandoor. Het geeft me wel wat om handen, moet ik zeggen. Paul:                                     Bedankt voor uw komst, meneer de burgemeester. Ik ben er zeker van dat Sylke het ook apprecieert. Ronald:                 Verstand komt met de jaren, hé.                                Maar zeg eens: wat zijn jullie nu zelf van plan te doen zaterdagavond? Celien:                                 We gaan naar mijn zus. Wij blijven hier niet. Wat zouden wij hier binnen zitten doen? Dan zijn er leukere dingen. Ronald:                 Een verstandige beslissing! Paul:                     Ik niet. Ik ga werken. Ronald:                 Het is niet waar! Paul:                     Ik ben brandweerman; ik wil dat de mensen op mij kunnen rekenen. Ronald:                 Een beste man! Paul:                     Bedankt! Ronald:                 En een verstandige vrouw! Celien:                 Soms! Ronald:                                Zorg maar goed voor jullie Sylke! Dat ze haar gedachten een beetje kan verzetten op zaterdag. Celien:                 We hebben al wel een aantal ideetjes. Ronald:                 Prima! Tot morgen! Sylkes ouders zien de burgemeester buiten. Door de opening van de voordeur zien we flitsende camera’s. Ronald:                 (tegen de reporters, terwijl Paul en Celien luistvinken) Er is een noodverordening afgekondigd voor zaterdag. Er geldt een strafbaarheidsstelling op alcohol en risicozones worden afgezet en bewaakt. Er is dus geen reden om te komen naar dat feest en er is geen reden tot paniek. Bedankt! Celien:                 (tegen Paul) Doe dicht, die deur!   Paul zet de tv aan. Hij ziet hun huis, met een reporter ervoor. Hij volgt de reporter en wordt bozer en bozer. Reporter 2:        […] Heeft u misschien geen Facebookaccount? Dit geval is een wel erg groteske illustratie van de gevaren die de sociale media met zich meebrengen en hoe een onschuldige misstap online niet zonder repercussies blijft in het echte leven. We kunnen niet anders dan besluiten dat deze wereld een wereld is geworden waarop ouders hun kinderen niet meer kunnen voorbereiden. Sommigen spreken van een tragedie van Orwelliaanse proporties, anderen van een doodsteek voor het ouderlijk gezag. Kent u iemand die van plan is te komen naar het Project x-feest van Sylke van Pael? Zeg het hem. Zeg het haar: Ga niet! Alsjeblieft. Ga niet! Denk er niet aan om te gaan. Niet doen! Ik zie het je denken: zou ik gaan? Maar niet doen, hoor! Niet gaan Alsjeblieft! Het is zo al erg genoeg. Paul controleert door het raam of hij het misbaksel ziet. Paul loopt het huis uit en het tv-beeld in. We horen hem live en via de tv. Paul:                                     Jullie mogen dit niet uitzenden. Daar geef ik jullie geen toestemming voor. Reporter 2:        Maar… Dit is live. Paul haalt uit met de afstandsbediening. 5.    Inbunkering en desoriëntatie De woonkamer van het gezin Van Pael is veranderd. Waardevolle spullen zijn verstopt. Er hangen spiksplinternieuwe, beveiligde rolluiken. De meubels zijn voor de lichtschakelaars geschoven. De glazen luster is ingepakt. … Sylke en haar moeder zijn in de woonkamer. Sylke heeft een sexy feestjurk aangetrokken, waar tante Madeleine nog iets van zou kunnen leren. De deurbel gaat twee keer kort na mekaar. [Celien wil kijken wie er buiten staat, maar de rolluik is te ver afgelaten. Ze neemt de afstandsbediening van de spikplinternieuwe rolluiken, waar ze niet wijs uit raakt. Ze drukt op een aantal knoppen. De verkeerde rolluik gaat omhoog. Celien wil dit snel ongedaan maken om niet de illusie te wekken dat er iemand thuis is. Ze drukt op een aantal andere knoppen. De juiste rolluik gaat omhoog, maar te ver naar Celien’s zin. Ze is doodsbenauwd voor mogelijke indringers. Ze drukt op de knop die de rolluik weer naar beneden laat, waardoor ze weer niet kan zien wie er voor de deur staat. Ze  probeert de rolluik net zo hoog te krijgen dat ze heimelijk, maar comfortabel kan zien wie er voor de deur staat. Uit haar manier van bewegen  moet blijken dat ze vooral niets verdachts wil laten uitschijnen.] De deurbel gaat opnieuw, twee keer kort, één keer lang. Sylke wil doodgraag openmaken, maar haar moeder houdt haar met een ‘ksst’ staande. De deurbel zeurt een derde maal, kermend bijna. Paul:                     OPENDOEN! We horen een massa metalen plaatjes tegen de tegels kletteren. Sylke loopt naar de deur en doet open. Paul zit op zijn knieën de straatnaambordjes op te rapen die hij heeft laten vallen. Het zijn er zeer veel, zo veel als er straten zijn in Zelegem. Paul:                     Bedankt, dames! Bedankt! Celien:                 Paul, je hebt toch een sleutel? Paul:                     En maar twee handen, Celien! Ik heb er maar twee! Celien:                                 Je hebt zelf gezegd dat we uiterst voorzichtig moesten zijn. Dat zijn je eigen instructies. Paul:                      Dus laat je onze rolluiken de French Cancan dansen? Hoogst subtiel! Celien:                 Twee keer kort, een keer lang hadden we afgesproken. Sylke:                    Laat mij helpen. Celien:                 Wat is dat allemaal? Paul:                                     Geen kat die onze straat zal weten te vinden vanavond! En hetzelfde geldt voor de Kerkstraat, de Priorijstraat, de Statiestraat, het Jarrebesplein, de Van Hooidonckstraat, … Celien:                  Jezus, Paul. Dat zijn precies álle straatnamen van Zelegem. Paul:                                     Dat zíjn alle straatnamen van Zelegem, Celien. Allemaal! We desoriënteren de vijand en brengen hem helemaal van de wijs. Ik laat niet toe dat die hooligans zomaar op ons huis kunnen aflopen. Celien:                                 Ga je ze nog wel kunnen terughangen? Ken jij alle straatnamen uit je hoofd? Paul:                                     Celien… Dat is toch niet nodig. Dan neem ik er toch gewoon een plattegrond bij. Celien:                  Ah, natuurlijk. Paul:                      Ik heb eigenlijk zelfs geen plattegrond nodig. Ik heb een smartphone. (Beseft plots welke nodeloze uitputtingsslag hij gevoerd heeft.)                                SHIT!!! Celien:                 Wat scheelt er, schat? Celien:                 Ben je er één vergeten? Paul:                     … Sylke:                    Niet iedereen heeft een smartphone, papa. Paul:                     Bedankt, Sylke. Celien:                                 Ik vind het heel knap wat je gedaan hebt, Paul. Heel Zelegem mag blij zijn met wat jij doet voor de inwoners. Overal de straatnamen gaan uitvijzen. Je bent een held, lieve schat. Paul:                     Ja. Ja.   Sylkes telefoon gaat. Het is Mere’s beltoon. Sylke:                    Mag ik mijn telefoon? Het is Meredith. Celien:                 Hoe weet jij dat? Sylke:                    De beltoon. Dat is Meredith. Celien:                 Ah zo? Sylke:                    Geef mij mijn telefoon. Celien:                 Afspraak is afspraak. Sylke:                    Geef mij mijn telefoon. Het is Meredith. Celien:                                 (tegen Paul terwijl ze Sylkes gsm geeft.) We hadden hem gewoon moeten wegsteken in de kluis. Sylke:                    (veelbetekenend) Hé Mere. Ça va? Het is mijn blauw topje geworden en … Nee. Dat meent ge niet. Als je mij dit aandoet, spreek ik nooit meer tegen je. Ik luister. Ik luister en het is shit! Nee, dat snap ik niet! Je laat mij gewoon stikken! Ja, doe maar. Doe maar! Trut! Celien:                 Wat was dat allemaal? Sylke:                    Ze komt niet. Celien:                 Ze komt niet? Sylke:                    Ik had haar gevraagd om mee te gaan naar tante Madeleine. Celien:                                 Oh, liefje! Daar heb je ons niks van verteld. Dat had Maddy wel willen weten voor het eten. Sylke:                    Ik dacht dat het wel oké was. Celien:                                 Hoe komt het dat ze niet komt? Ze wil vanavond toch niet op straat gaan rondhangen? Sylke:                    Weet ik veel. Ze komt niet. Ze laat mij gewoon keihard stikken! Sylke rent huilend weg met haar gsm. Celien:                 Sylke Van Pael! Hier met die gsm! Sylke brengt sobbend haar gsm terug en rent dan alsnog weg. Sylke:                    Ik mag nooit niks! Frank De deurbel gaat. Paul:                     Sst! Niet opendoen! Frank, de buurman komt binnen. Paul:                     Frank? Frank:                   Dag Paul. Paul:                     Hoe kom jij hierbinnen? Frank:                   De deur stond open. Paul:                     Wablief? Frank:                   Houden jullie geen feestje? Paul:                                     Het is te zeggen... We hebben wat malaise ondervonden met de gastenlijst. Frank:                   Daar heb ik het een en het ander over vernomen.                                 Nu zat ik toch een beetje met een vraag. Paul:                      Dat begrijp ik. Dat is je recht, Frank. De zaak is hopeloos uit de hand gelopen. Het lag niet in onze bedoeling onze buren op te zadelen met overlast. Ik wil mij  bij deze graag nog een keer persoonlijk bij jou verontschuldigen in naam van m’n hele gezin. Frank:                   Ja, dat staat ook in je brief. Paul:                      Je hebt hem goed ontvangen, zie ik. Frank:                   Ja. Je zult hem wel gewoon bij mij in de bus gedaan hebben, zeker? Paul:                      Celien heeft dat gedaan. Frank:                   Of Celien. Paul:                      Celien, ja. Frank:                   Sylke zie ik zo meteen nog geen brieven bussen. (lacht) Paul:                      Waar kan ik je mee helpen, Frank? Ik moet zeggen… Je bent wel aan de late kant. Frank:                   Is het al begonnen? Paul:                                     Nee. Ik heb alleszins nog niet veel mensen gezien. Maar ik zou zo meteen niet weten wat je nu nog kan doen om je voor te bereiden. Laten we hopen dat het allemaal meevalt. Frank:                   Oh… Het zal wel meevallen, zeker? Paul:                      Frank. Ik moet over vijf minuten vertrekken naar het werk. Het spijt me.                          Wou je nog iets vragen?   Frank:                   Ben je van dienst? Paul:                     Toch wel. Frank:                   Op de verjaardag van je meisje. Dat is sneu! Paul:                                     Ik denk dat dat het beste is wat ik kan doen gezien de omstandigheden. Mijn verantwoordelijkheid opnemen en paraat staan om waar het nodig is. Frank:                   Dat moet je in je hebben, hé.                                 Voor Sylke is het misschien wel leuker dat haar vader gaat werken. Paul:                      (onderbreekt hem) Zelfs de brandweer van Zierzaai is zelfs volledig op stand-by gezet. Dus ik kan – en wil – er echt niet onderuit. Frank:                   Ja. Dat begrijp ik.                                 Nu goed… Ik vroeg me af… Paul:                      Ja. Frank:                   … of het nu de bedoeling is dat wij komen. Paul:                      Wij? Frank:                   De mensen uit de buurt. Je buren…                                 Ik spreek in naam van mezelf hoor.                                 Ik dacht... Ik heb geen plannen vanavond. Paul:                      Je wil komen Frank:                   Ja. Paul:                      Komen helpen? Frank:                   Helpen? Nee! Paul:                      Dan begrijp ik niet wat je bedoelt, vrees ik. Frank:                                   Ik zal mij anders uitdrukken. Voor hoeveel mensen hebben jullie drank voorzien?        Ik wil jullie niet ontgerieven. Ik drink alleen maar bier. Paul:                      Frank! Frank! Frank:                   Kijk Paul, ik raak er niet aan uit. In je brief staat:                                 “Onze vijftienjarige dochter, Sylke, heeft voor haar verjaardag…”                                 Oké, oké. Dat snap ik. Maar dan schrijf je onderaan: “Laat ons de spreekwoordelijke handen in mekaar slaan en een figuurlijk schild vormen tegen de toeloop van zoveel hormonaal geweld.”                                 En dan:                                 “Zaterdag twaalf maart is het zover. U bent gewaarschuwd.”                                 En vervolgens: “Nogmaals: altijd welkom! Onze deur staat open.” Paul:                                     Frank! Dat slaat terug op die alinea meer bovenaan. Hier zo. Waarin ik schrijf dat ik alle vragen wil beantwoorden en steun en zorg wil bieden, niet alleen  als vader van een puberdochter, maar ook als brandweerman van Zelegem en … Frank:                   bezorgde burger. Paul:                     Ja. Frank:                   Dus het is geen uitnodiging. Paul:                     Nee. Frank:                   Oké. Geen probleem. Paul:                     Ik hoop dat je het niet erg vindt. Frank:                   Nee, nee! Ik was natuurlijk wel benieuwd. Hoe dan ook, TV2 zendt het live uit. Paul:                     Ah. Dan hoef je het niet te missen. Frank:                   Voilà. En thuis heb ik ook bier. Paul:                     Zo is dat. Frank:                   Allez vooruit, want jij moet vertrekken zeker? Paul:                     Dat wordt tamelijk dringend, ja. Frank:                                   Gusta en Staf gingen misschien ook een kijkje komen nemen. Misschien ook niet. Paul:                      We zien wel. Frank:                   Is goed. Saluut! Goed vieren vanavond. Paul:                     Bedankt, buurman!       Frank:                   Laat ik de deur open? Celien:                 Doe maar toe Frank, bedankt! Frank verdwijnt. Paul snelt naar zijn boterhammendoos. Paul:                     Godverdegodver… Sommige mensen! Celien:                  Frank is eenzaam, Paul. Je moet dat verstaan. Paul:                                     Eenzaam? Waarom was hij eergisteren dan niet op de bewonersvergadering? Celien:                  Vooruit, vertrek nu. Dan blijf je rustig op de baan. Paul:                      Wie weet zit het verkeer al vast. Celien:                  Veel succes, schat! Paul:                      Dag Celien.                                 (roept in de hal) Dag Sylke! Het is misschien niet wat je in gedachten had, maar probeer er iets leuks van te maken, hé!                                De groetjes aan tante Maddy! Paul wandelt de deur uit. Celien:                 Kom, Sylke, we zijn weg.                                Sylke!                                Sylke? Het is niet het moment om te dralen, Sylke. Wie weet, hoe is het verkeer? Celien loopt naar boven. We horen gebons op de deur. Ze komt terug de woonkamer in.                                Zeg dat het niet waar is, hé. Ze belt haar dochter. Sylkes gsm gaat af. Hij ligt op de salontafel. Celien:                 Shit!     6.    Waar is dat feestje Sylke staat alleen in een voetbalkantine. De andere aanwezigen zijn gesuggereerd. Het zijn vrienden van vrienden van Mathijs en Meredith. Er kan lawaai zijn of een dreigende stilte. Het is er alleszins niet gezellig. Sylke:                    Ik ben hier nog nooit geweest. Ik wil drank. (neemt drank) Bedankt! Depressief zul je bedoelen! Waar is Mathijs? Kan je hem niet bellen? Ik heb geen gsm. Mere heeft mij ook al laten zitten. Tof! Meredith. Mijn beste vriendin. Vroeger. Héhé, grappig! Met een bende halve debielen in dit kot is niet bepaald wat ik in gedachten had. Sorry, hoor. Ik bedoel: het is wel mijn verjaardag. Ik word er zestien. Sorry! Ik bedoel daar niks mee. Ik zeg gewoon: debielen. Dat is toch een woord? Ik ben depressie-ief! Och, het is al goed! Wat? Ja, in je dromen. Grapjas. Word dan maar al snel wakker. Allez, doe niet onnozel. Hier joh! Dit kun je krijgen. (draait zich om een toont haar kont terwijl ze minachtend over haar schouder kijkt.) Zeg! (oprecht geflatteerd) Allez, merci! Wie zijn jullie eigenlijk? Het zal wel. Ja, ik ben Kate Moss! Kan er niks anders op? Beyoncé of zo. Ja, jij mag iets anders goed vinden, hé. Wat? (wantrouwig) Okéééééé. Geen rare dingen doen, hé. Oké, maar ik meen het, hé. Ja, ik ook! (draait zich om met haar vingers in haar oren) Mag ik? Mag ik nu? (draait zich terug om) Oh, dat is kei lief! Is dat voor mij? Oh, dat is lief! Dat hadden jullie niet moeten doen. (buigt zich voorover en blaast kaarsjes uit) Wat? Ja, het zal wel! Wat? Dat zie je van hier. Ha. Ha. Ha. Zoveel heb ik nog niet gedronken, hoor! Nee. Dat doe ik nooit. Waarom zou ik? Nee. Zoveel drink ik niet. Waarom wél? Grappig, hoor! Allez, oké. Het is goed. (neemt een pint en drinkt die ad fundum) Amai, dat kriebelt. Nee, subiet misschien… Nee, toch niet. Goed geprobeerd! Ik weet niet, een gezelschapspelletje?                                Lach maar. Ja, ik vind dansen wel leuk. Alleen? Grappig! Och, bol af! (drinkt nog een pint) Bedankt. Nóg niet zat. Niet zat en niet zot. Saai, hé. Nee! Waarom zou ik? Ik heb dat nog nooit gedaan. En dan? Oké, nu doe je echt debiel. Hé, stop daarmee! Doe gewoon. Blijf ’s van mijn lijf. Echt! Bol af! Pak die pint maar mee! En dan? En dan?                                Amai. Als het zo zit, ben ik weg. Echt! Hey makker. Ik denk niet dat jij hier woont, wel? Laat dat dan toch gewoon!                                Liever saai dan crimineel. Wat? En jouw moeder viel flauw toen ze zag hoe lelijk jij was. Kruip daar dan op, hé. Oké, ik ben hier nu weg. Echt! Dit is echt niet meer leuk.                                Laat mij door!                                Laat mij door, zeg ik. 7.    Waar is Sylke? Het is zes uur ’s ochtends. Celien zit in de woonkamer te wachten op een teken van Sylke. Ze heeft in elk hand een gsm vast. Door de ramen zien we mogelijk de ravage van de vorige nacht. De deur gaat open en Sylkes vader komt binnen. Celien:                 En? Paul:                                     In die kantine was ze niet. Er was niemand. In de vuilbak stak een taart.             Heb je nog iets gehoord van Meredith? Celien:                 Nee. Misschien bel ik over een uurtje nog eens. Dan is het acht uur Waarom doet ze ons dit aan? Hebben wij haar nu iets misdaan? Paul:                     Ze had duidelijk geen zin in een feestje bij tante Maddy. Celien:                                 Paul! Konden wij weten dat ze van plan waren hun eigen feestje te brouwen op de voetbal? Wij kunnen dat niet rieken, of wel? We hebben haar gevraagd of ze iets te verbergen had, meer dan één keer en ze zei: neen. Ze heeft tegen ons gelogen! Paul:                      Heb je al gedacht aan…? Celien:                                 Aan het ergste? Natuurlijk heb ik daar al aan gedacht. Ik heb al aan alles gedacht! Paul:                     Ik kan hier niet blijven. Ik ga verder zoeken. Celien:                                 O wee, wanneer ik haar onder mijn ogen krijg. Ze zal er niet goed van zijn! Ze had minstens kunnen bellen, of een poging doen. Allez, ja…  Een flink pak rammel en leven lang huisarrest, dat is wat ze verdient. De deur gaat voorzichtig open, een slaapdronken Sylke waait binnen. Sylke:                    Zijn jullie nog wakker? Celien:                  Sylke? Kindje, mijn kindje, mijn kindje toch! Waar heb jij gezeten? Hoe zie je eruit? Wat is er gebeurd, Sylke? Wat hebben ze met je gedaan? Oh, Sylke! (begint te huilen als een klein kind terwijl ze Sylke plat tegen zich aaandrukt) Sylke:                    Mama, je overdrijft! Celien:                  Overdrijven? (geeft Sylke een muilpeer) Merhte:              Auw! Mama! Celien:                 Voila!                                 Je stinkt!                                En nu: vertel! Wat heb jij in godsnaam uitgestoken? Het is bijna acht uur.                                 Of weet je wat? Neem maar eerst een bad! Sylke:                    Wat is het nu? Celien:                  Paul! Zeg iets! Paul:                                     Je beseft dat je een leven lang huisarrest hebt? Dat over een uurtje de begrafenisondernemer komt en we je levend zullen moeten begraven tenzij jij zelf opdraait voor de  kosten. Sylke:                    Je maakt een mop. Paul:                      Het is nochtans niet grappig. Sylke:                    Dat vond ik ook al niet. Paul:                      Het was wel om te lachen. Sylke:                    Ha. Celien:                  Sylke. Wij eisen een verklaring. Sylke:                    Ik heb mij geamuseerd. Het was mijn verjaardagsfeest. Celien:                  Sylke. Dat kan niet. Sylke:                    Waarom niet? Celien:                                 Kijk naar buiten, Sylke Van Pael. Het is daar een ravage! Hoe kan jij je nu geamuseerd hebben, tenzij je zelf de hooligan hebt uitgehangen? Wat heb jij vannacht gedaan? Sylke:                   Ik heb niet de hooligan uitgehangen. Jij kent mij echt niet, hé? Denk jij dat iedereen gisterennacht de hooligan heeft uitgehangen? De meesten stonden gewoon saai op straat te staan. En het was koud! Paul:                      En jij, Sylke? Wat heb jij gedaan? Sylke:                   Ik heb mij gewoon goed geamuseerd op mijn verjaardagsfeestje. Dat was toch de bedoeling? Paul:                      Sylke, dat mocht niet en dat wist je! Sylke:                   Jullie hadden mij een feest beloofd en sturen mij dan naar tante Madeleine. Dat noem ik geen feest! Celien:                                 Dat was alles wat onder de huidige omstandigheden konden doen, Sylke. Een beetje medewerking van jou was welkom geweest! Sylke:                   Nee, dat was niet alles wat jullie hadden kunnen doen. We hadden een ander feest kunnen organiseren. Of we hadden er gewoon echt iets leuks van kunnen maken. In plaats van overal politie neer te zetten. Paul:                      Ik geloof mijn oren niet. Sylke:                    Dat komt omdat jullie geen oren hebben! Celien:                  Dimmen! Brutaal nest. Paul:                                     Wij zijn je ouders en je wist wat er van jou verwacht werd. Wij vertrouwden jou, Sylke. Vertrouwen!? Celien:                                 Dat vertrouwen heb je op één dag helemaal kapotgemaakt. En dat zal maar heel traag moeten teruggroeien. Sylke:                    Jullie vertrouwen is niks waard! Het is gemakkelijk als je niks mag. Er waren duizend mensen, maar ik, ik mag niet mee doen. Op mijn eigen feestje!                                 Wel, ik heb het gedaan en ik heb er geen spijt van, oké? Ik heb mij goed geamuseerd. Celien:                  Waarom geloof ik je niet? Sylke:                    Dat weet ik toch niet? Celien:                  Wat is er gebeurd, Sylke?                                 Er is iets gebeurd, Paul. Een moeder voelt zoiets.                                 Wat is er gebeurd?  Sylke barst in tranen uit. Sylke:                    Ik zeg toch dat ik mij goed heb geamuseerd!? Celien:                  Sylke, lief kind. Heeft iemand je pijn gedaan? Ben je geslagen?                                 Kom hier zitten, Sylke.                                 Ze hebben je toch niet… Hebben ze je verkracht? Sylke!                                 Heb je drugs gebruikt?                                 Hebben ze gênante foto’s van jou op het internet gezwierd?                                 Vertel dan toch, Sylke! Sylke:                    Het was gewoon niet wat ik ervan verwacht had. Meredith en ik gingen gewoon met wat vrienden in de kantine van de voetbal een feestje doen. Celien:                 Maar Meredith heeft afgebeld. Sylke:                    Ik dacht dat het wel oké zou zijn. Paul:                     Maar het was niet oké. Sylke:                    Ik kende die mensen niet zo goed. Paul:                     Hoe kwam jij er dan terecht? Sylke:                   Gewoon, Mere vond het echt zielig dat ik nu geen feestje meer had en zij en Gabby wilden daarom nog iets organiseren, dus vroegen ze wat mensen. Paul:                     Dus jij kende die mensen wel? Sylke:                    Niet goed; eigenlijk helemaal niet zo goed; nee. Paul:                      Hoe komt dat? Sylke:                   Mere heeft afgebeld, Gabby is ook niet gekomen en daarom zijn er veel anderen ook niet geweest, denk ik. Iedereen loopt heel de tijd te zeggen dat ik flauw zou zijn als ik niet naar mijn eigen feestje kwam en dan komen ze zelf niet. Celien:                  Wie was er dan wel? Sylke:                   David. Het is zijn voetbalclub. En zijn vrienden, denk ik. En vrienden van vrienden van Mere denk ik. Er waren ook een paar gasten van het zesde. Paul:                      Wie is David? Sylke:                    Een vriend van Mathijs. Paul:                      Was Mathijs er ook? Celien geeft een teken dat ze dat toch al weten. Paul wil Sylke testen. Sylke:                    Mathijs is zelfs niet gekomen! (stort weer diep in het tranendal) Celien:                  Hebben ze iets met je gedaan, Sylke?                                Er heeft toch niemand… Sylke:                    Nee, mama. Celien:                 Weet je het zeker? Sylke:                                   Natuurlijk weet ik dat zeker. Ik was er toch bij, zeker? Ze wouden misschien wel, een paar van die gasten, maar ik ben geen sletje. Ik bedoel… Ik ben nog maar pas zestien! Celien:                  Had je gedronken? Sylke:                    Misschien een paar pintjes. Ik was wel een beetje zat. Celien:                                 Moeten we een zwangerschapstest gaan halen, Sylke? Sylke:                    Mama, alsjeblieft. Ik wil dat het de eerste keer met iemand speciaal is. Celien:                 (tegen Paul) We hebben chance dat die Mathijs niet is gekomen! Paul:                                     (ongemakkelijk) Daar hebben we het later nog wel eens over. Of, liever niet eigenlijk… Of weet je wat? Praten jullie daar onder mekaar maar verder over. Ik denk niet dat ik mij daarin wil moeien. Celien:                  Dus er is ook geen aidstest nodig? Sylke:                   Toen die gasten lastig begonnen te doen, ben ik weggegaan. Ik kan echt wel voor mezelf opkomen, hoor. Tss, wat denken die wel? Paul:                      Vooruit. Je hebt je goed geamuseerd. Daar ben ik blij om. Celien:                  Mathijs heeft een berichtje gestuurd. Sylke:                    Nee! Celien:                                 Hij zei sorry dat hij niet kon komen. Hij was ziek van een visschotel en heeft liggen overgeven. Sylke:                    Heb je mijn berichtjes gelezen? Celien:                  Stond er nu een kusje achter, Paul? Dat weet ik niet meer. Sylke:                    Mag ik mijn gsm terug? Celien:                  Als we klaar zijn met spreken. Sylke:                   OMG Jullie hebben mijn berichten gelezen! Ik kan niet geloven dat jullie al mijn berichten hebben gelezen. Paul:                      Dat was wel het minste om onze vermiste dochter op te sporen. Celien:                                 In elk geval… Hij voelt zich wel beter nu. Ik vond dat hij ook redelijk bezorgd klonk, maar goed, ik ken hem natuurlijk niet. Sylke:                    Oh my God. Jullie hebben toch niet gebeld, hé? Zeg niet dat jullie… Celien:                                 Natuurlijk hebben we wel gebeld. We hebben naar iedereen gebeld. We waren doodongerust. Snap je dat dan niet?                                 Paul, begrijp jij dat nu? Paul:                      Dat kind is in staat om ons opnieuw zoiets te flikken, hé. Sylke, begrijp je dat je nooit ofte nimmer nog zoiets mag doen? Wij zien je graag. Misschien hadden we iets beter moeten luisteren naar jou, maar dit mag je nooit ofte nimmer nog doen. Begrepen? Sylke:                    Ja. Sorry. Echt waar. Ik wist niet dat jullie zo bezorgd zouden zijn. Ik had ook echt wel gewoon kunnen luisteren naar jullie. Sorry. Ik zal… Ik zal echt nooit nog zoiets doen. Paul:                                     Ik ben nog niet klaar met jou, jongedame. Het is acht uur ’s morgens. Waar heb jij in al die tussentijd gezeten? Sylke:    Het was echt niet leuk. Er stond overal politie. Ik mocht er niet langs. Toen zei ik dat ik Sylke Van Pael was en ze zeiden: ‘Ja. Ja. Dat zal wel’. Ik zei: ‘Kijk dan naar die maskers’ en toen zei er een dat ik daar totaal niet op lijk. Toen zei ik: ‘Kijk dan naar die t-shirt’ en ze zeiden: ‘Da’s al beter’. Toen zeiden ze dat ik al de twaalfde of zo was die zei dat ze Sylke Van Pael was en dat de echte Sylke nooit zo stom zou zijn om zomaar over de straat te gaan lopen. Ik zeg: ‘Oké, laat me dan door. Mijn ouders zullen mij wel herkennen.’ Toen zeiden ze: ‘Nee, jij mag er niet langs.’ Toen zei ik: ‘Ja, wat nu? Dat zei je in het begin ook al.’ Toen moest ik mijn identiteitskaart laten zien, maar die had ik niet bij. Toen begonnen ze met van alles te gooien. Celien:                 De politie? Sylke:                    Nee, in de straat. Mensen.        Toen moest ik in de combi. Ze zeiden dat ze contact gingen maken met de agenten die onze straat aan het bewaken waren, maar er was iets mis met de walkietalkies en toen ben ik in slaap gevallen. Celien:                 In de combi? Sylke:                    Ja. Toen is de combi beginnen rijden. Paul:                     Naar waar? Sylke:                   Er was ergens tumult. Ze moesten versterking geven. Ik vloog van links naar rechts. Zelfs toen we stilstonden. Paul:                     En toen? Sylke:                   Ging de deur van de combi open en wilden ze drie jongens binnen gooien, maar toen zei één van die agenten – een vrouw: ‘Nee, niet doen. Sylke Van Pael zit erin.’ Celien:                 En toen? Sylke:                    Toen zei die andere: ‘Is ze terecht? Dat is dan al goed nieuws.’ Paul:                     Dan hebben ze die schavuiten gewoon moeten laten gaan? Sylke:                   Een agent heeft één van die jongens nog een stamp gegeven. Dat was niet die vrouw. Celien:                 En… Sylke:                    Toen ben ik in slaap gevallen. Paul:                     Jij slaapt overal. Sylke:                   Toen ik wakker werd zeiden ze dat ik mocht vertrekken. Ik denk eigenlijk dat ze mij wakker gemaakt hebben. Ik lag daar wel goed. Paul:                     En toen? Sylke:                    Vroegen ze of ik nu echt Sylke Van Pael was. Celien:                 En wat zei je? Sylke:                    Ja. Toen zeiden ze sorry. De deurbel gaat. Celien staat op. Merte:                 Is het op het nieuws geweest? Paul:                     Je moeder heeft je geseind. Celien komt terug in de woonkamer. Celien:                 Sylke, er is iemand voor jou. Sylke:                    Wie? Ik wil niemand zien. Celien:                 Ho, maar deze persoon wel. Sylke:                    Meredith mag voor mijn part kanker krijgen. Paul:                     Sylke! Celien:                 Ben je zeker? Sylke:                    Ja! Celien:                                 Sorry, Mathijs. Sylke wil nu even niemand zien. Ze heeft er een zwaar nachtje op zitten, denk ik. Sylke springt recht en gaat haar moeder voorbij, de hal in. Sylke:                    Hé, Mathijs! Mathijs:               Sylke. Hoe is het met je? Sorry voor gisteren. Heb je mijn berichtje gekregen? Sylke:                    Nu net, ja. Mathijs:               Oh, hoe vervelend. Sylke:                    Het is oké. Mathijs:               Hoe was het gisteren? Sylke:                    Bah… Mathijs:               David heeft me gestuurd dat het niet goed was. Die gasten hadden zich echt scheef gezopen zei hij en hij zei dat ze echt schraal hebben gedaan tegen jou. Sylke:                    Waren dat jouw vrienden? Mathijs:               Ik weet het niet. Het waren vooral mannen van de voetbal, denk ik. Sylke:                    Ik was het enige meisje. Daar hadden ze wel lol in. Mathijs:               Oh nee… Sylke:                    Tof was het niet. Eigenlijk was het ellendig. Mathijs:               Er is toch niks ergs gebeurd? Sylke:                    Oh! Nee hoor. Mathijs:               Ik wil het goedmaken. Sylke:                    Echt? Mathijs:               Ik wil je vanavond  ergens mee naartoe nemen. Dan doen we iets leuks. Sylke:                    Echt? Wat dan? Mathijs:               Ik weet niet… Zeg maar. Sylke:                    Euh… Ik heb nu eventjes geen inspiratie. Mathijs:               Dat snap ik. Sylke:                   Maar wacht … Ik weet helemaal niet of ik wel mag van mijn ouders. Ik moet het echt wel vragen. Ik heb het behoorlijk uitgehangen de laatste tijd. Mathijs:               Dat snap ik. Sylke:                   (met ogen zo groot als eieren omdat Mathijs haar meevraagt) Mama, papa … Mathijs vraagt mij of ik vanavond met hem iets leuks mag gaan doen. Paul:                      Iets leuks? Sylke:                    Mag dat? Tegelijk: Celien:                  Ja. Paul:                      Nee. Paul:                      Wablief? Celien:                                 Thuis om acht uur en geen seconde later of ik speel chaperonne tot je zestig bent. Sylke:                    Oké. (lipt in drukletters ‘dank je’ zodat Mathijs het niet hoort en keert vervolgens terug naar de hal) Sylke:                    Ik moet thuis zijn om acht uur. Mathijs:               Dat is niet erg. Ik pik je op om half acht. Grapje! Om half zeven. Heb je dan al gegeten? Sylke:                    Da’s goed! Mathijs:               We kunnen gaan bowlen. Sylke:                    Bowlen? Mathijs:               Niet goed? Je moet toch iets doen, niet? Sylke:                    Oké. Bowlen is leuk, maar ik kan dat niet goed. Mathijs:               Da’s niet erg. Dan zal ik wel winnen. Tot vanavond. Sylke:                    Tot vanavond. Da-ag. Sylke komt terug in de woonkamer. Sylke:                    Oh my god oh my god oh my god oh my god oh my god.                                 Ik ga bowlen voor mijn verjaardag! Met Mathijs!                                 Mere moet dit weten!                                 Mag ik mijn gsm terug?                                  Please, please, please? Celien geeft Sylkes gsm. Dank je wel, mama. Zoooo hard bedankt, mama. Dank je. Dank je. Dank je weeeeeel! Jij bent de beste mama in de wereld. En jij ook, papa! Paul:                      Ben ik ook de beste mama in de wereld? Sylke:                    Dank je wel, papa. Echt waar! Ik zie je graag! Jij bent mijn held.                                 En nu ga ik Mere bellen!                                Hebben jullie mij nog nodig?                                 Ik ben op mijn kamer! Sylke stormt de trap op. Celien:                  Ik ben blij dat we onze dochter terug hebben. Paul:                      Ah, jij bent daar blij mee?   Een  Google-streetview-auto passeert voorbij de raam en rijdt met moeite over de brokstukken.

Evi Rosiers
0 0

Een nieuwe koning

Mensen, ik heb iets meegemaakt. Iets uitzonderlijk. Als het iets normaals was, zou ik het niet op een podium vertellen, maar op het toilet terwijl ik wacht tot er iemand klaar met zijn grote boodschap is.   Mensen, ik kwam een raar figuur tegen. Dichtbij de statie. Hij riep naar het noorden, zuiden, oosten en westen. Ik kon niet nalaten hem een half oor te schenken. Hij zag dat oor en nam mijn hoofd. De man keek mij recht in de ogen en zonder enige introductie begon hij zijn relaas.   “Beste mens, waarde landgenoot. Tis tijd. Om even te babbelen. Over onze democratie, en hoe het daarmee gaat. Het wordt geen gezellige babbel. Tot spijt van wie het benijdt. Het was een leuk idee, versta me niet verkeerd, maar de uitwerking loopt mank. We blijven achter met een pad vol blutsen en gaten. Daar strompelen we doorheen met een knoert van een kater. Het volk beslist, dat zeker, het volk beslist zeker, maar het is eerder de beslissing van een kleuter om snoepgoed als gezond eten te beschouwen. Is het niet waar wat ik zeg? De ene verkiezing draait nog slechter uit dan de andere. Net als je denkt: het kan niet erger, wordt het nog erger. Zinken we nog dieper. En het resultaat? Regeringen vallen uiteen, leugens eindigen in doortraande persconferenties. “Ik moet hier ontslag nemen.” Is het niet waar? Een democratisch verkozen politicus met het zelfmedelijden van een Zonnekoning. Ik kan nog een eeuw doorgaan, mijn opsomming eeuwig updatend met de laatste onzin die passeert.   Om al dat gedoe, hé, daarom zeg ik: het is goed geweest. Het was leuk, maar het is genoeg geweest. België kan het niet meer aan. Natuurlijk niet. Waarom verschiet u daarvan? Het was al vanaf de start doorgestoken kaart. Vanaf de dag dat mijn voorvader, Karel August Eugène Napoleon de Beauharnais, zijn rechtmatige Belgische troon niet kreeg door de leugenachtige en valse stemming georkestreerd door die vuile Leopold I. Toen zat het al scheef. Mijn voorvader werd bestolen door die eerste Leopold. Was het maar bij 1 Leopold gebleven! Is het niet waar wat ik zeg? Zijn afstammelingen bleken nog armzaliger te zijn.   Net na het kronen van Leopold I bleek al wat een knoert van een vergissing zich daar had voltrokken. De kroon (van smaragden en schijn) zat amper op de inferieure krans van Leo, of daar stonden de Nederlanders al om deze nieuwe staat te betwisten. Je kan het hen moeilijk kwalijk nemen, met zo’n uil van een ‘heerser’. Een heerser die naam waardig is Leotje nooit geweest. Hij en zijn troepen werden overrompeld door de Nederlandse troepen. Engeland en Frankrijk hadden amper hun rug gekeerd, of ze moesten Leotje al uit de penarie redden. Om al dat gedoe, hé, daarom zeg ik: we moeten de historische fout corrigeren en de erfgenaam van Karel August Eugène Napoleon de Beauharnais zijn rechtmatige troon toewijzen. Ter uwer info: dat ben ik.   Meneer, ik zie dat u zich amper kunt bedwingen. U kwijlt al bij het binnenhouden van de woorden: “tis weer een witte heerser”. (Zo sprak hij recht in mijn irissen met speeksel spuwend op mijn oogwallen.) Ik zal u eens iets zeggen. U bent mis! Mijn voorvaderen had allen (en letterlijk allen) kinderen met hun Congolese huisbedienden. Thomas Jefferson-gewijs. Dat maakt van mij helemaal geen witte heerser. En als daar ook al iets verkeerds aan mocht zijn, dan hoor ik het graag. Uw commentaar kan u richten aan Geert Bourgeois, Martelaarsplein 19, 1000 Brussel.   De jeugd wil mij. Zij verkiezen een sterke leider boven democratie. Wat zullen hun ogen pronken bij het zien van niet enkel een sterke leider als ik, maar zowaar een sterke leider met steeds een sterk glas vol sterke drank! Ik hoor het u al mompelen. Allemaal goed en wel, maar waarom jij?  Tegen die twijfelaars die zoiets nooit in mijn gezicht zouden durven zeggen (en durf dat op dit eigenste moment niet te doen), zeg ik “Waarom niet ik?” Ik durf het in uw gezicht zeggen, maar u hebt daar de ballen niet voor. En tegen diegenen die zeggen: “Je kan het niet in je gezicht zeggen, omdat je bij de minste kritiek als een Olympisch renner wegloopt.” Daar zeg ik tegen: “Ik ren weg omdat ik aan mijn conditie werk. Met je kritiek heeft dat niet te maken. Het is louter toeval. Ik werk aan mijn conditie. De toekomst vraagt dat van mij.”   Mag ik jullie er ook aan herinneren dat ons koningschap niet familiaal hoeft te zijn? Jazeker. Wij kijken naar Filip als een koning uit vergane tijden. Maar onze koning regeert niet bij gratie Gods. Het is geen vanzelfsprekende opvolging van ouder op kind. Wij zijn geen Britten. De Koning der Belgen is koning bij gratie van zijn landgenoten. Hebt U daar gratie voor? Keurt U dat goed? Die gratie is zijn houdbaarheidsdatum al lang gepasseerd. Er zit schimmel op. De landgenoten moeten een nieuwe koning gratie verlenen. En daarom zeg ik: Waarom niet ik?   De Civiele Lijst. Nog zoiets. In deze tijden waarin armoede welig tiert, worden de onkosten van de koning gedekt. Gedekt, zomaar. Als koning beloof ik U dat ik zal leven als een bedelaar voor een supermarkt. Ik slaap op straat, ik eet wat er nog rest in de vuilstraatjes op de laatste dag van de maand. Geen cent betaalt het volk aan mij.   Wat ik wel zal doen als Koning is veroordelen en gratie verlenen. En of ik die rol met verve zal vervullen. Ik begin er meteen aan.   Wie wordt veroordeeld? Joke Schauvliege, die als een strontvlieg maar rond onze hoofden blijft cirkelen, zoemend in de microfoon. Met mij als koning der Belgen veroordeel ik Joke tot een bestaan als strontvlieg. Haar tijd op deze aardbol wordt beperkt tot 1 dag stront opkuisen in een manège. Daarna moet ze vertrekken en verrekken. Voorgoed.   Wie krijgt gratie? Wel, vanuit de goedheid van mijn hart en ziel, met alle liefde verwoord, schenk ik de gratie aan NIEMAND! Zorg ervoor dat ik je niet veroordeel, want dat is alles wat ik doe. Gratie is voor in historische romans.   Mijn credo aan het Belgische volk is dus: Leef volgens het goede, of anders zwaait er wat! Als die freakshow Filip I dit alles betwist, nodig ik hem graag uit om dit met mij uit te vechten in een duel. Zaterdag om 10u30 voor de HUBO op de Dambruggestraat. Het duel zal uitgevochten worden in sumo-stijl met fatsuits.   Dank mij. Dank mij. Dank mij.   Gegroet!"   Hij marcheerde van mij weg, steeds oogcontact houdend. Plotsklaps keerde hij zich 90 graden en marcheerde voorwaarts. Hij sprak een oude vrouw met een wandelstok aan en zei: “Beste mens, waarde landgenoot. Tis tijd. Om even te babbelen.””   Ik kocht een smos in de Panos, dronk een cola en ging verder de dag tegemoet. Tot spijt van wie het benijdt.

Jeroen Meylemans
0 0

Deel 1, toneelstuk

  Roos: *op de bank met koptelefoon op muziek aan het luisteren*  Moeder: Roos, Roos, Hallo!  Moeder: *Zucht*  Moeder: *tikt roos aan*  Roos:  mm *kijkt om* wat is er?  Moeder:  we hadden er gisteren over of Bella bij ons kon komen wonen.  Roos: ja *opgewekt gaat zitten*  Roos: en. . mag ze hier komen wonen ?  Moeder: euhmm *word een beetje zenuwachtig*  Roos: mam mag het of niet?  Moeder:  ja het is al geregeld bijna alles *word weer zenuwachtig kijk naar de grond*  Roos: wat moet er dan nog meer geregeld worden mam?  Moeder: *zucht* we moeten wachten tot dat we toestemming hebben van bijde ouders.  Roos: *zucht* dat gaat nog lang duren  Moeder: nee hoor, van haar vader heb ik al toestemming.  Moeder: alleen van haar moeder nog niet.  Moeder: tot die tijd kan ze gewoon logeren, en als we toestemming hebben  Roos: dan??  Moeder laat me nou even uitpraten skat.  Moeder: als we toestemming hebben ook van haar moeder, kan ze hier wonen.  Moeder: maar . .  Roos: maar wat ?  Moeder: Bella moet wel een bijbaantje zoeken,   Moeder: ik heb het er al over gehad  Roos: met haar ?  Moeder jaha logisch.  Roos: *beetje boos draait zich om*  Moeder: nou niet boos doen  *er word aan gebeld*  Moeder: ik doe wel open  Roos: oke  *weer word er aangebeld*  Moeder: ik kom al!  Moeder: *doet deur open kijkt verbaasd  Moeder Bella: uhmm kom ik gelegen ?  Moeder: ja hoor, kom gerust binen, u bent van harte welkom.  Moeder Bella: * frunnikt aan haar jas.  Moeder: Roos!  Roos: jahh ?  Moeder: kijk eens wie hier is  Roos: *verbaasd rolt met haar ogen.  Roos: oke? En nu. .  Moeder Bella: ik wil mijn handtekening zetten,  Moeder Bella: t’ spijt me dat ik niet voor mijn eigen kind kan zorgen *staart verdrietig voor zich uit.  Moeder: *zenuwachtig geefd ze een kort knikje.  Roos: *loopt de trap op en gaat naar haar kamer.                                                                                                           Vervolg

Lisa
6 0

Black-out

     BLACK–OUT                                                                                       Anton Segers       Personen: Alexander De Man Zijn echtgenote Helena Zijn dochter Sophie De partijvoorzitter (man of vrouw) De secretaresse   2 mannen, 3 vrouwen of 1 man, 4 vrouwen     Locaties: Een ziekenhuiskamer De woonkamer van de familie De Man   Proloog       (een ziekenhuiskamer: een man van middelbare leeftijd ligt, de ogen toe, onbeweeglijk in een bed, een vrouw zit er naast, ongerust wachtend; ze staat op en herschikt zijn beddengoed, dan fluistert ze zijn naam in zijn oor, kijkt hoopvol of hij reageert, maar tevergeefs, dan verlaat ze de kamer;  de man wordt wakker, als uit een diepe slaap, hij komt moeizaam rechtop, bekijkt niet begrijpend zijn omgeving; zij komt de kamer binnen, gaat zonder hem te bekijken weer zitten)                                      ALEXANDER Hallo.                                      HELENA (schrikt) … Nee! (zielsblij) Je bent terug!                                      ALEXANDER Ben ik terug? Was ik weg?                                       HELENA Je was bewusteloos.                                      ALEXANDER Wie, ik?                                      HELENA In coma.                                      ALEXANDER Niet te geloven.                                      HELENA Ik was ongerust. Ik moest geduld hebben, zei de dokter, maar het bleef maar duren. Gaat het? Heb je pijn?                                      ALEXANDER Ja. Nee.                                       HELENA Ja, nee?                                      ALEXANDER Ja, het gaat – nee, ik heb geen pijn. Hoe lang lig ik hier al?                                       HELENA Vijf dagen.                                      ALEXANDER Vijf dagen – niet te geloven. Wat is er gebeurd?                                       HELENA Een ongeval met je auto. Tegen een boom. Je bent gewond aan je hoofd. Voor de rest valt het mee, zei de dokter.                                      ALEXANDER Niet te geloven.                                      HELENA Ik was hier, de hele tijd, ik heb over je gewaakt. Vijf lange dagen.                                      ALEXANDER … Vriendelijk bedankt.                                      HELENA (verbaasd) Graag gedaan. Ik haal de verpleegster, ik haal de dokter. En dan bel ik iedereen op met het goede nieuws, het fantastische nieuws! Ik ben direct terug. (ze loopt naar de deur)                                       ALEXANDER Ho, wacht!                                      HELENA Ja?                                      ALEXANDER U kent mij, dat zie ik, maar het spijt me, ik ken u niet.                                       HELENA (perplex) Wat?                                      ALEXANDER Ik heb geen idee. Wie bent u?                                      HELENA … Ik ben het, Helena!                                      ALEXANDER Helena?                                      HELENA Je vrouw.                                      ALEXANDER (ongelovig lacherig) Mijn… vrouw?!                                      HELENA Wij zijn twintig jaar getrouwd.                                       ALEXANDER Aangenaam – proficiat! (steekt zijn hand uit, beseft hoe raar dit is, trekt ze terug) Niet te geloven: wij zijn twintig jaar getrouwd, en ik weet van niks?                                        HELENA Dat komt door je ongeval. Dat komt vaak voor, zei de dokter. Je hebt een black-out.                                        ALEXANDER Een black-out?                                       HELENA Dat gaat over, zei de dokter.                                        ALEXANDER Dat gaat over?                                       HELENA Dat gaat over. Je bent niet alleen getrouwd, je bent ook vader. Dat weet je toch?                                       ALEXANDER Vader? Ik heb een kind?                                       HELENA Ja.                                      ALEXANDER Niet te geloven! Mag ik raden? Een zoon?                                       HELENA Bijna juist. Je hebt een dochter, ze heet Sophie.                                       ALEXANDER Een dochter: Sophie!                                      HELENA Je weet toch nog iets?                                       ALEXANDER Wat valt er nog te weten?                                      HELENA Je beroep.                                       ALEXANDER Mijn beroep? (denkt na, tevergeefs) Geen idee. Black-out. Mag ik raden?                                      HELENA Het is een speciaal beroep. Er zijn er niet veel van.                                      ALEXANDER Een speciaal beroep? Ik ben… schaapsherder?                                      HELENA (lacht mee) Nee.                                      ALEXANDER Of… vuurtorenwachter?                                      HELENA (lacht mee) Nee.                                      ALEXANDER Ik ben circusdirecteur!                                      HELENA Je komt in de buurt. Je zit in de politiek. Jij bent… de premier.                                      ALEXANDER Je bedoelt… de premier? De eerste minister?                                      HELENA Ja, dat ben jij.                                      ALEXANDER (kan niet meer stoppen met grinniken) Je meent het?                                       HELENA Ik meen het, absoluut.                                       ALEXANDER Niet te geloven! Dat is gewoon niet…                                      HELENA (kan er niet meer mee lachen) … ‘niet te geloven’ ja – dat weten we nu wel! Ik haal de verpleegster, ik haal de dokter, zo snel mogelijk! (holt af)                                      ALEXANDER (lachend) Ik heb een vrouw: Helena!   Ik heb een dochter: Sophie! En ik ben de premier: … (het lachen valt stil) Hoe heet ik? Wie ben ik? (denkt na, tevergeefs) Geen idee. Black-out. (kijkt in shock voor zich uit) Niet te geloven…   (donkerslag)     Scène 1       (de dochter ligt languit in de sofa, beluistert met de ogen toe haar muziek op haar koptelefoon, genietend; plots komt haar moeder nerveus op)                                      HELENA Engeltje! Het is zover: papa komt eindelijk thuis! (merkt dat de dochter het niet gehoord heeft, ze trekt haar de koptelefoon van het hoofd) Engeltje!                                      SOPHIE Ma! Wat is er?                                      HELENA Het is zover: papa komt eindelijk thuis!                                      SOPHIE (ijskoud) Joepie.                                      HELENA De voorzitter heeft gebeld: ze zijn onderweg van het ziekenhuis!                                      SOPHIE Halleluja.                                      HELENA Ik begrijp dat je papa niet wou bezoeken. Ik weet: het is niet simpel.                                      SOPHIE Het is niet simpel: hij herkent zijn eigen vrouw niet, en van een dochter heeft hij nog nooit gehoord. Niet dat dat zo een verschil uitmaakt tegen vroeger…                                      HELENA Dat gaat over. Zijn geheugen komt terug. We moeten ons best doen om hem te helpen, ook jij.                                      SOPHIE Nee, ma…                                      HELENA Ja, ma!   (plots staat de partijvoorzitter in de kamer, glad, glimmend, een ijzige glimlach)                                      PARTIJVOORZITTER Nee, ma!                                      HELENA (geschrokken door zijn plotse verschijning) ‘Nee, ma?’                                      PARTIJVOORZITTER We moeten ons best niet doen. Ik zou zelfs meer zeggen: we mogen ons best niet doen.                                                      SOPHIE Dat klinkt al beter.                                      HELENA En waarom niet, voorzitter?                                      PARTIJVOORZITTER We moeten met hem omgaan op exact dezelfde manier als altijd, zegt de dokter. Alsof er niets gebeurd is.                                      HELENA Niets gebeurd? Hij herkent zijn eigen vrouw niet, en van een dochter heeft hij nog nooit gehoord.                                      PARTIJVOORZITTER Ik leef met u mee: u hebt uw dierbare echtgenoot nodig – jij je dierbare papa.                                      SOPHIE Niet overdrijven, hé.                                      PARTIJVOORZITTER Sta mij toe – een persoonlijke noot: ook ik heb hem nodig.                                      HELENA U bedoelt: de partij heeft hem nodig?                                      PARTIJVOORZITTER Het hele land heeft zijn premier nodig, in het volste bezit van zijn denkvermogen, zijn briljante geest. Met vereende krachten moét het lukken, wij brengen hem terug. Om ons door de crisis te leiden naar...                                         HELENA … ‘het licht aan het eind van de tunnel’ – dat kennen we. Stop maar, hier zijn geen camera’s.                                      PARTIJVOORZITTER (lacht zuur) Grapje. Er is maar één remedie met hoop op succes, zegt de dokter: het volgen van de routine, het stipt uitvoeren van zijn dagelijkse handelingen, zijn jarenlange gewoontes. Alleen dit stimuleert dat zijn geheugen terugkeert.                                      HELENA U bedoelt: gewoon verder leven zoals we dat deden voor het ongeval?                                      PARTIJVOORZITTER Correct. Het leven zoals het was. De goeie oude tijd.                                      SOPHIE Joepie.                                      HELENA Halleluja.                                      PARTIJVOORZITTER (krijgt een bericht binnen, leest het) Ze zijn er. Hij komt alleen naar binnen, zoals altijd. Klaar? U weet wat u moet doen?                                      HELENA Het leven zoals het was? Dat moet lukken. Daar heb ik jaren ervaring in.                                      PARTIJVOORZITTER Pas op: de pers weet nog niets van zijn geheugenverlies. Dat willen we zo houden, ja? Als ze daar achter komen, heeft dat zware gevolgen voor zijn carrière.                                      HELENA U bedoelt: ‘voor de partij’?                                      PARTIJVOORZITTER (ziet de premier in de gang) Meneer de premier! (krijgt geen reactie) Ja, ik heb het tegen u! Deze kant uit!   (de premier steekt aarzelend zijn hoofd binnen)                                      HELENA Daar is hij! Goed dat je eindelijk weer thuis bent! Ik hoop uit het diepst van mijn hart dat jij je hier snel weer thuis voelt! Welkom, welkom!                                      ALEXANDER (weet totaal niet wat zeggen) Euh… vriendelijk bedankt, mevrouw.   (een ongemakkelijke stilte)                                      PARTIJVOORZITTER (neemt Helena even apart) Mevrouw, doet u altijd zo als uw man 's avonds thuis komt?                                      SOPHIE Ik dacht van niet.                                      PARTIJVOORZITTER Wat is dan wel de gewoonte?                                      SOPHIE Hij komt binnen, hij pakt een whisky, hij drinkt.                                      PARTIJVOORZITTER En wat hadden wij afgesproken, mevrouw?                                      HELENA Doen wat we altijd doen.                                      PARTIJVOORZITTER Correct. Of wilt u hem nog meer in de war brengen? We beginnen gewoon opnieuw. Alexander! (die reageert niet) Dat bent u!                                      ALEXANDER Dat ben ik!                                      PARTIJVOORZITTER Doe maar gewoon wat u altijd doet. Tijd voor uw whisky!                                      ALEXANDER Ik? Ik lust geen whisky.                                      PARTIJVOORZITTER U lust geen whisky? (algemene verbazing) Grapje. Doe maar of u thuis bent. Ik laat u in de vertrouwde handen van uw dierbare echtgenote.                                      HELENA Dat ben ik!                                       ALEXANDER Dat ben jij!                                      HELENA En dat is je dochter: Sophie!                                      ALEXANDER (bekijkt haar verbaasd)  Mijn dochter? Zo groot al? Niet te geloven!                                      SOPHIE Joepie.                                      ALEXANDER (schudt haar blij de hand) Aangename kennismaking, ik ben je vader!                                      SOPHIE Halleluja. (trekt haar hand los, zet haar koptelefoon op)                                      HELENA Engeltje…   (tevergeefs: Sophie legt zich neer, luistert weer naar muziek, een ongemakkelijke stilte)                                      PARTIJVOORZITTER … Gezellig! Ik haal de secretaresse en ik kom terug, als dat niet stoort.                                      HELENA Hoe zou u in godsnaam kunnen storen?                                      PARTIJVOORZITTER Grapje. (raakt bemoedigend Alexanders schouder aan) Meneer de premier, het komt goed! Tot zo! (gaat af)                                      ALEXANDER (staat er wat verloren bij) … Gezellig.                                      HELENA We moeten doen wat we altijd doen: ik maak het eten, jij drinkt je whisky. (gaat naar de keuken)                                      ALEXANDER Ho wacht, ik… (ziet dat Helena af is, roept haar luid na) Ik lust geen whisky!                                      SOPHIE Dat heb je al gezegd.                                      ALEXANDER (bekijkt zijn dochter, stralend van trots) Mijn dochter..! Ik heb dat gemaakt – niet te geloven!                                      SOPHIE (ziet dat hij haar aanstaart, doet geïrriteerd haar koptelefoon af) Blijf je daar nog lang staan?                                      ALEXANDER Geen idee. Waarom?                                      SOPHIE Waarom? Je kijkt raar naar mij… Ik word daar ongemakkelijk van.                                      ALEXANDER Waarom?                                      SOPHIE Waarom? Ik ben geen toeristische attractie. Doe normaal, kijk naar iets anders.                                      ALEXANDER (onwennig lacherig, almaar meer) Waarom?                                      SOPHIE Waarom? Je hebt nooit naar mij gekeken, nooit! En je moet doen wat je altijd doet.                                      ALEXANDER Waarom?                                      SOPHIE (jaagt zich in hem op) Omdat we het zo al jaren doen: jij doet jouw ding, ik het mijne.                                      ALEXANDER Waarom?                                      SOPHIE Waarom? Jij bent daarmee begonnen, jij wou dat zo!                                      ALEXANDER Waarom?                                      SOPHIE 'Waarom? Waarom?' – Ben jij mijn pa of ben jij een klein kind? Laat mij gerust! Ik laat je toch ook gerust!                                      ALEXANDER Waarom?                                      SOPHIE Ik laat je gerust omdat jij wil dat ik je gerust laat.                                      ALEXANDER Waarom?                                      SOPHIE  ‘Waarom?’ Dààrom!                                      ALEXANDER ‘Dààrom?’ Wààrom?   (Sophie brult van frustratie, stormt af, slaat met de deur)                                      ALEXANDER Niet te geloven.                                      HELENA (staat in het deurgat, applaudisseert sarcastisch)  Bravo! Dat begint er al op te lijken.                                      ALEXANDER Waarop?                                      HELENA Het leven zoals het was, de goeie oude tijd. Huiselijke vrede , harmonie!                                      ALEXANDER Wat doe ik dan verkeerd?                                        HELENA Je doet anders dan anders. Je brengt haar in verwarring.                                      ALEXANDER Ik? Zij brengt mij in verwarring. Alles brengt mij in verwarring…                                      HELENA Dat geloof ik best. Je wil je geheugen terug?   ALEXANDER Ik wil niks liever: vaste grond onder mijn voeten.                                      HELENA Doen wat je altijd doet, zegt de dokter.                                      ALEXANDER En wat is dat dan?                                      HELENA Ga naar je bureau, de voorzitter heeft je werk gegeven. Werken, dat is wat jij doet.                                      ALEXANDER Toch niet altijd?                                      HELENA Altijd: àlle avonden, àlle weekends, àlle vakanties.                                      ALEXANDER Niet te geloven. En wat doet u dan alle avonden, weekends, vakanties?                                      HELENA We zijn twintig jaar getrouwd, laat die ‘u’ maar vallen.                                      ALEXANDER Wat doe jij dan?                                      HELENA Ik laat je gerust. Alle avonden, weekends, vakanties.                                      ALEXANDER Waarom?                                      HELENA Begin je weer opnieuw? Zoals Sophie al zei: ik laat je gerust omdat jij wil dat ik je gerust laat.                                      ALEXANDER Ik heb je dat gevraagd?                                      HELENA Meer dan eens.                                      ALEXANDER En wat vind jij daarvan?                                      HELENA Jij wil weten wat ik daarvan vind?                                      ALEXANDER Ik weet niks, ik wil alles weten.                                      HELENA Al die jaren zonder mij iéts te vragen, en nu wil je ineens àlles weten? Ben jij op je kop gevallen?                                      ALEXANDER Dat is het probleem juist.                                      HELENA Sorry.                                      ALEXANDER Dat ligt niet aan jou, dat ligt aan die boom. Ik ken je niet, Helena, ik wil je leren kennen.                                      HELENA Dat is wel een beetje laat. Na twintig jaar huwelijk. Ik ken mezelf niet eens meer.                                      ALEXANDER Jij ook al niet? Griezelig, vind je niet, jezelf niet meer kennen?                                      HELENA Griezelig.                                      ALEXANDER Maar jij kent mij tenminste. Je staat verder dan ik. Vertel: hoe was ik? Als mens, als man?                                      HELENA 'Als màn' nog wel?! Dààr weet ik niks meer van, dàt is veel te lang geleden.                                      ALEXANDER … Ik wist niet dat het zo erg was. Het spijt me.                                      HELENA Het is niet simpel. Laat het zoals het is, doe wat je altijd doet.                                      ALEXANDER Ik kan niet doen wat ik altijd doe als ik niet weet wat ik altijd doe. Hoe is het getrouwd te zijn met mij?                                      HELENA Wil je dat echt weten? Goed. Ik zal het je laten zien.                                      ALEXANDER Dank je.                                      HELENA Ik speel het je voor. Kijk naar mij: ik ben jou.                                      ALEXANDER Jij bent mij?                                      HELENA Ja. En jij bent mij.                                      ALEXANDER Jij bent Alexander, ik ben Helena. Oké.                                      HELENA We spelen. Ik ben de man. (spreekt en beweegt als een man, kortaf) Ik kom thuis, ik neem een whisky. (schenkt zich een whisky uit)                                      ALEXANDER Ik ben de vrouw. (spreekt en beweegt als een vrouw, lief) Alexander, hoe was je dag vandaag, goed?                                      HELENA (houdt haar hand afwerend op) Moment! Dit is belangrijk: even drinken. Ik heb dorst. (drinkt de whisky in één teug op, trekt grote ogen door het effect van de alcohol) Whisky: hoe lekker is dat niet!                                      ALEXANDER (incasseert) Ja, Alexander. (herneemt lief) Dan neem ik ook een aperitiefje – gezellig! (schenkt zich ook een whisky uit) Alexander, hoe was je dag vandaag…                                      HELENA (houdt haar hand op) Moment! Ik zou doodgraag bijkletsen, maar dit is belangrijk: even lezen… (leest een mail op de telefoon)                                      ALEXANDER (incasseert) Ja, Alexander. Prima.                                      HELENA Prima.                                      ALEXANDER (herneemt lief)  Alexander, hoe was je dag…                                      HELENA (houdt haar hand op) Moment! Dit is belangrijk: even antwoorden… (tikt een bericht in op de telefoon)                                      ALEXANDER (incasseert) Ja, Alexander. Prima.                                      HELENA Prima.                                      ALEXANDER (herneemt, stilaan geforceerd) Alexander, hoe was…                                      HELENA (houdt haar hand op) Moment! Mag ik? Jij lust toch geen whisky. (ze neemt zijn whisky af en drinkt hem in één teug op, trekt heel grote ogen door het effect van de alcohol)                                      ALEXANDER (incasseert) Nee, Alexander. Prima. Je hebt grote dorst. (met de moed der wanhoop)  Alexander, hoe…                                      HELENA (houdt haar hand op) Moment! Ik heb grote dorst, maar ik heb ook grote honger. Of krijgt de premier geen eten vanavond? (klapt luid in de handen, vlak bij Alexanders oren) Hop, hop! Je moest al bezig zijn!                                      ALEXANDER (geschrokken) Ja Alexander, prima, ik ga naar de keuken, ik zal dan..                                      HELENA (houdt haar hand op) Moment! Dit is belangrijk: even bellen… (legt een vinger op de lippen om hem te doen zwijgen, praat in de hoorn, charmant) Hallo collega! Hoe was je dag vandaag, goed? Nee, je stoort niet: ik was niks aan het doen, niks belangrijks. Goed dat we kunnen bijkletsen...                                      ALEXANDER (hij stapt uit zijn rol) Ho! Stop!                                      HELENA (zij ook)  Ja, Alexander?                                      ALEXANDER Nu overdreef je toch een beetje, nee?                                      HELENA Nee, Alexander. (heeft nog last van de alcohol)  Alleen met de whisky. Ik ben dat niet gewoon.                                      ALEXANDER Zo ben ik toch niet?                                      HELENA Zo ben jij.                                      ALEXANDER Op een slechte dag?                                      HELENA Op een goeie dag.                                      ALEXANDER Niet te geloven. Waarom doe ik zo?                                      HELENA Dat vraag ik mij al twintig jaar af. Als ik daar een antwoord op had…   (plots staat de partijvoorzitter in de kamer)                                       PARTIJVOORZITTER Ik heb daar een antwoord op!                                      HELENA (geschrokken door zijn plotse verschijning) Voorzitter: er hangt een bel naast de deur.                                      PARTIJVOORZITTER Grapje. De premier staat onder enorme druk. De media, de verantwoordelijkheid, altijd moeten presteren. Dat stopt nooit, ook thuis niet: ook nu weer wacht het werk. (tot Helena) Dank u, wij nemen het wel van u over. En, meneer de premier? Komt er stilaan al iets terug?                                      ALEXANDER Ik ben bang van niet.                                      PARTIJVOORZITTER Dat komt wel.                                      HELENA (afgaand) Hou het kort, we moeten nog eten. De routine, weet u wel. (intussen komt de secretaresse op)                                       PARTIJVOORZITTER (wijst haar aan) En wie hebben we hier?                                      ALEXANDER (staart haar niet herkennend aan) Geen idee.                                      SECRETARESSE Jackie! Je secretaresse! Tien jaar trouwe dienst!                                      ALEXANDER (hij schudt haar formeel de hand) Aangenaam, proficiat!                                      SECRETARESSE Mijn gezicht zegt je niks?                                      ALEXANDER Niet op het eerste gezicht. Zou dat moeten?                                      SECRETARESSE Dat zou wel mogen.                                      PARTIJVOORZITTER Trek het je niet aan. We zijn hier om te helpen. Ik had je huiswerk gegeven, om je bij te werken.                                      ALEXANDER Huiswerk? Oeps, vergeten! Wat wil je: black-out!                                      PARTIJVOORZITTER Grapje. We geven je een snelcursus, om je politieke kennis op te frissen. Zaken die je als premier absoluut moét weten.                                                SECRETARESSE We moeten van nul herbeginnen…                                      PARTIJVOORZITTER …en we hebben weinig tijd…                                      SECRETARESSE …dus let goed op, Alexander!                                      PARTIJVOORZITTER Dit is basiskennis: wat zijn de doelstellingen van onze partij?                                       ALEXANDER Geen idee. Ik ben niet zo geïnteresseerd in politiek.                                                SECRETARESSE Zie je het al staan in de media? ‘Premier niet geïnteresseerd in politiek.’                                      PARTIJVOORZITTER Dat komt wel terug. Probeer je te herinneren: wat streven wij na?                                                ALEXANDER Mag ik raden? ... Een gezonde leefomgeving?                                                PARTIJVOORZITTER Een gezonde leefomgeving? Ben jij soms een groene geworden door die klap tegen die boom?                                                ALEXANDER Oké. Wat dan? … Werk voor iedereen?                                                PARTIJVOORZITTER Ben je er nu mee aan het lachen? Zijn wij communisten of wat? Het is simpel, maar noodzakelijk: wat moét gebeuren is… (wijst de secretaresse aan) Jackie..!                                      SECRETARESSE ‘Besparen en belasten!’                                                ALEXANDER Belasten? Zijn wij daar niet tegen?                                       PARTIJVOORZITTER Absoluut niet! (wijst de secretaresse aan) Jackie..!                                      SECRETARESSE  ‘Besparen en belasten, omdat de vorige regeringen onze centen verbrasten.’                                       PARTIJVOORZITTER Dat zijn jouw woorden. Al wat ik je nu leer, heb ik zelf van de beste geleerd.                                       ALEXANDER Als ik het zelf gezegd heb. Oké dan. ‘Besparen en belasten.’                                       PARTIJVOORZITTER Correct. Niet vergeten! Dit is basiskennis: wat zijn de officiële streefdoelen in het partijprogramma?                                                ALEXANDER (triomfantelijk) ‘ Besparen en belasten!’                                                PARTIJVOORZITTER Ben je gek geworden? Dat zet je toch niet in het partijprogramma! Hoe kun je dan stemmen winnen, kiezers aan onze kant krijgen? In ons partijprogramma zetten we mooie, sowieso onhaalbare streefdoelen, zoals… (kijkt de premier hoopvol aan, die haalt de schouders op, dan wijst hij de secretaresse aan) Jackie..!                                       SECRETARESSE ‘Een gezonde leefomgeving! Werk voor iedereen!’                                                PARTIJVOORZITTER Correct! Nu zijn we er! Ben je mee?                                      ALEXANDER Ik ben mee. Ik ben alleen niet zeker of dat wel iets voor mij is, politiek.                                                SECRETARESSE Zie je het al staan in de media?                                                PARTIJVOORZITTER Je hebt het twintig jaar gedaan. Dit is niet het moment voor twijfels. De verkiezingen staan voor de deur, de opiniepeilingen zijn een ramp.                                       SECRETARESSE Jij bent de enige van de partij die nog stemmen trekt, véél stemmen.                                        ALEXANDER Niet te geloven. Hier thuis ben ik niet zo populair.                                       SECRETARESSE De mensen vinden je niet sympathiek, ze kijken naar je op, je bent de sterke man.                                        ALEXANDER Ik? De sterke man?!                                        PARTIJVOORZITTER Dat was je. Dat moet je terug worden. De partij kan niet zonder je. Jij moét snel weer in de politiek.                                      ALEXANDER Hoe kan ik weer in de politiek als ik niet meer weet wat mijn ideeën zijn?                                      PARTIJVOORZITTER Wees gerust, in de politiek valt dat niet op. Je moet dringend weer je eigen stem laten horen!                                      ALEXANDER Hoe kan ik mijn eigen stem laten horen als ik mijn eigen stem kwijt ben?                                       PARTIJVOORZITTER Het gaat nu om de stem van de kiezer. Die is belangrijker dan jouw stem. De partij staat onder grote druk: het gaat al rond dat jij definitief buiten strijd bent, dat wij stuurloos zijn zonder onze kapitein.                                        SECRETARESSE Je moet zo vlug mogelijk weer de oude worden.                                      PARTIJVOORZITTER Jij gaat op TV, jij geeft een toespraak, je laat zien dat je sterk staat. (raakt bemoedigend zijn schouder aan) Alexander, aan het werk voor je comeback! (wijst de secretaresse aan) Jackie..!                                      SECRETARESSE Ik geef hem de speech, dan kan hij oefenen.                                      PARTIJVOORZITTER Zorg dat er weer kracht in zit. Maak dat de premier weer de premier is! (gaat af)                                      SECRETARESSE (geeft hem de papieren) Hier is je speech.                                      ALEXANDER Mijn speech? Heb ik dat geschreven?                                      SECRETARESSE Nee, die is van de voorzitter.                                      ALEXANDER (geeft haar de papieren terug) Wat moet ik daar dan mee?                                      SECRETARESSE (reikt hem de papieren weer aan) Dat is de speech van de premier.                                      ALEXANDER Van wie is hij nu? Van de voorzitter of van de premier?                                      SECRETARESSE Van alle twee: de voorzitter schrijft hem, de premier zegt hem.                                      ALEXANDER De voorzitter schrijft wat ik moet zeggen? (geeft haar de papieren terug) Ik ben geen toneelspeler. Laat iemand anders dat maar voorlezen.                                      SECRETARESSE Je kunt hier echt niet onderuit. Je moet, het is je job. (ze reikt hem de papieren aan, lachend)                                      ALEXANDER Als het dan toch moet. Wat is er zo grappig?                                      SECRETARESSE Tien jaar lang was jij mijn baas. Nu ben ik jouw baas. Baas boven baas.                                      ALEXANDER Grapje. Wat voor baas was ik eigenlijk?                                      SECRETARESSE Wil je de waarheid?                                      ALEXANDER Niets dan de waarheid.                                      SECRETARESSE Wat voor baas? Wat is het woord? ‘Bazig’..? (sust)  Nee, dat niet. ‘Autoritair’..? Dat ook niet. ‘Dictatoriaal’..? Dat is het woord niet. ‘Tiranniek’! Ja, dàt is het woord!                                      ALEXANDER Je hebt het over mij?                                      SECRETARESSE Iedereen was doodsbang voor je. Behalve ik. Tegen mij was je anders. Tegen mij was je heel lief.                                      ALEXANDER Dat is het eerste positieve dat ik over mezelf hoor. Dat werd tijd.                                      SECRETARESSE Weet je dat niet meer? Wij deden een spelletje met mekaar, als we alleen waren.                                      ALEXANDER Wat voor spelletje?                                      SECRETARESSE Het was ons geheimpje. Waar niemand iets van afweet.                                      ALEXANDER (ongerust) Wat ga ik hier nog horen?                                      SECRETARESSE Ben je zeker dat je het wil weten?                                      ALEXANDER De korte pijn: gooi het er uit.                                      SECRETARESSE Jij en ik deden niks liever dan samen…. rijmen.                                      ALEXANDER Wablieft?                                      SECRETARESSE Weet je dat niet meer? Wij spraken in rijm. Ik vroeg bijvoorbeeld ‘Wat doe ik met dat dossier?’ – en dan zei jij ‘Breng dat maar hier!’                                      ALEXANDER (opgelucht) Ah. Dat is alles, daar bleef het bij?                                      SECRETARESSE O nee, daar bleef het niet bij!                                      ALEXANDER (ongerust) Nee?                                      SECRETARESSE Dan zei ik: ‘Ik ga het halen’ – en dan jij weer: ‘Niet verdwalen!’ Enzovoort. Wij konden dat echt ùrenlang. Wij waren daar keigoed in!                                      ALEXANDER (opgelucht) Oké, ik begrijp het. Plezierig!                                      SECRETARESSE Héél plezierig! Maar lang niet zo plezierig als dat ander spelletje.                                      ALEXANDER Nog zo een spelletje?                                      SECRETARESSE Je weet er echt niks meer van?                                      ALEXANDER Waarvan?                                      SECRETARESSE Je weet niks meer van… ‘ons’?                                      ALEXANDER (ongerust) Van ‘ons’? Wat van ‘ons’?                                      SECRETARESSE Hoe kan je dat vergeten? Wil je me soms beledigen?                                      ALEXANDER Je bedoelt toch niet wat ik denk dat je bedoelt?                                      SECRETARESSE (dubbelzinnig) Wat dénk je dat ik bedoel..?                                      ALEXANDER Daar was ik al bang voor. Wie is daarmee begonnen?                                      SECRETARESSE Wie zou daarmee begonnen zijn? Wie was er de baas?                                      ALEXANDER Maar… Ik ben er dan toch als eerste mee gestopt?                                      SECRETARESSE Je deed niks liever, waarom zou je dan stoppen?                                      ALEXANDER Ik stel hier de vragen, jij niet! Hoe serieus was het? Hoe diepgaand?                                      SECRETARESSE (sexy) 'Diepgaand'? (lacht) Wat bedoel je met 'diepgaand'?                                      ALEXANDER Dat meen je niet! Dat kan niet!                                      SECRETARESSE Wil je soms zeggen dat ik lieg?                                      ALEXANDER Zo een vent ben ik toch niet?                                      SECRETARESSE Welke vent is er niet zo?                                      ALEXANDER Ik vraag je niet op mijn vragen te antwoorden met vragen, ik vraag antwoorden op mijn vragen!                                      SECRETARESSE (lachend) Wat zeg je nu allemaal?                                      ALEXANDER Iedereen weet alles van mij, en ik weet niks! Gek word ik ervan! Dat moét gedaan zijn!                                      SECRETARESSE Ja, laten we beginnen aan je speech. (duwt hem de papieren in de hand)                                      ALEXANDER Dat is mijn speech niet, verdomme! Hoe dikwijls moet ik dat nu nog zeggen! (gooit haar kwaad de papieren in het gezicht) Steek hem zelf af, die speech! Steek hem voor mijn part ergens waar de zon niet schijnt!                                      SECRETARESSE Wauw, wat een kracht! Je bent er helemaal klaar voor, voor je speech! Je wordt terug de oude: de premier is weer de premier!                                      ALEXANDER (zakt plots kreunend ineen, kijkt somber voor zich uit) Niet te geloven…                                      SECRETARESSE Misschien toch niet, misschien hebben we nog een klein beetje werk. Pak maar een whisky.                                      ALEXANDER Ik heb het al gezegd, ik lust geen whisky…                                                 SECRETARESSE Je kan er één gebruiken. (schenkt hem een whisky uit) Het is wat te veel voor je, ik ga je laten bekomen. (raakt bemoedigend zijn schouder aan)  Alexander, het komt goed. Lees je speech maar. Tot morgen! (gaat af)                                      ALEXANDER (kijkt vol afschuw voor zich uit) Een minnares?!  Ik heb een vrouw, een dochter, én een minnares? Wil ik dat wel weten? Ik wil dat niet weten. Maar niks weten, dat is ook maar niks. Weten of niet weten, dàt is de kwestie. Wat van de twee is het beste? (warm)  Ik denk graag terug aan wat gelukt is, mijn wapenfeiten. (kil) Het probleem is: je onthoudt vooral je stommiteiten. Al wat je uit je verleden kunt missen, is het niet beter om dat gewoon te wissen? (warm) Vrij zijn van die last, geen schaamte die aan je knaagt, geen lijken in de kast, zo puur als een maagd… (kil) Maar dan ben ik ook de goeie herinneringen kwijt, om mij aan te warmen op koude dagen. Van welke keuze krijg je het minste spijt? Het zijn geen makkelijke vragen… Alles onthouden of de hele boel vergeten? (haalt zijn schouders op) Eerlijk? Ik zou het niet weten… (pakt zonder na te denken zijn glas whisky vast) Nu begin ik verdomme al te rijmen. (hij slaat automatisch zijn glas achterover, trekt heel grote ogen door het effect van de alcohol, begint te hoesten) Ik lùst geen whisky…!   (donkerslag)       Scène 2     (de dochter ligt weer in de sofa, beluistert met de ogen toe haar muziek op haar koptelefoon; de premier zit zich, met zichtbare tegenzin, door zijn papieren te worstelen; de telefoon gaat, hij zoekt en vindt hem, neemt het gesprek aan)                                       ALEXANDER Hallo? (luistert, niet begrijpend) De premier..?! Ja, dat ben ik natuurlijk, hoe kan ik dat vergeten? En wie bent u? (luistert, niet begrijpend) Meneer De Wilde..?! Natuurlijk, meneer De Wilde, hoe kan ik dat vergeten? (luistert) Zeker, ik heb een ferme tik gekregen. Maar pas op… (lacht) u zou die boom eens moeten zien! (luistert) Of ik weer klaar ben voor de job? Tja, wanneer ben je daar ooit klaar voor? (luistert) Echt waar? Zou u dat voor mij willen doen? (luistert) Meneer De Wilde, u maakt mijn dag goed! Perfect, afgesproken! (luistert) Nee! Ik dank ù, uit de grond van mijn hart! Tot genoegen, meneer De Wilde! (drukt het gesprek weg, springt op met een overwinningspose en -kreet)                                      SOPHIE (trekt geschrokken haar koptelefoon af) Wat nu weer?                                      ALEXANDER Geen paniek, ik was niet naar jou aan het kijken, echt niet. (zwiert al zijn papieren opzij) Weg ermee, ik ben vrij! Heb jij ook zo’n hekel aan studeren? (ze keert hem de rug toe, geeft alle aandacht aan haar telefoon: hij incasseert, doet een tweede poging, zet zich bij haar op de sofa) Stomme vraag: wie niet? Welke richting studeer jij? Mag ik raden? (ze reageert niet, hij incasseert, een derde poging) Stom: saai onderwerp. Wat doe je in je vrije tijd? Mag ik raden? (ze reageert niet, hij incasseert) Stom, dat ik door dat accident nog zo weinig weet.                                      SOPHIE Dat accident maakt geen enkel verschil. Je hebt het nooit geweten. Nooit willen weten. Het interesseerde je niet. Je moet tegen een boom rijden om geïnteresseerd te raken in je dochter.                                      ALEXANDER Stom… Maar nu ben ik geïnteresseerd.   (Helena komt op, staat hen ongezien in het deurgat te bekijken)                                      SOPHIE Je hebt je kans gehad. Ik heb jaren gewacht, gedacht: ik ben niet interessant genoeg, ik besta niet. Ik ben minderjarig, ik mag nog niet op hem stemmen, ik tel niet mee.                                      ALEXANDER Ik weet niet wat zeggen.                                      SOPHIE Zeg dan maar niks.                                      ALEXANDER Ik had het moeten vragen.                                      SOPHIE Och, het heeft ook zijn voordelen. Als jij niks weet, kan ik alles doen wat ik wil.                                      ALEXANDER Wat je wil? Waar heb je het over?                                      SOPHIE Wat doen tieners allemaal waar hun pa niks van af weet? Gebruik je verbeelding: comazuipen – cocaïne snuiven – orgieën houden? Best dat je daar niks van af weet. Je zou nog meer flippen dan je nu al doet.                                      ALEXANDER Engeltje…                                      SOPHIE Noem me geen engeltje, ik was nooit je engeltje. Waarom zeg je dat? Weet je mijn naam niet meer, is dat het? Je mag raden: Kimberley? Marina? Sabrina? (gaat de kamer uit)                                      ALEXANDER Sophie! Het is Sophie!                                  (Sophie slaat met de deur en is af)                                      HELENA Ze studeert wetenschappen, en ze doet volleyball. Die andere dingen waar ze van sprak, die doet ze niet – voor zover ik weet…                                      ALEXANDER Laat ons hopen. Ik ‘flip’ al meer dan genoeg. Een dochter is te ingewikkeld voor mij. Ik druk op al de verkeerde knoppen.                                           HELENA Je hebt niet veel oefening gehad. Zij ook niet. Geef haar wat tijd. Ze heeft al die jaren geen vader gekend – dat is even wennen.                                      ALEXANDER Niemand kent hier iemand.                                      HELENA Nee? Ik heb je goed gekend.                                      ALEXANDER Hoe kan dat? Je hebt al die jaren geen echtgenoot gekend.                                      HELENA Ik heb het over de Alexander van vroeger, van in het begin. Die kan ik je leren kennen. Mijn geheugen werkt nog wel – heel goed zelfs.                                      ALEXANDER Vertel: die kan alleen maar beter meevallen dan de Alexander van nu.                                      HELENA De oude Alexander, of beter de jonge, had een voorliefde voor alles wat begint met een A, de A van Alexander. Uit pure ijdelheid. Om te beginnen: je lievelingsdrank was… (haalt een fles boven, geeft ze hem) …àrmagnac. Probeer eens, misschien brengt dat je geheugen terug. (geeft hem een flesopener en 2 glazen)  Dit heb je na al die onaangename ontdekkingen wel verdiend.                                      ALEXANDER Bedankt. Dat zal veel beter zijn dan die whisky. Wat weet je nog?                                      HELENA Wat weet ik nog? Je lievelingseten: àvocado’s! Je favoriet dessert… àpfelstrudel!                                       ALEXANDER         Ik heb smaak. Ga door. (hij schenkt voor beiden drank uit)   HELENA (denkt na) Je favoriete figuur uit de geschiedenis: Alexander de Grote!                                       ALEXANDER         Pure ijdelheid, ja. Jij weet nog veel over mij. Ik voel me gevleid. (ze klinken, drinken) Mmm, ik heb goeie smaak. Maar dat wisten we al: ik heb jou als vrouw gekozen.                                      HELENA Ik voel me gevleid.                                       ALEXANDER         Ga door. Sympathieke vent, die Alexander van vroeger. Daar wil ik alles van weten.                                      HELENA Alles? Zeker weten?                                       ALEXANDER         Waarom niet?                                      HELENA Wel, je had een heel apart gevoel voor humor, dat alleen jij kon waarderen… En je zong graag onder de douche: even luid als vals, maar met een air!                                      ALEXANDER Volgens mij verwar je mij met iemand anders.                                      HELENA (plaagt hem graag) O nee. Ik ken al je geheimen. Je had een snoepverslaving. Vond je chocola in de kast dan at je alles ineens op, als je dacht dat niemand keek.                                       ALEXANDER (laat zich graag plagen) Je mag stoppen, Helena. Iemand te goed kennen is nooit goed.                                      HELENA Stoppen? Ik ben pas begonnen.                                      ALEXANDER Dan heb ik nog armagnac nodig. (schenkt voor beiden uit, ze drinken, komen los)                                      HELENA Wat nog meer..? Je denkt dat je handig bent, maar je hebt altijd twee linkerhanden gehad. Al wat je probeerde te repareren konden we weggooien.                                      ALEXANDER Dit is niet eerlijk. Je kan mij wijsmaken wat je wil, ik kan je niet tegenspreken, want ik weet van niks.                                      HELENA Ik informeer je over je rare trekjes en eigenaardige gewoontes, zo kan je er iets aan doen. Nog iets: je drinkt te veel, te snel…                                      ALEXANDER (betrapt met het glas aan de mond, beledigd) Je zou van minder alcoholist worden: ik word hier gewoon vernederd. Hoe erg is dat niet?                                      HELENA Ja, dat was ik vergeten: je bent een eersteklas drama queen!                                      ALEXANDER (lacht) Valt er nu echt niks positiefs over mij te melden? Er moet toch iets zijn waar ik goed in was?                                      HELENA Daar moet ik eens lang en diep over nadenken… Tja, je bent geen keukenprins, maar de tiramisu die je maakte was best lekker.                                      ALEXANDER Dat hoor ik liever.                                      HELENA … Je was goed in gezelschapsspelletjes – ik ook.                                      ALEXANDER Toch iets gemeenschappelijks.                                                          HELENA Je hield van grote honden. Van lange wandelingen op het strand. En toevallig…                                      ALEXANDER … toevallig jij ook! Nog iets wat we delen!                                      HELENA Ik was gepassioneerd door tangodansen. En raad eens..?                                      ALEXANDER Toevallig ik ook! Dus eigenlijk zijn wij het perfecte paar?                                      HELENA Niet echt… Ons laatste spel, de laatste strandwandeling is tien, vijftien jaar geleden. De laatste tango: twintig jaar.                                      ALEXANDER … Het spijt me, nog maar eens.                                      HELENA Eerst heb je het een dag uitgesteld, dan een week, een maand, een jaar…                                      ALEXANDER We gaan daar iets aan doen, hier, nu. We spelen een spelletje ‘Mens-erger-je-niet’. We kopen een Sint-Bernard, we rijden ermee naar zee en we dansen een tango op het strand.                                      HELENA (lacht) Ik zei het al: een heel apart gevoel voor humor…                                      ALEXANDER … dat alleen jij kan waarderen! Nee, ik ben bloedserieus. Ik heb hier een en ander goed te maken. Ik ga tiramisu maken, nù – als jij tenminste mijn recept nog weet! (hij steekt glimlachend zijn hand uit, ze neemt zijn uitgestoken hand aan, net dan vallen de partijvoorzitter en de secretaresse binnen)                                      PARTIJVOORZITTER Wij storen toch niet?                                      HELENA (geschrokken door zijn plotse verschijning) Ik dacht al: waar blijven ze?                                      SECRETARESSE Wij willen zeker de routine niet doorbreken.                                      HELENA Geen gevaar: dit is alles behalve routine.                                      ALEXANDER Jullie komen als geroepen! Houden jullie van tiramisu? Of van ‘Mens-erger-je-niet’?                                      SECRETARESSE Wat zijn we in een vrolijke stemming vanavond.                                      PARTIJVOORZITTER De ernst van de situatie is nog niet doorgedrongen: we hebben veel werk voor de boeg. Mevrouw, mogen wij even?                                      HELENA Wanneer krijgen wij eindelijk rust?                                      PARTIJVOORZITTER Ik gun het u – ik wou dat het kon.                                      HELENA (gaat geïrriteerd af)  Als je dat niet gelooft, maken ze je wel iets anders wijs…                                      PARTIJVOORZITTER Meneer de premier, komt er nog altijd niets terug?                                      ALEXANDER Wees gerust, als dat gebeurt, meneer de voorzitter, bent u de eerste die het te horen krijgt.                                      PARTIJVOORZITTER Een mens moet veel geduld hebben.                                      ALEXANDER Hou het kort, ik wil terug naar mijn vrouw.                                      SECRETARESSE Hoor ik dat goed? Hij is duidelijk nog niet de oude.                                      PARTIJVOORZITTER Alexander, heb jij een telefoon gekregen van Victor De Wilde?                                      ALEXANDER Ja, dat wou ik nog zeggen. Een heel warme, behulpzame man.                                      PARTIJVOORZITTER Excuseer? ‘Behulpzaam’?                                      ALEXANDER Hij wil mij helpen, de last van mijn schouders afnemen, hij wil…                                      PARTIJVOORZITTER …tijdelijk premier worden in jouw plaats?                                      ALEXANDER Ja, zolang ik nog niet helemaal genezen ben, wil hij even voor mij inspringen! Goed, hè? (na een lastige stilte) Niet goed?                                      SECRETARESSE Victor De Wilde is de oppositieleider. Onze grootste politieke tegenstander. De vijand.                                      ALEXANDER Oeps. (schenkt zich drank in, blijft drinken)                                      PARTIJVOORZITTER Je hebt hem de macht op een presenteerblaadje aangeboden. Hij stond klaar om alles over te nemen. Ik heb hem net op tijd kunnen blokkeren.                                       SECRETARESSE We hebben het toegeschreven aan de medicatie die je neemt.                                      PARTIJVOORZITTER Wij zijn dringend op zoek naar de oude Alexander, we raken geen stap vooruit, en dan dit…  grapje! Waar is je gevoel van trots? Moeten we je geheugen opfrissen?                                      ALEXANDER Bedankt, mijn vrouw heeft het al opgefrist. Zoveel is er niet om trots op te zijn. Ik was een klootzak thuis. De grootste klootzak van de straat.                                      PARTIJVOORZITTER Ook van de Wetstraat. Je was onze klootzak – en dat moet je terug worden. We hebben hem dringend nodig, onze klootzak.                                      SECRETARESSE Wij allemaal.                                      ALEXANDER Eerlijk: ik weet niet of ik dat al terug aankan. Ik heb tijd nodig.                                      PARTIJVOORZITTER De tijd is nù. Sinds je accident spoelt er een golf van sympathie voor je over het land: de mensen leggen bloemen aan die boom, ze steken kaarsjes aan… Je bent een stemmenkanon op zijn toppunt, we hebben goud in onze handen! Was je toen niet tegen die boom gereden, Alexander, ik had zelf een klein accidentje georganiseerd...                                      ALEXANDER Je wordt bedankt!                                      SECRETARESSE (verzoenend) Dat bedoelt de voorzitter niet letterlijk.                                      PARTIJVOORZITTER (grijnst) Wat dacht je?                                      ALEXANDER Ik weet niet veel meer, maar één ding weet ik: dit werk verandert een mens – niet echt ten goede.                                      PARTIJVOORZITTER Je hebt er zelf voor gekozen, je deed niets liever..! Wil jij liever een beetje rustig aandoen? Mij niet gelaten. Maar ben jij bereid de prijs te betalen? Als je de partij op dit kritiek moment in de shit laat zitten, zal de partij dat niet vergeten, nooit. Je kan er niet uit en weer instappen wanneer het je past. Weg is weg. Dat wil zeggen: fin de carrière. Dan kan je ze te koop zetten, je villa-op-afbetaling. Dat garandeer ik je.                                      ALEXANDER Wàt?                                      SECRETARESSE Dat bedoelt de voorzitter niet letterlijk.                                      PARTIJVOORZITTER Nee? Wat denk je?                                      SECRETARESSE Oh.                                      ALEXANDER … En ik dacht dat ik een klootzak was.                                      PARTIJVOORZITTER Dat was je, de grootste. Hoe jij als premier de oppositie kon afmaken, met 1 repliek, sterk. Als jij bloed rook, dan vloeide er ook bloed.                                        ALEXANDER Ja? Het is vooral jouw bloed dat ik nu ruik.                                      SECRETARESSE Wauw! Hij staat scherp. Volgens mij is hij klaar voor de training.                                      ALEXANDER Training? Welke training?                                      PARTIJVOORZITTER We doen een kleine improvisatie, als oefening, om je killer reflexen weer aan te scherpen. Stel je voor: dit is je comeback, jij wordt geïnterviewd op TV.                                     ALEXANDER Ik heb daar echt geen zin in.                                      SECRETARESSE We doen dit allemaal voor jou, Alexander. Ik speel de journaliste.                                      PARTIJVOORZITTER Dit spel heet ‘Mens-erger-mij-niet’. Ik speel de kijker thuis, de kiezer. Als je mij ergert, dan hoor je dit geluid: (imiteert een zoemer, zoals bij een fout antwoord in een quiz) Zoals een waarheidsdetector, die afgaat wanneer je liegt, maar dan een hardheidsdetector, die afgaat bij slap gelul.                                      SECRETARESSE Zijn we er klaar voor?                                      PARTIJVOORZITTER Er is maar één manier om het te weten: begin maar, Jackie.   ALEXANDER (hij drinkt, wordt stilaan dronken) Begin maar, Jackie.                                      SECRETARESSE (leest de vraag af van een papier, met een brede glimlach) ‘Welkom in de studio, meneer de premier. We zijn heel blij dat u terug bent. Ik neem aan: u ook?’   ALEXANDER Tja. Blij zijn of niet blij zijn, dàt is de kwestie. (de partijvoorzitter imiteert een zoemer, Alexander met een sarcastische glimlach) O mevrouw, wat ben ik blij!                                      SECRETARESSE ‘De oppositie vraagt zich af of u na uw ongeval nog de kracht hebt om het land te leiden in deze moeilijke tijden.’                                      ALEXANDER Ik vraag mij dat ook af. Zoals mijn vrouw zegt: het is niet simpel. Ik ben serieus dooreengerammeld.                                      PARTIJVOORZITTER (imiteert een zoemer) Slap, veel te slap. Het land wil een leider zien. Zoals je nu bent laat ik je niet op TV.                                      ALEXANDER Geloof me, ik doe mijn best, ik doe echt mijn best.                                      PARTIJVOORZITTER (imiteert een zoemer)   Je best doen is niet goed genoeg! Waar is je kracht?                                      ALEXANDER (opgejaagd) ‘Waar is je kracht?’ Wat een stomme vraag! Zonder kracht zat ik hier niet, wees gerust, dan had ik het al lang opgegeven.                                      PARTIJVOORZITTER Dat is een begin. Ga door! (tot de secretaresse) Volgende vraag.                                      SECRETARESSE  ‘Ik vraag mij af, meneer de eerste minister, of u op dit moment nog wel de volle 100 procent bent.’                                      ALEXANDER U vraagt zich dat af? Ik wil u wel eens tegen een boom zien knallen en een totale black-out krijgen om te weten hoeveel procent u zou zijn! Dat vraag ik mij af!                                      PARTIJVOORZITTER Kalm blijven. Kracht wil niet zeggen dat je moet roepen.                                      SECRETARESSE (improviseert) Meneer de premier, u lijkt me niet helemaal in uw gewone doen?                                      ALEXANDER (wanhopig) Hoe zou dàt komen? Hoe kan je in je gewone doen zijn als je jezelf en alles kwijt bent? Hoe kan je verdomme kalm blijven als alles wat je ontdekt over jezelf duidelijk maakt dat je ’s werelds grootste klootzak bent?                                      PARTIJVOORZITTER (imiteert een zoemer) Beheers alsjeblieft je emoties! En let op je taal: je bent en blijft de premier!                                      ALEXANDER Ik de premier? Ik moet het land leiden? De mensen inspireren, het goede voorbeeld geven? Grapje? Ik maak iedereen rond mij depressief, mijn vrouw, mijn dochter en vooral mezelf…                                      PARTIJVOORZITTER (imiteert een zoemer) Je moet jezelf verkopen, niet tot op de grond afbreken! Jackie! Volgende vraag!                                      SECRETARESSE Volgende vraag… (leest)  ‘Uw partijvoorzitter zegt: Laten wij het verleden achter ons laten en voorwaarts werken naar de toekomst toe..’                                      ALEXANDER Zegt hij dat? Fantastisch idee! Laten we zwijgen over al wat mislukt is en gewoon voortdoen zoals we bezig zijn, als de eersteklas klootzakken die we zijn!                                      PARTIJVOORZITTER (imiteert een zoemer) Let op je taal!                                      ALEXANDER (springt recht, tot de partijvoorzitter) Kus mijn kloten! (tot de secretaresse) Volgende vraag!                                      SECRETARESSE Volgende vraag… (zoekt opgejaagd in haar vragenlijst) Oké! ‘Meneer de eerste minister, wat hoopt u nog te realiseren in de toekomst?’                                      ALEXANDER Al wat ik nog hoop te realiseren in de toekomst, mevrouw, is dat ik eindelijk kan stoppen met mezelf een klootzak te vinden! Of als dat woord niet past bij mijn functie: een dikke egoïst, een smeerlap, crapuul..                                      PARTIJVOORZITTER (doet teken naar de secretaresse) Genoeg! Laten we ermee stoppen!                                      ALEXANDER (onstuitbaar) Ik wil niks liever dan ermee stoppen! Maar ik kan niet, mevrouw, ik mag niet, als ik ermee stop, dan pakt die klootzak mij mijn werk af, mijn inkomen!                                      PARTIJVOORZITTER Ho! Dit heeft geen zin!                                        ALEXANDER Nee, dit heeft geen zin, dat zeg ik al zo lang! Een klootzak als ik, mevrouw, is de slechtst denkbare kandidaat voor zo een belangrijke job! Waarom vraagt u het niet aan Victor De Wilde, dat is zeker een veel betere premier! Iedereen, zelfs de eerste de beste voorbijganger op straat, is een veel betere premier!                                      PARTIJVOORZITTER (brult nu) Hoooo!!!                                      ALEXANDER (valt geschrokken stil) Sorry. Ik denk… dat ik mij misschien een klein beetje heb laten gaan. Misschien wat te snel gedronken… te veel… (een pijnlijke stilte)                                      PARTIJVOORZITTER Correct. (hij beent zonder een woord te zeggen de kamer uit)                                      SECRETARESSE (raakt bemoedigend de schouder aan van de premier) Het euh… het komt goed. (gaat ook snel af)                                      ALEXANDER (kijkt somber voor zich uit) Niet te geloven…   (donkerslag – mogelijk het moment voor een pauze)         Scène 3     (Sophie ligt weer in de sofa, beluistert met de ogen toe haar muziek op haar koptelefoon, genietend; de moeder komt op, zet zich er kordaat bij)                                      HELENA Engeltje!                                      SOPHIE (zet zuchtend haar koptelefoon af) Wat ben ik populair de laatste tijd.                                      HELENA Crisisvergadering.                                      SOPHIE Ik zat erop te wachten.                                      HELENA Jij en ik, we moeten één front vormen, of we halen het niet.                                      SOPHIE Onze pa?                                      HELENA Zoals altijd. Het is niet simpel.                                      SOPHIE Het is niet simpel. Vroeger wel: vroeger wist je tenminste wat je aan hem had.                                      HELENA Ja, niks.                                      SOPHIE Maar je kon erop rekenen, hij was wat hij was: keihard, ijskoud.                                      HELENA De verschrikkelijke ijsman.                                      SOPHIE De perfecte vijand om me tegen af te zetten, de slechte. Ik was tegen hem, dus ik was de goeie. Nu ineens ben ik mijn vijand kwijt, schiet er niks meer van hem over.                                      HELENA De ijsman is gesmolten.                                      SOPHIE Er blijft alleen nog een plas water over.                                      HELENA Ik begrijp dat je kwaad was op de ijsman – ik was het ook – maar wie is er nu kwaad op een plas water?                                      SOPHIE Al die tijd dat ik hem nodig had was hij er niet, zijn deur bleef dicht. Op het moment dat ik het opgeef en mijn deur dicht doe, dàn staat hij daar, dàn heeft hij mij nodig!                                      HELENA Mannen… ‘Vergeef het hen, ze weten niet wat ze doen.’                                      SOPHIE Als ik hem zie, weet ik ook niet meer wat doen.                                      HELENA (glimlacht) Ik ook niet. En hij ook niet. Spannend!                                      SOPHIE Verwarrend! Alles is ineens omgedraaid! Als hij nu de goeie is, wie ben ik dan? De slechte?                                      HELENA Jij, Sophie, jij bent de beste. Dat heb je van je moeder.                                      SOPHIE Je bent aan het slijmen, ma. Wat wil je van mij?                                      HELENA Geduld. Mannen zijn traag, het duurt even voor ze weten waar ze naartoe willen. Jij hebt tijd nodig om aan hem te wennen, maar hij ook aan ons – aan hemzelf. Hij verandert, dat is voor hem even verwarrend als voor ons. Hij is aan het zoeken, maar ze pushen hem, ze geven hem geen tijd.                                      SOPHIE Oké ma, van mij krijgt hij tijd. Maar wat als zijn geheugen terugkomt? Dat kan van het ene moment op het andere. Hoe verandert hij dan? Ijs kan smelten, maar water kan ook weer bevriezen tot ijs.                                       HELENA (hoort hem aankomen) Hij is er!                                      SOPHIE (ziet hem) Dag, pa!                                      ALEXANDER (aangenaam verrast) Ah… Dag Sophie.                                      SOPHIE Wat zal het zijn, pa? Water of ijs?                                      ALEXANDER Wablieft?                                      SOPHIE Water of ijs… bij je whisky?                                      ALEXANDER Dat is heel lief, Sophie, maar ik…                                      SOPHIE (imiteert hem) “Ik lust geen whisky!” (gaat lachend de kamer uit)                                      ALEXANDER Wat heeft die ineens?   HELENA Wees blij, ze praat met je.                                      ALEXANDER Ze lacht mij uit.                                      HELENA Dat is een hele vooruitgang. (imiteert de partijvoorzitter) “En, meneer de premier? Komt er nog altijd niets terug?”                                      ALEXANDER (imiteert de partijvoorzitter) “Correct.” Nog altijd niks. Ik ben en ik blijf een vreemde.                                      HELENA (geeft hem een hand, glimlacht) Dag vreemde man. Dat is perfect. Volgens de damesbladen heeft een goed huwelijk altijd een beetje mysterie nodig.                                      ALEXANDER Dan zijn wij het beste huwelijk ter wereld. (ze lachen) Bedankt, Helena. Dat je het met mij hebt volgehouden, twintig jaar.                                       HELENA          Bedank je dochter: ik heb doorgebeten voor haar.                                      ALEXANDER We hebben ons jubileum toch gevierd? Er is toch iets leuks gebeurd die dag?                                      HELENA Er is zeker iets leuks gebeurd, in Oostende.                                      ALEXANDER Ah, een gezellig dagje samen aan zee, een lange wandeling op het strand? Een diner, een champagnemoment?                                      HELENA Nee, een càmpagnemoment. Verkiezingen. Echtgenoten niet toegelaten – alleen Jackie mocht mee.                                      ALEXANDER Jackie? De euh… secretaresse?                                      HELENA De euh... secretaresse. Zo werd het toch nog gezellig. Er zal geen wandeling geweest zijn op het strand. Jullie zullen wel op de kamer gebleven zijn?                                      ALEXANDER Euh… Geen idee.                                      HELENA Als je het wil weten, vraag het haar.                                      ALEXANDER (het hoofd in de handen) Het spijt me, Helena – de zoveelste keer. Het wordt eentonig. Al goed dat dit geen toneel is, het publiek was allang in slaap. Nee, wat zeg ik? Wàs dit maar toneel, en niet mijn leven…                                      HELENA Het spijt mij ook. Ik wou dat ik je andere herinneringen kon geven.                                       ALEXANDER Ik wil niks meer weten over mezelf. Ik kijk in de spiegel: ik herken die vent niet – dat ben ik niet. Ik ben weg.                                      HELENA Ik herkende je ook niet meer. Toen hij premier werd was de man die ik kende, waar ik verliefd op werd… weg. (raakt bemoedigend zijn schouder aan) Jij en ik, we moeten onze krachten bundelen: we zoeken dezelfde vent.                                      ALEXANDER Weer iets wat we delen.                                      HELENA Plus, niet te vergeten: een dochter met veel pit, die zich door niemand laat doen.                                      ALEXANDER Daar heb ik al staaltjes van gezien. Volgens mij wordt dat onze eerste vrouwelijke premier.                                      HELENA Vergeet het, ze zegt veel te eerlijk haar gedacht.                                      ALEXANDER Gelukkig lijkt ze op haar moeder. Zo is er toch iets goeds gekomen uit ons huwelijk.                                      HELENA Dat kunnen ze ons niet meer afpakken.                                      ALEXANDER Een hele troost.   Deze gesprekken ook: die zorgen ervoor dat ik niet totaal gek word. Dank je.                                      HELENA Graag gedaan. Iets waar je lang op gewacht hebt geeft veel meer genoegen.                                      ALEXANDER Raar dat we nooit spraken toen we elkaar kenden, en wel nu we elkaar niet kennen.                                      HELENA Dat komt door jou. Je lijkt meer op de Alexander van het begin, voor hij premier werd. De man met wie ik wou trouwen.                                      ALEXANDER (glimlacht breed) Joepie.                                      HELENA Je bent heel anders dan voor je ongeluk.                                      ALEXANDER Halleluja.                                      HELENA Minder uitroeptekens. Meer vraagtekens. Minder onwrikbaar, minder onbenaderbaar, minder… ongenaakbaar. Meer breekbaar… meer onvoorspelbaar… meer…                                      ALEXANDER … onweerstaanbaar!                                      HELENA (moet lachen) Boh… Laat ons zeggen: minder onuitstaanbaar.                                      ALEXANDER Daar neem ik genoegen mee.                                      HELENA Dus… je hebt nog niet je eigen geheugen, maar al wel dat van mij opgefrist. Je hebt de herinnering aan de oude Alexander terug tot leven gebracht.                                      ALEXANDER Dat is goed nieuws.                                      HELENA En met de oude Alexander komt stilaan ook iets van de oude Helena terug, wie ik was voor ik ‘de vrouw van de premier’ werd.                                      ALEXANDER Dat is heel goed nieuws.                                      HELENA Wat ik dacht wanneer ik naar je keek. Hoe jij toen was in mijn ogen, dat ben ik nog niet kwijt. Je bent nog niet weg. Je bent er nog.                                      ALEXANDER Dat is het beste nieuws dat ik in jaren heb gehoord. En dat allemaal door op mijn hoofd te vallen!                                      HELENA Niet slecht. Iedereen zou dat moeten doen, eens goed vallen.                                      ALEXANDER Vallen kan best meevallen.                                      HELENA Ja. Jij bent niet op je achterhoofd gevallen.                                      ALEXANDER Nee. Ik ben voor jou gevallen – als een blok. Mijn ongeluk was geen ongeluk: het was puur geluk. Het gaf mij een kans mijn eigen vrouw te leren kennen. Vooruit, vertel. Jij weet alles van mij, van jou weet ik niks.                                      HELENA (imiteert hem) Ik ben en ik blijf een vreemde.                                       ALEXANDER (geeft haar een hand, glimlacht) Dag vreemde vrouw. Wie ben je? Wat is je favoriet dessert? Je lievelingsdrank? Nee. Ik wil vooral weten wat je liever geheimhoudt. Al je rare trekjes, eigenaardige gewoontes.                                      HELENA Dat was te verwachten. Oog om oog, tand om tand.   (de dochter komt achter hun rug op, ongezien door hen)                                      ALEXANDER (speels) Vooruit, ieder om beurt. Ik heb jou de mijne laten zien, laat mij nu maar de jouwe zien.   (Sophie stopt door wat ze hoort, blijft verbijsterd luisteren)                                      HELENA (lacht) Nee nee. Ik heb geen rare trekjes, niet zoals jij.                                      ALEXANDER Daar geloof ik niks van, iedereen heeft dat. Ik geef niet op tot ik erachter kom. Een getrouwd man heeft het recht alles van zijn vrouw te weten. (Helena kijkt mysterieus glimlachend weg) Als je zo mysterieus doet, heb je zeker iets te verbergen. Je houdt iets achter, ik zie het. Iets heel ergs. Beken, Helena, beken!                                      HELENA Goed dan. Je hebt erom gevraagd. (ze buigt zich glimlachend voorover, fluistert haar antwoord in zijn oor)                                      ALEXANDER (speelt gechoqueerd) Nee! Is dat echt waar..? En ik dacht dat ik erg was – jij bent nog veel erger!                                      HELENA Heb je dat nu pas door? (ze lachen, Sophie bekijkt deze flirterigheid met weerzin)                                      ALEXANDER Kom, dat is niet alles. Er is nog meer, ik voel het. Zeg het maar.                                      HELENA  Hier komt het. (ze buigt zich voorover, fluistert haar antwoord in zijn oor)                                      ALEXANDER (grijnst breed) Nee!   (ze knikt ondeugend, ze lachen samen, zitten dicht tegen mekaar aan, oog in oog; de dochter reageert met walg op de groeiende intimiteit tussen haar ouders, ze draait zich om, gaat in shock af)   (donkerslag)       Scène 4       (deze keer is het Helena die languit in de sofa ligt: nu beluistert zij met de ogen toe muziek op de koptelefoon, genietend: Sophie komt op, ziet haar liggen, staart haar verbaasd aan; Helena voelt het, opent de ogen, ziet Sophie staan, neemt haar koptelefoon af, glimlacht warm, de hele tijd)                                      HELENA Blijf je daar nog lang staan?                                      SOPHIE Waarom?                                      HELENA (imiteert Sophie) ‘Ik ben geen toeristische attractie, kijk naar iets anders.’                                      SOPHIE Grapje. Wat lig jij daar te doen?                                      HELENA Wat lig jij hier anders te doen? Ik luister naar muziek, zoals jij. Ik ontspan mij.                                       SOPHIE Eerst deed onze pa raar, nu jij. Ik heb je nog nooit horizontaal gezien overdag, nog geen 5 seconden.                                      HELENA Juist daarom, ik heb al zo veel gewerkt in mijn leven, ik wil mij nu eindelijk…                                      SOPHIE (onderbreekt haar) Je hebt je gisteren al genoeg ontspannen met onze pa. Wat was dàt?                                      HELENA Jij bent niet mijn moeder, ik ben jouw moeder - doe normaal.                                      SOPHIE Dàt was niet normaal!                                      HELENA Je pa en ik, wij waren gewoon gezellig aan het…                                      SOPHIE (onderbreekt haar) Ho, ma! Te veel informatie!                                    HELENA Je vraagt om uitleg en dan mag ik hem niet geven?                                      SOPHIE Ik moet het niet horen, ik heb het gezien, dat was al erg genoeg. Je leek wel… (vol afschuw) …verliefd!                                      HELENA Verliefd?                                      SOPHIE Ja.                                      HELENA Op mijn eigen man?   SOPHIE Ja!                                      HELENA (speelt gechoqueerd) Niet normaal! Waar gaat het naartoe? Die ouders van tegenwoordig! Goed dat je me verwittigt. Straks word ik nog gelukkig, stel je voor! Nee, dan was het vroeger beter: ruzies, frustraties, tranen – dàt is tenminste normaal…   SOPHIE Oké ma, het is al goed. Als ik dan tussen die twee dingen moet kiezen…                                      HELENA …dan weet je het wel? (Sophie knikt) Goed. Ik ook.                                      SOPHIE Dat is wel duidelijk. Zo te zien weet onze pa eindelijk waar hij naartoe wil?                                      HELENA Zo te zien wel, ja.                                      SOPHIE Waar is hij dan naartoe?                                      HELENA Hoe bedoel je? Zit hij niet aan zijn bureau te werken?                                      SOPHIE Nee. Hij is vanmorgen vroeg vertrokken. Hij is opgepikt door zijn secretaresse.                                      HELENA (de glimlach valt weg) Raar.                                      SOPHIE Heel raar.                                      HELENA Hij heeft mij niks gezegd. Waar is hij dan naartoe?                                       SOPHIE Dat vroeg ik juist aan jou.                                      HELENA (een bezorgde stilte) Die trut van een Jackie!                                      SECRETARESSE (komt op met een brede glimlach) Als je van de duivel spreekt, hier ben ik! Ik stoor toch niet?                                      HELENA (met een even brede glimlach) Hoe zou jij in godsnaam kunnen storen? Loop jij maar lekker binnen wanneer je zin hebt. Ik ben altijd in de wolken als ik je zie.                                      SECRETARESSE Maar dat is fijn om te horen.                                      HELENA Wat doe jij daar toch mee, met mijn man?                                      SECRETARESSE (schrikt) Pardon?                                      HELENA Op hem heb je hetzelfde effect als op mij.  Als hij terugkomt van een congres of zo -met jou-   lijkt hij wel een andere man, een veel jongere. Zo een transformatie, spectaculair!                                      SECRETARESSE Ah? Wel ja, we doen ons best voor de premier!                                      HELENA Je doet je best, daar twijfel ik niet aan. (scherp) Wat ik doodgraag wil weten, Jackie: wanneer krijg ik hem terug?                                      SECRETARESSE Pardon? Ik verzeker u, mevrouw, het is niet mijn bedoeling, ik zou niet durven, hij is van u, geen sprake dat ik u van hem.. dat ik hem van u..                                      HELENA Wat zeg je nu allemaal? Je hebt hem vanmorgen meegenomen, ik vraag: wanneer krijg ik hem terug?                                      SECRETARESSE Ah! Misverstandje, ik begrijp het.                                      HELENA Ik ben blij dat we mekaar begrijpen.                                      SECRETARESSE Dat kwam ik u net zeggen: de premier komt eraan!                                      HELENA Waarom moest hij zo vroeg weg? Wat gebeurt er?                                      SECRETARESSE Helemaal niets. Wat zou er gebeuren? (een stilte: Helena kijkt Jackie strak in de ogen) Het spijt me, ik weet niet of ik u dat wel mag vertellen.                                      HELENA Ik raad het je ten zeerste aan – tenzij je problemen zoekt.                                      SECRETARESSE (dreunt af) Omdat de tot nog toe gehanteerde tactiek om het geheugen van de premier op te wekken door routine niet het resultaat gaf dat we ervan gehoopt hadden heeft de voorzitter met het oog op de genezing van uw man besloten om gezien de stilaan nijpende tijdsdruk op staande voet over te gaan tot een nieuwe methodiek...                                      HELENA (scherp) Wat–gebeurt–er?                                      SECRETARESSE De premier slaapt.                                       SOPHIE Hij slààpt?                                      SECRETARESSE We proberen zijn geheugen terug te brengen met een reeks sessies van hypnotherapie. Om een doorbraak te forceren. Het is onze laatste kans.                                      HELENA ‘Hypnotherapie’? En ik weet nergens van?                                      SECRETARESSE We moesten snel zijn, het is een race tegen de klok: de verkiezingen staan voor de deur. De voorzitter heeft het aan de premier gevraagd en hij heeft zich daartoe bereid verklaard.                                      HELENA Hynose? Hoe groot is de kans dat dat werkt?                                      SECRETARESSE Het is een gok. Hypnotherapie zit nog in een experimentele fase. Het is lang niet zeker of het iets uithaalt, maar het is het proberen waard.                                      SOPHIE Zo zit dat: onze pa wordt gebruikt als proefkonijn?                                      SECRETARESSE (hoort de premier, opgelucht) Als je van de duivel spreekt: daar is hij!                                      SOPHIE Alsof dat iets kan veranderen! Wat is dat voor flauwe kul?   (de premier komt op, gedreven, krachtig, de secretaresse blijft op de achtergrond kijken naar wat er gebeurt)                                      HELENA Alexander! Ik was ongerust.                                      ALEXANDER Ongerust, waarom? Ik heb gewoon wat geslapen. (hij gaat recht naar de fles whisky) Heel goed geslapen zelfs. En dat was nodig ook: ik voel mij herboren. (schenkt zich een whisky uit)                                      HELENA Alexander, wat doe je?                                      ALEXANDER Last van je ogen, Helena? Ik pak een whisky.                                      SOPHIE Hij pakt een whisky?                                      HELENA Jij pakt een whisky?                                      ALEXANDER Er zit hier een echo. Last van je geheugen, Helena? Ik pak al twintig jaar een whisky voor het eten. (slaat de whisky in één teug achterover)                                      HELENA Maar je zei dat je geen whisky lust?                                      ALEXANDER Stom, hè? Ik was los vergeten hoe lekker dat is. (schenkt er nog één in) Ik pak vandaag maar eens een dubbele, om de verloren tijd in te halen. (hij slaat de whisky in één teug achterover)                                      SOPHIE Zie jij wat ik zie?                                      HELENA Ik zie het.                                      ALEXANDER Lekker! Mijn smaakgevoel komt terug. En niet alleen mijn smaak: er komt meer en meer terug…                                      HELENA Ik zie het. Maar ik kan het niet geloven.                                      ALEXANDER … herinneringen, beelden, ideeën, plannen, het één na het ander, een lawine…                                      HELENA Zeg dat het niet waar is.                                      ALEXANDER Alles is aan het terugkomen. Ik ben aan het terugkomen. Dat geeft een mens energie – goesting om erin te vliegen – bergen werk te verzetten, je kan je niet voorstellen hoe goed dat doet!                                      SOPHIE Geloof het maar, het is waar.   (de secretaresse straalt, ze belt de partijvoorzitter, brengt hem op de hoogte, enthousiast fluisterend)                                             ALEXANDER Hypnose: een schitterend idee van de voorzitter, ik moet het toegeven.                                      SOPHIE Hij wordt terug de oude...                                      ALEXANDER Ik ben weer vertrokken!                                      HELENA Alexander, luister nu eens...                                      ALEXANDER (houdt zijn hand afwerend op) Moment! (tot de secretaresse) Jackie! Kom hier!                                        SOPHIE Pa, dit is toch een… grapje?                                      ALEXANDER Ik ben bloedserieus. (stapt op haar af) Heb jij geen huiswerk? Heb jij niks anders te doen dan hier in de weg te staan? Maak je nuttig voor de verandering! Hop hop! (klapt luid in de handen, vlak bij haar oren, ze springt geschrokken op en holt af)                                      HELENA Alexander, wat gebeurt er met je?                                      ALEXANDER Wat gebeurt er met mij? (stapt op haar af) Wat gebeurt er met joù? Geen zin om te koken? Krijg ik geen eten vandaag? Naar de keuken! Hop hop! (klapt luid in de handen, vlak bij haar oren, Helena springt geschrokken op, gaat verbijsterd af) Oké, Jackie! Nu wij!                                      SECRETARESSE (komt enthousiast bij hem staan) Riep je mij?                                      ALEXANDER (declameert, in rijm) Wakker blijven, jij Slapen is er nu niet bij En zeker niet gaan slapen… zonder mij! (slaat haar op de kont, ze slaakt een verrukt gilletje)  Vooruit, schat, aan het werk!                                      SECRETARESSE (doet blij mee) De premier die staat weer sterk!                                      ALEXANDER De premier is nog nooit zo sterk geweest Een gezond lichaam én een gezonde geest Hij staat voor jou in levenden lijve Hij is teruggekomen om te blijven!                                      SECRETARESSE Dàt moet ik opschrijven.                                      ALEXANDER We zaten een tijd in de puree Maar nu doen we weer helemaal mee!                                      SECRETARESSE Jippiejee! Hij is terug, onze premier! (in zichzelf)  Onze premier?Nee: mijn premier! Ik samen met Alexander Hij, en geen ander!                                      ALEXANDER De voorzitter had een zeer goed idee Ik ga morgen live op TV!                                      SECRETARESSE We zijn weer samen, wij twee!                                      ALEXANDER Alles is weer oké!   (ze doen een high five)   (we zien in het deurgat Helena en Sophie perplex toekijken)                                      SOPHIE Oh nee.!                                      HELENA Niet te geloven.   (donkerslag)         Scène 5     (de partijvoorzitter zit samen met de secretaresse in een kamer, Helena zit samen met Sophie in haar zitkamer, we zien beide duo’s tegelijk op de scène, maar door het licht voel je dat elk duo apart zit, in een andere kamer; allen zitten te wachten voor hun TV, waarvan het scherm gesitueerd is in de zaal)   (de partijvoorzitter en de secretaresse zitten met een glas wijn in de hand,  met een brede grijns op het gelaat, ze genieten)                                      SECRETARESSE Een happy end!                                      PARTIJVOORZITTER Dit had ik niet meer verwacht!   (Helena en Sophie hangen er depressief bij)                                      HELENA Dit had ik niet meer verwacht…                                      SOPHIE Nee, ik ook niet – om heel eerlijk te zijn..                                      PARTIJVOORZITTER Om heel eerlijk te zijn, ik had het opgegeven. Ik dacht: dat is mijn fin de carrière, het eind van mijn politiek leven.                                      SECRETARESSE (in zichzelf) Het eind van mijn erotisch leven...                                      PARTIJVOORZITTER Pardon?                                      SECRETARESSE Grapje.                                      SOPHIE Grapje – dacht ik, hij maakt een grapje…                                      HELENA … maar hij is bloedserieus.                                      SOPHIE Hoe kan die fucking hypnose ineens alles veranderen?                                      HELENA Ik snap er niks van.                                       SOPHIE Heeft hij dat dan niet uitgelegd?                                      HELENA Hij vertelt mij niks. Als ik iets vraag gaat hij de kamer uit. We zijn helemaal terug bij af. Het is een ramp.                                      PARTIJVOORZITTER Het is een wonder, die hypnose – en dat kostte maar 50 euro, wist je dat? Een mirakel: ineens gedraagt hij zich weer als een… een echte…                                      SECRETARESSE (zwoel) … een echte man!                                      PARTIJVOORZITTER Pardon?                                      SECRETARESSE Grapje.                                      PARTIJVOORZITTER Een echte leider, zo sterk, zo krachtig, zo…                                      SOPHIE Zo… stom, zo onnozel heb ik hem nog nooit gezien, met die idiote rijmpjes van hem.                                      HELENA Zwijg me erover.                                      SOPHIE (imiteert hem) “Sophie, wees blij dat het leven weer voortgaat Dat je vader terug paraat staat!”                                      HELENA (imiteert hem) “Helena, wees content Je hebt eindelijk weer een vent Die zijn eigen vrouw herkent!” (ze zucht diep) Content? Ik ben in extase! Van geluk omvergeblazen!   (we horen een jingle van een regeringsmededeling: de premier komt plechtig opgewandeld, gaat zitten achter de tafel, hij haalt zijn papieren boven, drinkt een glas water)                                      PARTIJVOORZITTER De belangrijkste speech van zijn carrière.                          Het perfecte scenario: gigantische kijkcijfers! Ideaal voor zijn herverkiezing! (leunt voorover naar de TV) Doe het, voor de partij!                                      SECRETARESSE (leunt voorover naar de TV) Doe het, voor mij!                                      HELENA Voor mij hoeft het niet. Ik heb hem al genoeg gezien op TV. Ik zet het af. (neemt de afstandsbediening, wil hem wegzappen)                                      SOPHIE (pakt de afstandsbediening van haar af) Laat opstaan. Ik moet het zien, om het te kunnen geloven.                                      ALEXANDER (kijkt de zaal –dus de camera– strak aan, praat ook zo) Goedenavond, beste burger.  Ik val via de TV bij u binnen, maar ik zal niet lang misbruik maken van uw gastvrijheid. Ik heb een mededeling te doen, die niet bij iedereen in goede aarde zal vallen.                                      SOPHIE Dat valt mee: het is niet in rijm.                                      ALEXANDER Door een ongeval was ik even buiten strijd. Onmiddellijk werd gezegd dat de eerste minister zijn geheugen was kwijtgespeeld: tijdelijk – of misschien wel definitief. Velen van de oppositie dachten, nee hoopten daarmee voor eens en voor altijd van mij af te zijn.                                      PARTIJVOORZITTER Correct! Goed bezig!                                      ALEXANDER Meneer De Wilde zag zijn moment van glorie al aanbreken. Zo gaat dat: de een zijn dood is de ander zijn brood.                                      PARTIJVOORZITTER Die zit! 1–0! (de glazen klinken, hij drinkt)                                      SECRETARESSE Mijn baas! Die van mij! (ze drinkt)                                      ALEXANDER Raar maar waar: zoals u ziet sta ik weer klaar, klaar voor de strijd, tot grote spijt van wie het benijdt.                                      SOPHIE Shit, hij begint weer.                                      HELENA Ik ga slapen. Ik kan daar niet tegen. (ze draait van de TV weg, wil afgaan)                                      ALEXANDER Beste burger, ik heb een vraag: vindt u dit ook zo vervelend?   (Helena stopt in het deurgat, draait zich om, blijft luisteren)                                      SECRETARESSE Wat zegt hij nu?                                      ALEXANDER Ik wel. Stomvervelend. Dus: tot zover de officiële speech. (hij gooit zijn papieren de lucht in)                                      PARTIJVOORZITTER Wat is die nu aan het doen?                                      ALEXANDER (zijn pose is plots meer ontspannen, hij improviseert hoorbaar) Ik had nog tien bladen vol met van alles, waarvan mijn partijvoorzitter denkt dat jullie dat graag horen: de sterkste slogans, de mooiste beloftes, het paradijs op aarde, nu, volledig gratis. Jullie kennen dat intussen allang uit het hoofd.                                      PARTIJVOORZITTER Wat is die verdomme aan het doen?                                      ALEXANDER Genoeg daarvan. Genoeg gelogen. Wat zou er gebeuren als we voor één keer eens de waarheid zeggen? Zijn jullie er klaar voor? De waarheid is: ik ben nog niet genezen! Verrassing! Ik deed maar alsof. Theater! Dat was de enige manier om vandaag op TV te komen, met jullie te kunnen spreken. Meneer De Wilde heeft groot gelijk: ik ben mijn geheugen kwijt.                                      SECRETARESSE Dàt had ik niet zien aankomen.                                      ALEXANDER Ik weet niet wanneer mijn geheugen terugkomt, ik weet zelfs niet of het ooit terugkomt, maar daar trek ik mij niks van aan, geen bal. Want je verliest veel, maar je wint ook veel: door mijn black-out had ik de ruimte in mijn kop om eens goed na te denken over waar ik mee bezig ben.                                      SOPHIE Ma, hoor je dat?   (Helena kijkt gebiologeerd naar de TV)                                                                  ALEXANDER Ik dacht, als succesvol politicus, dat ik goed wist wat winnen is. Maar ik wist er niks van, geen bal. Misschien begin ik er eindelijk iets van te snappen, hopelijk niet te laat.                                      PARTIJVOORZITTER Nee, nee, nee… (toetst gejaagd een nummer in op zijn telefoon)                                      ALEXANDER Ik heb nu pas aan de lijve ondervonden wat verliezen is, alles verloren zijn: niemand kennen of herkennen, ook jezelf niet. Geen herinneringen meer om te delen, met niemand op de wereld…                                      SECRETARESSE Ik zie dat toch wel graag als een man zo is, zo kwetsbaar…                                      ALEXANDER … geen verleden hebben, dus geen toekomst. Als je niet meer weet vanwaar je komt, weet je niet meer waar je naartoe moet.                                      SOPHIE Niet te heavy, hé pa.                                      HELENA Stil, engeltje.                                      PARTIJVOORZITTER (roept in de hoorn) Neem op, neem die telefoon op!                                                       ALEXANDER Geheugenverlies is niet het ergste verlies: het ergste verlies is dat je een plaats cadeau krijgt aan het hoofd van een familie, aan het hoofd van een land, en je totaal vergeten bent wat je daar allemaal mee kan doen.                                      PARTIJVOORZITTER (in de telefoon, dringend) De voorzitter hier! Kom ertussen! Hou hem tegen!                                      ALEXANDER Het ergste verlies is dat je familie je liever naar het werk ziet vertrekken dan thuiskomen.                                      PARTIJVOORZITTER Kan me niet schelen hoe, doe iets! Zeg dat er een storing is, trek de stekker eruit, stop die speech!                                      ALEXANDER Het ergste verlies is dat ik jullie, de mensen wiens vertrouwen ik heb gekregen, gewoon blaasjes wijsmaak, een gezond leven beloof, en werk voor iedereen, als dekmantel om te kunnen besparen en belasten…                                      PARTIJVOORZITTER (staart naar TV) Nee! Niet correct…                                      ALEXANDER Zo win je stemmen. Maar om echt te winnen moet je de ballen hebben de waarheid toe te geven. Moet ik hier op TV tegen jullie zeggen dat ik geen herverkiezing wil, geen tweede ambtstermijn, omdat ik het gewoon niet verdien.                                      PARTIJVOORZITTER (kreunt) Zet dat af, zet dat af…                                      ALEXANDER Dat ik mijn post van premier, van politicus verlaat, hier en nu, voor altijd. Dat is geen groot verlies. Ik wil niet in de weg staan van iemand anders, iemand beter. Iemand die eerlijk is.                                      PARTIJVOORZITTER (in de hoorn) Laat maar. Te laat.                                      SECRETARESSE Ben ik nu mijn werk kwijt?                                      PARTIJVOORZITTER Wat dacht je? Jij niet alleen… (beent nijdig de kamer uit)                                      ALEXANDER Als ik op TV kom is dat om mijn vrouw iets te vragen dat ik, onder vier ogen, in geen honderd jaar durf vragen: dat ik wel een herverkiezing wil hier thuis, een tweede ambtstermijn in ons huwelijk – hoewel ik dat misschien ook niet verdien… Ik begin opnieuw, van nul af aan. Maar dan goed: ik zet alles op alles – tweede keer, goeie keer. Helena, ik ben niet meer van plan op jou te besparen, of je te belasten. Deze keer mag jij mij belasten – ik zal jouw lasten proberen dragen.                                      SECRETARESSE Spijtig! Na zo een speech was hij zonder probleem herkozen. Alle vrouwen zouden op hem stemmen.                                      ALEXANDER Ik wil niet meer de premier zijn van iedereen. Helena, ik wil alleen jouw premier zijn.                                      SOPHIE Zeg pa, is dat er niet een klein beetje over?                                      HELENA (staart ontroerd naar de TV) Boh…                                      SOPHIE Zeg niet dat je dat graag hoort.                                      HELENA (idem) Boh…                                      SOPHIE (lachend) Ben je niet beschaamd, ma!                                      ALEXANDER Ik weet nu wat winnen is. Hoe goed het voelt als je terug kan winnen wat je kwijt was gespeeld. Als je je plaats terugvindt, als je thuis weer welkom bent, zoals je kan zien in de ogen van je vrouw en in die van je dochter...                                      SOPHIE Laat mij d’r buiten, pa.                                      ALEXANDER Dat heb ik uit die black-out geleerd. Dat knoop ik vanaf nu in mijn geheugen. Iemand slimmer dan ik schreef: “Er is niets verloren als je de moed hebt toe te geven dat alles verloren is en je opnieuw moet beginnen”.                                      SOPHIE Stop maar ouwe, niet te sentimenteel.                                      ALEXANDER Doe me een plezier, beste burger, en laat je niet meer voor de gek houden. Kies een betere premier. Geen klootzak. Van mij heb je geen last meer, van mij ben je af. Tot nooit meer.                                          SECRETARESSE Dat zal wel, binnen een jaar of twee – de politieke comeback van de premier! (ze toost met haar glas)                                      ALEXANDER                          Ik dank u voor uw welwillende aandacht.                                      SOPHIE Ik zal het morgen weer kunnen uitleggen op school… (ze zet haar koptelefoon op, legt zich neer om te luisteren naar haar muziek, het licht gaat traag uit)                                    ALEXANDER                          (houdt zijn hand afwerend op) Moment! (het licht gaat weer aan) Ik was het bijna vergeten. (grijnst) Black-out! Ik ben nu werkloos en ik moet toch wel een beetje geld verdienen voor mijn familie. Anders zal mijn tweede kans in de liefde rap gedaan zijn. Beste burger, wilt u nog méér waarheid te weten komen? Binnenkort vindt u in de boekhandel mijn autobiografie, het verhaal van mijn leven – alleen van de laatste tien dagen helaas, verder reikt mijn geheugen niet. Vandaag maak ik dan toch één belofte: in mijn mémoires vindt u zeker onthullingen, die voor bepaalde politici beter het daglicht niet zouden zien! Dat wil zeggen: fin de carrière!                                      SECRETARESSE Ik denk dat de voorzitter misschien toch iets te vroeg is weggegaan. (ze staat op en gaat snel af)                                      ALEXANDER Doe nu het licht maar uit.   (het licht gaat traag uit)                                      HELENA (houdt haar hand afwerend op) Moment! (het licht gaat weer aan) Het laatste woord is voor mij. (ze trekt de koptelefoon van Sophie’s hoofd) Engeltje!                                      SOPHIE Ma! Wat is er?                                      HELENA (glimlacht, zo breed als enigszins mogelijk is) Zoals ik al zei: het is zover. Papa komt eindelijk thuis.   (donkerslag)     EINDE

Hazelof
10 1

Schrijftaal ? spreektaal ? dialect ? ( ge meugt gerust zen )

Hedde tal gehoord? Verleden dinsdag zat ik bij Chantal int café. Ineens loept daar een grote rat de frituur van dikke Guy langs achter buiten recht het café binnen. Dat was daar een gekweek en gedoe. Een geroep en een getier. De Laenen zat er me nen borstel achteraan. Chantal die wier zot. Ze dacht da speelt dieje nooit kleer. Het succes was novenant. Aloïs begon al lelijk te doen. Die zijn keers was bijna uit. Tripel van Westmalle die kunnen daar niet tegen. Zuiver voor de commerce. In café ‘in de Volksvriend’ daar worden ze opgedaan. Da was geen aardigheid in diejen tijd.             Ge meugt gerust zijn. Lachen dat die dee. Da’s iet aarig ze, een rat. Goe zat allemaal. Dieje is er afgevallen. Da was t’een en t’ander. Just op tijd. Gustje was ze weer aant plagen. Da gezaag zal sebiet wel gedaan zen, zei ze. Toen wast vat af. Genne De Keuninck nie meer. Chantal belde naar Louis van café ‘ De Pelikaan’ Wulle met dat leeg vat naar den overkant. Rolt er nie mee of ge ga wa voorhebben zei Louis. Dieje loempe van de vakbond van z’n kloten maken Veul te zwaar. Dieje is dan ook geboren op 1 april. Alleman zat. Den dag van heden mag da allemaal. Op ne werkdag lopen ze al van t’een café naar tander, oep ne werkdag hè. Goe gelachen wel.             Iet anders. Ik heb ne nieve caravan. Als k het kraantje in da keukentje openzette begon toilet te lopen.. Da darmpke zal verkeerd. Iet later stond de schuif onder de poempbak, met bestek, ge weet wel, helemaal vol water. Vloeken jongen, vloeken. Na zat er een ander darmpke los. Veel gezever mee gehad. Dieje verkoper stamp ik onder zenne put da de ballen in’t rond vliegen. Da’s veel beter dan een Rapido plooicaravanneke. Na moet ik wel naar de keuring want de nieve is meer dan 700 kilogram. Chance da we in Hühnerscheid genne regen hemme gehad. Da’s Luxemburg nie ver van Bastogne. Kelly had voor niks greppeltjes gegraven. Hoe loemp kunde zen? Veurige keer hadde we regenweer. Niks dan modder. Klote weer en problemen met gasvuur. Een steekvlam van zeker drei meter. Da darmpke zat geplooid. Bekan heel de voortent weg. Da’s nylon, hè da zeil. Nog nooit zoveul sigaretten meegebracht. Die camions konden allemaal aan de kant. Met ne caravan konde gewoon door. Den Opel Vectra is wel aant verslijten. Di van ons zegt dat geld op is.             Ik hem gehoord dat de Léon bekan met visbak en al de vort ingeduikelt is. Voorover, recht erin, bekan. Die kan nie vissen met den haak. Neen, neen ne meerval. Genne snoek. Verkeerd aas. Hoe loemp kunde na zen. De miserie van een ander daar zijn we nie mee gediend. Da maakte mij nie wijs. Ja, ja, café Arizona was om drei uur nog open. Ge meugt gerust zijn.

Hubert Grimmelt
0 0

De moeilijke bevalling

doktoor            Ja, Miriam ... 't is weer van dat!                         Mevrouw Debuck en haar man zijn zopas de spoedafdeling binnen-                         gekomen!                         En het moet natuurlijk weer tijdens mijn shift gebeuren, hé!!                         Elk jaar hebben ze mij liggen!                         Elk jaar!!!                         En iedere keer slaagt Dr. Schellekens erin,                         om nét dan met vakantie te gaan!                         Iedere keer!!!                         Als hij die natuurramp daar in Thailand heeft overleefd,                         ga ik hem toch eens goed zijn les spellen!                         Ik heb ook recht op een gezellige kerstavond!!!   Mr.Debuck        Ah, goedenavond, mijnheer doktoor.                         Zeg, hebt u dat gehoord van die tustami-toestanden in Thailand?                         Die doktoren ginder gaan daar meer werk hebben dan u, zunne!                         Maar allez, ik ben hier met mijn vrouw, en ik denk dat het niet lang                           meer gaat duren, want ze voelt al hevige krampen!   doktoor            Bon, en wat gaat het deze keer zijn ...   Mr.Debuck        Ze wil mij ook niks zeggen, mijnheer doktoor.                          Het moet een verrassing blijven! Ge kent ze, hé!   doktoor            Ge kiest wel uw momenten, zunne!                         Altijd op kerstavond, en altijd tijdens mijn dienst!! Chapeau!!!   Mr.Debuck        't Is omdat de natuur het zo wil hé, mijnheer doktoor!                          Enfin, al de andere zijn er goed uitgekomen,                          dus 't zal nu ook wel gaan, zekers?   Mevr.Debuck    Aaaaaaaaaaaah!   doktoor            Vlug, naar de bevallingszaal ermee!                         Seffens maakt ze dienen ouden dementen bok van kamer drie wakker,                         en dan zijn we gegarandeerd weer vertrokken voor een paar uur!!!   Mevr.Debuck    Schatje, ge moet meekomen!   Mr.Debuck        Mag ik, mijnheer doktoor?                         Ge weet dat ik alles graag op film zet, voor ons video-dagboek!   doktoor            Wat hebt ge de vorige drie keren gedaan?    Mr.Debuck        Euh ... ik ben meegegaan naar binnen.   doktoor            Awel, waarom vraagt ge 't dan nog?!                         Doe alsof dat ge thuis zijt,                         moeten we geen muziekske voor u draaien?   Mevr.Debuck    Kaëll!                         Schatje, dat nummer van Bart Kaëll!!!   Mr.Debuck        Ge hebt toevallig de Marie-Louise niet liggen, mijnheer doktoor?   doktoor            Zeg, we gaan dat hier wel een beetje vooruit laten gaan, hé!                         Ik zou vanavond toch veel liever een gevulde kalkoen gaan eten,                         in plaats van er hier één open te moeten snijden!   Mr.Debuck        Opensnijden?                         Oh nee, nee, nee, nee, nee!!!                         Mijn vrouw is Europees kampioene bodybuilding,                         dus er mogen zeker geen littekens overblijven!                         Het moet op de natuurlijke manier gebeuren!   Mevr.Debuck    Laat hem niet snijden hé, schatje!   doktoor            Allez, voor de vierde keer op rij Europees kampioene, dus. Proficiat!   Mr.Debuck        Ja, en volgend jaar neemt ze deel bij de venten!   doktoor            Awel, begin dan maar te persen hé, Mevrouw Debuck!   Mevr.Debuck    Aaaaaaaaaaaah!!   doktoor            Miriam, hou de emmer klaar, daar komen de eerste twee!                         ...                         Hebt ge ze opgevangen?                         ...                         Goed, daar zijn de volgende drie, pas op!   Mevr.Debuck    Aaaaaaaaaaaah!!!   doktoor            OK, nog ééntje, en dan is 't gedaan!   Mevr.Debuck    Aaaaaaaaaaaah!   doktoor            Eindelijk, ik kan naar huis!   Mr.Debuck        Hoeveel zijn het er?   doktoor            Twee meer dan vorig jaar, en voor de allerlaatste keer;                         de kerstcadeautjes moeten onder de kerstboom liggen!!  

Vince
0 0

De man die zijn neus verloor

Ralph              Ah, daar zie ... de Willy!                        Dat is lang geleden, zeg! Hoe gaat het ermee?   Willy               Bwaa, niet te goed.                        Ik ben mijn neus verloren.   Ralph              Allez jong, komt dat tegen!                        Had ge 't mij niet verteld, ik zou het nooit gezien hebben!   Willy               Ja, maar 't is toch een vervelende affaire, zunne.                        Ge zou eens moeten weten hoeveel mensen er mij nu verwarren                        met diene Michael Jackson!   Ralph              Gij had vroeger toch ook een aap als huisdier?   Willy               Dat beest is zeker al vijf jaar dood!                        Het was dan ook niet echt verstandig van hem,                        om altijd in de microgolfoven te slapen.                        Daar moesten gewoon ongelukken van komen!                        Zeg Ralph, gij hebt toevallig geen reserve-neus op zak?   Ralph              Goh, een reserve-neus ...                         Ik heb wel een onderbroek aan met zo'n olifantenslurf,                         maar die is zeker al twee weken niet gewassen!   Willy               Hmm, ik ben toch niet helemaal gewonnen voor dat idee.                        Pas op; niet dat ik vies van u ben, hé!   Ralph              Dan kan ik verder ook niks voor u doen, zunne.   Willy               Verdomme toch, en hoe moet ik nu vanavond mijn cocaïne opsnuiven?                        Zonder neus gaat dat niet, hé!   Ralph              Ge moogt alles zo negatief niet zien, Willy.                        Ge moet nu toch uw neushaar niet meer trimmen?   Willy               Pfft, ik ben er vet mee.   Ralph               Ik zou nochtans direct met u willen ruilen!                         Als ons Betty teveel pinten gedronken heeft,                         laat ze de hele nacht scheten!!                         De laatste keer was het zelfs zo erg,                         dat het donsdeken praktisch aan het plafond plakte!!!   Willy               Gij kent toevallig niemand die hetzelfde heeft voorgehad?   Ralph              Nee, jong.                        De zoon van mijne gebuur André is ooit wel eens zijn pink kwijt-                        gespeeld in de paté-fabriek waar hij werkte, maar ze hebben die                          teruggevonden in de Carrefour van Oostakker.   Willy               Zou ik aangifte moeten doen bij de politie?   Ralph              Denkt ge dat er iemand uw neus gestolen heeft?   Willy               Dat kan toch?! Het was een uniek exemplaar, hé!   Ralph              En wat als blijkt dat ge hem in andermans zaken gestoken hebt?                        Ik denk niet dat de flikken daarmee gaan kunnen lachen!                        Ge weet toch dat er daar een zware gevangenisstraf op staat, hé!   Willy               Is 't echt?   Ralph              Ik heb vier jaar rechten gestudeerd, zunne!   Willy               En zeggen dat ik er nog aan gedacht heb om hem af te richten!   Ralph              Ja, Willy ... het begint allemaal met een goede opvoeding, zeg ik altijd!  

Vince
0 0

Air Afghanistan

Benny              Hallo, mag ik even jullie aandacht?                         Mijn naam is Benny, en ik ben een Hollandse terrorist!                         Dus blijf allemaal lekker zitten,                         of ik schiet jullie neer met mijn Kalashnikov!!!                         Dit vliegtuig wordt gekaapt!   Mohammed     Lap, ik had al een voorgevoel dat diene rosse gene zuivere was.   Ahmed             Ik heb het sowieso al niet voor die bleekscheten,                         en zéker niet voor Hollanders.                         Ons enige geluk is dat het geen Belg is, want die zijn nog erger!                         Ze zeggen soms dat clichés uit de lucht gegrepen zijn,                         maar het tegendeel is waar.   Mohammed     Ik hoop maar dat wij niet uit de lucht gegrepen worden ...   Benny              Die twee heren daar achteraan mogen hun snaveltje dicht houden, ja!                         Leg nou gewoon allemaal effe die Koran weg, en relax folks!   Ahmed             Wat zijt gij wel van plan met ons?   Benny              Wij gaan ergens anders heen!   Mohammed     Ik denk niet dat we onze eindbestemming zullen halen, Ahmed.   Ahmed             Naar waar gaan we dan?                         Wij zijn hier wel allemaal op een Heilige Missie, hé!   Benny              Zet die plannen maar uit je hoofd, gozer!                         We zijn helaas niet op weg naar de WTC-torens in Brussel!                         Ik heb de piloot net instructies gegeven,                         koers te zetten naar een andere bestemming.                         Wij gaan met z'n allen immers lekker naar ... Benidorm!   Mohammed     Naar Benidorm??   Ahmed             Gij stukske krapuul!   Benny              En eens daar, gaan we kijken naar een optreden van Franz Bauer!   Mohammed     OMG!!!   Ahmed             Hebt gij dan echt geen enkel respect voor een mensenleven?!                         Schiet ons dan gewoon van den eerste keer dood, hé!   Benny              Ho maar!                         En met wie moet ik daar dan volksdansen?                         Toch niet in mijn uppie, zeker???   Mohammed     Volksdansen??   Ahmed             Gij stukske krapuul!!!   Benny              Sodemieter toch op, man!                         Ik heb er zelfs voor gezorgd dat jullie daar allemaal op een camping                         mogen pitten, dus wat zitten jullie nou eigenlijk te zaniken?!   Mohammed     Zouden er daar ook zitten, Ahmed?   Ahmed             Ik vrees het, Mohammed.                         Ze nesten daar zowat het hele jaar door,                         en we zullen er waarschijnlijk ook gefolterd worden:                         karaoke zingen, bingo spelen, barbecuen ...                         Die mannen kennen daar absoluut geen grenzen in,                         dat is echt klootjesvolk, zunne!   Mohammed     Ze gaan ons toch niet verplichten om sandalen met witte sportsokken                         te dragen, hé??                         Dat kunnen ze ons toch niet maken hé, Ahmed?!   Ahmed             Niet iedereen respecteert de internationale mensenrechten,                         Mohammed.   Benny              Nou beste mensen, het duurt toch nog een end voor we er zijn:                         wat dachten jullie van een deuntje? Lekker gezellig, toch?   Mohammed     Oh, Moeder Maagd Maria!   Benny              Nederland o Nederland,                         jij bent de kampioen!                         Wij houden van Oranje,                         om zijn laten en zijn doen!                         Wij houden van Oranje,                         om zijn laten en zijn doen!  

Vince
0 1