Ŵrykoђolakas

20 mei 2024 · 396 keer gelezen · 2 keer geliket

«The gravity of the battle means nothing to those at peace»

 

Nyarlanhotep, de kruipende Huiver, moet de oud-zeeman voorlopig gedogen.

Imposant figuur, Diederik de Vader. De rokende apostel. De Meester.

Ruikt zwaar naar paarse aftershave, Nebulae van Guerlain, en naar pijp, naar pijptabak altijd: vanillig, houterig, harsig, brutaal.

Heeft een hekel aan schaamte en gepruts.

Over zijn eerste erotische ervaring met een meisje stamelt hij blozend, onder de indruk nog altijd na vijfduizend-zoveel jaren, dat het voelde alsof hij in een nest behaarde jonge vleermuizen greep. Nooit meer!

(Nogal grof, vind ik, en ondankbaar. Onbegrijpelijk. Wij houden net van haar, beharing. Het maakt haar nog mooier.. dierlijker.. menselijker..)

En toch: ook hij had van die wilde tedere haarstreek gehouden, hij dacht er later dickwijls in betovering aan, steigerend onder de lakens maar moeizaam weer op gang gepookt, als een lang gedoofd gewaande haard.

Hij stichtte later tijdens een hete seventieszomer, onder het delirium van een zonneslag, een slordige zes kinderen, zomaar rapraprap.

Last met namen, had hij, dus doopte hij de kinderen Concessie 1 tot en met 6. (Dat deed hij door de eeuwen tot elfmaal toe op rij.)

Vervolgens nam hij in een gewijde bronzen waterkuip een stortstoombad om voornamelijk zijn duivelse flieter, een kleine meetlat groot, een grote meetlat klein, om de toverflieter Papageno een goeie stevige schrobbeling te geven en tot een langdurige rust te zalven met Zwitsal bodylotion.

Tenslotte katapulteerde een laatste LSD-trip hem op Purple Pills richting de purperen, vereeuwigende sterrennevels waartussen hij nog altijd graag vertoeft, en waarin hij graag, als zijn echtgenote Angele van huis is, plaatjes draait hip hop, en met de muizen meedanst.

---

Soms echter komt het op bittere ernst. Soms komt het er ook voor Dierik op aan om alert te wezen en scherp te staan. Gevaar loert overal.

Onderweg naar de nevels scheert hij vaak rakelings langs Vrykolakas heen die hem schijnt op te wachten.

Daar dan, in een van de vele Gotische hemelopeningen, hangt die afgrijselijke menselijke droggedaante roerloos op een prooi te wachten.

Hij lijkt op het eerste oog een zware grote man gekleed in een lange, donkere middeleeuwse tuniek.

Maar wanneer men goed naar het Gedrocht probeert te kijken, zonder lam te staan van angst, dan ziet men de golvende diepzwarte haren in mist uiteenrafelen.

Het matte voorhoofd, hoger dan normaal, de ingevallen en gerimpelde wangen en de puntige, klauwachtige knokige handen hebben de vale kleur van een doods marmerachtig.

De gestalte, groot als een Berserker, is vreemd gebogen en verdwijnt bijna in de wijde plooien van het opmerkelijke gewaad.

Maar het vreemdst zijn de ogen.. Als van het Onbestaan. De vermissende ogen: twee holten van afgrondelijke duisternis waaruit een bovenmenselijke intelligentie spreekt, maar waarvan de boosaardigheid onmenselijk is.

De ogen die in een hinderlaag op Diederik liggen gegrepen en op ons allen, wanneer we eindelijk Daarheen gaan.

Verminkte, giftige, grauwelende klanken stijgen uit de diepte op vantussen de monsterlijke slagtanden.

      « ph'ngglui mgglw'nafh Čthulhuu R'lyeh wgah'nagl fhtaggn »

---

Diederik begrijpt terstond waar de roep om gaat.

Het is het afgrijselijkste geheim op Aarde.

---

Een gruwelijke kwelgeest is Vrykolakas, de kruisdrager van Eibon, die Diederik op een nacht in bed als kind bekropen is en nooit meer heeft losgelaten.

Het schendt de nog altijd diep vanbinnen kleine jongen als een trauma, een diepe kras, of een zwarte vlek. Het bloedt uit zijn lichaampje en het laat sporen.

Het hervormt zijn wezen telkens er uit het veilige lichaamhuls getreden moet en er intimiteit moet met een ander.

Losgerukt van Vrykolakas, tenslotte, onder de vlucht, neemt de mens een laatste slinger langs de Magelhaense Wolkenvelden, niet al te ver van huis weg, waar ook Wiene & haar neef geregeld vliegen te dromen.

Sindsdien, sinds de landing, zal Diederik nooit nog een vrouw aanraken.

Ze werden Heiligen voor hem.

Hij miek er in den beginne zelfs teveel een verering van, opdat ze hem ververwijderd en onaangeroerd zouden blijven.

Ze verlangen nochtans naar hem. Soms.

Rijen van artistieke intelligente knappe rijpere dames. Sterrenbeeld Ram, bijvoorbeeld.

Hijzelf zou een Maagd zijn, naar het schijnt.

Pas op: het gebeurt ettelijke keren dat Diederik in de rij staat aan te schuiven bij een vrouw die hem niet meer wenst te zien of zelfs nog maar te dromen.

Tja.

---

Sterrenbeeld Ram zijn ze toevallig of Boogschutter of Stier. Hijzelf is een Maagd, wordt verteld.

En inderdaad: het gebeurt talloze malen dat Diederik in de rij staat aan te schuiven bij een vrouw die hem niet zien wil, niet meer wenst te lezen een liefdesbrief die hem vandaan komt.

Soms hartverscheurend. Een breekbaar meisje, toen hij jonger was, schreef uit smart om hem Leave (Get Out), later uitgebracht door Jojo. Kapot ging hij aan schuldgevoel, nadien, om het verdriet dat hij het meisje veroorzaakt had.

Als hij een hart breekt dan ook telkens het zijne.

Soms wordt hij misbegrepen.

"Geen maagden in mijn kot meer!" hoort men soms tieren, lang nog voordat er een huisdrempel overschreden wordt. "En al zeker geen linkshandige! Brengt dubbel ongeluk! Buiten!"

Koterij natuurlijk, voor hem.

Maar doorgaans wint hij later succes, Diederik, en verzachten langzaam de zeden.

Het zijn zoals gezegd magnifieke dames, die heerlijk in het hoofd zitten, prettig ongestoord, bedaard de stem verheffend en en gewoon vriendelijk en rust schenkend aan een man, aan dit soort van een man althans.

Deze nobele vrouwen hebben de onthechting en de levenswijsheid opgespaard om minzaam een win-win te zien in Dieriks eenvoudige meesterplan om enkel een magische en zuivere afstandsrelatie te wensen, te genieten zelfs, met volle teugen. Maar louter een platonische.

De Kasteelvrouw, noemt hij de muze waar hij naartoe schrijft. Ze wisselt soms van kasteel naar de vergeetput of de kerkers.

Dan neemt een nieuwe muze haar betrekking. Dat kan al eens familie zijn.

---

Hij schrijft graag, tekent evenzo frivool als Kandinsky, hij doedelt clair-obscuurs naar de hand van Caravaggio en hamstert jaarlijks fardes vol nieuwe adressen, voorzekers een farde per seizoen, om soms lieflijke en soms scabreuze hartstochtbrieven te versturen naar overal te velde, van Abelard weg en weer naar Heloïse.

Elke nacht staat hij met een oude sextant, meegetsjoept uit de Zeevaartschool, de talloze omwentelingen in het ootje te houden, tegen de beelden aangeleund van Djomaz, een hogere priester uit zijn Orde geweest.

Hij merkt de laatvliegers nooit op. Geen oog voor.

De buren horen hem aangeschoten soms bulderen op zijn broeders uit de Vaart: "Brunooo! Faximiljaardedju! Hard stuurboord met ons Leven heb ik U verdraaid bevolen Faxim! Prutser! Halve haring! Vermiste hersencel! Duizend klompen en bananen! Do-o-orst!"

"Teuten trekken!" briest zijn Nederlandse collega Peter Staal, de Hulstse Horror in de gedaante van een schrikwekkend en vervaarlijk uitziende Watergeus met vuile vieze kleren, een open gulp, en maar wauwelen en bulderen en briesen als kannonnen, de twee Meesters.

Soms valt het geweld stil en weerklinken tere liedjes.

Tot in Breskens horen de buren De Nacht van Zjef Vanuytsel.

Er is al meermaals, meeermaals naar de flikken gebeld, ge weet wel, zucht, de flikken: er zijn er ook wel goeie bij. Maar geen avance.

"De verdachten zijn onvindbaar," kijken ze toch verdacht lange tijd mekaar aan in de ogen, de flikken.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

20 mei 2024 · 396 keer gelezen · 2 keer geliket