De tovenaar van Matadi

16 mei 2024 · 570 keer gelezen · 3 keer geliket

Voor mooisies Els, Kaartje en Alix, drie nobele kasteelvrouwen die aan de haard staan van de vurige fierheid door ons allemaal omringd.

Steeds en altijd voor zusje Helen, brothers in arms, mijn eeuwige hart en de hemel op twee wondermooie benen ֎

 

Het vroegste begin?

Wel.. Ik ga toch proberen.

Ik steek van wal.

Ik zal toch proberen te beschrijven, zo goed als mogelijk, wat mij overkomen is.

Beetje trachten zoals Ishmaël dat deed over Ahab van de Pequod.

Wats gebeurd? Ik weet het feitelijk zelf nog niet. Alles in mijn hoofd is uit elkaar gesmeten.

Ik besef het zelf nog niet, bedoel ik.

Hoe kan ik het tot klaarheid brengen?

Het schijnt een droom en toch ook niet, een magisch realisme, een trap van steen in wolken.

Wolken..

Het wufte en verstrooide wegdromen van mij ligt deze keer in de oorsprong aan Broeder Diederik.

---

Hij, hij overtuigt mij om het allemaal op te schrijven.

Schrijf zo zot als mogelijk, zegt hij ontuchtig.

Maar ik zeg, ook tegen haar, tegen de liefste, tegen Wiene, ik zeg rustig: “Diederik, het is zo al zot genoeg, vent.”

"Ja ’t is waar,” wrijft hij door zijn dikke pluizenbaard.

Hij trekt sprekend op de rijzige Servranckx, het grijze hoofdgenie van de Afwerpse B1. Hij lijkt ook ontzettend op Urbanus van Tollembeek, tot op zekere hoogte, want Diederik is wellicht nog begaafder dan het absurde Belgische origineel.

Zijn geest waait alle windrichtingen uit maar blijft wezenlijk verankerd in de Vlaamse boerenaarde.

Hij heeft er een carrière van gemaakt om heimwee maar niet toe te geven.

Heeft veel van zijn jonge leerlingen met grote kunde omhooggeschopt tot zeewaardige mannen, dikwijls onder het woeste en slingerende werk op de roemrijke magnifieke PRESIDENT HUBERT.

Toch is Dierik maar gewoon uit zand en klei op een Asseneedse leest geboren. Grootgeworden als een eenzaat, een zonderling, met de neus diep in de boeken en het hoofd tussen de Boeboeks.

Het is mogelijks Diederik geweest die Marc De Bel de kiem heeft ingeplant van het magistrale Ei van Oom Trotter, toen op internaat bij de Jezuïeten in Kruisem.

Hij werd vanwege zijn zonderlinge gedrag lang gruwelijk gepest en bijna tot de galg getergd.

Maar op een dag sloeg Karma toe en herdeelde de jonge Diederik moegetergd de kaarten.

---

   Bawitdaba

Hij richtte een Hebreeuwse spreuk tot Imi Lichtenfeld.

Hij veranderde meedogenloos in Arawn.

Manen rezen uit de schaduw vanonder de zwarte stoffige mantel op.

Hij legde zijn mantel in de aarde af en toverde twee bedaagde boksijzers tevoorschijn.

Hij deelde een paar bloederige klappen uit, verbrijzelde zonder scrupules het kaakbeen van elke etterbak, verzamelde de vele afgebroken tandjes in een tupperwaren potje en knoopte de pestertiejes aan de laagste boom omhoog.

Daar hingen toen te drogen die opengekloofde kudtmongool Rayen en vier van zijn slijmerige kornuitdjes, huilend, kermend om hun moemoe, want op zulks vernietigend geweld waren ze echt niet voorbereid geweest.

"Duts," beet Diererik hem toe. Hij ritste de broek open en piste op Rayens drassige Rucanors en vuile vergeelde sokjes.

   Down with the Sickness

"Kruipdier. Gedaan met uw feestje. Klaar met de leut. Salut, à la bonheure."

Er is op Aarde geen soort te vinden waar hij dieper op neerkijkt dan op aanranders, kamikazeterroristen en op pestertjes.

Hersendode meelopers zijn het, kruiperige types, pisvlekken, hyena's die er de gevoeligsten uitkiezen en treiteren tot ze niet anders meer kunnen dan onder het sadisme instorten.

(Waarom worden Diederik, of Diederiks varende collega's nooit door pesters geviseerd? How come? Zou het zo zijn dat het de pestertjes aan moed mankeert? Zou het zo zijn dat pesters, met hun domme kop, slimmer zijn dan ze eruitzien? Nee hoor. Ik denk niet dat ze handelen uit verstand. Misschien uit angst, dat wel. Angst om gewoon vredig naar zichzelf te luisteren in plek van naar een of ander ettertje, een kwal die over heel het leven buizen zal.)

---

We were so young, so full of life and vibrance
Side by side, wherever you was riding, I went
So close, almost on some Bonnie and Clyde shit
When Ronnie died, you was right by my side

---

Dat, ja..

Ook dat bleef in de kleren hangen na de vervloekte zelfdoding.

Matrozenliedjes. Heel wat Duitse marsen.

De strips van Hergé en Studio Vandersteen.

Maar ook de charmante en sensuele Andrews Sisters: Bei mir bist du schön

Grootworden deed Diederik voorts met een snuif van hippie hier langs een resemstoet van festivals. Woodstock à Watou neem nu, de jaarlijkse Grentse Opstandsritus of de beruchte Zeugefeesten in een West-Vlaamse zuipschuiterij ergens te Bevergem in de Gloria.

Hij liep betogen met de fanfares van honger & dorst, onderging bij Sartre een zinloze onderdompeling in het existentialisme en liep aansluitend, heftiger nog, een waanzinnige verslingering op aan de romantische en geromantiseerde despoot André Breton.

Aan halte Breton stapte hij kortstondig over op de drammerige marmeren tram van Benito Mussolini, een tiran die volgens Diederik "de moraal had van een lintworm, het IQ ook van een platvis, maar van de Retorica geen één college verslapen."

Aan de geschiedenis deed hij ook andere rancunes op, waar hij nog makkelijk molenwiekend in de tuin de broek aan scheurt terwijl zijn bloeddruk in de hoogte stijgt.

Ché Guevara vindt hij een theoretische zwakkeling die niet eens een deftige stoverij op tafel kon zetten. Vergat de nierkes en Piedboeuf!

Sun Tzu weer verkeert hoog in Diederiks achting, speciaal vanwege zijn noedels die barsten van de vechtlust.

Maar Nixon, bijvoorbeeld? Milhouse? Die appeltrekker klutste alles tot een knullige mislukking.

"Wie luistert er nu zichzelf af!? Pff.. ha-ha!" Tricky Dick, dat Amerikaanse kleuterkind, die onbeschaamde kloefkapper. Alweer een fiere man geveld.

Telkens hij aan Dick denkt draait Diederik in het hoofd Another One Bites The Dust van Wyclef Jean, een glansrijk samplenummer.

Tegenwoordig, nu hij bak-ken minder teuten trekt, staat Diederik scherp als een bootsmes. Liefst rookt hij in de velden rond Assenee een toetertje met zijn jonge copain Bloedhaen, soort Billy Budd, het kereltje dat uit eerbied soms wat biowiet meebrengt voor de algeestige Zeevader-te-Assenee.

Wilde gesprekken hebben ze die twee, allebei heilige aanbidders van Alhazred, van zijn dansende woorden, hallucinante beeldspraak en van de cadans, het bezwerende ritme dat tot een universeel bereik ontvouwt langs de antennes van Oumuamua.

---

Hij staat snedig scherp en standvastig. Aan de buitenkant lopen mensen tegen een puntig harnas aan.

Al te vaak is hij ook voor zijn collega's de norse, veels te slimme man die orders neemt van werkelijk niemand. Laat staan aan de wal.

Tegelijk is hij liefdadig en gewelddadig samen, de broeder. Hij bewijst rechttoe dat het kan, in een man.

Ooit langs de droge kusten van Malta kocht hij uit medelijden een houten beeld aan van een sjamaan, een lange Afrikaan, donker als een blinde vlek.

Het vreemde was: ook de sjamaanse tanden waren zwart, de oogleden, alsook de tong, die dik was, lispelde en slog.

Diederik betaalde de man uitbundig, meer dan ruim genoeg. Maar hij liep het allemaal te wantrouwen, heel het zwarte besmettelijke kruipende mistige gevoel, en sloeg het beeld terstond kapot op een massieve bolder.

Donker stof steeg uit het beeld op, dat knakte als een droge stronk.

Diederik moest hoesten, dat herinner ik me.

Op de terugweg richting Rotterdam, die hij op een vrachtschip doorbracht, zag hij plots, van boven op de scheepsbrug, een zwarte verhakkelde man vantussen de vracht, vantussen de kolossale exotische boomstammen klauteren.

---

"Miljaar," zei Dierik kordaat, "Een zombie." Hij keek naar zijn collega Armelinks, een scherpzinnige keuterfilosoof, soort Herman Finkersfiguur, en trok 'm aan de mouw mee naar het dek, gewapend met een werpanker.

Ze stapten recht op de man af en zagen dat hij nauwelijks nog kon staan, amper nog kon praten. De Afrikaan miste een stuk van de tong. De wonde was slecht geheeld.

Hij prevelde, met schorre keel, de zwarte man: "A-Amerigaa.." en wees trillend als een vlaggekoord, terwijl hij in de ademnood verstrikte, richting het Westen, waar de zon aan haar bloedrode ondergang was begonnen.

"Maar copain toch," sprak Diederik tegen de oude amper nog levende man, "Wij gaan wij helemaal niet naar Amerika. Rotterdam, ja. Dat valt dus dik tegen."

Armelinks greep humanitair in en brak ertussen door: "U bent nu officieel verstekeling," pinde hij de man in de borst, "Er zijn regels te volgen. En de uitkomst, nou, die ligt helaas al vast. Hoezeer ook mijn hart al verpand geraakt aan u. Zeker te weten. Want, euh, jouw ogen als diepe meren / twee pelgrims onder de maan / Kom hier dat ik u schere / van elke vacht ontdaan .."

"Elckerlyc," onderbrak Diederik, "We staan hier niet in de kletsende regen om naar uw toiletpoëzie te luisteren hé. Verstaat ge mij? Of ge kunt straks het Kleed van Berouwenis dragen."

---

Tegen de verdorstende Afrikaan sprak Diederik amicaler: "Komt gij maar uitrusten in een propere schoon hut, mijne vriend, waar ge subiet vers eten krijgt aangeschoteld en al de Cola die ge drinken kunt."

Armelinks beaamde en zei: "Kom maar mee, beste vriend, kom. Op de vlucht voor Uw vrouw, nietwaar? Ik wou dat ik het aandurfde. Als een ontuchtige vlucht regenwulpen. Maar ze speurt mij gewoon neer, vrees ik. Ze plukt mij zo uit het Heelal. Denk jij soms aan een volgend leven, vriend? Hoe zou jij dan graag terugkeren? Niet in een Ikeakast, nietwaar. Ikzelf graag als een satelliet. Satelliet Suzy zou ik dan hoog boven de wolkendekken voor alle vrouwen zingen en de kinderen. Toch voor zij die er dankbaar om zijn. De anderen die horen me gewoonweg niet: geen erg, geen ergernis."

"Gij babbelkous gij, Amperen. Hou nu eens de snater," snepte Diederik natgetergd zichzelf toe, "Ik moet voorzekers zotzijn om nog te willen varen. Men moet zot zijn. Il fault. Als in een vereiste. Een mens is niet gemaakt om met de Zee te vechten."

Amperlinks: "Anders moet je de pleziervaart intreden, Diede. Dan ben je rijk geweest of voor de eeuwigheid zwakzinnig."

Diederik: "Zeg wel, collega. Koop een boot en werk u dood, nietwaar. Bende drijvende zwakzinnigen is dien pleziervaart bijeen. Kunnen beter Prosecco-etiketten dan zeekaarten aflezen. "Staat die 'N' nou voor een mysterie, Kees?" Jezus Christus. De Heer heeft rare kostgangers geschepseld. Ik vaar ze gewoon voor hun donder."

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

16 mei 2024 · 570 keer gelezen · 3 keer geliket