De avondmarkt

Annelies Leysen
30 jun. 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked

De geur van gebakken varkensvlees en chili  hangt als een gordijn boven het steegje. In tientallen eetkraampjes weerklinkt het geluid van sissende olie in hete wokpannen. Straatventers proberen al roepend hun koopwaar aan de man te brengen. Eentje heeft een handvol toeristen aan de haak geslagen, ze kijken bewonderend naar zijn houten juwelen. Hij ziet er sjofel uit, zijn haren hangen als vette slierten tegen zijn magere gezicht. Zijn armen zijn bedekt met littekens en op de borst van zijn t-shirt zitten drie gaten. De verkoper krijgt mij plots in het oog en lacht zijn bijna volledig tandeloze mond naar me bloot. Ik kijk snel de andere kant op en maak dat ik wegkom. Even verderop staat een vrouw met een gigantische hoed te roepen. Wanneer ik dichterbij kom, zie ik dat ze gedroogde vissen op een stokje in haar handen heeft. En walm van rioolgeur slaat me in het gezicht. De stank van de stad en de drukte kruipen in mijn hoofd.

 

Ik mag niet huilen, ik mag niet huilen, ik mag niet huilen

 

Als ik hier laat zien hoe bang ik eigenlijk ben, raak ik hier nooit levend weg.

Een paar meter achter me hoor ik het ritmische geluid van leren slippers die tegen het zand kletsen. Al meer dan een half uur volgt dat irritante geklak me op de voet, alsof iemand me op de hielen zit. Ik tel tot drie en kijk om. Niets te zien. Ik adem diep in, versnel mijn pas en sla linksaf. Het klakken van de slippers versnelt mee. Droom ik? Een-twee-drie. Niets te zien. En toch voel ik zijn aanwezigheid, zijn ogen branden op mijn vel. Ik moet mijn achtervolger zien af te schudden en terug naar het hotel geraken. Zo snel mogelijk.

 

Langs alle kanten schuiven mensen me vreemde dingen op stokjes onder de neus. Ik vermoed dat het vlees is, maar geen idee van welk dier. In een volgend kraam liggen opzichtige zonnenbrillen met weerspiegelengde glazen uitgestald. Ray-bon en Adidos. Verdorie, ik herken deze plek. Ik ben hier daarnet al geweest. En opnieuw dat vreselijke geklak. Een-twee-drie. Niets.

 

Ik ga sneller en sneller lopen, tot ik bijna ren. Ook het klakken achter me versnelt. Ik voel de tranen achter mijn ogen prikken. Hij komt dichter en dichter, ik kan zijn adem bijna in mijn nek voelen. Wat is hij in godsnaam van plan? Waarom ik?

Ik heb teveel cocktails gedronken en ik sta helemaal alleen op een markt aan de andere kant van de wereld. Ik heb geen idee waar ik ben of hoe ik terug moet geraken, er zit een of andere angstaanjagende man achter me aan en tot overmaat van ramp spreekt geen mens hier een woord Engels. Waarom ben ik niet gewoon in de hotelkamer gebleven, zoals ik me had voorgenomen voor deze vakantie?

Ik laat mijn voeten zwaar op de verharde zandweg neerkomen, steeds trager. Hij haalt me in, dit red ik nooit. Het is afgelopen. In een wanhopige poging mijn belager toch nog af te schudden duik ik vliegensvlug naar links en struikel ik over mijn eigen voeten. Ik klem mijn kaken op elkaar om de pijnscheut in mijn knie te onderdrukken, krabbel recht van de grond, en kijk om me heen. Niemand te zien.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem verder op weg.

Annelies Leysen
30 jun. 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked