Een diploma voor de choucroute

1 jul. 2020 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked

Strijdlust in de Vogezen –Verslag van een tweedaagse op 4 en 5 September 2010

 

 

Een diploma voor de choucroute

 

 

Het echte vertrek is voorzien aan de Mussepi in Katelijne waar sportveteraan Fred woont. Daar vertrekken we om precies 10.41h want scheidsrechter Schellens heeft die zaterdagochtend zijn testen afgelegd om de carrière in het zwart, die is uitgegroeid tot een succesvolle loopbaan als grensrechter te kunnen verder zetten tijdens het voetbalseizoen 2010-2011. Fred heeft in laatste instantie nog boterhammen gesmeerd, die hij kan verorberen terwijl ikzelf aan het stuur zit met Luc naast mij. Het weer is grauw en dat werkt deprimerend maar dat spoort niet met onze mentaliteit want Fred kondigt beter weer aan eens de Maas overgestoken, zich baserend op een volkse wijsheid van zijn overleden vader, die tevens een fervent fietser was. We besluiten diesel te tanken aan het eerste tankstation op de E411 richting Luxemburg, waar ik snel nog wat blauwe snoepjes koop van het merk Vicks omdat ik vrees voor een zere keel vanwege een allergieprobleem of misschien wel een beginnende verkoudheid. De muntjes blijken een succes want ook mijn twee compagnons snoepen als het ware mee. Aan het laatste tankstation op Belgische bodem houden we halt om de broodjes, die de echtgenote van Luc heeft klaargemaakt te verorberen. De voorspelling van Fred is uitgekomen want, hoe hallucinant ook, precies 1 kilometer voorbij de Maas doemde een zomerse zon op. We genieten nu volop van ons middagmaal want het is precies 13.00h en Luc en ondergetekende werken naast broodjes met kaas en kip nog twee taartjes naar binnen, kwestie van niet zonder energie te vallen.  Fred neemt het stuur over als we de Franse grens naderen want hij dient zich als begeleider voor te bereiden op de dag die komt.   De buitentemperatuur stijgt naarmate we de Vogezen naderen, zelfs naar 27°, maar eens in de buurt van Nancy krijgen we te maken met een monsterfile op de E31. Die omzeilen we door spontaan een voor ons onbekende afrit te nemen; we stellen vervolgens onze GPS in op de kortste weg naar ons doel en we vervolgen op een parallelweg  die we na Nancy terug verlaten. Om precies 18.37h arriveren we in Thann, nadat we de Col d’Oderen zijn gepasseerd die we de dag erna met de fiets dienen te beklimmen. We waren trouwens verbaasd dat er zo weinig pijlen op de col stonden in functie van de wedstrijd van zondag. Maar de sfeer op het plein in Thann is bijna doods en steekt schril af met het VIP-dorp drie geleden in Straatsburg, startplaats van  de beruchte L’etape de Légende, waar we het meer dan 150 km volhielden . We confirmeren onze inschrijving aldaar en krijgen een groen rugzakje cadeau met daarin wat rommel maar een paar witte kousen op maat krijgen we er wel bovenop. Maar vooraleer we in de auto stappen wil Luc uit interesse voor sportnieuwsgaring de onder het tentzeil  tentoongestelde fietsen van het merk MANNHEIM bemonsteren; en het is de moeite want  geïnformeerd naar de prijs vertelt de verkoper ons dat de fiets circa 4.500 EUR kost maar slechts 7,5 kg weegt. Het frame van de fietsen blijkt gemaakt uit zogenaamde HIGH STRENGHT STEELS, een hoogtechnologische staalsoort waarmee ook de carrosserie van moderne auto’s wordt vervaardigd. Het label werd zelfs op de bovenbuis geschilderd. Fred, die in de wagen op ons gewacht heeft voert ons nu naar het hotel in Kruth, precies 18 kilometer ten noorden van Thann en op loopafstand van het parcours van morgen. Het hotel AUBERGE DE FRANCE genaamd ziet er wat verouderd uit maar wel groot van formaat voor een familiehotel.  Als we uit de auto stappen komt de kok net naar binnen gelopen met een emmer vol forel, waarschijnlijk net opgeschept uit een nabijgelegen bergriviertje want het schepnet heeft hij nog onder de arm. Wij checken in, wat betekent dat wij gewoon de eigenares aanspreken te midden van de gelagzaal en vervolgens geeft zij ons de sleutels van de kamers 10 en 11  alsook de sleutel van de garage waar onze fietsen kunnen gestald worden. We twijfelen of we ook ter plaatse zullen eten maar de aantrekkelijk geafficheerde prijzen doen ons besluiten ter plaatste het avondmaal te gebruiken. We eten alle drie choucroute, een specialiteit van de streek. Over de koers van s‘anderendaags wordt quasi niet gesproken; ik heb daartoe ook niet veel zin want mijn stem voelt zwaar aan en dat zal de ademhaling niet vergemakkelijken. We besluiten tegen een sportieve gewoonte in toch een karaf witte wijn te bestellen, maar we houden het wel bij een halve liter PINOT BLANC voor ons drie. Na een lekker voorgerecht krijgen we elk een bord met de zuurkool erop maar het vlees wordt separaat aangevoerd in een koperen pan, die vol ligt met spek en de typische worst die bij een originele Choucroute Alsacienne  hoort. We krijgen dus waar voor ons geld, wat ook blijkt uit het feit dat intussen de twee verbruikszalen bijna helemaal vol gelopen zijn. En als mannen met ervaring kunnen we niet ontkennen dat er veel schoon volk is samengetroept in het etablissement waar ze naast choucroute vooral verse forel serveren.

We hebben een deal gemaakt met de bazin dat we ontbijten omstreeks 6.30h, zodat we dan tijdig vertrekken richting Thann; waar de renners voor de editie 2010 verzamelen omstreeks 7.45h.

 

Fred, die deze keer apart op kamer 11 sliep besluit ons in de ochtend snel weg te voeren om dan terug te keren naar het hotel om rustig te ontbijten. Hij parkeert de auto amper 500 meter van de startplaats, waar wij onze fietsen van de auto nemen en een laatste keer de bandenspanning controleren. De benen voelen koud aan want de natuurlijke massageolie, die ik s ’morgens vroeg na het ontbijt gebruikt heb is al opgedroogd. Als uitrusting draag ik net zoals Luc een truitje met korte mouwen met daarboven een windstopper zonder mouwen, maar het geeft geen warm gevoel en de vraag is hoe het boven op de cols is. We staan precies 4 minuten later dan voorzien aan de start in Thann, waar wij ons achteraan het peloton hebben aangesloten. Blijkbaar was dit een symbolische daad want wanneer het startschot wordt gegeven rijden de veteranen bij de laatste tien deelnemers weg. Nog geen tweehonderd meter verder voelt het aan alsof mijn wiel sleept, ik stap vervolgens even af maar spurt terug in de richting waar Luc rijdt. Ik verzoek Luc even halt te houden want er zit duidelijk iets fout, ondanks alle voorbereidingen; ik zet het wiel even los en draai het terug vast aan, zodat het zeker klem zit in de daartoe voorziene opening in het frame. Deze operatie neemt misschien 40 seconden in beslag maar aan het eerste kruispunt moeten we al vragen aan de seingever waar we heen moeten want het peloton is als een razende vaart vertrokken; we zien zelfs de bezemwagen voor ons uitrijden en we zijn amper één kilometer ver. Het lijkt wel fictie want alleen in de verte zien we nog een wielershirt terwijl wij pas de klim van de Col du Hundsruck inzetten. Forceren heeft geen zin en Luc vreest dat we de ganse dag achteraan zullen rijden. Luc rijdt het tempo wat hij aankan met de redelijk zware mountainbike terwijl ikzelf op een “Specialized Allez” zit. We zijn nu op het gedeelte gekomen boven de 7% en dat voelen we. De laatste kilometer klimt het vlotter en de aankondiging dat de fotograaf op de top staat schept moed maar ons moreel wordt snel ondergraven als we zien dat de fotograaf zijn stoel reeds heeft verlaten, we hebben ook meer dan 40 minuten gedaan over de eerste 7 kilometer, wat toch zeer traag kan genoemd worden. Ik zet mijn fiets nu even opzij om even een plas te maken om de afdaling rustig aan te vatten, maar die is van korte duur want de volgende 15 kilometer is het parcours hellend want we rijden van Masevaux naar Sewen, waar de beklimming van de Ballon d’Alsace op het programma staat en dat is een reus die nog steeds aanzien heeft in het wielerpeloton. Ik heb in een steiler stuk even Luc losgereden en heb de kans om te spreken met de chauffeur van de bezemwagen, hem zeggende dat wij ook in koers zijn en dat wij dus voor hem dienen te rijden. Hij doet dat dan ook en Luc sluit gauw aan, we rijden nu op een mooi stuk van het parcours en ik stop nog eens om te plassen, want de cacaomelk van s’morgens heeft volop zijn werk gedaan. Ik zie Luc zelfs niet meer rijden maar geef nu gas op een grotere versnelling en het loopt vlotter tot we uiteraard in Sewen aankomen en de klim van deze Tourreus begint. Wij rijden wel langs de achterkant de Ballon op, wat als gevolg heeft dat we 9 kilometer klimmen met stukken van circa 9% en daarna het hellend naar omhoog gaat richting de top op 1178 meter, die elke wielertoerist in zijn fotoboek staan heeft.   Luc neemt nu de leiding over, met nog steeds de bezemwagen achter ons, want van tegenstand of collega’s wielrenners is niets te merken, of toch want een zwaarder gebouwde Vlaming roept ‘mijne rug is kapot’ en hij stapt de bezemwagen in. Er staat ook een gevallen renner, met een folie rond zijn lenden klaar om de bezemwagen in te stappen; de Col eist dus duidelijk zijn tol want het duo uit de provincie Antwerpen vervolgt nog steeds de klim en op de moeilijkste stukken worden we aangemoedigd door kleine groepjes mensen, wat ons plezier doet. Ik heb Luc al en paar keer moed ingesproken dat het moeilijke stuk stilaan ten einde loopt, maar de wetten van de sport liegen niet want in groene verf staat op het wegdek geschilderd hoever het nog is tot het einde van het steile deel. Voor het eerst zie ik dat als de verf drie kilometer aanwijst of 7 kilometer van de officiële top.  Tijdens die laatste kilometers gaat mijn GSM af, die ik vanwege de aanzienlijke trapfrequentie gepaard gaande met een hoge hartslag moeilijk kan opnemen, maar toch maak ik de ritssluiting van mijn bodywarmer los en kan ik nog net opnemen want wie anders dan Fred is er aan de lijn. Hij vraagt zich af waar we zijn want hij heeft vooraf een gedetailleerd schema ontvangen met geschatte tussentijden op elke top. Ik antwoord terwijl het zweet toch al op de wangen plakt dat we dicht bij de top zijn en vraag hem massageolie en zonnecrème klaar te houden want zowel de zon als vermoeidheid steken voor het eerst de kop op. De laatste vijfhonderd meter staan er elke honderd meter groene letters op het asfalt; Luc is duidelijk blij als we de laatste 100 meter inzetten en ik ga nu wat sneller door op een iets grotere versnelling om de benen even onder spanning te houden; in de afdaling rijden we toch op afstand van mekaar uit veiligheidsoverwegingen. De laatste 4 kilometer, die we ook in 2006 deden vallen nog tegen, vooral in tijd, want we hebben het parcours blijkbaar op diverse vlakken onderschat, evenals de tegenstand, die nergens te bekennen is. Als ik aan het bord kom waarop in omgekeerde richting het bordje Ballon d’Alsace staat moet ik denken aan onze rit in 2006, toen het boven ijskoud was en we op een nat wegdek naar beneden reden.

Nu is de zon duidelijk doorgebroken ofschoon het niet heel warm is en ik zet de afdaling krachtdadig in langs de bekende Noordkant van de col; die daar ook zeer goed bereidbaar is. Ik haal spoedig een Citroën C8 bij, wat altijd een kick geeft. Ik bewaar steeds een afstand van 100 à 150 meter uit voorzichtigheid; de wagen kan geen afstand nemen van mij, want daarvoor gaat het waarschijnlijk te snel, telkens als een bocht nadert kom ik gevaarlijk dichterbij, maar hij blijft gas geven zodat ik snel beneden ben want langer dan 10 minuten heeft de afdaling van 9 kilometer niet geduurd. Fred roept mij van ver toe wat hij heeft mijn filmcamera in de aanslag en heeft de auto iets verderop naast het parcours geparkeerd. We draaien tegen mijn verwachting in rechtsaf beneden aan de Ballon en ik neem extra drank en eet meteen een koekje op, maar langer dan één minuut duurt het niet vooraleer Luc eraan komt. Ik realiseer mij nu dat we bijna 20 minuten vertraging hebben op ons eigen schema en dit op een totale geschatte duurtijd van 8 en een half uur. We hebben nog maar 47 km op de teller en er volgen er nog precies 113 andere. We beginnen aan een lang stuk op de bekende N66, dit met de bezemwagen terug achter ons; we draaien af op een plek waar wij het niet verwachten, een soort rotonde waar de weg steil omhoog loopt en waar de weg plots smaller wordt. Het wegdek zit vol gaten en is in feite te smal om op een fatsoenlijke manier een peloton over te laten rijden, maar we zijn gelukkig maar met twee.

De klim duurt circa zes kilometer en onze trouwe begeleider Fred fungeert nu als DIRECTEUR SPORTIF want hij rijdt met mijn Peugeot 5008 nu 100 meter voor ons uit, wat nooit onze bedoeling was want wij zouden participeren in een wedstrijd, maar zo heeft het nooit aangevoeld vandaag, want wij rijden een soort tijdrit per twee gevolgd door de bezemwagen. Onze benen gaan nu langzaam kapot want na de Ballon is deze Col du Page echt wel een dooddoener, dit is andere koek dan de Col d’Oderen, die wij verwacht hadden onder de wielen en sommige stukken zijn meer dan 8% steil. Luc voert wel de cadans aan maar hij heeft ook duidelijk te lijden, het lichaam roept om vocht en de spieren om rust. Op de top gekomen laat we ons zakken in de afdaling, aan mijn rechterhand heb ik mijn rood vestje dat ik klem tussen mijn hand en de onderkant van het stuur met de bedoeling van even te stoppen om het vestje aan te trekken, maar de afdaling is zo scherp en gevaarlijk dat dit gewoon niet lukt, ik houdt mijn  stuur nu goed vast want de snelheid is op deze smalle asfalt erg hoog – ik haal bijna 69 per uur en gelukkig kom ik geen enkele auto tegen; de bezemwagen is ook niet meer te bespeuren als we uitkomen op de veel gemakkelijkere Col d’Oderen, waarop nog circa twee kilometer te klimmen valt. Eindelijk zien we de bevoorrading staan boven op de  Col d’Oderen, liefst de vierde col van de dag. Maar de dames van de stand aldaar zijn uitgeblust evenals de spijzen zelf want de stukken banaan zien er niet uit; het beste is een verse banaan naar binnen te werken en een glas water te drinken. Fred heeft nog voldoende proviand in onze ijsbox zitten, waar we een greep in doen en achteraan in onze koerstrui stoppen. Ik geef mijn glad geschoren benen nog een geïmproviseerde massagebeurt, waarna we afdalen richting KRUTH, waar ons hotel gelegen was; de Limburger met zijn pijnlijke rug stapt nu plots uit de bezemwagen en rijdt met rugnummer gewoon met ons naar beneden alsof er niets aan de hand is.  De rijweg is hier breed en zelfs in haarspeldbochten kan je snelheid maken zodat we een paar minuten later links afdraaien richting Wildenstein, een voor ons bekend oord waar we in 2006 drie dagen verbleven hebben. De zon is nu doorgebroken en eindelijk voelen de benen warm aan maar dat compenseert onze vermoeidheid niet want de rit is slopend geweest tot hiertoe. We beginnen dus met de moed der wanhoop aan de vijfde klim van de dag.  Opmerkelijk is dat de bezemwagen ervan door is onder het motto dat de veiligheid op het parcours niet meer kan gewaarborgd worden. We rijden dus in feite buiten koers maar we zetten onze rit verder met de bedoeling minstens de top te bereiken van deze 956 meter hoge col; in Wildenstein zelf begint het echt steile gedeelte van de klim, waar het nog 8 kilometer is tot aan de top van de Col du Bramont. Ik zit nog goed in mijn tempo en Fred volgt ons als een echte Sportdirecteur, d.w.z. van heel dichtbij. Deze col lijkt op een echte alpencol met zijn talloze haarspeldbochten en Luc volgt in het wiel terwijl ik het tempo aangeef; Fred kan op het elektronisch bord in de auto zien hoeveel hoogtemeters we nog dienen te maken om de top te bereiken. Wanneer we het bord 850 meter langs de weg zien is dat niet alleen een bevestiging van wat Fred ons toeroept, het betekent nog twee kilometer afzien.  Ik besef dat mijn krachten, aangetast door de allergieaanval niet tot in Thann zullen reiken zonder enige rustperiode; ik drink in de laatste honderden meters wel minstens vier keer van mijn reserve drinkbus, dit keer een te slap mengsel van water en sportdrank. Blij ben ik als ik mijn Peugeot geparkeerd zie op de top van de Col du Bramont net onder het bord met de naam en hoogte erop; zoals dat gebruikelijk is. Fred staat te kletsen met een bekende uit Bonheiden, die vooral Fred kent vanuit het voetbal en niet omgekeerd; het is in feite een halve Belg met Kroatische achtergrond, die de dag ervoor ook al 80 km gefietst heeft en besluit de weg verder te zetten maar de binnenbocht wil nemen naar het hotel waar hij logeert. Ik vraag aan een blonde dame op leeftijd, wat een zeker risico impliceert voor de kwaliteit van het werk, die  samen met haar man met een moto rondtoert door het landschap om een foto te nemen op dit misschien historische moment. Fred klimt op een rotsblok om zich letterlijk boven ons te hijsen zodat de verhoudingen duidelijk zijn. We zitten daar nu met een dilemma, ofwel onze tocht op eigen tempo voortzetten richting aankomst in Thann ofwel misschien wel stoppen maar daar hebben we eigenlijk geen zin in. Luc is terecht van mening dat verder rijden niet zinvol is gezien de moeilijkheidsgraad want dan komen we te laat aan in Thann wat chronometrage en koersmaaltijd betreft en tenslotte doen wij het voor ons plezier. We besluiten de fietsen op de auto te zetten en verder te rijden op het parcours. We rijden nu richting Le Markstein nadat we zelf 82 km getrapt hebben en genieten van het panorama. Ik zit naast Fred en Luc zit achteraan. Vooraleer we het plateau van Le Markstein naderen zien we een helikopter een man naar boven trekken in de ijle lucht want we zitten op een niveau boven 1000 meter. Het landschap is hier gewoon ruw en de natuur haalt hier de overhand; Fred spreekt van een Bijbels landschap uit de tijd van Cain en Abel omdat het uitzicht hier quasi bovennatuurlijk is. De Vogezen op hun best in feite want op het plateau van Le Markstein is ook de weg naar de hoogste top, met name Le GRAND BALLON, maar die staat niet in het officieel schema en wij houden nog even stil in een feeëriek adembenemend landschap omdat we de bezemwagen naderen en we willen deze uitsluitend voorbij steken op een brede weg want wij willen per fiets de aankomststreep bereiken. We houden stil net voorbij de top van de Col Amic, waar ons nog een kleine klim rest om daarna af te dalen richting Thann. Deze gedurfde operatie lukt uitstekend want we zitten binnen één minuut op onze fiets en de vermoeidheid lijkt wel volledig verdwenen; althans zo voelt het aan want ik rij snel bergaf; door autoverkeer raak ik enkele honderden meters achterop maar ik zet mijn SPECIALIZED nu op de grootste versnelling en haal behalve in de haarspeldbochten constant een snelheid van boven 60 per uur; zo kom ik terug in het wiel van Luc. In het dal voelen we plots de warmte op ons toch vermoeide lijf en om als een echte coureur door de finish te kunnen rijden doe ik nu  mijn vestje uit en geeft het door het raam aan Fred, die inmiddels naast ons is komen te rijden, zodat ook mijn rugnummer nu zichtbaar wordt. In een razende vaart gaat het nu richting aankomst op brede wegen met seingevers alom en het moreel stijgt opnieuw want het eerste gedeelte van de koers heeft ons moreel en fysiek uitgeput ; tenslotte vijf tourcols verwerkt, en nu kunnen we nog rustig genieten onder een warme septemberzon in de Vogezen, waar mijn naamgenoot ooit een historische zege inclusief gele trui  pakte na een beklimming op de Ballon d’Alsace in 1969. We rijden nu richting aankomst over brede betonwegen en genieten voor het eerste vandaag van een echt panorama. Om de aankomst te ordenen is de rijweg versmald zodat de wieleramateurs na mekaar over de ingebeelde streep rijden, waar het rugnummer wordt gescand.  Eerst komt Luc aan de beurt om de barcode op ons rugnummer in te scannen en de aankomstrechter noemt ons vervolgens bij onze voornaam, die dan  op een groot scherm verschijnt. We vinden dit beiden erg plezierig want we hebben de Fransen in  feite in het ootje genomen en kunnen nu genieten van een warme maaltijd in een sfeer van muziek en plezier.  In ruil voor ons rugnummer eten we koude aardappels met warm vlees dat normaal bij choucroute geserveerd wordt maar het is erg lekker want er wordt zelfs een dessert opgeschept op het plastic bord. We krijgen beiden bovendien nog brood met beleg en dat offreren we aan onze trouwe begeleider zonder wiens steun we hier vanavond hadden gearriveerd zonder enige ontvangst. Luc is een soldaat van vele oorlogen, ook plezante oorlogen en vraagt of hij zijn diploma kan krijgen want voor renners die de aankomst bereiken wordt er een papiertje uitgereikt met de vermelding goud, zilver of brons. Het staat chic maar wij nemen de wereld niet te serieus, dat is ook, de reden waarom we naar la Douce France gekomen zijn; ons ontspannen in een sportieve sfeer teneinde de batterijen terug op te laden en humor is een belangrijk onderdeel daarvan. Met het ‘diploma’ in de hand druipen we nu stilaan af, maar Luc ziet het nummer 362 op een bord staan. Hij zegt ‘ ik heb nog een prijs’ waarop, ik repliceer dat hij nummer 368 had; Luc checkt aan de stand van de diploma’s dat hij wel degelijk het nummer 362 had en gaat naar een andere stand met de vraag om de gewonnen prijs af te halen; vervolgens komt er een jonge man aangelopen, die niet om legitimatie vraagt maar gewoon Luc een zonnebril laat kiezen ter waarde van 65 EUR; de dag kan niet meer kapot. We hadden het parcours onderschat maar de organisatie duidelijk overschat en daar lag het spanningsveld vandaag. Maar met compagnons zoals Luc en Fred is dat geen probleem. Daarom komen we zeker terug naar deze streek, waar het leven goed is tussen de Elzassers.   

 

 

Eddy Lambrechts

Lier, 16 September 2010

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

1 jul. 2020 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked