Haar dag

Erik Herbosch
31 mrt. 2019 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked

Een man stapt een winkel binnen. De deurbel klingelt veel te luid. Hij kijkt verrast naar lege emmers en potten, achteloos verspreid over de vloer en op schabben. Hij is ontgoocheld, ziet niet de fleurige  uitbundigheid die hij verwachtte.
“Kan ik u helpen, meneer?” Haar lach straalt. Ze praat met een vreemd accent.
“Ik had graag een mooi boeketje gehad,” zegt hij.
“Voor de Liefde,” voegt hij er plots wat overmoedig aan toe.

Ze aarzelt enige seconden, een standbeeld op een sokkel. Knikt. Ze weet wat liefde is. “Deze rozen misschien, die hebben een heel speciale kleur.”
“Mooi,” vindt hij.
Ze scharrelt tussen gele gerbera’s en margrietjes, kleine felgroene varens en langwerpige, brede groene bladeren. Haar haar is grijs aan de wortels, een lelijk soort blond groeit uit. Misschien heeft ze geen geld voor de kapper. Mooi is ze niet, vindt hij. Ze is wat klein en vormeloos, zwaar, haar neus is veel te groot voor haar gezicht. Ze praat aan een stuk door.

Dat de meneer niet op de rommel mag letten. Dat de winkel altijd heel proper is. Met proper zijn begint alles. Maar vanochtend werden de verse snijbloemen geleverd en ze moet ze allemaal nog schikken. Een lange wachtrij van emmers: pastelgeel, -groen, -paars, -blauw, vermomd als piramide of steile rechthoek. In een ronde zinken emmer verlangt een eenzaam muurbloempje naar de Liefde die háár zou willen schenken.

Ze heeft de winkel al vier jaar. Aan deze kant van de straat, hier valt het licht veel beter binnen. Een bloemenwinkel met te veel donker kan niet. Gewoonlijk komt haar dochter helpen, maar niet vandaag. Ze studeert Diplomatie aan de universiteit in de stad. Ze weet niet wat ze wil. Ze heeft al een masterdiploma in Criminologie maar wil daar niet echt in verder gaan. Al die ellende waar je dan mee te maken krijgt. Vandaar nu, Diplomatie. Volgende maand gaat ze op stage naar Israël. Daar is de vrouw een beetje bang voor want het is daar altijd wat.

De telefoon onderbreekt met iets hiphopperigs. Pools? Mijn zoon, zegt ze. Ze blinkt. Hij zit in het middelbaar en gaat volgend jaar zeker ook naar de universiteit, een heel ander leven.
“Vindt u deze kleuren mooi, meneer?”
“Studeren is heel belangrijk,” stelt ze. “Wij hebben het niet gekund. Wij komen uit Armenië, onze jongste is hier geboren. We zeggen hen: jullie zijn de spiegels van ons land, als de mensen naar jullie kijken, dan kijken ze naar ons land. Jullie moeten België laten zien dat jullie dankbaar zijn omdat wij hier een plaats hebben gekregen.”
De man knikt en zwijgt.
“Kijk eens, mijnheer. Mooi, niet?” Ze lacht: “De liefde zal blij zijn.” Ze lacht weer, wolken vluchten, de hemel kleurt blauw.

“Ja, ja, dat is heel belangrijk,” gaat ze door, “wij willen trots zijn op Armenië. Zoals op onze Charles. U kent toch onze Charles?”
De man kent geen Armeniërs, al helemaal geen Armeniërs die Charles heten.
“Aznavour,” zegt de vrouw, trots. “Hij is dood. Heel spijtig. Hij was wel oud, hij was 94, maar heel spijtig. Hij heeft veel goeds gedaan voor ons. Veel mooie liedjes gemaakt en veel mensen gelukkig gemaakt.”
Ze neemt een wit staafje uit kunststof. Fier prijkt daar bovenop een geel pingpongballetje met een smiley die je met een brede grijns toelacht. Ze steekt het dwars doorheen het boeket.
“Daar moeten de mensen altijd om lachen,” zegt ze en ze lacht zelf ook.
“Mensen lachen veel te weinig, mijnheer. Niet alleen in België, overal. Lachen is belangrijk. Mensen moeten gelukkig zijn. Onze Charles heeft veel mensen gelukkig gemaakt,” herhaalt ze.
“Kijk mijnheer. Mooi? Goed voor de Liefde? Bancontact aan deze kant.”

Thuis zet de man het bonte boeket in een brede vaas. De uitbundige lentekleuren vullen de ruimte, roze, geel en groen. De pingpongbal torent er blij bovenuit, brengt vrolijkheid in de kamer.
Hij sluit zijn ogen, inhaleert.
Hij zet de vaas bij het schrijn in de hoek, naast de grote, met een zwarte kader omlijste foto.
“Alsjeblieft lieverd,” zegt hij. “Voor je verjaardag. Een boeketje.”
Zijn droge lippen raken het glas.

“Ik heb vandaag” vertelt hij, “een heel mooie vrouw ontmoet. Ze heeft speciaal voor jou dit boeketje gemaakt. Met heel veel liefde.” Hij buigt lichtjes naar voren, reikt wat houterig zijn hand: “Madame, mag ik?”

Hij houdt de foto aan zijn borst, danst, in an old fashioned way.
She may be the face I can’t forget.
Hun dans. 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

Erik Herbosch
31 mrt. 2019 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked