Rendez-vous met de A-listers - Ian Smeets (deel I)

23 nov. 2022 · 2 keer gelezen · 0 keer geliket

 

Door een misverstand -verdomd die assistente weeral!- moet ik haar eerst toch nog gaan ophalen en vervolgens met haar naar het hotel rijden waar het interview zal plaatsvinden. Universal, ik herken het gebouw. Ik rij tot aan de stoeprand aan de hoofdingang en laat de ruit zakken terwijl zij naar de auto toeloopt. 

“Miss Johansson?”, roep ik haar toe. Uit beleefdheid uiteraard, want als je het wil maken in deze business moet je sterren herkennen van op 200 meter afstand. Hun ego’s krenken omdat je niet onmiddellijk een uitdrukking van hartelijke, warme herkenning op je gezicht kan toveren, kan je je uiteraard niet permitteren. 

“Hi, I’m Ian Smeets, your interviewer”. Ik gooi m’n hand haar richting uit, ze schudt er voorzichtig aan. Verbazend genoeg gaat ze naast me zitten. 

Ik leg haar de situatie nogmaals kort uit, hoewel de assistente haar ondertussen uitvoerig zou moeten hebben gebriefd, zich verhaspelend in haar woorden omwille van de I’m-sorries die ze tussen elke twee zinnen in wrong. 

De ganse rit sloof ik me voortdurend voor haar uit. Overvriendelijk en overbegripsvol luister ik naar elk brokje gemurmel dat langs haar lippen passeert, bang te vragen of ze iets luider wil spreken. 

“Scarlett”, zegt ze snoepjeszoet. “Call me Scarlett”. 

Ik wring er een penibel lachje uit dat moet zeggen: “Wat ben je toch veel te goed voor deze wereld, Scarlett, dat de neet Ian je met je voornaam mag aanspreken!” 

Aan het hotel aangekomen, loopt de assistente met een mapje onder de arm en met veel paniek naar ons toe. Ze trekt het portier met geweld open. “Follow me miss Johansson! Please! We have everything completely worked out for you!”. 

Ik stap uit, maar blijf wat dralen rond de auto want waar moet die nu naartoe? De assistente kijkt om en maant me aan hen zo snel mogelijk bij te benen. Ik moet hollen om hen in te halen. Ze leidt ons een zaaltje binnen. 

Ik haal m’n dicteerapparaat uit m’n binnenzak. De lange draad van m’n micro blijft ergens aan haken. Na twee minuten geklungel met de jas, de micro en een derde obscuur voorwerp dat zich ineens in de opgekrulde draad moest gaan nestelen, zet ik me eindelijk tegenover haar. Ik durf haar nauwelijks te vragen of ik het toestel mag aanzetten. Ik kuch, trek de revers van m’n jasje in positie en steek van wal; dat alles met die begripsvolle smile op m’n face. 

“Al die uitsloverij!”, denk ik. 

Ik moet haar constant het gevoel geven alsof ze de meest fantastische persoon op Aarde is dat ik me na tien minuten geheel uitgeknepen en ontmenselijkt voel. Een slaaf van haar roem en dat gigantische aura dat daar door de samenleving omheen wordt gebreid. Dat is niet meer op glad ijs lopen; dat is je begeven op een melkmuilen, millimeterdun vloeipapiertje waar niet het minste kreukje in mag komen door die olifantenpoten waar jij je zo meesterlijk elegant van kunt bedienen. 

“Het is nog altijd beter dan die rocker die dacht dat hij het schoon licht zelve was”, bedenk ik me als ik in een vieze Newyorkse taxi terug naar de redactie trek. Ontluisterend, na het gezelschap van Gods eigen gift aan de categorie Engelachtige Creaturen. Engelachtig, rotverwend en gekrenkt door een blaadje dat op de verkeerde manier langs haar heen dwarrelt. 

[...]

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

23 nov. 2022 · 2 keer gelezen · 0 keer geliket