Mer Grosse / Gezwollen zee

24 jan. 2022 · 13 keer gelezen · 1 keer geliket

De zee. La mer. De eerste pianoklanken van Charles Trenet’s ode aan dit natuurfenomeen klinken standaard als ik aankom bij de zee. In mijn hoofd rollen de sprankelende noten op het ritme van ruisende golven. In de wereld van Charles Trenet blijft de zee een zachte kracht. Soms vraag ik me af of het nummer het een vermomde mijmering is over zijn moeder, la mère. Is de zee eigenlijk niet een moeder die de wereld in haar wieg schommelde, deed groeien? De wieg die de Middellandse Zee was en beschavingen deed groeien. De wieg waarin schepen handel dreven en zo de wereld in één vaart konden verbinden.

Soms kan je naar de zee kijken tot waar de einder en het water samenvallen. Waarin de lucht het kleurenpallet van het water opzuigt, communicerende vaten van aardse elementen. Als de zee terug trekt bij eb, en er plassen op het strand blijven liggen, dan zijn de wolken zo ijdel om zichzelf te bewonderen in het spiegelbeeld. Zeker, de zee bevat alles wat liefelijk is. Net zoals ze de allerverwoestende kracht bevat om steden te verwoesten, mensenlevens te eisen, eilanden te doen verdwijnen. Katsushika Hokusai begreep het, met zijn werk ‘Onder de golf voor de kust van Kanagawa’. De grote golf siert heel wat muren, koffiemokken, notitieboekjes, shirts, en paraplu’s. Dit alleen al wijst op de grote fascinatie voor dit werk dat eenvoud uitstraalt. Lijkt de golf niet op een monster, maar dan met poëtische trekken, schuimend zacht? Ook al zal de golf waarschijnlijk enkele boten vermorzelen, er zit een zekere vorm van geruststelling in. Herkenning misschien, in de golven die ons soms keihard op het zand smakken zonder dat we het zagen aankomen.

Op de foto die ik nam op het strand van Wimereux trekt de storm achter me weg. De donkergrijze wolken en de bijna zwarte zee versterken elkaar in hun getemde woestenij. In de verte klaart het op. Enkele uren terug beukten de watermassa nog op de dijk in, sloegen hoge golven over de rand en stonden mensen vele meters verderop zich te vergapen aan het ongelofelijk woeste schouwspel. Ik zag verwondering. Ik zag eerbied voor de natuurkrachten. Een mengeling van oerangst en aanbidding. De zee was gifgroen en tekende zich af tegen het bijna zwarte van de stormlucht.

De dreiging van de kalme zee die op enkele uren tijd kan veranderen in een schuimbekkende massa, die vind ik ook terug in het werk ‘Mer Grosse’ van Thierry De Cordier. De golf die aanzwelt. Er ligt een onheilspellende rust in. Iedereen worstelde al met onvoorspelbare golven die ons genadeloos onderuit slaan. Meezuigen. Op zoek laten gaan naar wrakhout. We zijn allemaal deels opgebouwd uit wrakhout dat we uit de golven sleurden, waaraan we ons krampachtig vastklampten tijdens de momenten dat we schipbreuk leden.

De enorme golf op het kunstwerk van De Cordier kent geen gelijke met de Japanse tegenhangen van Hokusai. De bijna vrolijke vernietiging van die laatste staat in schril contrast met de rauwe werkelijkheid die De Cordier ons voorschotelt. In de foto die ik nam, zie ik een verlengstuk van beide werken. Verwoestende golven kunnen ook zorgen voor een schoongespoeld strand. Tabula rasa. Onze voeten op nieuwe kleitabletten, schuifelend naar de branding. Klaar om de nieuwe golf te trotseren. Met Charles Trenet in de oren. La mer a bercé mon cœur pour la vie.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

24 jan. 2022 · 13 keer gelezen · 1 keer geliket