Tuimelientje - Hoofdstuk 8

Rudi Lavreysen
7 nov. 2019 · 4 keer gelezen · 1 keer geliked

Pikdonker

Terwijl Rik op de deur klopte, vond Lientje het best spannend. Wat op zich vrij onnozel was, want meer dan een bezoekje was het niet. Maar ergens had ze het gevoel dat het niet zou verlopen zoals Kapitein Haak en zij in gedachten hadden.

“Binnen”, zei een stem aan de andere kant van de deur. Wat ze binnen zag, of beter wat ze niet zag, had Lientje totaal niet verwacht. Het was er pikdonker. Ze zag geen hand voor haar ogen. Zoals een donkere grot die je binnenkomt en waar je vuur moet maken om iets te zien.

Ze kwamen nog niet meteen in de kamer. Eerst moesten ze langs een soort gordijn passeren. En Lientje was amper binnen of ze botste met haar rolstoel al tegen kapitein Kraak. Er was nergens een streepje licht te zien. “Wacht, ik leid jullie de weg”, zei de stem. Wellicht die van Benny. Lientje voelde dat iemand haar rolstoel verder duwde. Een korte draai en ze stond stil. Ook in de kamer was het helemaal stil. Niemand zei een woord.

Het was Rik die het ijs brak. “Euh, jongens, het is hier donker.” Tja, Rik, dat hebben we allemaal gezien, dacht Lientje. Hij zei het alsof hij in de koelkast gekropen was en niet wist dat het lampje uitging als de deur dicht ging.  

“Maar goed dat we je foto gezien hebben Benny, anders zouden we niet weten hoe je eruit ziet”, lachte Rik. “Jongens, ik heb het nog nooit zo donker gezien. Of gevoeld. Of hoe zeggen ze dat? Ik zie werkelijk niets. Maar dan ook niets hè.”

"Ik ook niet", zei Benny. "Maar wacht. Ik ga jullie helpen." Ze hoorden hem een lade opentrekken en vervolgens zocht hij op de tast naar Lientje en Rik. Hij duwde iets in hun handen. "Zet die maar even op. Dat gaat helpen." Het waren brillen. Best een zware bril, vond Lientje. 

"Wel voorzichtig, want ze zijn nog verschrikkelijk duur", zei Benny. "Onze pa heeft ze gekregen via een kennis die een hoge pief bij het leger kent. Het zijn brillen met een  ingebouwd nachtzicht. Zoals een nachtcamera. Waarmee ze 's nachts dieren filmen. Of camera's die ze aan een huis plaatsen, om het te beveiligen."

Het was inderdaad net alsof ze van die nachtbeelden zagen. Zoals op tv. De kamer was nog donker, maar niet meer zwart. Meer grijs. Waar Rik zat, lichtte het op, zag Lientje. Ze zwaaide naar hem, maar hij had zijn bril nog niet op. Aan de andere kant zat Benny. Hij had geen bril op zoals die van hen. Meer een zonnebril. Hij zwaaide ook niet terug. 

“Whaha hahaha”, klonk het scherp naast Lientje. Ze zag Benny schrikken. Ocharme, hij dacht wellicht dat er een meeuw in zijn kamer zat. “Wat gebeurt er?”, vroeg hij angstig. Hij zwaaide zelfs met zijn armen. Om die meeuw weg te jagen. Nu moest Lientje toch ook lachen. “Geen paniek Benny. Het is Rik maar. Hij heeft een lach uit het dierenrijk. Alle meeuwen zijn naar het schijnt stikjaloers. Als hij lacht klinkt hij als een lachmeeuw. En als hij gaapt is het net een zilvermeeuw.”

“Dit is vet. Echt vet man”, zei Rik dolenthousiast. “Hè, waarom draag je zelf een andere bril? Is dat een zonnecamerabril?”  “Ik zie zowiezo niets”, zei Benny. “Met of zonder camerabril. Stekeblind is de diagnose.”

“Maar waarom dan de zonnebril?”, vroeg Lientje. “Mijn ogen verdragen momenteel geen licht”, antwoordde hij. “Daarom is het in de kamer aardedonker. Ik ben pas geopereerd.”

“Laat ik jullie maar meteen het hele verhaal vertellen”, ging hij verder. “Ik ben geboren met een oogziekte. Een ziekte met een verschrikkelijk moeilijke naam. Als baby zag ik een beetje, daarna minder en op de duur niets meer. Toen ik naar de kleuterklas moest, zag ik dat niet zitten. Hahaha. Snap je? Ik zag het niet zitten", herhaalde hij al lachend.

"Oké, ook goed", ging hij verder. "Daarna zijn er heel wat operaties geweest. Dit moet zowat de vierduizendste zijn. De hoop is dat ik nu opnieuw het verschil tussen licht en donker kan zien. Maar ik moet eerst nog bekomen in deze donkere kamer, vooraleer mijn ogen licht kunnen verdragen. Hier ontwikkelden ze vroeger foto's denk ik."

"Maar vertel eens, waar heb ik dit hoog bezoek aan te danken? Zuster Monique heeft me iets verteld, maar niet veel."

"Oei, de boze zuster", zei Lientje. 

"Hoezo boos?", antwoordde Benny meteen. "Hier is ze altijd vriendelijk." 

"Ja, maar ze kijkt altijd zo boos", was haar antwoord. "Dat zie ik dus niet hè", zei Benny. Ze kon zich wel voor het hoofd staan. Hoe stom kan je zijn. "Voor alle duidelijkheid, ik zie geen boze gezichten", ging Benny verder. Hij stoorde zich niet aan haar opmerking. "Ik krijg misschien een andere zuster Monique te zien. Of te horen. Ze heeft een aardige stem. Zo voelt het toch aan."

Lientje besloot het maar snel een ander onderwerp op tafel te gooien. Rik had hetzelfde idee.

“We komen je een nieuwe naam geven Benny”, zei hij. “Dat is ons plan. Als je dat oké vindt natuurlijk.”

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem verder op weg.

Rudi Lavreysen
7 nov. 2019 · 4 keer gelezen · 1 keer geliked