Tuimelientje - Hoofdstuk 9

Rudi Lavreysen
8 nov. 2019 · 1 keer gelezen · 1 keer geliked

Een nieuw plan

Het bleef even stil in de kamer van Benny. Dit voorstel had hij niet verwacht. Hoe zou hij ook. Wie denkt er nu dat er twee jonge mensen in een rolstoel de donkere kamer ingerold komen om je een nieuwe naam te geven. 

“Hoezo een nieuwe naam? Is er iets mis met mijn naam?”, zei hij.

“Natuurlijk niet”, zei Rik, “maar we dachten dat het je misschien zou opvrolijken. Toen Lientje het ziekenhuis in kwam en ze nog altijd tegen de grond tuimelde, zei haar papa plots ‘Tuimelientje’ tegen haar. Geef toch, toch een geweldige naam. Diezelfde papa van Tuimelientje bezorgde mij ook een nieuwe naam. Ik ben niet langer Rik maar wel Kapitein Kraak.”

Benny keek in hun richting. Hij zag hen natuurlijk niet, maar toch voelde het voor Rik en Lientje alsof hij hen aankeek. Tegelijk fronste hij met zijn wenkbrauwen, alsof hij met twee pannenkoeken in de kamer zat die in een psychiatrisch ziekenhuis thuis hoorden. Lientje kon het wel begrijpen. Het is niet omdat zij het een leuk idee vonden, dat andere mensen er zaten op te wachten. Een beetje kinderachtig misschien ook. Een stomme ingeving, vond Lientje plots. 

Haar papa had Lientje ergens doen inzien dat haar echte naam iets bijzonders betekende. Met het verhaal over de lotus. En die nieuwe naam, Tuimelientje, klonk misschien sprookjesachtig. Meer was het niet. Wat ben je met een nieuwe naam als je blind bent. Dan heb je andere kopzorgen.

“Tja, wat moet ik hierop zeggen? Jullie willen natuurlijk weten of ik dat zie zitten? Zien, snap je? Enfin. Ik ben een beetje verrast. Dit had ik niet verwacht. Euh, laat me dit zeggen. Het stond niet bovenaan mijn lijstje. Mijn ouders hebben me de naam Benny gegeven. Oké. Dat is het. Niet het slechtste, niet het beste. Maar als ik iets zou veranderen, zou het natuurlijk eerst mijn ogen zijn. Dat ik jullie kan zien. Dat ik naar televisie of naar een film kan kijken in plaats van er naar te luisteren. Dat ik een schilderij kan zien. Of er eentje kan maken. Hoe zal ik het zeggen? Zien is ook gezien worden. Weet je wel?”

Lientje wist niet meteen wat hij ermee bedoelde, maar gelukkig verklaarde Benny zelf zijn woorden. “Misschien is dat wel de betekenis van mijn naam. ‘Benny. Of Ik ben er nie’. Ik voel me soms onzichtbaar. Mensen zien niet wie ik ben. Ik ben vooral dat blind zijn. Mensen zien dat ik blind ben als ik over straat loop. Met die stok en die zonnebril in het midden van de winter. Ocharme den Benny. Maar ik ben meer dan dat blind zijn.”

Dokter Luc had gezegd dat ze voorzichtig moesten zijn. Dit was misschien wat hij daarmee bedoelde. Lientje besloot het over een andere boeg te gooien. Want ze had ook de echte betekenis van zijn naam opgezocht. Benny betekende zoveel als ‘zoon van het geluk’.

Misschien moesten ze dat vertellen, want dan zou een andere naam niet slecht uitkomen.

Maar plots viel haar een ander idee te binnen.

“Zeg Benny. Je zei daarnet toch dat je graag eens een schilderij zou zien. Misschien kan ik dat wel voor je regelen.”

“Hoezo dat kan je regelen?”, zei Benny nogal bars. “Ga je me naast een nieuwe naam ook nieuwe ogen geven? Heb je die ergens op je kamer liggen? Moet je gewoon een schuif opentrekken?”

Lientje voelde dat de toon van hun gesprek alsmaar grimmiger werd. Het zou niet lang meer duren of hij zou de brillen afnemen en hen naar buiten schoppen.

“Nee, serieus Benny”, antwoordde Lientje. “Mijn papa werkt in een museum. Hij kan geweldig vertellen over die schilderijen. Als kind mocht ik ooit voelen aan bepaalde schilderwerken. Hoe dik de verf erop lag of zo. Daar vertelde hij dan van alles bij. Wat ik nu allemaal vergeten ben”, lachte ze. “Maar op zich wel interessant. Wat denk je? Je ziet het schilderij natuurlijk niet, sorry voor de uitdrukking, maar zoals papa erover vertelt, voelt het misschien wel zo. Zal ik het hem eens vragen?”

In plaats van Benny gaf Rik een antwoord. “Zeg Tuimelientje. Nu wil ik de pret niet drukken, maar hoe denk je dat te kunnen regelen? Benny mag met zijn ogen niet in het daglicht komen. Jij bent ook nog niet topfit. Ik vrees dat dokter Luc ons niet meteen een briefje gaat geven. Verlaat het ziekenhuis zonder te betalen.”

Tja, daar zou Rik wel een punt kunnen hebben, dacht Lientje. Het ziekenhuis verlaten was zo goed als onmogelijk. Maar ook al had hij een punt zo scherp als een pas geslepen potlood, toch wilde Lientje het nieuwe plan doen slagen.

Naar hoofdstuk 10

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem verder op weg.

Rudi Lavreysen
8 nov. 2019 · 1 keer gelezen · 1 keer geliked