verlegen

Wim Vandeleene
25 okt. 2019 · 9 keer gelezen · 0 keer geliked

1

 

hij stoot op ellebogen

schouderbladen als schilden

de feestzaal, zijn mijnenveld

hij stottert een compliment.

 

geoefend in afstand

schuift zijn rug langs muren.

tot in de hoek waar hij steun zoekt 

bij de schaduwplant en twee bannelingen.

hij overziet het trefpunt in het midden

waar de roedel samen dringt.

 

verontschuldigt zich voor zijn adem,

voor de vierkante meter die hij bezet houdt.

hij slikt een sleutelwoord in, voor het verzuurt

op zijn tong. iets trekt tegen als hij nadert,

een elastiek aan zijn riemlus. 

 

2

 

nergens komt hij binnen 

dan in zijn kooi van ribben.

ze lachen harder in zijn oren,

het geluid, een lawine van stenen.

 

hij kijkt naar zijn veters, zoekt een houding,

in het midden van de zaal stelt hij zich bloot,

krimpt voor kritiek, angst verft schrikbeelden.

ze wijzen als geweerlopen, achter roerloze lippen

de kiezen waarmee ze hun spot herkauwen.

 

hij vlucht de brandtrap af,

het plein op, een zijstraat in.

hij plooit zich onder de lage lat

van hun verwachting, de limbodanser.

 

soms zou hij een hol willen graven,

zich oprollen als een jong knaagdier

of de zolderkamer kiezen, de draad spinnen

om zich aan hen vast te knopen.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem verder op weg.

Wim Vandeleene
25 okt. 2019 · 9 keer gelezen · 0 keer geliked