Tip van de week

20/11: 'Het geluid van Beijing' van Wenying

Gaea Schoeters is journalist, librettist en auteur. Ze debuteerde met het reisverhaal
'Meisjes, Moslims en Motoren', nadien volgden de romans 'Diggers, De kunst van het
vallen' en 'Zonder Titel #1' en de theatertekst 'Het Kanaal'. Met componist Annelies
Van Parys maakte ze o.a. de opera's 'Private View' en 'Usher', die binnenkort
in de Vlaamse opera speelt. Af en toe schrijft ze – stiekem – poëzie. Momenteel
werkt ze aan 'Het Einde', een bundeling van auteursinterviews over de dood, en aan
de vertaling van de poëziebundel 'Hold Your Own' van Kate Tempest.  Ze is ook curator van de Dead Ladies Show, een literair programma dat hulde brengt aan vergeten vrouwen, en geeft literair schrijven aan het RITCS. Daarnaast schopt ze regelmatig tegen de schenen van de wereld in columns en opiniestukken, maar immer met de beste bedoelingen.

Gaea Schoeters tipt deze week 'Het geluid van Beijing' van Wenying

"Ik was meteen geïntrigeerd door 'Het geluid van Beijing' van Wenying: de eerste zin
zuigt je zo het verhaal in. Niet alleen omdat hij me iets vertelt dat ik niet wist —fluitjes
op de rug van duiven?!—, maar omdat het verhaal ook meteen doorpakt met zin
twee: zijn Beijingers dan gevoeliger voor geluiden dan andere mensen?

Terwijl je daar nog over aan het nadenken bent, rol je al de tweede alinea binnen,
waar in een paar lijnen een hele, mij totaal onbekende wereld wordt geschetst. En
terwijl Wenying die wereld opbouwt, terwijl de decorbouwers nog met de wanden in
hun handen staan, brokkelt hij alweer af, want de geluiden die ze je toont (niet
beschrijft, want naar hoe ze klinken heb je het raden, dat laat ze aan je verbeelding
over), vervliegen even snel als ze ze schildert: ze zijn er namelijk niet meer.

Dan maakt het verhaal een sprongetje, van Beijing, het grote onbekende, naar iets
wat we allemaal kennen: een geluid als trigger van een herinnering. Wie heeft zijn
hart niet al eens voelen opspringen omdat een geluid op een onverwacht moment
een gedachte aan een oude liefde terugbracht? Net zoals de geuren dat doen bij
Proust? Zo gaat het ook in dit verhaal: Wenying sluit af met een bitterzoete
herinnering, een lichte weemoed, die ons hart, dat zich net heeft opengesteld, wel
moet raken, en nog lang blijft natrillen. En waar kan een verhaal over geluiden beter
mee eindigen dan met stilte?

Wat me vooral getroffen in dit verhaal is de zintuiglijkheid ervan, en de manier
waarop Wenying met heel weinig woorden een hele wereld kan oproepen. Het voelt
een beetje als binnengluren in een kijkdoos, waarin zich een hele wereld ontvouwt,
bruisend van het leven. Ook de botsing tussen het onbekende, het exotische, van
Beijing in een andere tijd, en de stap naar een universeel gevoel dat iedereen kent,
zorgt ervoor dat het verhaal werkt. Daarin zit alles vervat wat literatuur kan doen: ons
tonen wat ons vreemd is, en ons toch een punt van herkenning bieden. Dat de
duiven-met-het-fluitje-op-de-rug het geheel als een ellips omsluiten, maakt het
helemaal af. Het is, een paar kleine taalonzuiverheden ten spijt, een magisch
miniatuur."