Lezen

Brief van een twijfelende vaccinbeslisser

De voorbije weken lag ik nachten wakker van coronavirussen, vaccins, tegenstrijdige, soms ontmoedigende nieuwsberichten over nieuwe virusvarianten, onvoldoende werkende vaccins...de lijst is eerlijk gezegd te lang om op te noemen. Ik was er bijna door begonnen te slaapwandelen maar gelukkig loopt het niet zo’n vaart. Mijn geest en lichaam roepen om rust, vragen mij tijd te nemen om de zaken opnieuw met een zekere afstand te bekijken.   De huidige sanitaire crisis, een nooit geziene pandemie (in mijn levensperiode althans), is bijzonder complex. Daarom geloof ik ook dat het antwoord (en/of oplossing) op deze crisis ook complex is.  Als voorbeeld daarvan de vele pogingen op deze aardbol om met allerlei plannen, oplossingen en strategieën voor een mogelijke uitkomst te zorgen. Eenduidigdheid ontbreekt omdat die simpelweg niet waargemaakt kan worden. Een crisisexit zal misschien nog niet meteen volledig helder en duidelijk zijn de komende maanden. Het is stapsgewijs versoepelen, verkennen, informatie onderzoeken, verspreiden. Maatregelen voorstellen, terugdraaien, aanpassen, opnieuw lanceren.  Bijgevolg blijven we in deze pandemie overspoeld worden door berichten, informatie, feiten van experten, politici en zovele anderen die deze crisis ook door hun eigen bril zien en in hun eigen context. Dat heet perceptie en het leeft in alle lagen van de wereldbevolking. Waarschijnlijk niet altijd met de slechtste bedoelingen, willen verschillende woordvoerders de complexiteit van deze crisis uitleggen, ze begrijpelijk en behapbaar maken. In een poging om mij die informatie eigen te maken en die complexiteit te omarmen, zag ik bij mezelf de stress alleen maar toenemen. Want ook mijn naaste omgeving voelt zich net zoals ik zo gegrepen door die crisis, van dichtbij of vanop afstand, en zoekt antwoorden. Samen proberen we eruit te komen, voor onszelf te zorgen, steun te geven en te vinden. Dat heet dan weer solidariteit, wat ik geweldig vind. Zo is er het drukgevoerde vaccindebat, tussen vrienden en familie. Meer nog dan angst voor een prik of de gevolgen ervan, voelde ik me de voorbije weken ontzettend slecht door de druk die op mij afkwam. Telkens als ik een beslissing had genomen (wel of niet), deden andere argumenten mij weer twijfelen. Beslist geen cadeau voor mezelf, de eeuwige twijfelaar!  De mensen die mij goed kennen, weten dat ik hoogsensitief ben. Je weet wel, dat soort persoon bij wie informatie blijft hangen, prikkels tot in den treure hun werk kunnen doen, zodanig dat mijn hoofd soms tolt, dat ik het ene moment op een gelukzalige kermismolen zit en het andere in een deprimerende bui beland. Dat vraagt dan weer “balans zoeken”, en is niet de gemakkelijkste opgave wanneer je hoogsensitief bent. Er is vooruitgang, maar ook nog werk aan de winkel! Wat ik ook leer tijdens deze crisis, is dat er 1 stem telt: de stem die van jou is en jou het gevoel geeft beslissingen te nemen die voor jou juist aanvoelen. Ik leerde argumenteren, mijn bezorgdheden oplijsten en delen met anderen. Desnoods eens mijn hart luchten via een veilig Facebookforum. Ik leerde dat er meer dan ooit wederzijds begrip nodig is, tussen mensen met andere meningen of bezorgdheden. En dat deze crisis ons wel kan verdelen – provaccin, antivaccin, voor of tegen coronamaatregelen – maar dat wij onszelf wel weer aan elkaar kunnen lijmen, door binnen die diverse meningen, bezorgd te blijven voor elkaar. Ik kan helaas in deze brief ook geen oplossing geven of zelfs mijn beslissing melden – de eeuwige twijfelaar! – maar ik voel me plots een paar kilo’s lichter. Misschien steek ik mensen een hart onder de riem; mensen die, net zoals ik, begrip willen voor hun beslissing en situatie, zich blijvend gesteund willen voelen of net zoals ik twijfels hebben. Omdat er zoveel informatie op ons afkomt, omdat deze crisis al meer dan 1 keer onze percepties op hun kop heeft gezet. Stay safe !

Maïté L.
10 1

Eenzaamheid

Eenzaamheid, Een woord dat in deze tijd vaak gehoord is. Eveneens is het vaak gebruikt maar nog steeds is het een soort taboe om erover te spreken. Bij eenzaamheid denkt men vaak aan het oude mensje alleen in de leefruimte. De tv staat luid, er komt geen bezoek. Niet van de kinderen want die zijn aan het werk en niet van kleinkinderen. Je hoort er geen gesprekjes, geen luid gelach, enkel de stilte. Eenzaamheid is echter ook die jonge kersverse moeder die alweer een afspraak met haar vriendinnen heeft afgezegd omdat ze vermoeid is. Die zich alles ontzegt voor die schatten van kinderen. Graag zou ze wat bijpraten, of wilt ze een luisterend oor want die engeltjes worden ook wel eens duiveltjes. Vaak ziet men geen eenzaamheid in die kleine jongen. Hij die alleen zit op de speelplaats omdat anderen niet met hem willen spelen. Hij is een beetje ‘anders’ en daarom vreemd en beangstigend. Hoe die jongen het zelf aanvoelt, daar denkt men niet altijd aan. Dit zijn maar een paar voorbeelden van eenzaamheid. Vast en zeker kennen jullie nog andere. Het spijtige is dat het soms zo makkelijk opgelost kan worden door een klein beetje aandacht, een luisterend oor, een vrolijke ‘goede morgen’ en dat is echt zo. Zijn we niet allen eens een keer eenzaam geweest. Dat gevoel dat je snel wegmoffelt door een afspraak te maken met een vriend of vriendin. Niet iedereen kan dat echter en niet iedereen kan met zichzelf communiceren. Dat is geen handicap, dat kan je leren en mag je niet verstoppen.

Rosie DW
14 1

40 jaar aids.

            Veertig jaar geleden, op 5 juni 1981, maakte het Amerikaanse Center for Disease Control (CDC) in een onrustwekkend rapport melding van enkele gevallen van een zeer ernstige vorm van longontsteking bij een paar gezonde mannen. Allen waren homoseksueel en sommige mannen waren al gestorven aan deze onbekende en ongekende ziekte die we later als aids zouden kennen.             Vandaag weten we dat aids al voor 1981 bestond. Al snel werd aids gekoppeld aan homoseksuelen en hiermee was het eerste intellectuele obstakel gepland. Al snel volgden de andere h’s: hemofilie, Haïtianen en heroïnegebruikers. Groepen van mensen werden gestigmatiseerd. 40 jaar lang hebben activisten, “par le sang et par le sperme’, ongeziene veranderingen teweeggebracht op zowel maatschappelijk als economisch, medisch, psychologisch, juridisch, sociaal en seksueel vlak. We hebben oude systemen in ons gezondheidsbeleid blootgelegd. In die systemen was de macht van het medisch corps alom (“als de dokter het zegt, zal het wel zo zijn”). Het is ook de geboorte van de biopolitiek. De zieke, de patiënt als reformateur. Hervormingen die we vandaag nog in gezondheid en welzijn kennen, dateren van die woelige periode waarin door machtsstructuren met de moraalvinger gewezen werd en groepen mensen gestigmatiseerd werden omwille van wie of wat we waren. Er waren goede seropositieven en slechte seropositieven. Maar we werden mondiger en we vergaarden kennis. Act Up New York en later Act Up Paris stonden onvermoeid op de barricaden, aan de labo’s en aan de deuren van de beleidsmakers. Ook in ziekenhuizen stonden duizenden vrijwilligers om muren te doorbreken. Helaas stonden we ook in het mortuarium. Wekelijkse kost. Knowledgde is a weapon, was onze slogan, want alleen met knowledge kon je aids bestrijden. Aids was niet alleen het laatste stadium van een resem aandoeningen maar ook een politiek debat en een maatschappelijk debat. Een positieve hiv-test betekende immers de aankondiging van een sociale dood. Veertig jaar later kent iemand die vandaag hiv-positief is, een even normale levensduur als iemand die seronegatief is. Maar het parcours blijft hobbelig. We mogen de psychologische, lichamelijke en maatschappelijke neveneffecten niet onderschatten. We denken vandaag veelal dat een pilletje wel helpt en voor jongeren en millenials is aids een ziekte voor oude mensen. Niets is minder waar. Vandaar dat een beetje geschiedenis, een beetje het geheugen opfrissen en weten waar vandaag onze rechten als patiënt vandaan komen, in het licht van deze 40ste verjaardag, belangrijk is om te begrijpen, om kritisch te blijven, om universeel te blijven en om niet toe te geven aan identiteitspolitiek, fake nieuws en populisme. In de nasleep van 1968 zijn we begin jaren ‘80 van de vorige eeuw ons gaan engageren tegen machtsstructuren in de maatschappij, in de medische wereld, in het onderwijs, in de psychologie, in de sociologie, in de literatuur, in de volksgezondheid, in het algemeen recht; wij hebben het landschap van activisme hertekend en de medische wereld speelde stilaan de alleenheerschappij over onze gezondheid kwijt. De ondergrond van onze maatschappij werd blootgelegd en politiek werd gedwongen krachtdadig te zijn voor een hele bevolking. Seksualiteit was niet langer weggelegd voor procreatie en heteroseksuelen. De wereld ontdekte gay seks. Blanke vrouwen en vrouwen van kleur lieten hun stem horen. Druggebruikers en prostitués, zowel mannelijke als vrouwelijke, kregen ook een stem. Trans vrouwen en trans mannen waren nog transgenders en verenigden zich in een gezamenlijke strijd tegen aids. Ook travestieten deden mee. Migranten en mensen van niet Europese origine hadden recht op volwaardige universele gezondheidszorg. Daar streden we voor. Het was vechten. Elke dag. Elke avond. Vergaderen, studeren, schrijven, het medisch jargon begrijpen, informeren en zich informeren, van de ene conferentie naar de andere conferentie gaan, roepen, met de vuisten op de tafel slaan, manifesteren, slogans die decennia later nog nablijven bedenken. Het was ook feesten. Gelukkig maar. Met drugs af en toe. Op house en disco. Het was ook zeggen dat we aan het sterven waren. Het was zorgen voor iedereen, niet enkel en alleen voor de eigen gemeenschap. Nooit vermoeid en altijd moe. En toch weer opstaan. Naar een meeting of naar alweer een begrafenis. Nooit opgeven, sterk blijven. We bleven ons verenigen. We bleven onze seksualiteit beleven. We eisten het recht op schone spuiten. We eisten het recht op medische zorg voor mensen zonder papieren. We eisten het recht op onze lichamen, we eisten veiligheid voor onze lichamen. Daarvoor hebben we gevochten. Het was vechten tegen de labo’s, niet als vijand, maar als bondgenoot. De coronamoeheid waarvan vandaag de media bol van staat, is een luxelachertje. Wat het afgelopen coronajaar in onze ziekenhuizen mogelijk heeft gemaakt, is aan mijn generatie te danken. De stilzwijgende generatie van vandaag. We hebben het te danken aan alle anonieme vrijwilligers. Aan een onvoorwaardelijke strijd tegen een virus. Aan onze gestorven kameraden.             Aids heeft zwakke schakels in de maatschappij blootgelegd maar aids heeft ook de macht die de farmaceutische bedrijven hadden – en vandaag nog altijd hebben – laten kennen. Als activist konden we onze rug niet keren of een knieval doen tegenover hun macht. We hadden hen nodig maar niet tegen eender welke prijs. Onze strategie bestond erin de labo’s die onze directe vijanden waren tot onze bondgenoten te maken. Mensen stierven. Wij hadden de dood in zicht. Labo’s treuzelden om aidsremmers op de markt te brengen en medicatie werd aan woekerprijzen op de markt gebracht waardoor hele bevolkingen geen toegang tot aidsremmers hadden. Het heeft ons slapeloze nachten gekost om generische middelen te verkrijgen en patenten vrij te geven. Het heeft levens gekost. Iedere epidemie heeft een directe invloed op de politiek, omdat een ongekende en stigmatiserende epidemie een bedreiging vormt en de hele sociale orde in vraag stelt. Dat geldt zeker voor aids, dat geldt vandaag ook voor corona. We moeten durven te kijken naar hoe aids niet alleen onze maatschappij veranderd heeft maar ook welke invloed aids had op ons gezondheidssysteem, hoe universeel en toegankelijk ons gezondheidssysteem vandaag geworden is maar evenzeer moeten we onder ogen zien welke maatschappelijke obstakels er in onze Westerse maatschappij nog leven. Dat dwingt ons ook onze relatie Noord-Zuid te herstellen. Dat kunnen we niet door identiteitspolitiek waar iedereen voor eigen parochie preekt. Onze ervaring moet niet voor onszelf maar een algemeen belang dienen. We moeten ons verenigen in consistente nooit opgevende sterke onafhankelijke structuren. Dag en nacht. Door wind en regen. Met kennis als wapen. Niet met gekneut of met identiteitspolitiek.             Aids heeft ons geleerd te weten welke eigenschappen een maatschappij geeft aan een ziekte: wie veroorzaakt de ziekte, wie bepaalt wat de ziekte is, op welke brutale manier verspreidt de ziekte zich en welke ravages richt ze aan, welke groepen in de maatschappij zijn meer vatbaar en kwetsbaar voor een besmetting dan anderen, hoe snel verspreidt een virus zich en in welke mate. Aids heeft ons ook doen afvragen waar in onze maatschappij de ziekte het felst toeslaat: in welke sociale, economische, religieuze, psychologische, politieke en medische context manifesteert de ziekte zich. Wie doet er iets aan en wie verdraait eerder de feiten. In de kantlijnen van deze eigenschappen moesten we ook weten waar de oorzaken van de verspreiding van de ziekte lagen, welke factoren meespeelden en op welke manier het virus zijn weg vond. Op die manier kon de maatschappij zich organiseren om adequaat op te treden om het virus bij het nekvel te grijpen en te beheersen. Helaas heeft diezelfde maatschappij al snel een zondebok willen zoeken en een sociaal bloedbad laten plaatsvinden.             Veertig jaar later staan we voor andere uitdagingen en geeft mijn generatie de fakkel door, áls de volgende generatie die fakkel wil overnemen. De strijd tegen aids is een universele strijd die de macht van de dokter en de politiek heeft weten te doorbreken. 2030 is nog steeds de ambitieuze streefdatum om aids de wereld uit te krijgen. Daarom is het belangrijk dat de generaties van vandaag de tricks en de tools aangereikt krijgen die als waakhonden letten op de gevaren van stilte of extremen in de politiek. We moeten blijven een solidariteit handhaven. We moeten ons universeel blijven scharen achter gelijkheid, ook al blijft dit een utopie. We moeten samen geloven in elke sociale strijd: tegen aids, tegen corona, tegen racisme, tegen homofobie, tegen transfobie. Wat wij zonder internet en zonder Smartphone bereikt hebben, moeten we vandaag meer dan ooit op een slimme manier ook kunnen gebruiken. Aids 2.0 en verder.             Het is geen gelukkige verjaardag maar als we blijven getuigen, als we weten wat we veertig jaar geleden gedaan hebben, dan komen we er. We moeten niet roepen tot opvoeden, we moeten onze kennis delen. Knowledge is a weapon. Knowledge is our weapon.

Erwin Abbeloos
5 0

Hoe het gesteld is met mijn gezondheid

Ik geef toe, soms slaagt de twijfel nog eens toe. Maar echt aarden kan hij niet. Het is doorgedrongen dat ik mijn ervaringen en gevoelens niet circulair in vraag kan blijven stellen. Hoe afwijkend mijn conclusies ook mogen zijn ten opzichte van wat algemeen aangenomen wordt, op een gegeven moment moet ik er gewoon op voortbouwen en er consequent naar handelen. En zo bouw ik bijvoorbeeld voort op de stelling die zegt dat de oorsprong van de auto-immuunziekte die me negentien jaar geleden werd toegeschreven enkel en alleen psychisch van aard is. Daarmee bedoel ik dus dat er in wezen fysiek niets mis is met mij. Dat mijn fysieke klachten niets anders dan een uiting van mijn denkwereld, zelfbeeld en andere diep ingeprente overtuigingen zijn. De vele jaren van empirisch onderzoek en wijdvertakte ervaring omtrent dit onderwerp kan ik niet verloochenen. Dit is mijn realiteit, mijn waarheid. Ik schrijf mezelf alle verantwoordelijkheid toe. De hulp komt van binnenuit, er bestaat geen externe bron die mij zal genezen en die zal er ook nooit komen. Ik werd in het verleden wel meermaals opgelapt en ondersteund door medicijnen en behandelingen, maar echte verlossing ligt in mijn handen. Deze woorden vatten ongeveer de inhoud van mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ samen. We zijn nu twee jaar verder sinds dat boek uitkwam. Wat is er veranderd? Ik ben verhuisd, heb al mijn bruggen opgeblazen en ben nooit gestopt met het gadeslaan en bewust programmeren van mijn innerlijke wereld. Ik heb mezelf nog beter leren kennen, valkuilen blootgelegd. De fysieke symptomen zijn er nog steeds, doch minder prominent, minder uitgesmeerd over mijn dagen. Terwijl ik voorheen vooral aan het overleven was, kan ik nu echt leven.   Er zijn echter van die momenten dat de ellende zich lijkt te herhalen. Angstvallig doemscenario’s werend vervloek ik dan mezelf. Ik wist op voorhand dat heling geen lineair proces is, maar het is verdomd frustrerend om bijna 2 decennia lang op dezelfde pijnpunten te botsen. Natuurlijk weet ik ook dat kwaad worden alleen maar meer zelfsabotage betekent. Want dat is wat deze ziekte werkelijk is: zelfsabotage. En dan moet ik mezelf weer tot de orde roepen en eraan herinneren dat zulke uitspraken te hard zijn. Ik zou zachter kunnen zijn naar mezelf toe, want eigenliefde is het ultieme medicijn. Dat weet ik nu wel zeker. Sinds kort ga ik weer bij een psychotherapeut, voor die hardheid jegens mezelf. Ik geef dat deel van mezelf daar een gestalte en ga ermee in dialoog. Ik heb het gevoel over een moeizaam vergaarde handleiding te beschikken en wil therapie aanwenden om deze constructief naar de praktijk te vertalen. Ik weet bijvoorbeeld dat een gevoel van tekortschieten aan de basis van de ziekte ligt. Het is complexer dan het klinkt. Ik voel mij vaak niet goed genoeg waardoor ik mezelf dwing om meer en beter te presteren. Het leek vanzelfsprekend om te zoeken naar de oorsprong van deze overtuiging, maar ik heb vastgesteld dat dit er eigenlijk niet toe doet. Weten waarom ik ziek geworden ben, staat niet gelijk aan weten hoe ik mezelf kan genezen. Het antwoord ligt eerder in zelfobservatie zonder oordeel en het maken van bewuste keuzes. Bij elke keuze die ik maak, vraag ik me af of deze wel liefdevol is naar mezelf toe. Of ik mezelf niet onder druk zet en handel naar wat mijn gevoel ingeeft. Want de diep verankerde ideeën over het personage dat ik neerzet, vormen de voedingsbodem van mijn gezondheid. In de conventionele behandelingen die de medische wereld aanbiedt, ben ik mijn vertrouwen verloren. Alle trucs die ze uit hun mouw konden schudden, heb ik vruchteloos tot mij genomen. Ik vond het ziekenhuis sowieso al een ellendige plek, maar met de hele pandemie hetze is het alleen maar erger geworden. Het voelt soms beangstigend om te beseffen dat ik nergens naartoe kan, dat alle noodlijnen uitgeput zijn.  Maar ik sta er niet alleen voor. Ik ben omringd door mensen die in mij geloven. De relaties die ik aanga dienen mijn zelfrespect en eigenliefde te weerspiegelen, iets waar ik steeds scherper op toezie.

KarolienDeman
16 1

tirade

Uiteindelijk zijn er in dit kleine leven maar weinig zekerheden. Zeker, we zijn samen en zullen de rit in de tijd die ons is toebedeeld met elkaar moeten rijden. Want we leven allemaal in dezelfde straat, waar hoe dan ook het licht uit gaat als de avond valt, de rolluiken dicht. Blikken blijven echter zoeken naar mogelijk bewijs van tegenstand. Wie beslist anders te doen dan de goegemeente mag een ziedend koor predikheren verwachten. Monkelend maalt men scheldwoorden tot zuchtjes wind die vluchtig vervliegen in het ijle. Tot er op een dag iemand opstaat en de loopgraven induikt. Loopgraven, waar af en toe wat munitie mist, achterovergedrukt door de duiker die zich over de woeste baren meester maakt en zichzelf het havengat weet uit te ploeteren. Een Sjarel die zich bloothoofdig afvraagt wat het hogere doel is nu we overheerst worden door een nieuwe wereldorde die onder het mom van een virus meer dan gezondheidsrisico’s wil mijden. Het gaat over de vrijheden van een volk, eens zo hart bevochten door onze collaborerende zatte nonkels die met scheefgeslagen klak en opgetrokken sokken onder de scoutsbroek zich een slag de rondte door wrochten en maar net op tijd thuis waren voor de frieten met biefstuk. Die vrijheid dus, die men nu wil begraven in het massagraf der willekeur. Achter de rolluiken van de huizen in de straat kijkt men vergoelijkend toe hoe tenminste iemand zegt waar het op staat. Wij, volk der onderdrukten, waar we nooit iets aan hebben kunnen doen. Het haar zat nu eenmaal altijd al in de gekarnde boter. Al weten wij dat er een dag komt waarop we zeggen: we pikken het niet meer. Vloekend en vol van bittere alcohol liefst, dan verdommen we op ons best. We zaaien met slappe pamfletten dat het tijd is voor actie. Dan moeten we node uit de sloffen, te wapen broeders en de maatschappij bevrijden van verder onheil ontsproten uit de ivorentoren hoofden van virologen. Een reis dus naar het einde van de nacht waar in de nieuwe ochtend het licht gloort. Wie het waagt kritisch te zijn, zullen wij kielhalen zoals het een grijze massa beliefd. Dat doen wij omdat onze leiders dat zo willen, ze vragen het ons op hun blote knieën met het broekje op de enkels. Zij die ook in deze straat wonen maar zeggen dat de straat op niets trekt, want te dicht bebouwd, te veel en te vol. Te los van tradities en te weinig respect voor de kasseien die al jaren liggen te rotten in de grond, hopend op beterschap maar kapot van het betonrot. Die leiders eten uit de trog als varkens en met de smurrie nog aan hun scheve muile huilen dat het zo niet verder kan, dat zij het anders zouden doen. Zo zorgen zij voor een leger lijkenpikkers en kanonnenvoer en kunnen zij in feite zeggen wat ze willen. De boel bestieren en bedotten en blijven janken dat besturen anders zou moeten dan hoe het nu is. Eerst uw eigen bord leegeten en spugen in de hand die u voedt. Zo blijf je op den duur op uw honger zitten maar wantrouwt iedereen iedereen, net wat ze willen die zelfverklaarde Jeannes D’arcs met hun Trojaanse paarden. Zij die met Clausachtige stem zichzelf verheffen boven de massa en anderzijds die massa induiken met woorden die schieten als schrapnels. Als strandjutters die de kustlijn afspieden op zoek naar buit. Die schaamteloos meningen strooien als zout op wonden en ongemerkt hun bankrekening spekken zodat hun boterhammen dubbel confituur blieven. Of zij die van de tatami het pleintje zijn opgestapt, kimono zwart omgord. Die zakes verwarren met nostalgie en feitelijkheden met kwakzalf. Dat weten, maar als het ze te machtig wordt roepen en tieren ze met rode boei dat een ander nog meer bedot. Of zij die met gestreken pak en haar in de glos sater soldaat spelen, mochten ze betrapt worden op een leugen noemen ze de waarheid op haar beurt leugens, daardoor kijken we steeds meer in een spiraal de dieperik in en lijkt het  uitzichtloos te zijn, waar zij dan als heiden van licht, militaristisch zwaaien dat zij de oplossing zijn. Zij dus die zeggen dat niets nog gezegd mag worden maar zelf poppen aan het dansen laten wanneer iemand er een andere mening op nahoudt. Zij die de geschiedenis kapen en daarom onverdacht zijn. Zij die het spel van schaamte en schande spelen en andermans handen in onschuld wassen. Zij die later niets kunnen worden verweten want ze ageerden op een gevoel in de onderbuik. Zij die evengoed bloed aan hun twitteraccount hebben. Zij die de straat verder laten rotten, terwijl ze zich zo gemanoeuvreerd hebben dat ze iets konden doen, iets anders dan laten betijen. Het is een keuze, dus. Het is een daad waarbij zij zichzelf altijd verpakken als slaaf en meester. Tot de kannibaal wakker wordt en hen opeet, te beginnen vanbinnen. Dan gaan ze slapen als onkruid, beschaamd maar niet vergaan.

Gabriel Rooms
6 0

De verdwenen kunst van het bijten en de anti-school

Mijn dochter is net vijf geworden. Ik mag haar haar niet kammen. Zelf doet ze het ook niet. Tanden poetsen is ook een hele lange onderhandeling. Soms wilt ze geen verse onderbroek aandoen, en enkel bij mama gaat ze in bad, of in de douche bij Bonnie en Pep. Die van mij vindt ze te klein. Nagels knippen moet ik bijna stiekem doen: als ze Ketnet jr kijkt, of net niet als ze slaapt. Ze kleurt met haar stiften meer op zichzelf dan in haar kleurboeken, en in de speeltuin gaan schoenen en sokken zonder pardon uit, en soms de broek ook, als die te strak zit. Wildheid. Ik mis het. Ik mis het bij mezelf. Mijn dochter is langs de andere kant evengoed een meisje, met prinsessenjurken, lippenstiftjes, hakjes, ballerina’s, oorbelletjes. Maar wat wil dit allemaal zeggen in deze fluïde tijden? Als vader wens ik dat ze zich vooral vrij voelt en veilig, nu en later. In een ideale wereld zou een vrouw (maar evengoed een man) naakt over straat moeten kunnen lopen, zonder dat dit een afwijking is. Dit zou geen steen des aanstoots mogen zijn, of een vrijgeleide voor seksuele intimidatie. We zijn tenslotte geboren in ons Adam en Eva-kostuum, maar zo werkt het spijtig genoeg niet. Is het schaamte? De angst om ongewild uit te dagen? Juist door kleren te dragen is bloot sexy geworden. Naar ’t schijnt zou in de zigeunercultuur het tonen van blote borsten geen probleem zijn, enkels daarentegen … Vandaar de sokken die je bij hen onverwachts ziet. Wat de vrijheid van de vrouw betreft, kunnen we ook eens kijken naar het andere uiteinde van het spectrum: in een ideale wereld zou een vrouw een niqab of boerka mogen dragen. Als westerling begrijpen we dit misschien niet zo goed, maar puur ideëel gezien, zou dit een recht moeten zijn. Het argument van herkenbaarheid is, laten we eerlijk zijn, in covid-tijden volledig weggevallen. Het is nu eenmaal eigen aan de mens dat we experimenteren met het volledige spectrum van hoe we creatief kunnen zijn met ons uiterlijk. En door ons niet te laten zien, als vrouw meestal, komen we vaak tot een essentie: ‘ik wil niet beoordeeld worden op mijn uiterlijk maar op mijn innerlijk, of nog beter op mijn daden, niet op mijn praatjes, of andere oppervlakkige zaken.‘ De mythe rond Homeros spreekt boekdelen: hij was naar ’t schijnt blind, en kon zo de ware wereld ‘zien’. Het gevaar schuilt erin als je zelf denkt dat je die gave hebt, dat je door de huichelarij kan kijken. Door te zeilen op zee heb ik gemerkt dat er situaties zijn dat je niet kan bluffen, dat je je niet beter kan voordoen dan je bent. Daarom hou ik van de zee. Ik ben geneigd om te schrijven dat ik in één oogopslag genoeg heb om te zien wat voor vlees ik in de kuip heb, maar dan ga ik voorbij aan mijn eigen fundamentele feilbaarheid. Maar dat in Game Of Thrones het juist een piraat is die stelt: ‘There is only one true religion, and it is between a woman’s legs!’, legt iets bloot over onze binaire wereld. Ik vind het geen louter vrouw-onvriendelijk aforisme, het zegt meer iets over masculiniteit, die tragisch is, en toxisch als ze slachtoffers maakt. Wat voor mijn dochter opgaat, zou niet voor mijn zoon opgaan. Meisjes mogen stilletjes aan jongens zijn, maar jongens meisjes? In theorie zou zachtheid niet alleen met moederlijkheid mogen geassocieerd worden, maar ook met vaderlijkheid, en ik heb al eens gelezen dat Afghaanse grootvaders een ongelooflijke tederheid aan de dag leggen met hun kleinkinderen, wat geen conditio sine qua non is in een kansarm land. Heel die genderverwardheid uit zich in de stereotypen: ik vind het niet erg, na de Claudia Schiffers en Kate Mosses van de jaren ’90, maar de curvy Kim Kardashian is nu zowat het schoonheidsideaal geworden. En de mannen is het niet beter vergaan: welke jongere wil er nu geen Cristiano Ronaldo-lijf? Je moet niet alleen gespierd en sterk zijn, je spieren moeten ook nog eens getekend zijn, als houtvezels: ieder detail is van belang. Extrapoleren we naar gevechtssport: volgens Joyce Carol Oates ‘de laatste viering van de mannelijkheid’. Ook vrouwen zien we nu in kooien vechten, en los van hun seksuele geaardheid, verloopt dat volgens regels. Een cat fight is ooit anders geweest. Ik weet niet hoe het eraan toe gaat bij free fights, maar het meest extreme dat ik gezien heb in een ring waren kopstoten: geen flauw benul welke bond dat was. Maar wat je niet ziet, dat zijn de ‘taboewapens’ van het eigen lichaam. Bruce Lee had het erover, en ook in kung fu komt het ter sprake. Ik raad ten stelligste aan van te gaan lopen als je in een gevechtssituatie terechtkomt die je niet kan winnen. Maar als je niet kan vluchten, gebruik dan dat dierlijke arsenaal dat je ter beschikking hebt, of je nu een man of een vrouw bent. Let the beast go: trek aan de haren, krab die ogen uit, pits venijnig in dat vel, en last but not least BIJT! We hebben een gemeenschappelijke voorouder met chimpansees, gorilla’s en oerang oetangs. BIJT! Als je je verdedigt weliswaar, niet als agressor. Je zal het wellicht nooit zien in MMA of UFC, maar het is wel het totale gevecht. En de vraag is, wie is de lafaard? Als je aangerand wordt, bijt die halsslagader over. Zoiets. Maar nog beter zou het zijn als er geen seksuele agressie meer was. Maar kun je het hen kwalijk nemen, de zogezegd zwakkeren? Als in de jaren ’80 een Sovjetpiloot neerstortte in Afghanistan maar zich kon redden met zijn schietstoel, wou hij dat hij al dood was als hij de vrouwen van de Moedjahedien zag aankomen met gewette messen … Vrouwelijkheid en wildheid dus, of hoe je zachtheid niet moet verwarren met zwakheid. Het laat me aan iets anders denken, aan een concept dat ik anti-school wil noemen. Ook hier weer idealiter. Het idee heb ik van de anti-psychiatrie van de jaren ’60. De zachte zielenknijperij: geen gedwongen opnames, niet teveel medicatie, niet teveel Freudiaans seksueel reductionisme. De humanistische psychologie die over gevoelens ging en niet over gedrag, over ontplooiing en jezelf zijn. Michel Onfray heeft zo ook een anti-boek geschreven: Anti-handboek voor de filosofie. Zo’n anti-school zou een antwoord moeten bieden op de excessen van het kapitalisme en de meritocratie. Want laten we eerlijk zijn, hoe groot is die schoolefficiëntie eigenlijk? Hoeveel jongeren verslijten er hun broek niet op school? Ondanks het engagement van het onderwijspersoneel is er niets zo moeilijk als kinderen en jongeren te begeesteren. Een anti-school zou moeten bewerkstelligen dat jongeren die tijdens de vakanties geen ad(h)d hebben, dat ook niet hebben op de anti-school. Voor een stuk heb ik het schoolvoorbeeld (pun intended) van hoe een anti-school er moet uitzien: Guppie. Zo heette het zeiljacht van Laura Dekker waarmee ze op veertienjarige leeftijd de wereld rondreisde. Toen ze zestien werd, was ze nog onderweg. Zo zou een anti-school eruit moeten zien. Het leergeld dat ze betaald heeft aan boord, die leerschool, kan je toch geen verspilde tijd noemen? Dat is toch geen verkwisting? Laura Dekker zou ik ook niet gepriviligieerd noemen. De Guppie was een onderkomen yacht dat haar vader met haar gerenoveerd heeft, want dat kon die wel: hij was een keukenbouwer. Meer dan het geld of de opportuniteit was er de droom, de roeping. Toen ik als achttienjarige eerder klassieke filologie wou gaan studeren omdat ik zo graag Latijn deed en teksten vertaalde, en gefascineerd was door de antieken, hebben ze mij dat afgeraden omdat ik geen klassiek Grieks had gevolgd op het middelbaar. Nochtans boden universiteiten die optie aan. En, laten we eerlijk zijn, bij Japanologie en Sinologie, starten we ook van nul. Het werd uiteindelijk Germaanse en een flop. Het was geen keuze van het hart. Nog vroeger, toen ik een jaar of zestien was, en Point Break gezien had, wou ik een surfer worden. Dit was allemaal pre-internet. In de jaren ’90 lag ik toen al als één van de eerste met een body-boardje in de bruine baartjes van Blankenberge. Een golfsurfer was toen nog nooit gespot aan de Noordzee van de Lage Landen. Het is er nooit van gekomen, al had ik als ex-skater potentieel. Maar het netwerk was er gewoon niet. Mijn ouders kenden er te weinig van, en ik was op een bepaalde leeftijd gewoon niet meer ambitieus. Mijn drive was volledig weg. Toen het er eindelijk van begon te komen, had ik ofwel geen werk en geen geld om te reizen, of ik was te bezadigd door de anti-depressiva die ik moet slikken voor mijn dwangstoornissen. En nu ben ik te oud: de laatste keer in El Palmar scheet ik in mijn broek bij een wipe-out in een golf van twee meter. Maar genoeg zelfmedelijden. Als je één ding moet onthouden van deze verschrijving, laat het dan het volgende zijn: koester je wildheid en de wildheid van je kinderen, denk eens na over mannelijkheid en vrouwelijkheid, vergeet niet dat je kan BIJTEN, en brainstorm eens mee over een anti-school. P.S.: Deze quote zegt alles over onze vervreemding: “I have always found it interesting that white children take so quickly to Indian ways, while Indian children, when brought to be raised in white families, never take to it at all.” (Philipp Meyer, The Son) Een boek over Comanches geschreven door een witte Amerikaan. Geen idee over de publieke opinie en of de Comanches dit ‘cultural appropriation’ vonden. En waarom zou de zoon niet The Daughter kunnen zijn? Ik wens het die van mij alvast toe ... PJ Harvey & John Parish: Pig Will Not (live)

ovlijee
22 2

Een dag zonder zin

Vandaag heb ik er geen zin in. Er lijkt geen einde te komen aan de regen en de lage temperaturen. Een vriend post een bericht: “Maak deze natte dag maar een beetje natter (zelf in te vullen hoe). Geniet van je dag. Laat je maar eens goed verwennen!”. Op alle andere dagen was deze post voldoende geweest om weer zin te krijgen -op vlak van goesting en (zelf)verwennerij hoor ik blijkbaar eerder bij de mannelijke stereotypen die om de zeven seconden aan seks denken- maar vandaag niet, ik overweeg het wel even, maar bedenk dan dat vandaag gisteren nooit kan overtreffen. Vandaag ben ik terug Edouard Péricourt uit 'Au revoir là-haut' van Pierre Lemaître -de gekheid nabij- en wil ik met een masker met pauwenveren op mijn kop, helemaal naakt, de Kortrijksesteenweg op. Niets anders dan die zotte euforie kan het heden en verleden draaglijk maken. Daarbij wil ik me echter niet laten omverrijden zoals Edouard. Nee, ik heb niet al die energie gestopt om met de gevolgen van mijn non-comformisme te leren omgaan, om me dan op een hoogtepunt ervan te laten omverrijden. Ik wil gewoon wat naakt rondlopen en zo net genoeg energie en zin krijgen om terug met de illusies te kunnen omgaan en naar een volgende euforisch moment toe te werken. Mijn verjaardag, volgende maand. Die periode rond mijn verjaardag is best wel moeilijk. Hoe ik het ook draai of keer, rond die tijd komt het verleden en de totale onzin van gisteren en vandaag weer boven. Misschien moet ik dit jaar een verjaardagsfeest voor collega’s organiseren om eindelijk werk te maken van die door corona uitgestelde teambuilding? Een echt feest, geen beleefde bijeenkomst, maar total losgehen. Vandaag ben ik immers in het stadium van de verfijnde Ines uit de film Toni Erdmann wanneer ze net voor de start van haar feestje beslist dat ze naakt de deur gaat openen en de genodigde collega’s er enkel naakt wil inlaten. Gedaan met de hypocrisie, het slaafse bestaan, terug naar de essentie. Terug naar mij, die naakte met veel levenslust en zin. Dat het maar verder regent, vanavond ga ik die verdomde slakken te lijf. Geen respect meer voor die veelvraten die de energie van een hele gemeenschap in één nacht verwoesten. Ik, de tuinier, die uren tijd heb gestoken in het ideale klimaat waarin de zaadjes konden groeien, de zon die haar kracht heeft afgestaan en de kracht die het zaadje uit zichzelf heeft geput om blaadjes te vormen. Dat allemaal verloren zien gaan, dat leidt tot een dag zonder zin en dagen zonder zin tot waanzin.

Fien SB
13 0

Bewust zijn van het bewustzijn

Mijn lief vertelt mij over de eerste keer dat hij bewust werd van zijn bewustzijn. Hij herinnert zich alle details van een vluchtig moment dat als peutertje zoveel indruk op hem maakte. Spelend met een rode auto op een groene vloer viel hem plots het besef binnen dat hij een observerende entiteit was. Ik heb gelijkaardige herinneringen uit mijn kindertijd. Of het de eerste keer was, dat weet ik niet, maar ik zie mezelf nog naast de buffetkast staan, mij er opeens over verwonderend dat ik alles vanuit één specifiek kader bekijk. Mij afvragend of anderen net hetzelfde ervaren. Aan de hoogte van de kast maak ik op dat ik ongeveer zes moet geweest zijn. Het zijn zeer korte, haast magische momenten, die plotse invallen van puur bewustzijn. Schaars in aantal en meestal geheel onverwacht. Het is niet gemakkelijk om woorden te vinden voor zulke gewaarwording. Je zou het kunnen omschrijven als ontwaken. Plots ben je je er haarscherp van bewust dat je bewust bent. Zonder oordeel of identiteit, enkel de observator die beseft dat hij observeert. Je hebt natuurlijk ook dat brein dat alles probeert te begrijpen, waardoor de magie vervaagt op het moment dat je erover begint na te denken. Dat bewustzijn voelt als iets waardevol en uniek. Als kind fantaseerde ik dat ik uitverkoren was om door een raampje naar het leven te kijken, vermomd als een klein meisje. En dat het universum met mij meekeek. Het was dus van belang dat ik alles heel precies documenteerde. Ik beeldde mij ook in dat alles en iedereen niet meer dan decor was om mij een totale ervaring te kunnen geven. Ik zocht naar foutjes die verrieden dat mijn hele leven een poppenkast was. Het was dan ook heerlijk om vele jaren later de film The Truman Show te ontdekken. Het spreekt voor zich dat het menselijk is om vragen te stellen over de aard van het bewustzijn en de relatie tot de externe wereld. Denken over het bewustzijn, is uiteraard iets anders dan bewust zijn van het bewustzijn. Al leidt het ene wel gauw tot het andere. Die wakkere staat van zijn, waarbij het fundamentele proces van het ervaren zuiver op de voorgrond treedt, kan getraind worden. Dit is waar meditatie om draait. Maar het bewust streven naar een bepaalde toestand tijdens meditatie wil wel eens averechts werken. Het is alsof het bewust zijn van het bewustzijn erom vraagt om ongewild plaats te vinden. Op een onbewaakt moment, verstild en onthecht van het narratief van de realiteit.   De verwondering en het bevreemdend gevoel dat zo’n intense bewustzijnservaring oproept, heeft de neiging om snel op te lossen. Eenmaal weer diep ingegraven in de dagelijkse beslommeringen wordt het perspectief nauwer. Pal in het centrum van ons menszijn, waar we vergeten dat we meer zijn dan een door prikkels gedreven sociaal wezen met een identiteit en zelfbeeld, daar is het moeilijk bewust te blijven. Onder de dikke lagen van gedachten, gewoontes en bezigheden registreert het bewustzijn echter alles. Bewustzijn is nooit afwezig, we zijn er alleen niet altijd bewust van. Ik zou het begrijpen als u dit relaas als raaskallerij interpreteert, alleen al omdat er geen collectieve consensus bestaat voor de term bewustzijn. Desalniettemin vind ik het een uiterst boeiend onderwerp dat uitdaagt om gevat te worden in woorden. Een gevoel van sterk tekort schieten, primeert bij het overlezen van deze tekst. Taal is een beperkt middel als het gaat over het omschrijven van mystieke ervaringen. Dat weerhoudt mij niet om het te blijven proberen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/5/11/bewust-zijn-van-het-bewustzijn

KarolienDeman
0 0

Woelige dagen

Soms wordt het woelig. De impuls om te vluchten onderdrukkend, probeer ik de kluwen aan emoties, gevoelens en gedachten te ontleden. Het is hier nu bij mij, deze warrigheid, het doet zich voor en vraagt om aandacht. In de vorm van pijn of iets anders dat ik vervelend kan noemen. Ik kijk ernaar en weet dat als ik me ervoor afkeer, ik alles in rafels achter mij mee trek. Het blijft sowieso hangen, mij volgend. Wachtend op een ander ongeschikt moment. Alle mogelijke handvaten en ander gereedschap ligt op tafel. Het lijkt nooit genoeg. Woorden, technieken, stiltes, … Dit vraagt om aandacht, dus moet ik er iets mee doen, toch? Of laat ik beter alle acties achterwege, stilstaand, zodat de storm langs mij heen kan razen, de geseling bewust voelend. Erop vertrouwend dat de sporen die ze nalaat mij alleen maar mooier maken. Ik schipper tussen reageren en laten zijn. Tussen veranderen en aanvaarden. Sluit het ene het andere uit? Alles gadeslaand met een blik die toelaat en liefheeft, maar de felle wind doet mijn ogen tranen. Want ik ben menselijk en zit vol gaten. Mijn weefsel is zacht en weerloos. Mijn kwetsbaarheid en onvoorspelbaar verval omhult mijn goddelijkheid, als een op maat gemaakt kostuum. Ja ik weet het wel; het hier en nu dat mijn bestaan omkadert is slechts een mogelijkheid. Wat niet wegneemt dat ik deze vol overgave vervul. Alleen ultieme liefde kan deze snijdende tegenstellingen baren, daar zij niets wil uitsluiten. Elke handeling krijgt bewegingsvrijheid, elke gedachte gehoor. Aangedreven door een wil banen we ons een weg doorheen het leven. Soms botsend, sputterend en twijfelend. Misschien krijgen we wel dingen naar ons hoofd geslingerd als we voor een authentieke weg kiezen of even blijven stilstaan. De lieve bomen, waar ik me zo graag mee omring, zijn een grote bron van inspiratie. Ze nodigen me uit om mee te wiegen en te buigen. Ik mag zelfs breken, want ook in stukjes ben ik nog evenveel waard. Staand in aanvaarding, daar waar het zaad zich goed voelde om te schieten, belichamen ze de berusting waarin ik wil huizen. Het ruisen van hun kruinen is de geruststellende ondertoon waarop ik mijn wiebelachtige gedachten laat varen. De vibratie van alles dat gebeurt, gewoon omdat het kan. Zonder oordeel. Steeds met het vrijblijvend potentieel om iets toe te voegen.

KarolienDeman
23 1

Doorheen de verschillende lagen van het voelen

Ik ben een (over)denker. Van denken heb ik mijn specialiteit gemaakt. Ik hou ervan om dingen te analyseren, te wentelen in mijn hoofd en eventueel logica of verbanden te vinden. Het heeft me al best wat inzichten opgeleverd. Anderzijds ben ik ook een ‘gevoelsmens’. Wel ondervind ik enige weerstand tegenover dat woord. Misschien omdat ik het al vaak heb horen gebruiken zonder de ware betekenis ervan te kennen. De connotaties die ik eraan toeschrijf zijn ongetwijfeld het product van een rationele wereld die gevoel als ondergeschikt afdoet. Op school leert men kinderen hoe belangrijk het is om het denkvermogen te ontwikkelen. Maar het exploreren en hanteren van de uitgebreide gevoelswereld valt buiten het lessenpakket, ervan uitgaande dat dit wel in de privésfeer zal plaatsvinden. En dat is een gemiste kans. Het verloochenen van mijn gevoelswereld is mij duur komen te staan. Het negeren of verwaarlozen van een deel van jezelf kan nooit tot iets goed leiden. De heftige fysieke kwalen waaronder ik jarenlang gebukt ging, waren ongetwijfeld hiervan een gevolg. Als kind ging dat voelen allemaal zeer spontaan. Ik ging erin mee, speelde en creëerde in de rijke grond van mijn gevoel. Maar ergens in mijn pubertijd ging er iets verloren. Ik kroop steeds meer in mijn hoofd. Het ziektebeeld dat daardoor ontstond, heeft me gemotiveerd om het voelende kind in mezelf te herinneren en te eren. Zoals ik al vaker geconcludeerd heb, schieten woorden tekort. Wat wij collectief verstaan onder gevoel stelt niets voor in vergelijking met de weidsheid van de werkelijkheid. Een sluitende definitie die heel de lading dekt bestaat niet. Het is paradoxaal, maar de analist in mij heeft geprobeerd om de gevoelswereld onder te verdelen in categorieën of verschillende lagen. (Zie het schema in bijlage)Naar mijn mening/gevoel verwijzen we bij het algemeen gebruik van het woord gevoel vooral naar de eerste twee lagen, namelijk fysiek of emotioneel gevoel. Maar er is meer. Ik vond het niet evident om de laatste laag een naam te geven, wetende dat elk woord geoxideerd is door aangeleerde connotaties. Ik koos uiteindelijk voor het woord spiritueel, erop vertrouwend dat de lezer bereid is zich los te koppelen van eventuele vooringenomenheid tegenover dit woord. De verschillende gevoelslagen hebben invloed op elkaar, vullen elkaar aan. Zo kan een fysiek gevoel een emotie losmaken, wat vervolgens een spiritueel gevoel triggert. En ook omgekeerd. Elke laag is als het ware een perspectief van waaruit we de wereld kunnen ervaren. Tezamen vormen ze een multifunctionele toolbox waarmee we het leven en onszelf kunnen interpreteren. Gevoelens zijn het kompas dat ons steeds naar authenticiteit begeleidt, in het bijzonder de laatste laag. De eerste twee lagen kunnen gestoeld zijn op overtuigingen die, al dan niet uit zelfbescherming, beperkend werken. Zo weten we bijvoorbeeld dat het niet altijd aangeraden is om beslissingen te maken vanuit een prangende emotie. Maar het spirituele voelen daarentegen liegt nooit. De kunst is echter, zeker levend te midden van een wetenschappelijke rationele maatschappij, om je het voelen van die laatste laag meester te maken. Het is een mooie (dagelijkse) oefening om even een moment te nemen om bewust doorheen alle lagen te voelen. Beginnende met: wat voelt mijn lichaam? Welke emotie(s) herken ik? En ten slotte: welk spiritueel gevoel word ik gewaar? Heeft het een vorm of kleur? Voelt het puntig of eerder rond? Zacht of hard? Uitgestrekt of gecentreerd? De moeilijkheid ligt vooral in het feit dat het spirituele gevoel begint te vervagen wanneer je het probeert te vatten in woorden, gedachten of concrete vormen. Het vraagt om een interpretatie die geheel los staat van het denken en analyseren. Het brein zal elke ervaring altijd proberen te linken aan iets dat het reeds kent. De functie van het brein is dan ook om het leven te begrijpen. Het brein wil alles onderverdelen en klasseren. Het heeft een versnipperende werking, de neiging om alles in hokjes onder te verdelen. Op zich geen verkeerde of slechte eigenschap, anders zou ik ook niet in staat zijn om deze boodschap te communiceren. Maar het spiritueel voelen is gericht op eenheid. Het maakt geen onderscheid tussen binnen en buiten, ik en de ander, goed of slecht. Het spiritueel voelen proberen te herleiden naar een vorm of kleur is een hulpmiddel dat op een gegeven moment dient losgelaten te worden. Zoals bij zoveel dingen heb je niet meer nodig dan focus, intentie, oefening en vertrouwen om je het spiritueel voelen vloeiend eigen te maken. Om spiritueel te voelen heb je in essentie geen brein nodig. Daarom koos ik voor het woord ‘spiritueel’, omdat het geestelijkheid zonder materie impliceert. Ik weet dat het ontzettend moeilijk kan zijn om het brein even aan kant te zetten en zonder oordeel mee te gaan in de onafgebakende spirituele gevoelswereld. Zoals ik al zei, was ik er als kind erg goed in, maar heb ik het later opnieuw moeten integreren. Het enthousiasme tijdens dit leerproces heeft me ertoe aangezet om deze tekst te schrijven. De taal van het spirituele voelen is de collectieve moedertaal, de taal die elk wezen spreekt. Het gebeurt wel eens dat ik diep aan het opgaan ben in een spiritueel gevoel en dat mijn brein dan plots opdaagt met een oordeel of analyse. Wat er natuurlijk voor zorgt dat het gevoel oplost. Het is ook niet abnormaal dat spirituele gevoelens als vaag overkomen en om die reden dan ook niet serieus worden genomen. Omdat het brein geen concrete handvaten heeft, klasseert het daarom de gewaarwording als vaag en onbelangrijk. Maar wie bekend is met spiritueel voelen en het integreert in het dagelijkse leven zal beamen dat dit een prachtige eigenschap is die helaas schromelijk wordt onderschat.  Met deze tekst wil ik de schoonheid en rijkheid van het spiritueel voelen in de verf zetten. Onder de dikke laag van al het tastbare ligt de krachtige energetische motor van een spirituele gevoelswereld. Als creator, iets dat wij allemaal zijn, is het toch cruciaal om bewust te zijn van alle componenten waarmee we onze werkelijkheid kunnen scheppen.

KarolienDeman
7 1

Zelfkennis is het fundament van gezonde relaties

Een persoonlijkheid bestaat uit verschillende delen. Zo is er bijvoorbeeld een deel van mij dat niets liever wil dan met rust gelaten worden en zich graag alleen terug trekt. Maar een ander deel van mij wordt enthousiast van het organiseren van evenementen. Het ene spreekt het andere tegen, maar ik probeer evenwichtig te handelen zodanig beide delen zich kunnen ontplooien. En ja, soms botst het wel eens. Dan kan het zijn dat ik overprikkeld ben omwille van de sociale activiteiten die ik op mijn programma heb gezet. Ik kies er bewust voor om elk deel van mij te accepteren. Ook al gaat het soms met vallen en opstaan, toch wil ik geen enkel deel van mezelf verwerpen, uitsluiten of zogezegd ‘afleren’. Het is trouwens onmogelijk om delen van mijn persoonlijkheid af te leren. Ik wil voor de weg van de minste weerstand kiezen. Uit ondervinding weet ik dat het onderdrukken van delen in ziekte of andere ellende resulteert. Alles dat je aandacht geeft groeit of ontwikkelt zich. En alles dat je onderdrukt ontploft op een gegeven moment in je gezicht. De relaties die we hebben met anderen, of die nu oppervlakkig, romantisch of vriendschappelijk zijn, weerspiegelen delen van onszelf. Zo is er bijvoorbeeld dat onzekere deel van mij dat zichzelf niet goed genoeg voelt. Dat deel zorgde ervoor dat ik een relatie aanging met een man die deze onzekerheid voedde. Ik liet mijn liefde vrijuit stromen, maar kreeg er weinig voor terug. Ik voelde me niet gekoesterd of gewaardeerd. Na enige tijd liet nog een ander deel van mij van zich horen: het deel dat wel vindt dat ik de moeite waard ben. Het kwam in opstand, vond dat ik beter verdiende. Dat zorgde voor conflicten. Ik bleef nog enige tijd aanmodderen, switchend tussen deze twee delen, om uiteindelijk de knoop door te hakken en de toxische relatie te beëindigen. Sommige delen zijn zelfdestructief. Er bewust van zijn dat ze er zijn, is voldoende. Ik probeer ze met mededogen bestaansrecht te geven, erop vertrouwend dat ik ze zal leren aanvaarden, doch zonder ernaar te handelen. Uiteraard ben ik wel eens kwaad op een deel van mezelf. Dan vervloek ik bijvoorbeeld mijn zachtheid die er soms voor zorgt dat ik mijn grenzen laat overschrijden. Het strenge deel van mezelf bestempelt dit als een zwakte. Van zodra ik hiervan bewust ben, probeer ik het met eigenliefde te compenseren. De gedachten waarmee ik mezelf neerhaal loslaten en mijn zachtheid accepteren is het beste dat ik voor mezelf kan doen. Het begint allemaal bij zelfobservatie. Bij het bewust worden van het zelfbeeld en hoe dit invloed uitoefent op specifieke keuzes en relaties. Leren zien hoe het zelfbeeld de realiteit kleurt. Ik was er mij ten tijde van die relatie niet geheel bewust van dat mijn aantrek tot deze man een bevestiging van mijn minderwaardigheidsgevoel betekende. In het samenzijn met hem weerspiegelde mijn zelfdestructieve kant. Gebukt gaand onder emoties leerde ik op korte tijd enorm veel over mezelf. De ervaring liet me inzien dat mijn gevoel van eigenwaarde nog een werkpunt was. Elke interactie met iemand anders, hoe kortstondig en banaal deze ook mag zijn, kan een inzicht betekenen. Door relaties aan te gaan, helpen we elkaar groeien. En dat hoeft helemaal geen pijnlijke zaak te zijn. In een gezonde relatie help je elkaar vooruit door de schoonheid van elkanders bestaan liefdevol te bevestigen. Oprechte liefde kenmerkt zich door een verruiming van het persoonlijke welzijn naar een gemeenschappelijk welzijn. Alles wat ik mezelf toewens, geef ik ook aan de ander en omgekeerd. Je kunt elkaar in alle veiligheid en vertrouwen spiegelen en helpen ontwikkelen. Ondanks de pijn en tranen ben ik dankbaar om die moeilijke relatie te hebben ervaren. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om mezelf te eren en dat ik dit in mijn relatie weerspiegeld wil zien. Ik heb aan de levende lijve ervaren wat voor een relatie ik niet wil. Dit heeft het complementaire beeld van wat het wel moet zijn verscherpt. Haarscherp voor ogen zien wat ik wil, is uiterst belangrijk bij het bewust scheppen van mijn realiteit. Ik had er vertrouwen in dat ik ooit wel opnieuw iemand ongeremd zou liefhebben en deze keer hetzelfde zou terugkrijgen. Veel sneller dan verwacht is dit ook gebeurd. Mijn huidige partner geeft me de gelegenheid om door zijn ogen met een liefdevolle blik naar mezelf te kijken, wat mijn zelfbeeld ten goede komt. Als ik mezelf bekritiseer is hij de eerste om mijn hardheid te temperen. Er zijn geen delen van mij die in strijd zijn met elkaar omwille van deze relatie. Ik voel in mijn hele wezen dat dit gezond is en dat het mij rust brengt. Het is interessant om mij af te vragen welke delen van mezelf getriggerd worden bij bepaalde sociale interacties. Sommige mensen lijken het slechtste in mij naar boven te brengen terwijl anderen juist een heilzaam effect uitoefenen. Het hangt er allemaal van af welke delen zich aangesproken voelen en of ik daar al dan niet mee in het reine ben. En zo wil ik graag besluiten dat zelfkennis cruciaal is bij het aangaan van constructieve relaties.   https://www.karoliendeman.com/blog/2021/4/12/een-mens-bestaat-uit-delen

KarolienDeman
10 0

Waarom ik de moderne geneeskunde wantrouw

Mensen die mij kennen of volgen, weten dat ik een lange moeizame zoektocht heb afgelegd in het kader van mijn gezondheid. Ik ging gebukt onder tergende chronische kwalen en zocht als vanzelfsprekend verlossing in de medische wereld. Deze zoektocht vatte ik samen in mijn boek ‘Auto-immuun: van ziekte naar inzicht’. Vijftien jaar lang liet ik mij intensief behandelen in een universitair ziekenhuis. Gedreven door wanhoop bleef ik tegelijkertijd ook daarbuiten verder zoeken naar antwoorden. Beterschap was steeds kortstondig, de ellende bleef zich transformeren. Vaak voelde ik dat de hele resem aan onderzoeken en therapieën mij eigenlijk meer kwaad dan goed deed. En ik merkte dat er tal van hiaten in de redeneringen van de medici zaten. Ik rationaliseerde dit alles weg, ervan uit gaande dat ze wel wisten wat ze deden. Blindelings vertrouwde ik de artsen die me op het hart drukten dat dit iets was waarmee ik zou moeten leren leven. Ik stapte mee in het systeem dat ontworpen was voor chronische aandoeningen zoals de mijne en onderging elk protocol en ander noodzakelijk leed. Als gevolg slipte mijn lichaam steeds meer dicht, maar mijn ogen gingen geleidelijk aan open. Er ging heel wat frustratie mee gepaard, maar al dat lijden en zoeken heeft mij uiteindelijk cruciale inzichten bezorgd. Gaandeweg brokkelde mijn vertrouwen in de ‘wetenschap’ steeds verder af. Er werd strak vastgehouden aan symptoom-onderdrukkende technieken. Deze werden telkens heruitgevonden en gefinetuned, in naam van de vooruitgang. Van holistisch denken was er natuurlijk geen sprake. Een holistische denkwijze in de geneeskunde zou inhouden dat lichaam en geest als een geheel worden behandeld. Zo werd ik jarenlang tot een hoop ingewanden gereduceerd, daar men geen rekening hield met mijn denk- en gevoelswereld die in feite heel de boel aandreef. De link tussen psychologie en darmaandoening werd, tot mijn ontzetting, niet actief gelegd. Ja, dat stress moest vermeden worden, dat werd mij wel meermaals gezegd. Maar dat advies klonk zo hol. Wat moest ik daar concreet mee? Ook sprak men wel eens over de invloed van ‘omgevingsfactoren’. Maar daarin kon eveneens geen advies worden gegeven gezien de uniciteit van elke situatie. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om een dieet dat voor iedereen werkt aan te prijzen. Het gehanteerde systeem doelde op uniformiteit: ze zochten naar één behandeling die voor alle patiënten met die diagnose zou aanslaan. Als ze zoiets zouden vinden, dan was hun bedje wel gespreid. Dit is echter een theorie die, in al zijn hardnekkige logheid, gefundeerd is op een ontzettend beperkte visie op wat gezondheid werkelijk is. De gewichtigheid die aan de wetenschap wordt toegeschreven, mag naar mijn mening best wat gedimd worden met nederigheid. Want er is nog zoveel meer dat we kunnen leren over/van ons lichaam. Wie chronisch ziek is in een kapitalistisch systeem, komt al snel terecht in een hermetische omgeving waarin men zich blindstaart op het zo snel mogelijk reduceren van symptomen. De oorzaak is er ondergeschikt aan de oplossing. En de patiënt afhankelijk maken van die ‘oplossing’ houdt de machinerie mooi draaiende. Versta me niet verkeerd, ik heb respect voor de artsen die mij al die jaren hebben proberen bij te staan. Ik zie dat ze ook zoekende mensen zijn met de beste intenties. En dat ze vaak zelf de dupe zijn van een zwaarlijvig systeem dat steeds verder uit zijn voegen barst. Mijn hoed af trouwens voor tal van ingenieuze operatietechnieken en andere medische vernuftigheden. Het probleem dat voortkomt uit een gebrek aan holistisch denken openbaart zich op verschillende vlakken, maar is sterk afgelijnd bij chronische aandoeningen. Vanuit intens empirisch onderzoek ben ik tot de constatatie gekomen dat de kennis waarop de moderne geneeskunde is gefundeerd enorm ontoereikend is. Dit zorgt ervoor dat ik wantrouwen heb ontwikkeld tegenover de medische wereld en haar wetenschap. Ik weet dat zij nog maar in de kinderschoenen staat, maar reeds alwetend pretendeert te zijn. Als een uit de kluiten gewassen kleuter die de baas wil zijn. Vanuit dit licht gezien, kun je misschien begrijpen waarom ik twijfels heb over de huidige maatregelen en verplichtingen omtrent Covid-19. De geneeskunde van vandaag richt zich op het bestrijden van aandoeningen. Maar wie weet gaan we niet teveel op in al dat strijden en verliezen we daardoor een groter geheel uit het oog? In plaats van iets vervelends zo snel mogelijk weg te willen hebben, met alle verdeeldheid tot gevolg, zouden we ons ook kunnen afvragen wat het ons kan leren. Op intellectueel, spiritueel en fysiek niveau. Met een open geest die altijd bereid is om overtuigingen in vraag te stellen. Wij mensen, wij zijn meer dan lichamen die al dan niet goed functioneren. Het is aan ons om te ontdekken wie we zijn. En laat deze crisis daar nu eens een interessant hulpmiddel voor zijn.

KarolienDeman
16 3

Meneer fazant

Wanneer ik die ochtend het schuifraam naar de tuin open, hoor ik hem.Zijn geluid is scherp genoeg om hoorbaar te zijn tot in onze keuken, zelfs zonder hoorapparaten.Ik sta daar aan het raam te luisteren met een tas thee in mijn handen.De fazant is terug.Toen we hier net kwamen wonen in de Erpse velden logeerden hij en zijn gezin in de weide naast ons.Tot er twee jaar later een storm kwam.De  boom in de weide naast ons viel om en de woonst van het fazantengezin werd vernield Sindsdien hebben we geen fazant meer gehoord of gezien in de buurt van onze woning.Ik ben zo dankbaar dat ik hem nog kan horen.Maar ik heb hem nog niet ontmoet of gezien.  Tijdens mijn dagelijkse wandelrondje in de buurt kom ik opnieuw een fazant tegen.Hij loopt tussen de dennenbomen samen met een andere mannetjes fazant Eén van de twee fazantenheren steekt zijn kop fier de lucht in en luistert aandachtig.Zou hij mij ook horen?En ik moet lachen.Want ik heb onbewust mijn goede oor ook richting de fazant gedraaid om hem zo goed mogelijk te horen. Mijn houding lijkt onbewust verdacht veel op die van mijn gevederde vriend. De voorbije maanden ben ik me beginnen aanpassen en heb ik al wat 'trucjes' geleerd om nog zo goed mogelijk te horen.Zoals dat onbewust draaien met mijn goede oor, nadenken over waar ik zit aan de tafel of mensen aankijken wanneer ze praten.Ik merk ook vaak dat ik onbewust wijs naar mijn oor wanneer ik iets niet gehoord heb.Het blijft altijd een beetje behelpen, zoeken.  En nu sta ik daar tussen de velden fazantig te wezen en te lachen.De gebroeders fazanten schrikken op en haasten zich ervandoor.Voor ik het weet zijn ze weg.Maar ze hebben mijn dag gemaakt.Eens thuisgekomen teken ik meneer fazant of het kleine beetje fazant in mezelf.Het is maar hoe je het bekijkt.  

Alice Bremt
7 0

De burn-out mentaliteit

Ergens had ik de ijdele hoop dat deze mentaliteit een trage dood tegemoet ging. Er is immers al heel wat gezegd en geschreven over burn-outs, alsook leef ik in de veronderstelling dat de gevoeligheid en zodus het bewustzijn collectief aan het toenemen is. Onzichtbaar traag echter, maar toch. Tot ik mij plots weer in het gezelschap bevind van mensen die met misplaatste trots hun grenzen onder spanning zetten. Mensen die onder het mom van een relativerende grap spotten met hun slaaptekort en wankele eigenliefde. Dan besef ik dat het tij nog niet aan het keren is, maar dat we er nog middenin zitten. In een wereld die een zelfdestructieve werkwijze verheft tot succesvol ondernemen. Het is een valkuil waar ik mij jaren geleden ook in liet meesleuren. Ik ging er verkeerdelijk van uit dat mijn eigenwaarde rechtstreeks gelinkt was aan wat ik presteerde. Dat hoe meer ik presteerde, des te meer ik waard was. In mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ beschrijf ik onder andere hoe ik mezelf uitsloofde bij het runnen van een kunstgalerij. En hoe ik de opening ervan niet fysiek kon bijwonen wegens ziek en overwerkt. Ik heb mezelf heel wat klappen gegeven alvorens het goed en wel was doorgedrongen dat niets, maar dan ook werkelijk niets, mijn gezondheid waard is. Geen ambitie, droombeeld of verlangen is het waard om voor te creperen. Het lijkt erop dat veel mensen zichzelf alleen iets gunnen als ze ervoor door het slijk zijn gegaan. Alsof ze mooie dingen eerst moeten verdienen alvorens ze er recht op hebben. Alsof alles een prijs heeft. Uiteraard is hard werken om daar vervolgens de vruchten van te plukken bewonderenswaardig, maar ik heb de indruk dat het harde werk vaak wordt doorgedreven tot zelfkastijding. Ik hoor mensen pochen met het feit dat ze geen tijd nemen om te eten, want het nemen van een pauze zien ze als een teken van zwakte. Dit wordt niet zo expliciet verwoord, maar hun hele houding predikt een bun-out mentaliteit. Het tekort doen van zichzelf wordt gezien als iets waarvoor men aanzien moet verwerven, als een sterkte. Ik vermoed dat het gaat over een cultureel verschijnsel en dat deze vorm van zelfdestructie typerend is voor een Westerse consumptiemaatschappij. Alles en iedereen is vervangbaar en het moet vooruit gaan. Zogenaamde welvaartsziekten zijn daar een symptoom van. Het onderliggende pijnpunt is, zoals haast altijd, een gebrek aan eigenliefde. Het gevoel niet goed genoeg te zijn, doet een mens overcompenseren. Jezelf overwerken is een statussymbool, want mensen die nergens tijd voor hebben daar deinzen we met respect voor achteruit. Iemand die het druk heeft, die willen we niet storen. En het gebeurt vaak, ik trap daar zelf ook nog geregeld in, dat de drukdoenerij van een ander ons confronteert met onszelf. Dat we ons dan gaan afvragen of we beter ook geen tandje kunnen bijsteken. Want in contrast met een razend werkritme, lijken we misschien gewoon lui. En daar schamen we ons voor. Wie zichzelf consequent voorbij loopt, botst op een gegeven moment wel ergens tegenaan. Als het geen lichamelijke aandoening is, dan duikt er wel ergens een andere problematiek op die de nodige stilstand hardhandig opdringt. Sommige mensen, zoals ikzelf, zijn hardleers. Ze zullen enkel vertragen als ze in het nauw gedreven worden, als het echt niet anders kan. Soms is er heel wat zelfsabotage nodig om uiteindelijk te kunnen inzien dat de mooiste dingen des levens gratis zijn. Dat stilstand paradoxaal genoeg meer vooruitgang oplevert dan heen en weer geloop.

KarolienDeman
15 2

Woorden vinden voor verdriet

Een diagnose, uitleg, verklaring, duiding,... kan verlossend werken.Alsof de puzzelstukjes pas dan eindelijk in elkaar lijken te passen.Dat gevoel had ik na het lezen van het boek 'Goed Leven' van Dirk De Wachter en Manu Keirse.En dan vooral het hoofdstuk over rouwen.Ik had tot voor kort nog nooit gehoord over 'levend verlies'.Maar hoe meer ik erover las, hoe herkenbaarder het verhaal werd en hoe minder vreemd mijn situatie leek. Sinds maart 2019 ben ik kleine stukjes van mezelf kwijt geraakt.De auto-immuunziekte stak de kop op en ik ging mee in de rollercoaster van ziekenhuizen, medicatie, onderzoeken,...Bij elk klein stukje 'verlies' van wie ik was, huilde ik even om nadien zo snel mogelijk terug door te gaan.Ik wil/wou ziek zijn gemakkelijk laten lijken, denk ik.'Hier is niets aan de hand. ' Niet opgeven, de kleine golfjes verdriet trotseren en vooruit kijken, het leek me de enige uitweg.Ondertussen bleef alles maar door gaan. Ik veranderde van job, zocht meer rust, zag mijn lichaam veranderen na vier cortisonekuren, probeerde met angst te leven, leerde voltijds werken loslaten, kwam steeds minder buiten, verloor plukken haar door medicatie, zei mijn laatste kinderwens vaarwel, 'leerde wennen' aan het verzwakte immuunsysteem en leven met pijn, bouwde met mijn gezin een leven rond ziekenhuisafspraken en behandelingen.En al deze golfjes wist ik 'goed' te trotseren.Tot ik in september op weg naar het werk bijna een ongeval kreeg.Ik zag dubbel, kon amper nog horen, stotterde en toen ik thuis iets op de kalender wou schrijven kon ik geen woord meer correct neerpennen.Ik had het ergens wel voelen aankomen want de twee maanden ervoor had ik reeds vijf kuren antibiotica achter de rug maar ik kon/ging volhouden. Het gehoor en de oogspier vielen niet te herstellen, wel wat op te lappen.Toen dat begin oktober duidelijk werd, tussen alle onderzoeken door, kwam de tsunami pas echt.Al die kleine golfjes waren niet gecounterd.Ik zat/zit met een groot verdriet om alles wat ik beetje bij beetje heb moeten loslaten of afgeven.Daarnaast kwam er ook een overweldigend schuldgevoel de kop opsteken.Ik voelde me schuldig tegenover mijn collega's die met extra werk zaten, mijn man die nooit voor deze situatie of mij in deze situatie had gekozen, mijn kinderen die ik niet alles kon geven, mijn ouders die ook telkens met een bang hart mee afwachten wat er nog komt, mijn vriendinnen die ik niet altijd kan vragen hoe het met hen gaat omdat ik de kracht niet heb,...En dan was er nog de boosheid. Gewoon irrationele boosheid op het leven, de ziekte, mijn man die me teveel wilde helpen, op mezelf wanneer ik het moeilijk had,... Ik begon me te vergelijken met anderen die met zwaardere ziektes kampen en er toch nog in slagen om te werken of die het vast veel moeilijker hadden dan ik... Een warboel aan gevoelens die ik niet meester kon.En het feit dat ik ze had vond ik onbegrijpelijk.Laat staan dat ik het kon benoemen wanneer mensen voorstelden om hen eens te sturen wanneer het nodig was of niet meer ging. Dan leg(de) ik de telefoon telkens terug aan de kant. (Ook nu nog want dan komt het schuldgevoel terug piepen: iedereen heeft het moeilijk, elk huisje heeft zijn kruisje, je moet anderen niet lastig vallen met jouw pijn, je kan het zelf wel...) Tot ik dus het boek las en meer te weten kwam over levend verlies: over hoe je ook rouwt om stukjes van je gezondheid, identiteit, mogelijkheden, dromen,... die je kwijtraakt door een chronische ziekte, een ongeval,... Het werd (be)grijpbaar, vatbaar.Ik weet nu ook dat ik me niet schuldig moet voelen.Dat andere mensen die mijn parcours zouden afleggen soms ook eens in een hoekje willen kruipen om te huilen of stilletjes de wereld vervloeken.Maar ik heb nog een hele weg te gaan.De oude strategie van oppakken en verder gaan, die werkt niet meer.Ik moet een nieuwe weg vinden om met dit alles te leren leven.En ook met wat er misschien nog komt.Koesteren wat er nog rest van de oude ik, leren leven met wat er is weggevallen en dan bouwen aan een nieuwe identiteit waar ziek zijn slechts een onderdeel van is.Maar ik weet dat zoiets tijd vraagt en taal.Dus schrijf ik erover, lees en probeer erover te praten wanneer het lukt.Het is een blijvende zoektocht naar 'een' goede weg om hiermee om te gaan. Want de goede weg om hiermee om te gaan of met eender welke (chronische) ziekte, die bestaat niet.Ik verwacht dus nog een aantal valpartijen op mijn pad.Kleurrijke pleisters heb ik alvast aangeschaft.        

Alice Bremt
15 1

Het vitale falen

In de eerste plaats ben ik lezer. Hoe graag ik ook het imago van schrijver zou willen hebben, ik heb geen flauw benul hoe ik een boek zou moeten schrijven, laat staan dat ik weet welk boek. Dat is niet alleen een kwestie van talent of inspiratie (of het gebrek daaraan) maar ook van energie. Als ik al eens iets uit mijn hersenen wring zoals oud afwaswater uit een schotelvod, koester ik die rauwe braakballen. Schrijfdocenten hebben naar ’t schijnt een hekel aan pupillen die hun prematuurtjes als veel meer zien dan therapie. Maar is dat juist niet wat schrijven is? Een zalven, een troosten, een aanklacht, een onwetendheid oplossen? Maar dan voor de lezer in plaats van de schrijver? Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat ik u te bieden heb. Wat ik te vertellen heb, is al door grotere geesten geschreven, ik ben amper een flauw afkooksel. Dat is wellicht ook het succes van de heilige boeken. Wat kan je daar nog aan toevoegen? Hebben die op moreel vlak niet alles gezegd wat er gezegd moet worden? ‘Gij zult niet doden.’ Een wijsheid van millenia waar de mens nog steeds niet klaar mee is.   Het woord meta is hier wellicht op zijn plaats. De mens kan overstijgen, spiegelen. We schrijven boeken, maar we schrijven ook boeken over boeken schrijven. We denken na, maar we denken ook na over nadenken. Deze meester-procrastineerder is daar een voorbeeld van. In plaats van gewoon te schrijven, vergaloppeer ik mij meestal in dwangmatig piekeren, als een hamster in een rad. En blijft het wit maagdelijk wit. Meta kan dan ook verraderlijk zijn. Idealiter is al mijn schrijven vitalistisch: een literaire stroming die geassocieerd wordt met Hemingway en Houtekiet. Ze gaat over een volmondig ja zeggen tegen het leven. A lust for life, joie de vivre. De boeken die vitalisten meenemen naar een onbewoond eiland zijn boeken over ‘hoe een boot te bouwen’. Voor een stuk is de film Dead Poets Society vitalistisch. Carpe Diem zegt Robin Williams tegen zijn studenten. De film is eigenlijk een flauwe voetnoot uit de jaren ’90 (die reeds hardcore competitief waren) en een anti-intellectualisme tentoon wilde spreiden dat begin jaren ’70 reeds gestorven was samen met de flower power. Hemingway en Williams hebben beiden trouwens zelfmoord gepleegd, het anti-orgelpunt van wat het vitalisme zou behoren te zijn.   Andere literatuur die ik met plezier geconsumeerd heb omdat ze voor mij het leven groter maakte, is pervers genoeg Holocaustliteratuur. Maus van Art Spiegelman, de boeken van Primo Levi, ik heb hen cultureel toegeëigend. Het is niet zo ver gezocht dat deze boeken de ultieme avonturenromans zijn. Steven Spielberg is niet alleen de regisseur van Indiana Jones en Jaws, maar ook van Schindler’s List. Voor een deel is hij zelf schuldig aan een wellicht ongewilde bagatellisering van de oorlog. Maar dit trauma kan alle richtingen uitgaan in een zoektocht naar verlossing. Kunst en entertainment als therapie. Maar pervers blijft het, of toch op zijn minst bizar dat je kan genieten van miserie. Dit is ook weer meta. Zo is die andere Holocaustparel Son of Saul een cinematografisch meesterwerk hoe tragisch het verhaal zelf is. Genieten en walgen tegelijkertijd, wij, mensen, kunnen dan. Maar leren we er ook wat van?   Jef Geeraerts was voor mij een ontdekking na het college. Uiteraard stond zijn Black Venus niet op de verplichte leeslijstjes van een conservatief jezuïtencollege. En ook is Geeraerts ondertussen persona non grata door zijn koloniale gedachtengang. Zonder schroom vertelt hij dat hij de plaatselijke Congolese bevolking er met de chicotte van langs gaf. En zijn veelwijverij met zwarte meisjes en vrouwen is pure machtsmisbruik van zijn blank of wit privilege en had vooral heel veel met seks en weinig met liefde te maken. En toch, er is ook een liefdesverklaring aan het land Congo, aan de mensen en hun manieren van leven. Alleen is die weeral die van de ‘noble savage’. Vitalisme en romantiek gaan zo hand in hand. Vitalisme is zo quasi een contradictio in terminis: hoe kan je schrijven als je primitief wil zijn?   Een ander staaltje van culturele toeëigening is het boek De Zoon van Philipp Meyer. Ik vond het een meesterwerk al is het puur literair totaal niet vernieuwend. Het is een hagiografie van Texas en behandelt de conflicten tussen de Comanches, Mexicanen en witte kolonisten. Het is geschreven door een witte Amerikaan die zich weliswaar verdiept heeft in zijn onderwerp maar ik vraag me toch af wat de Comanches er zelf van vinden. Ze worden geweldig geportretteerd, als linke, bloeddorstige krijgers met een verlangen naar een authentiek wild leven. Ze kidnappen kinderen van witte Amerikanen en Mexicanen die ze roede laten lopen. De sterksten nemen ze op in hun stam om hun bloedlijn gezond te houden en inteelt te vermijden. Het voormalige Comanche stamhoofd Quanah Parker had een Duitse moeder. Ik ben de laatste om iets tegen maatschappijkritiek te hebben maar dit boek deed me de beschaving zo haten dat ik wou dat ik zelf een Indiaan was.   Een ander vitalistisch boek is non-fictie: Primitieve Dagen van William Finnegan, een surf auto-biografie van weer een witte Amerikaan. Toen deze, tja, sport is niet het juiste woord, way of life nog relatief inheems was voor Hawaii, was Finnegan een pionier in de jaren zestig, om wereldwijd spots te ontginnen. Zijn avonturen brengen ons van Hawaii naar Californië, van Madeira naar de idyllische eilanden van de Stille Zuidzee. Dit boek maakt je hemeltergend jaloers, als je leeft in een land waar veldrijden het summum van sexy sporten is. Dit lage, bange, platte land van boeren en kerktorens en xenofobie, maar wel de grote Jan uithangen in Congo … Dit vitalistische boek wil je niet lezen, je wilt het zelf beleven. Dus wederom, wat is eigenlijk de zin van vitalistisch schrijven, als je vitalistisch wil leven?   Het laatste vitale geschrift, want ik kan zo nog wel even doorgaan, dat ik wil aanraken is een boek van Jonathan Raban: een zeilreis in Alaska. De schrijver beschrijft zijn reis die hij maakt langs de westkust van Noord-Amerika ter hoogte van Alaska, en betrekt hierin de Inuit-cultuur, je weet wel, zij die smalend eskimos genoemd worden. Het zijn de oorspronkelijke bewoners van Groenland en het hoge noorden in Amerika. Ze leefden in een woestenij van sneeuw, ijs en immense vriestemperaturen van wat de natuur hen te bieden had. Ze waren meesterjagers op walvissen, robben, narwals, walrussen, ijsberen, en andere dikhuidigen. Geen idee of ze naast al die vis en dat vlees in hun dieet ruimte hadden voor groenten, fruit, graan. Maar dat het taaie klootzakken zijn, staat als een paal boven water. Hun kunst en cultuur kent het motief van de enkele golf. Dat was ook de essentie van hun bestaan: in hun kayaks op het water, was het kunnen lezen van het water van primair levensbelang. Het is dan ook pijnlijk te vernemen dat naarmate hun manier van leven in het gedrang kwam door de modernisering en de buitenlandse vissers, ook bij hen de suïcide-cijfers abnormaal toenamen tot epidemische hoeveelheden. Zelf-destructie of destructie in de vorm van guerrilla en/of terreur is dan klaarblijkelijk de terechte culminatie van de gekoloniseerde rancune.   Het cynische is dat wij vitalisten jaloers zijn op zij die werkelijk lijken te leven. Door comfort te winnen (what else?) hebben we ons ook losgekoppeld van een belangrijke levensader. Laten we het avontuur noemen. En we zoeken die: door te reizen naar Costa Rica of Bali, door yoga te doen of Afrikaanse dans, door te benji-springen en onszelf te tattoeëren. We maken ook gewoon kinderen met die Andere. Hun lach en no-nonsense zijn balsem voor onze ziel. Maar wie zijn ze werkelijk? Moeten we hen redden van onze smartphones? Hun behoeden voor onze ivy league universiteiten? Hoe belachelijk het er ook mag uitzien, ik heb alle begrip voor de bleekscheet die zijn heil zoekt in een dansende Pinksterkerk. Of het meisje dat zich bekeert tot de Islam en een hoofddoek draagt omdat zij eigenlijk eindelijk meer bekeken wordt als een ziel dan als een lichaam. Het toont nog maar eens het immense falen van de katholieke kerk aan. Zij heeft zichzelf van alle levenslust beroofd. Laat ons hopen dat die cultus die we er voor in de plaats hebben gekregen, die van het geld, van de vele nutteloze en overbodige dingen, dat ééndimensionale surrogaatgeluk snel als sneeuw voor de zon verdwijnt. Zoniet blijft die neurotische tweespalt tussen vitalisme en een werkelijk vitaal leven bestaan.   De honderdjarige tulpenboom in het park is van groter belang dan de snertauto waarmee je stilstaat op de macadam. Waarom kan ik niet uitleggen, het is iets wild en een verlangen naar authenticiteit, en mijn vitale delen protesteren tegen zoveel kunstmatigheid. Ook al zal ik wellicht nooit de gal van een bizon over zijn vlees spuiten nadat ik hem zelf geschoten en gevild heb. Ik ben dan ook geen Comanche. Gelukkig maar, zij waren vijanden voor altijd, van iedereen. Al is dat ook wederom culturele toeëigening. Zelf noemen ze zich Numunuu, het volk. Comanche is een Spaanse verbastering van het Ute-woord Kohmahts (zij die tegen ons zijn). Ik ben vooralsnog tegen de beschaving juist omdat ik zo beschaafd ben. Comanche  

ovlijee
19 1

Zweverig

Het kleven van labels op mijn ervaringen is iets dat mij werd aangeleerd. Als kind maakte ik geen onderscheid tussen echt en fantasie. Tussen tastbaar en voelbaar. Gaandeweg werd er een lijn getrokken; tot hier en niet verder. Want wat verder ligt, dat is quatsch. Alles dat achter de lijn ligt, daar lachen we eens mee. Om vervolgens terug over te gaan tot de orde van de dag, waarbij we aangemoedigd worden om te denken binnen de grenzen van een rationeel bestaan. Maar er is meer. Ik kan meer. Ik wil meer. Ik kan mijn ogen ervoor sluiten en de magie die ik voel plat rationaliseren. Uiteraard dient alles in vraag te worden gesteld, dus ook datgene waaraan ik mij optrek. Geen huisje is te heilig, ik ben bereid om al mijn constructies tegen de vlakte te gooien. Als dat helpt om klaar en ver te zien. Groeipijn schrikt mij niet af, ook de kunst van het loslaten bestudeer ik vol overgave. Ik las boeken die mijn ervaringen op losse schroeven zetten. En absorbeerde theorieën die met overtuiging aantoonden dat ik niet meer ben dan wat mijn brein ervan maakt. Ik probeerde levensvisies uit die haaks op mijn authenticiteit stonden, als ware het modieuze zonnebrillen. Om maar te zeggen dat mijn empirisch onderzoek niet over één nacht ijs is gegaan. Hoe dan ook, de uitkomst bleef dezelfde. De conclusie luidt: ik heb een brein, maar ik ben het niet. Ik ben meer.Zonder spiritualiteit, zit er een gat in mijn leven. Een gapende holte die mij naar binnen zuigt. Ik heb het niet over religie of (bij)geloof. Die woorden zijn beladen met connotaties die niet passen op wat ik voel. Maar de term spiritualiteit lijkt de lading wel te dekken. Al is het arme woord ook besmeurd met labels die achter de zogezegde lijn thuishoren. In mijn huisje vind je klankschalen, edelstenen, beeldjes van Oosterse Goden en smudge sticks. Soms voer ik spontaan rituelen uit met deze objecten, aan de hand van een intentie en gevoel. Spelen met energie noem ik dat. Ik heb daarvoor in principe geen voorwerpen nodig. Maar ze helpen wel, als symbolische dragers van mijn intentie. Ook woorden hebben die functie. De woorden die ik tijdens een ritueel uitspreek of neerschrijf, verscherpen de focus op hetgeen ik met mijn handelingen wil bewerkstelligen. Zweverig is het woord waarmee men doorgaans bovenstaande praktijken samenvat. Ik hoor het wel vaker. Een deel van mij voelt enige schroom om ermee naar buiten te komen. Maar dat is wat ik doe en altijd gedaan heb: mezelf blootgeven. Mij openbaar kwetsbaar opstellen. Waarom? Omdat ik daar schoonheid in zie. Als ware het mijn roeping. Misschien is spiritualiteit niet meer dan een copingmechanisme. Een manier om de zinloze grilligheid van het leven te verteren. Dat kan. Zoals ik al zei heb ik die piste uitgebreid bewandeld. Maar ik laat de weerstand en argwaan nu eindelijk los en erken wat ik voel.  Het verstrijken der jaren doet de opgelegde grenzen vervagen. De grens tussen realiteit en imaginatie. Tussen werk en spel. Tussen binnen en buiten. Tussen de wereld en mezelf. Tussen leven en dood. Groeien betekent voor mij alles geleidelijk in elkaar laten vloeien.https://www.karoliendeman.com/blog/2021/2/16/zweverig

KarolienDeman
16 2

Ode aan Varanasi

Er zijn weinig steden die zo een indruk op me achterlieten als Varanasi. Nochtans is Varanasi redelijk toeristisch. Meestal ben ik meer onder de indruk van plaatsen waar geen toeristen te bespeuren zijn. En toch. Ik was al een aantal maanden in India. Niet voor een vakantie, wel voor een stage van 6 maanden in Chennai. Even andere oorden opzoeken deed ons deugd. Niemand van ons had kunnen voorspellen hoeveel we van Varanasi zouden houden. De drukte van de toeterende tuctuc-chauffeurs en brommers die zich zigzag een weg baanden door het verkeer, deerde ons niet. Vrezen voor je leven als je de weg overstak, deed je toch al een beetje elke dag in India. Er loopt me nog steeds het water in de mond als ik denk aan de zoete Lassi die we er dronken. Bijeengepropt in een klein kamertje genoten we van de beroemde Lassi van The Blue Lassi Shop. Enkel daarvoor zou je al terug naar Varanasi gaan. De muren waren bedekt met duizenden pasfoto's. Van mensen die er voor ons waren geweest. Honderden nationaliteiten bij elkaar gebracht op een paar muren.  's Ochtends stonden we heel vroeg op om te kijken hoe de Ganges tot leven komt. Hoewel het er meestal krioelt van de mensen, zijn er zo vroeg op de dag amper mensen te bespeuren. De normaal overbevolkte kleine steegjes vol met toeristen en verkoopskraampjes zijn nu leeg en verlaten en we lopen er zelfs ietswat sceptisch rond. De zonsondergang aan de Ganges bleef me het meeste bij. Terwijl we genoten van de zon die achter de Ganges tevoorschijn kwam, kwam er stilletjes aan steeds meer leven. Verkopers installeerden zich. Mensen begonnen zich te wassen in de meest vervuilde rivier van de wereld. Om zich te reinigen van hun zonden. Sommigen maakten van hun hand een kommetje en dronken het vervuilde goedje. Wij stonden er een beetje naar te kijken.  Er is geen groter contrast met België dan India, bedacht ik me. En opeens voelde ik me intens gelukkig. Varanasi, een stad vol dromen. Waar je een koe in de winkel ziet liggen. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Waar 's avonds rituelen worden gehouden om sorry te zeggen tegen de Ganges. "Sorry, dat we je vervuild hebben." Waar een kind je ongevraagd komt zegenen met rode verf en daarna vraagt om een duit in het zakje te doen. Al zat je helemaal niet te wachten op een zegening. Waar je op klaarlichte dag een stoet vol mensen ziet die een lijk zichtbaar door de straten dragen. Waar we varen op de Ganges en een kaars het water laten indrijven.  Close your eyes and make a wish.  Hoe je beseft dat elk land zijn eigen religies, overtuigingen en rituelen heeft. Hoe het zonde is dat mensen vaak meer kijken naar de verschillen dan naar de gelijkenissen. Hoe ik zou willen dat iedereen beseft hoe goed het is dat we anders zijn. Hoe we diversiteit moeten omarmen. Dat er nog zoveel is om te ontdekken.     

Anna De Kinder
1 0

Papa

ze zeggen dat er vijf stappen zijnom om te gaan met dees soort verdrietontkenning, onderhandeling, woede, depressie en het onuitstelbare aanvaarden in't laatmaar in al deze -ik noem t pijn- kan ik u zeggen papaik geloof t niet ... ik ben alleen maar kwaad ik ontken niet dat dees u overkomt..ik onderhandelde wel, op brommertaxis in pataya bad ik tot welke god dan ook dat nadat uwen teen bewoog ge mijn stem zou herkennen en mijn geur ook rook, en in mijn gedachten ging uwe wil, om er voor mij te zijn, er voor mij te blijven, blijven alsof dage tot dan zou wachten om teken te geven al wast maar met één oog, zodat ik meer zou hebben om te hopen dan alleen die ene teen die dat bewoog der rest mij niks dan kwaad zijnkwaad op alles en iedereen want ik wil niet aanvaarden dat net nu alles terug ok is, ge mij hier zou achterlaten, moederziel alleenik ben kwaad op alle mensen die u beter kennen dan ik,ik ben kwaad op alle plaatsen waar ge vaker kwammaar ik ben vooral kwaad op u , om dage daar zo ligtlevenloos..  verslagen..  tam!!!! gij die zo onsterfelijk leek gij die ons beloofde dat onkruid niet vergaatgij die nooit op u horloge keek alsof oud worden niet voor u opgaat gij met al u grappen, u gelach en u lawijt gij die "nooit" fouten maakte en leefde zonder spijtgij die beweerde ge leeft maar ene keeroch papa van al uw fouten doet die nog t meeste zeer  leven doe ge al u dagen zelfs als ge niks doet leeft ge nog en al zit t er is tegender is altijd morgen nogleven kunt ge zonder moeitege ga slapen , ge staat op maar papa, sterven is eenmalig dan zijn al u morgens ophier ligt ge schoon met uwen uitlegwaar is nu u masterplanhebt ge nu nen uitweg of was dit het dan? ik heb u tijdens uwe coma ne kus gegevenen gezegd dak u graag zien dak u nog ni af wil geven en heel veel spijt heb van alle ruzie voordienwant ze zeiden dage alles opnamwat wij daar zeiden tegen u dage alles opsloeg woord voor woord maar papa had toch wakker geworden dan had ik t u muug gezegd zodat ge t ook int echt had gehoordge leerde mij de beatles, die ik niets vondte apprecieren en toen ik elf was en we samen woodstock keken hebt ge mij hun nummer door joe cocker van buiten doen lerenen toen we samen naar Richie havens improvisatie van freedom staarden ontwikkelde ik mijn zwak voor bakkebaarden..ik ga u zo hard missen , daar zijn geen woorden voor, en om van u afscheid te nemen, bestaat geen groot genoeg kooruwe smaak is veel te eigen , te goed, te authentiekdaarom fuck protocol en gewoontewie wij vandaag afgeven was niet gewoon iemand ziekge zij nen held voor zoveel mensen ne speciale, ne rasechte artiest daarom spelen we vandaag wat gij graag hoorde voor u geen dodemansgedoe, geen doodgezongen triestik wil vieren da ge geweest zijt papa, niet treuren dager aan mist ik dacht aan Herman Brooddie zij treur niet maak ervan nog een feest.ge zijt voor mij mijn ouder, mijn papa,mijn karakterfoutje, mijn Belgie Antwerpen, Patayain mijn hart leeft ge nog t meest.door u heb ik leren discuteren, tot grote ergernis van iedereen die mij kent door u leer ik ook mezelf analysereniets wat gij ondanks wat ander denken, blijven doen bent ik heb spijt van veel dak gedaan heb dat niemand weet , of iedereen kan zien en kijk , maar waar ik wel heel trots op ben is dat ik in heel veel dingen op u lijkik zie u graag papa dat verandert nooit niet meer en dat ik u nu stap vijf moet nemen doe mij heel, heel heel veel zeerik blijf kwaad ondanks alles, al is maar om u plezier te doen want de kus die ik u laatst gaf is niet mijn laatste zoenik ga alles wat ge mij geleerd hebt meenemen en u laten zien dat ambetant klein joenk van u is niks vergeten en ik pak alles wak verdienergens blijf ik denken dat dees een grap is als voordien gelijk voor t u zo grappig isdage ergens achter nen hoek verstopt naar mij stond te zienom te kijken of ik u wel mis,  om dan van zodra t echt is , en ge mij kunt wenen zien ge naast mij springt en roept slip slip boeleke, bleter , ge moet toch beter weten...papa zou u toch niet echt vergeten ook al lees ik dit nu, zogezegd dager niet zijt in gedachten ziek u hier vanachter staanmet een been tegen de muur, gelijk in alle zalen waar der werd geveildaandachtig maar met zwans, zie ik u alles gade slaan. ik moet niet vragen waar ge zit papge zit in alles wat ik mij herinner , in de na veel gebedel verkregen sjaal, ge zit in mij papa, in heel mijn leven , mijn heel geleefd en nog  te leven verhaal ik neem geen afscheidik hou je altijd bij me voor altijd u kleinste

Esje Volter
12 1

Grensoverschrijders

Ik heb al vaker over dit onderwerp willen schrijven, maar veronderstel dat ik eerst nog een paar keer met mijn gezicht tegen een muur moest aanlopen alvorens het belang van grensafbakening goed en wel tot mij doordrong. Het is een werkpunt dat zich in verschillende gedaantes blijft aandienen. Mijn grenzen bakenen mijn authentieke vorm af. Hoe aantrekkelijk het idee van grenzeloosheid ook mag lijken, zonder grenzen zou ik mezelf verliezen. Het unieke perspectief van waaruit ieder wezen het leven ervaart, wordt samen gehouden door een begin en eind. Zonder de wetten en beperkingen van onze realiteit, zouden we onszelf niet zo scherp kunnen ervaren. Focus vraagt om een onzichtbare lijn die het ene van het andere onderscheidt. Weerstand tegenover de grenzen is echter niet abnormaal. Het is verleidelijk om iets te willen zijn dat buiten de persoonlijke afbakening ligt. Om mezelf te vergelijken met alles dat ik niet ben en daarbij het gevoel te hebben dat ik tekort schiet. Alsof ik niet genoeg zou zijn. En dat creëert spanning. Anderzijds kan ik mezelf wel ontplooien en zodus mijn grenzen verleggen. Wij zijn immers fluïde wezens die zich kunnen aanpassen en transformeren. Ik wil het evenwicht tussen het respecteren en het verleggen van mijn grenzen niet uit het oog verliezen. Nu mijn definiëring van wat ik met grenzen bedoel min of meer is afgebakend, wil ik even inzoomen op wat ik onder de noemer grensoverschrijder versta. Een grensoverschrijder is iemand die op mijn pad komt en gevoelens opwekt, al dan niet op zeer subtiele wijze, waaruit ik kan afleiden dat er aan mijn grenzen gemorreld wordt. Het is eigenlijk heel simpel: voelt er iets niet juist, dan mag ik er prat op gaan dat er ergens een grens wordt overschreden. Ik heb alleen nogal de neiging om mijn gevoelens weg te rationaliseren. Ook geef ik anderen vaak het voordeel van de twijfel. Als empaat kan ik mij zeer goed inleven in de noden en kwetsbaarheid van een ander, maar helaas verlies ik mezelf daarbij wel eens uit het oog. Het is een evenwichtsoefening om mij met mededogen in te leven in het perspectief van een ander en tegelijkertijd toch resoluut te handelen naar mijn gevoel en eigenbelang. Als ik tot de constatatie kom dat ik mezelf niet respecteer door bepaalde zaken toe te laten die niet juist voelen, dan borrelt er wel eens kwaadheid op. Soms gebeurt dit op het moment van de feiten, maar vaak ook een hele tijd daarna, nadat ik alles diep overdacht en geanalyseerd heb. Het tijdig herkennen van grensoverschrijdend gedrag vind ik moeilijk. Want het gaat dikwijls over op het eerste zicht futiele en onschuldig lijkende dingen. Zware overtredingen, in de zin van ongepaste aanrakingen of seksuele intimidatie, zijn minder voorkomend in mijn leven. Die zou ik dan ook meteen herkennen en kordaat afblokken. De grensoverschrijders waar ik mee te maken heb, gaan subtieler te werk. Soms komt er vakkundige manipulatie aan te pas en wordt hun verhaal zodanig gebracht dat ik aan mezelf ga twijfelen. Maar vroeg of laat zal mijn gevoel toch spreken en mij aanzetten om vanuit eigenliefde te handelen. De kwaadheid waar ik het over heb, richt zich zowel op de grensovertreder als op mezelf. Erg lang duurt dat gelukkig niet. Met vergiffenis naar de overtreder toe ben ik niet bezig, ik koester dan ook geen wrok of haat jegens iemand. Maar aan de vergiffenis naar mezelf toe schenk ik wel extra aandacht. Het is al gebeurd dat ik mezelf huilend in de spiegel aankeek, mijn gehavende grenzen metaforisch in mijn handen houdend, terwijl ik vanuit mijn hart de meest oprechte sorry probeerde te formuleren. Ik heb me al talloze keren voorgenomen dat het de laatste keer was dat ik iemand mijn grenzen liet overtreden. Er blijven natuurlijk telkens nieuwe uitdagingen op mijn pad komen die mij doen inzien dat ik best nog wat training kan gebruiken. Elke situatie vertelt iets over wie ik ben. Door het contact met anderen leer ik mezelf kennen. Misschien is het mijn naïviteit die spreekt, maar ik ben ervan overtuigd dat de meeste grensovertreders zich van geen kwaad bewust zijn. Ik zie hoe ze roeien met de riemen die ze hebben en net als iedereen gewoon geliefd willen worden. Soms is het manipulerend gedrag een gevolg van beschermingsmechanismen die stammen uit de kindertijd. In essentie willen ze niets liever dan connecteren met anderen, maar handelen ze vanuit kromme overtuigingen ontzettend onbeholpen en destructief. Maar ik moet er bewust rekening mee houden dat ik soms ook gewoon te maken heb met mannen die hun lul achterna lopen. Praktiserend feminisme is niet aan mij besteed, maar mannen blijven mannen. Zoveel is wel gebleken. Het verbaast me altijd hoe blind grensovertreders, zowel mannen als vrouwen (al zijn het in mijn leven meestal mannen), lijken te zijn voor de signalen die worden uitgezonden door de tegenpartij. Als iemand die het empathisch vermogen als een essentieel onderdeel beschouwt in communicatie, sta ik soms met open mond te kijken naar mensen die als een bulldozer over anderen heen walsen. Ze lijken niets te merken van de ongemakkelijke positie waarin ze anderen manoeuvreren. Gezien ik radicaal anders geprogrammeerd ben, is een confrontatie met zulke individuen een ware uitdaging. Ik schreef er al eerder over: ik walg soms van mijn goedheid. Van het lieve begripvolle meisje dat ten prooi valt aan listige grensovertreders. Het is ongetwijfeld zo dat ik mijn woorden van afwijzing veel te vriendelijk verpak. Het zou helpen indien ik een beetje grover, maar wel glashelder, zou zeggen waarop het staat. Geen speling laten en meteen van bij het eerste kleine vermoeden het contact in de kiem smoren. Maar dat is allemaal gemakkelijk gezegd. Kijkend vanuit het perspectief van een overtreder zie ik mijn grenzen vertroebeld. Ik vraag me dan af of ik niet aan het overdrijven ben. Reflexmatig stel ik mezelf steeds keihard in vraag. Op zich beschouw ik zelfreflectie als een kracht, als iets noodzakelijk om te groeien en om constructieve relaties aan te gaan. Het is een onderhoudende ontmanteling van het zelfbeeld en de overtuigingen, elk deel afzonderlijk onderzoekend op gaten en rafels. Als ik mezelf nadien weer in elkaar zet, wil ik natuurlijk dat het geheel nog overeenstemt met mijn authenticiteit en getuigt van eigenliefde en zelfrespect. Ook zelfreflectie functioneert enkel binnen bepaalde grenzen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/2/8/grensoverschrijders

KarolienDeman
10 1