Lezen

Open Brief omtrent discriminatie tegenover uitkeringsgerechtigden

Geachte Minister David Clarinval en Minister Caroline Gennez;    Mijn naam is Kiya Lee Levy Runaya Goethals, 37, man; autistisch, adhd, depressie, suicidal; te Waregem.  Ik schrijf deze open brief aan jullie, rechtstreeks, omwille van jullie functies. Want, corrigeer me als ik fout zit: maar zijn jullie beide niet verantwoordelijk voor volgende functies:  Werk, economie, welzijn, armoedebestrijding, cultuur en gelijke kansen?  Dat is wel een hele boterham, he? Best wel veel verantwoordelijkheden voor slechts 2 individuen.  Maar rest mij de vraag; begrijpen jullie je eigen taken wel? Dat bedoel ik niet beledigend, maar vraag ik uit bezorgdheid.  Om mensen aan het werk te krijgen, en de economie zogezegd te boosten, gaan jullie meer armoede aanmaken door minderbedeelden aan te vallen via media, en hun rechten en uitkeringen te ontnemen.  En daar stokt het dan ook meteen.  Er wordt helemaal geen aandacht geschonken aan het welzijn van deze mensen. Integendeel zelfs, jullie schilderen hen af alsof men criminelen en profiteurs zijn, énkel omdat men minderbedeeld is.  Ministers die verantwoordelijk zijn voor de taken waarvoor jullie beide verantwoordelijk zijn gemaakt horen hun motivaties niet te laten leiden door vooroordelen of klassenhaat. Want jullie zijn een leidend voorbeeld. Wat jullie zeggen, geloven en doen; dat zal de maatschappij nabootsen.  Jullie beweren dat alle uitkeringsgerechtigden profiteurs zijn van de staat. Van werklozen tot langdurig zieken. Geen enkel persoon die één of andere vorm van uitkering ontvangt is veilig voor de discriminatie die jullie de wereld in sturen. En daardoor alleen al een hele reeks aan kansen aan zich zien voorbijgaan. Niemand wil hen aannemen, door hetgeen dat, door jullie, wordt verteld in het nieuws; en vervolgens ga je hen het verwijt aanspelden dat men profiteerd net omdat men niet aan een job geraakt tussendoor alle discriminatie tegen mensen in hun positie dat in leven wordt gehouden door mensen als jullie.  En ik stel mezelf dan luidop de vraag waar dit allemaal goed voor is.  Even een persoonlijk voorbeeld; al sinds ik 21 jaar oud ben, ben ik op zoek naar een job. Het ging zo slecht dat ik meermaals ben gestart via art. 60 (sociale tewerkstelling). Waar ik op iedere werkplaats werd gepest door werkleiders, niet door mijn directe collega's. Neen. Zij waren de enigen die elkaar steunden. Maar de werkleiders. De mensen die trainingen hebben opgelopen om om te kunnen gaan met moeilijke mensen, mensen met mentale en psychische problemen alsook mensen met autisme, adhd, etc. Hulpverleners, m.a.w.  Mensen die hun rol misbruiken om anderen, die het al moeilijk hebben en voor wie de geloofwaardigheid onbestaande is, het leven nog moeilijker te maken. Ik werkte bijvoorbeeld 2 jaar lang via een vervangingscontract. In mijn laatste 8 maanden kregen wij een plotse vervanging van de leiding. De nieuwe baas had mij niet graag, meteen, zonder ooit tegen me te praten. Ik verloor al mijn verantwoordelijkheden, geloofwaardigheid en het vertrouwen dat ik had opgebouwd binnen deze werkplaats. Ik werd dagelijks gepest en toen ik na 8 maanden nog steeds weigert om op te geven besloot deze persoon om mijn aanwezigheid niet meer op te schrijven, werd ik niet meer uitbetaald en werd ik ontslagen. Waarna ik dakloos werd. Ik sliep 11 maanden in een bos. Ik had nog geprobeerd om klacht in te dienen, maar ik werd uitgelachen door de politie, door mijn vakbond, en door de grote bazen van het art. 60 bedrijf toen ik vroeg om de camerabeelden te bekijken om mijn aanwezigheid te controleren. Ik werd niet geloofd, zoals jullie mij beiden waarschijnlijk niet zullen geloven. Ik stuurde uiteindelijk 1 kwade email. Hij kon mij daarvoor blijkbaar wél aanklagen. De politie nam hem wél serieus. Ook zijn vakbond nam zijn klacht serieus. En het bedrijf steunde hem 100%. Hij klaagde mij zowel aan via het vredegerecht, als via de correctionele rechtbank. Voor 1 en dezelfde e-mail. De zaak kwam voor toen ik nog dakloos was. Daar werd geen enkele rekening mee gehouden. Voor beide zaken werd énkel naar zijn kant van het verhaal geluisterd en vervolgens een verstekvonnis gegeven in mijn nadeel, en zijn voordeel. De vrederechter besloot om hem een schadevergoeding toe te kennen van 1000 euro, en de correctionele rechtbank besloot dat een gevangenisstraf van 6 maanden een gepaste straf was voor een eenmalige e-mail. Ik moest langsgaan bij de gevangenis om mijn situatie uit te leggen. Daarna zou een nieuwe rechter beslissen of ik de gevangenis in moest, een enkelband moest dragen of de straf kwijtgescholden werd.  Dus, ik legde alles uit. Met handen en voeten. Men ging zelfs mijn verhaal controleren bij mijn begeleidsters en gaf op het einde van de dag de zekerheid dat ik vrijuit zou gaan.  Maar niks was minder waar. De rechter besliste dat mijn 1 kwade e-mail erger was dan 8 maanden gepest worden, onterecht ontslagen worden, niet uitbetaald worden en vervolgens 11 maanden dakloos in een bos overleven. En gaf mij 6 maanden elektronisch toezicht, wat vandaag begint. Op de uitspraak staat letterlijk: “De periode dakloosheid veroorzaakt door het ontslag is geen reden om zulke woorden te gebruiken”.  Dat wil dus zeggen dat ik nu een strafblad heb. En zoals jullie mijn verhaal sowieso niet gaan geloven, zal ook geen enkele werkgever het geloven wanneer men daarnaar vraagt. Er zijn ook tal van jobs waarvoor ik niet eens meer in aanmerking kom nu ik een strafblad heb. Allemaal omwille van een e-mail.  Ik ben een artiest, allereerst. Ik teken, maar vooral: ik schrijf Engelstalige fantasy epics.  Weet u wat verboden/illegaal is voor werklozen met het risico je uitkering te verliezen? Een boek schrijven. Ik heb hier nu een talent waarop ik kan rekenen, en zelfs dat nemen jullie van mij weg. In de Belgische literaire geschiedenis bestaat er niet 1 auteur die een hele fantasy franchise heeft neergepend. Al zeker niet in de Engelse taal. Ik kan zomaar geschiedenis schrijven. Maar omdat jullie, vanuit de regering, beslissen dat alle mensen met een uitkering profiteurs zijn die alleen maar frauderen: is het illegaal gemaakt voor werklozen om te werken in de kunst. Dit boven op het feit dat ik niet langer kan werken in de sector waarvoor ik al mijn ervaring heb opgebouwd, en mijn studies in heb gedaan.  En wat verwachten jullie dan van mij?  Jullie verwachten dat ik, tegen alle tegenslag in, tegen alle verloren rechten in, tegen alle logica in: kan doen waar jullie mij niet willen in laten slagen. Een carrière uitbouwen zodat ik een bijdrage kan leveren aan de maatschappij.  Ik wilde zelfs een goed doel opgeven als ontvanger van mijn royalty's. Zodanig dat ik geen cent verdien aan mijn eigen talent. Maar zelfs dat mag ik niet. Zelfs dat hebben jullie illegaal gemaakt voor werklozen.  Ook de aanvraag tot een kunstwerkattest is compleet onmogelijk gemaakt. De voorwaarden alleen al ontnemen de kansen van laaggeschoolden en werklozen.    En dan staan jullie in voor werk, economie, armoedebestrijding en gelijke kansen?  Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun inkomens wegneemt? Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun reputatie vuil maakt via media? Vertel mij eens hoe je dat voor elkaar krijgt als je minderbedeelden hun kansen wegneemt nog voor men deze kan benutten?  Vertel mij eens hoe exact jullie mij helpen, en het beste voor mij, en anderen in mijn positie, doen? Want hoe hard ik ook zoek en kijk en excuses probeer te verzinnen voor jullie motivaties: ik vind de antwoorden niet.    Wij krijgen de toestemming niet om aan armoede te ontsnappen.  Wij krijgen de toestemming niet om onze eigen wegen in te slaan, of onze eigen carrières te maken.  Wij krijgen niet eens de toestemming om onder de armoedegrens te overleven zonder dat wij daarvoor de beschuldigende vinger voor krijgen.    Om vervolgens verwijten naar ons hoofd geslingerd te krijgen zoals “profiteur”, “niksnut”, “luiaard”, “onvrijwillig”, “opstandig”, etc.   Laten we de klok eens enkele maanden terugdraaien om het verschil te zien als deze wetten, die mensen als ik limiteren, niet bestonden. Dan had ik ondertussen, op z’n minst, 8 zelf-gepubliceerde boeken uitgebracht.  Dan zou ik al ruim 2 jaar een gepubliceerd auteur zijn, en gebaseerd op de verkoop toen ik slechts 2 weken gepubliceerd was (97 boeken verkocht), zou ik al ruim 1000, of meer, boeken verkocht hebben (om niet te overdrijven). Dan zou ik al contact kunnen hebben gelegd met een agent en buitenlandse uitgeverij om mijn boeken via een officiële uitgeverij te publiceren. Dan had ik, op dit moment, een job en was ik officieel een auteur. Dan had ik met mijn publicaties ook een bijbaan kunnen bemachtigen in de wereld van journalisme, als columnist, recensent, etc.    Maar, in plaats daarvan leven wij in een land dat wetten in het leven heeft geroepen die mensen, in mijn positie, sterk limiteren. Daardoor ben ik nog steeds werkloos, verloor ik ondertussen mijn werkloosheid, waardoor ik nu van 100 euro onder de armoedegrens naar ben gezakt naar 200 euro onder de armoedegrens. Ik heb geen vooruitzichten. Ben ik niet gepubliceerd, heb ik geen opties en dankzij die enkelband verlies ik ook de sector waarin ik al ervaring en werk had, waardoor alles dus nog moeilijker wordt in de toekomst.  En dan stel ik mezelf de vraag: waarom?  Wat heb ik in godsnaam gedaan dat ik zo’n behandeling verdien?  Omdat ik in armoede ben geboren? Omdat mijn vader in Engeland is geboren en pas op zijn achtste kwam emigreren naar dit land? Omdat ik werkloos ben? Omdat ik laaggeschoold ben, ook al kwam dat door dakloosheid? Omdat ik dakloos ben geweest?  Wat heb ik verkeerd gedaan in jullie ogen dat ik dit verdien? Dat ik het verdien om in deze erbarmelijke omstandigheden te leven in 1 van de duurste landen ter wereld?    Door minderbedeelden hun talenten en opties te blokkeren/limiteren énkel vanwege hun status, en door het corrupte/veroordelende rechtssysteem, zijn jullie net de grootste oorzaak van armoede, werkloosheid én dakloosheid binnen ons land. En ik begrijp heel goed hoe aanvallend deze ene opmerking zal overkomen. Maar het verbleekt in het niets met hoe jullie minderbedeelden behandelen. Alsof we op 1 of andere manier minder mens zijn dan jullie.    Hoe moet ik nu vooruit?  Hoe moeten duizenden mensen in dezelfde situatie nu in godsnaam vooruit?  Wanneer onze beste uitweg plotseling aan het einde van een strop bengelt? Want de politiek heeft beslist dat wij, minderbedeelden, niet langer mensen zijn met mensenrechten.   Ik heb jullie beide een multitude aan e-mails gestuurd. Smekend naar jullie hulp en begrip. Zelfs nog voor jullie hadden aangekondigd om werklozen hun uitkeringen weg te nemen.  Jullie hebben mij slechts eenmalig van antwoord gediend. En dat was toen enkel om jullie verantwoordelijkheid uit de weg te gaan, de schuld door te spelen naar een ander en bezorgdheid/medeleven veinzen. Toen ik op die mail antwoorde, om een gesprek te starten, werd ik gewoon opnieuw genegeerd.  Ik vermoed zomaar dat deze open brief, net als mijn e-mails, zal genegeerd worden. Het toont aan wat jullie werkelijk motiveert. Als het zo moeilijk is om met jullie eigen burgers in gesprek te gaan en de ravage te erkennen die jullie aan het aanrichten zijn, waarom bekleedt je dan in godsnaam de positie waar je nu werkt? Enkel voor een dikke paycheck? Want het alleszins niet omdat jullie een hart hebben voor minderbedeelden, werklozen, laaggeschoolden, etc. De mensen die jullie als zondebokken gebruiken, ondanks dat jullie posities de bewering maken dat jullie hier zijn om ons, en onze rechten, te beschermen. Maar niks is minder waar in een rechtse regering.    Weten jullie dat ik schaamte voel als Belg?    Wat kan dan een oplossing zijn?  Wel, laten we eerst beginnen bij mijn persoonlijke probleem.  Door de voorwaarden te versoepelen voor het verkrijgen van een kunstwerkattest, of de kunstwerkcommissie direct aanspreekbaar te maken; verhoog je al meteen de kansen van enorm veel getalenteerde mensen die niet terecht kunnen op een werkvloer.  Vooral de 2 voorwaarden die werklozen en laaggeschoolden de weg naar voren blokkeert. Namelijk de eis om een bachelor of diploma hoger onderwijs te hebben: en de eis om minstens 300 euro verdiend te hebben (wat illegaal is voor werklozen) te elimineren.  Beseffen jullie dan niet dat niet iedereen met artistiek talent op vroege leeftijd heeft beslist om in de kunst te gaan studeren? Het wordt in de meeste huishoudens zelfs afgewezen en verboden omdat het niet “haalbaar” is.  Een andere/bijkomende oplossing kan dan een betere omkadering zijn. Dat behaal je door uitzendkrachten en hulpverleners minder klanten te geven waardoor de hulp persoonlijker wordt en meer gedreven zal zijn. Bovendien opent het perspectief om van hulpverlener een knelpuntberoep te maken omdat er dan méér hulpverleners aangenomen moeten worden.  Een volgende oplossing kan bv ook zijn, ipv dat men hulpverleners omtovert tot een knelpuntberoep; men in de plaats daarvan de terugkomst inluidt van de armoededeskundige. Minderbedeelden die bijscholen om armoededeskundigen te worden zodat zij kunnen ingezet worden om hulpverleners bij te staan, als ook de regering (dat foutief denkt dat zij kunnen denken en redeneren voor minderbedeelden, terwijl jullie armoede niet eens begrijpen. Wat duidelijk is bij jullie verwijten van profiteurisme aan deze mensen hun adres, zonder hen, of hun levensverhalen, zelfs te kennen).  Er is ook het feit dat sommige werklozen/zieken gewoon niet in staat zijn, psychisch/mentaal, om voltijds sociaal te zijn. Want dat is wat werken is, in essentie. Je bent 8u/dag sociaal. Voor veel mensen brengt dit enorme stress met zich mee. Deze mensen worden niet, tot amper, begeleid, en er is al zeker helemaal geen begrip voor. Deze mensen werken door tot men een burn-out ervaart of in diepe depressie zakt. Vervolgens wordt men langdurig werkloos omdat werkgevers vaak de wenkbrauwen fronsen bij zulke verhalen en deze ervaren als “toont geen motivatie” of “wil niet werken”. Omdat dat nu net is hoe jullie politici over deze mensen praten. Door bv deze mensen thuiswerk te laten doen, of deeltijds werk, of gedeeld thuiswerk met ter plaatse werken: met extra begeleiding in de vorm van presentatie, niet in de vorm van verplichte gesprekken en antalgische relaties.    Maar de béste oplossing is zeer simpel. Investeer in de mensen. Niet in de geruchten. Niet in de vooroordelen. Focus op de meerderheid, en niet op het kleine percentage rot fruit. Laat deuren op een kiertje staan, ipv mensen buiten te sluiten. Doe het juiste! Ipv discriminatie in leven te houden.  Maar helemaal niks doen en mensen gewoon hun uitkeringen wegnemen, en vervolgens nieuwe leugens de wereld in sturen via de media om deze mensen het leven nog zuurder te maken .. is géén oplossing. Dat is hét probleem.   Ik dank jullie voor uw aandacht.    Mvg  Kiya Lee Levy Runaya Goethals.  

K.L. Runaya
0 2

Glimlach

Het is 12 januari 2012 als mijn leven voorgoed verandert. Wacht, mijn leven, zeg ik. Ik bedoel misschien meer mezelf, mijn kijk op dat leven, mijn voorkeur, mijn gevoel voor schoonheid, mijn hoop in de toekomst, mijn idee over het zijn. Mijn beleving van... de liefde. Het is de aanblik van het kleine hoofdje dat een aardverschuiving met zich meebrengt. Ik ben er zeker van, net op het moment dat ik dit wonderlijke kind het leven schenk, gebeurt er ergens op de wereld het onmogelijke. Ik weet niet waar, ik weet niet hoe en ik zal het nooit ontdekken. Maar ik voel het, in elke vezel van mijn lijf, nagloeiend van de arbeid. Ik voel het in mijn leeggelaten ballonbuik, ik voel het in mijn slaperige benen, ik voel het in het lijfje dat op mijn borst wordt gelegd: Ergens is een klein wonder geschied. Het kindje dat zonet uit als een vrucht uit de moederboom werd geplukt, heeft dit veroorzaakt. Ik geloof niet dat iemand anders in de kamer zich van dit moment bewust is geweest, of het was misschien zoiets als een kleine rilling langs de ruggengraat, een milde bries door de haren of een plotse fluittoon in het linkeroor. Heel even waan ik mij in nieuw universum, het universum van hem en mij, van het kind en mij. Maar als ik mijn blik afwend naar de vader van dit schepseltje, zie ik meteen dat er niet enkel een milde verschuiving binnen dit heelal heeft plaatsgevonden, maar dat de man naast mij voor altijd een andere zal zijn. We kijken samen voor het eerst naar het kleine gezichtje. Het is op dat moment dat het begrip schoonheid opnieuw wordt vormgegeven in ons brein. Alle verbindingen met dit concept die we voor dit ontiegelijk vroege uur hadden, worden in één aanblik weggeveegd. Schoonheid is niet langer meer wat de mens ervan maakt. Schoonheid ligt in mijn armen. Het kindje, ons kindje, lijkt niet op het kindje dat een uur eerder hier hulpeloos en geliefd in de armen van een uitgeputte moeder lag, het kindje lijkt nog minder op het kindje dat een uur later, hier, op deze tafel waar moeders geboren worden, het levenslicht zal zien. Zijn glimlach is groter. Veel groter. Dit hier, denk ik, dit hier is wat de wereld nodig heeft. Een gouden jongetje, met een veel te grote glimlach. Om het hart van ons allen te verwarmen. Ik denk aan het wonder, dat op de andere kant van de wereld zich in de voorbijgaande uren heeft voltrokken. En ik hoop dat er ergens iemand huilt van geluk.

Sifaka
0 2
Tip

Tussen etenstijd en bedtijd

Het is het moment van de rust, ergens tussen avondeten en bedtijd, en hij en ik zitten samen aan de tafel. De kinderen zijn na de gegeerde toestemming als gnoes de keuken uit gestoven. Voor ons staat de vuile vaat als een metafoor van ons rommelig leven ons grijzend in het gezicht te staren. We moeten ons geen illusies maken. Dit moment duurt maar heel even. Straks tikt de klok weer ongenadig verder en verdwijnen we weer zachtjes in de maalstroom van de dag. Maar nu zitten we, samen, en de klok tikt niet meer. De vaat mag grijnzen wat ie wil, de kinderen zijn verdacht stiller, maar ook dat dringt amper tot ons door. Ik kijk naar mijn man en ik zie de zwaarte van de dag langzaam zijn schouders afglijden. Het is pas in dit moment, wanneer alles wat eerst moet al klaar is en alles wat daarna moet nog enkele tellen op zich laat wachten, dat we echt kunnen thuis komen.  Het is vreemd, maar nu en elke dag op deze nu, moet er niemand dringend plassen, staat er nooit een kat te janken om naar buiten - of nee toch maar binnen - te gaan; op dit moment belt er niemand aan en als men het toch zou wagen, zou de bel zeker dienst weigeren. Dat hebben we nog nooit getest, maar sommige dingen staan vast zonder dat ze ooit werden uitgesproken of opgeschreven.  We kijken elkaar niet aan, we spreken ook niet. Ik vraag me af of hij wel weet dat ik hier zit, hoewel we net samen gekookt, opgevoed, gepakt, gekuist, gegeven, gesneden, geprikt, aangemoedigd en - oh ja - gegeten hebben. Ik voel me rustig en stabiel, we voelen het vast allebei: we kunnen dit. Meer zelfs: we doen dit.  Het is het moment van de dag dat ik het meeste koester, een gouden randje omhult op dit moment ons huis, ons gezin, onze toekomst. Buiten regent het of het is net veel te warm, maar dat geeft niet. Nee, dat geeft niet. We worden immers nergens meer verwacht en niemand zit nog op ons te wachten. Het is hier te doen, bij ons. Ondertussen liggen de uren en de ervaringen van vandaag onder zijn stoel en het is stil in mijn hoofd, voor heel even. Voor heel even zijn wij wie willen zijn - altijd tussen etenstijd en bedtijd. Voor heel even hebben we de touwtjes in handen. Ik begrijp hem. Hij zegt niks, maar ik begrijp zijn onuitgesproken woord. Ik vind dat ook, jongen, ik vind dat ook. Ik denk heel erg hard aan hem en hoop dat hij dit voelt. Via de liefde ofzo, denk ik naïef. Dat mag nu, in dit moment mag dat. Naïviteit heeft een plaats tussen etenstijd en bedtijd. We zouden kunnen spreken, bedenk ik me, maar ik voel en weet dat dit moment dat niet nodig heeft. In deze tijd kan alles, mag alles, in deze tijd zijn we de best mogelijke versie van onszelf. Thuisgekomen. Wat is het stil. Thuis is waar het stil is, hoe luid we met zijn allen ook zijn.  Langzaamaan hoor ik weer kinderstemmen in mijn hoofd en ik zie in mijn ooghoek dat er een kat voor de deur zit. Hoelang zit dat beest daar al? Het is alsof mijn man me aanvoelt, want ik hoor hem zeggen dat hij seffens de tafel gaat opruimen en op dat ogenblik is het onvermijdelijk voorbij. Het gouden moment is ingehaald door het leven, vanaf nu is het wachten op een nieuwe dag. De klok tikt oorverdovend hard in mijn hoofd en ik roep de kuikens toe dat we seffens moeten gaan slapen en dat ze eerst nog moeten douchen, opruimen, tv kijken, kaka doen, nog wat opruimen en zeker niet vergeten om ... op te ruimen. Ik kijk terug naar hem en zie dat hij de zwaarte van dag van onder zijn stoel heeft bijeengescharreld en terug op zijn schouders heeft geladen. Ik stel hem volwassen vragen over zaken waar ik eigenlijk veel te weinig van snap en vraag me af wanneer mensen eigenlijk echt volwassen zijn? Is volwassen zijn altijd afwas hebben staan of is volwassen zijn nooit alle antwoorden hebben op moeilijke vragen? Hij kijkt in mijn ogen en nu voelen we het zo: Kunnen we dit wel? Meer nog: Wat zijn we eigenlijk aan het doen? Het maakt me onzeker en ik probeer een stukje zwaarte van zijn schouders te lichten en op de mijne te laden. Dat moet de liefde zijn. Ondertussen hangt er een kind aan mijn broek, is een ander kuiken kasten aan het leeghalen en vertelt de laatste een mop waar ik eigenlijk niet mee moet lachen. Volwassen zijn is een poging doen om overtuigend te lachen met oerslechte moppen. We doen allemaal maar wat, zeg ik. En er is niemand die me ongelijk geeft. Morgen, wanneer de klok weer even stilstaat tussen etenstijd en bedtijd, neem ik me voor om de zwaarte onder de stoel van hem weg te keren nog voor de tijd ons weer voortduwt. Het zal me niet lukken, weet ik, en dat is helemaal oké. Het is immers altijd een voornemen dat ons doet leven.  Morgen, zeg ik, morgen neem ik me voor om wat meer te leven. 

Sifaka
40 3

Harige Handy

'Ik ben gelukkig getrouwd met een Harige Handy!' Ik hoor het haar nog steeds zeggen. Zeker nu. Jarenlang deelden we, samen met nog een paar anderen, een groot kantoor. En lief. En leed. Op zich vulden we elkaar prima aan, vooral op professioneel vlak. Zij was een aanpakster. Aanvankelijk wilde ik pragmaticus schrijven, maar dat zou te intellectueel klinken. In elk geval, als er zich een probleem voordeed, loste zij het op. Meestal door, zonder de kwestie helemaal te begrijpen, meteen naar de telefoon te grijpen om hulp te vragen of, als we erachter kwamen dat iemand een fout had gemaakt , iemand op zijn plichten te wijzen. Heel af en toe brutaal of bot, bijna beledigend. Altijd recht voor z'n raap. Onomwonden, zoals een uitgepakte mummie of van die slingers toiletpapier die voetbalsupporters op het veld gooien als de spelers hun opwachting maken voor een belangrijke wedstrijd.  Zelf ben ik veel ingetogener. Ik denk meestal twee, drie of vier keer na vooraleer ik enige actie onderneem. Waarschijnlijk te veel, waardoor ik in het dagelijkse leven al eens als terughoudend of zelfs besluiteloos overkom. Het jammere is dat ik dat zelf besef, waardoor ik, om tegen mezelf te rebelleren of om aan mezelf te bewijzen dat ik geen saai of angstig mens ben, soms opzettelijk ondoordachte dingen doe.  Van de andere kant ben en was ik wel een stuk taliger dan zij. Op zich geen glansprestatie, want zij maakte er een sport van om allerlei voor de hand liggende uitdrukkingen, zegswijzen of zinsconstructies verkeerd te gebruiken of op ongewilde en bijgevolg lachwekkende wijze door elkaar te haspelen.  'Ik ben gelukkig getrouwd met een Harige Handy!' riep ze dus op een keer, nadat ik uitvoerig verteld had over mijn voorbije verlofdag, tijdens dewelke ik erin geslaagd was om al kokkerellend in mijn linkerwijsvinger te snijden, al klussend - stel je er niet te veel van voor, gewoon een fotokadertje ophangen - mijn duim én diezelfde linkerwijsvinger plat te hameren, het desbetreffende kadertje op mijn voet te laten vallen en daarna op mijn sokken in de glasscherven te trappen. 'Wij zijn ook gelukkig getrouwd,' repliceerde ik, zonder het cliché van zij gelukkig en ik getrouwd (of omgekeerd) boven te halen, 'en nee, ik ben zeker geen Handige Harry, want dat was ongetwijfeld wat je bedoelde.'  Kalf, dacht ik daarna nog. Dat zeg ik er eerlijkheidshalve even bij. Ik was een beetje boos. Dat zou me vandaag de dag niet meer overkomen, want ik heb me al decennialang neergelegd bij het feit dat ik legendarisch onhandig ben. In die mate dat ik er met gemak een titel of vermelding in het Guinness Book of Records mee zou kunnen verdienen.  Enfin, dat heb je dus met herinneringen. Soms komen ze ongewild naar boven, en soms, als je in de mood bent of er echt behoefte aan hebt, lukt het niet om ze op te halen. Een herkenbaar probleem voor ouder wordende mannen en hun aanpalende of naastliggende lichaamsdelen, doch dit terzijde.  Zoals je ongetwijfeld weet, heeft alles een oorzaak. Deze keer was die het feit dat ik al ontbijtend, net nadat ik vrolijk en energiek had geopperd dat het een zonovergoten dag zou worden, per ongeluk met mijn mespunt achter het oor van mijn kopje koffie haakte, waardoor ik het onopzettelijk kantelde en heel de tafel onder de koffie kliederde. 'Volgens mij wordt het eerder een koffie-overgoten dag,' grinnikte mijn wederhelft terwijl ik met vaatdoek en stukjes keukenrol heel het boeltje zat te deppen en weg te vegen.  Onze jongste dochter deed er nog een schepje bovenop: 'Jakkes, papa, ik zie nu pas voor het eerst dat er haar op je vingers groeit! Ie-juw!' 'Wist je dat dan niet? Dat heeft hij al lang, op beide linkerhanden!' Mijn vrouw weer. Hilariteit alom.  Ze beseft niet eens hoe gelukkig ze getrouwd is. Harig ben ik al, maar dat handy zal er nooit van komen, vrees ik.  

Danny Vandenberk
4 0