Lezen

Over moeten

Ik (moet) loslaten. Deze nacht lag ik wakker. Misschien beter: vele nachten lag ik al wakker. Waarom is “rusten” toch zo moeilijk voor me? De moeheid is er, net zoals de onrust. Het blijft: knagend, zeurend manifesteert het zich. Behalve als ik schrijf. Maar soms moet je alles kunnen uitzetten. Herbronnen. De tijd stilzetten. Hoe doe je dat?  Ik (moet) rusten. Moet?Toen begreep ik het. Ik moet juist niets. Ik heb een teveel aan moeten en dat maakt me nog meer onrustig. Ik moet te veel van mezelf en denk daarbij ook nog eens dat mensen denken dat ik iets moet. Zelfs rusten moet? Ik besef plots dat het moeten iets is dat ik moeilijk kan loslaten. Omdat het een gecontroleerd, gepland en strevend naar perfectionisme soort moeten is. Je moet rusten, je moet werken en daarbij het beste van jezelf geven, je moet een goed huwelijk hebben, beter dan dat van je ouders, je moet je kinderen goed opvoeden, zij moeten daarbij aan sport doen, voldoende bewegen, goede resultaten halen, hun talenten ontwikkelen, net als jij, jij moet het goede voorbeeld geven. En haar rol daarin? Zij moet je beminnen, vastpakken als het nodig is, lekker koken, goed advies kunnen geven met diepe gesprekken: vrouw, moeder en filosoof zijn. En mijn rol daarin? Jij moet een echte vent zijn, genoeg verdienen, een betaalbare elektrische auto kunnen kopen, sterk zijn, goed presteren, luisteren en incasseren als een held en goed kunnen kokkerellen: man, vader en superheld zijn. Met alle genderclichés erbij, want wat ben je nog zonder die clichés? Een stuurloos schip op de rand van de afgrond? Tenzij er ergens een nieuwe koers bestaat? Welke koers moet? En zo raast het maar in mijn hoofd. Maar ergens moet het en wordt het ook van je verwacht. Denk je. En daarnaast moet je nog genoeg tijd hebben voor je hobby’s en je passies, als je die hebt, zo niet moet je die hebben. Daarnaast moet je ook letten op wat je allemaal eet en zegt en hoe je het zegt en leuke uitdagende vakanties boeken, zonder het vliegtuig te nemen, de beste foto’s maken en teksten erbij posten die iedereen inspireren. Tot slot en bovenal moet je de wereld redden van zijn nu al bijna zekere ondergang. Ja er is veel moeten dat moet gebeuren. Is er een overdosis aan moeten? In mijn hoofd alvast wel. En al zeker als dat nog eens komt vanuit een streven naar perfectie en controle. Hoe zou dat komen? Ik behaag, dus ik ben. Vanuit een groot verlangen naar behagen en behaagd willen worden, moet veel en lijkt het alsof je erbij hoort. Moet dit dan ook nog eens perfect zijn, met de juiste balans tussen paaien en schoppen? Niemand is perfect en je kan niet alles en iedereen veranderen. En al zeker niet door je op te jagen zoals zo goed lukt op afstand: in de wagen, op sociale media, vanuit je eigen cocon. Ian Fleming beschreef zijn James Bond Girls als imperfect. Er was altijd wel iets dat eraan scheelde, want perfect –dat wist hij ook- bestaat niet.  Je bent mens en je ademt en je leert en je maakt mee en je laat los. Ja vooral dat laatste, omdat je anders te veel jezelf én de ander vastzet: “you will make a fool out of yourself”. Gonst het ergens in mijn achterhoofd. Goed daar zijn we al uit, maar hoe laat je dat dan los? Dansen helpt en doen wat je echt graag doet. En misschien via een zelfgeschreven mantra. Carnavalsmantralaat losdat streven naardat moeten doendat perfect willen zijndat streven naar meer en zelfs minderlaat losdat je moet veranderendat jij of zij andersmoeten zijnlaat los dat je kan laten zienwie je bent en waaromlaat los en leef zonderde uitmuntende controledat er willen zijn van je vraagtzonder meer zonder moetengewoon omdat het islaat losdat masker van het moeten Bedenking bij de bedenking. Er is natuurlijk een verschil met iets moeten en iets willen, waar je zelf voor kiest.Een willen vanuit een echt zijn, niet vanuit een scheefgegroeid ego. Ik adviseer om eens neer te schrijven wat jij zelf wilt (niet die ander). Zo wil ik(vanuit het graag doen)goede leesbare teksten kunnen schrijvendie iets vertellen (want dat vertellen zit er nu eenmaal in)en wil ik (naar best vermogen) een goede vader zijneen echtgenoot die luistert (ook al zit m’n hoofd soms overvol)en kunnen bijdragen aan een leefbare wereld (tja, me ook maatschappelijk nuttig voelen)en dit laten samenkomen in mijn dagelijks leven. Ik mag dit met vallen en opstaan (want dat alleen al is een uitdaging en groeiproces). Meer niet, dit is al meer dan genoeg. Je mag. Ik moet mag alleen de lat mentaal niet te hoog leggen en te veel verwachten. Zelf ondernemen, niet opjagen en op tijd opladen. Laten we daarbij “moeten” vervangen door “mogen”. Want dan heb je nog een keuze. En die keuze wordt dan uiteindelijk een “ik wil” en nog steeds heb je daarin een keuze. Je mag rusten, een goed huwelijk en goede vriendschappen hebben, geld correct verdienen, kinderen coachen als verantwoorde individuen, je mag het allemaal, proberen, je mag… leven. Omdat je er zelf voor kiest, op jouw tempo. F*ck de rest! Meer zin of onzin wil ik niet en wil ik er niet meer achter zoeken. Alles mag. Niets moet. Toch?   Bij deze post ik ook eens een blogje uit mijn blog: https://bartsidiosyncrasies.blogspot.com/

De Verhalenmaker
1 0

Herwerking

In de stilaan verouderde omgeving lijkt het alsof alles in beweging blijft: de weg ligt er hard bij, voeten slepen onaandachtig nog zichzelf vooruit in codetaal en er wordt gecommuniceerd alsof wij andere soorten zijn. De codex bestaat uit een soundscape van een alomtegenwoordig gevoel, van onbehagen en of het lijkt of je jezelf aanraakt moet jij zelf uitmaken. De codex is koud zonder mij, zodat ik als een circumstance aanwezig MOET blijven in je kale handen-kom die je maakt terwijl je weerstand biedt aan het gevoel waarmee iedereen nu al enkele eeuwen rondloopt; zonder jezelf een glans te ontnemen ben je jezelf te kort geschoten in het weinige.Weinige geluiden zoals deze: hard en statig ruis je boven ons en de lucht schijnt en de zon biedt onderdak, deeltjes koele meta-systemen zullen verstopt worden in woorden als je triviaal communiceert zonder je zelf nog rugdekking te geven in dit nieuwer Wallonië. Dit is de situatie vandaag, en ermee leren leven zou misdadig leuk zijn. Telkens je je aanpast, sterft er iemand.   Telkens je niets doet. Weten we het volgende: of je situaties aanraken kunt. Je kunt ze ook pletten en het ermee stellen alsof je tussen je handen in een universum creëert, een alternatief voor de opgegeven reeks omstandigheden. Ik zal je een omstandigheid bieden waarin je telkens je je moe voelt, hierover gediscussieerd moet worden, omdat dat rechtvaardig is, en omdat met 2 ook maar alleen is.   Ik kan je oplossingen bieden voor niemand niet.   I was already falling. Het was niet op je snelheid of ontaarde schouders, die getormenteerd deze kosmos dragen, zoals iedereen ze al draagt, maar ook de kosmos draagt terwijl jij draagt en de ondergrond draagt.   Geluid: een moment. Ergens sterven er sterren en ook mensen! Dit op hetzelfde tijdstip, en soms ook niet, en waarschijnlijk biedt de volgende planeet veel meer zekerheid dan een dagelijks verschijnsel dat onder je voeten overkookt.   Als je dagelijks verschijnt, lijkt niets nog hetzelfde en wij niet op elkaar. Als je moe word, mag je pas je ogen sluiten en voelen waar het zeer doet. Wij doen elkaar werkelijk niets aan zonder dat er iemand weet: 3 seconden, 2 seconden, 1 seconde: dood. Laten we elkaar overblijven.

Dries Verhaegen
2 0

Vanaf de aarde

Kunnen jullie het intussen, leven? Ik tast nog steeds in het duister en ik tast nog steeds in het licht. Ken je dat? Wat er ook gebeurt, soms geven toevallige ontmoetingen, passantenpar hasard de juiste hint. Ze tonen je de weg niet, maar ze verschijnenop je weg. Dat ze er zijn, die gelijktijdigheid, treft. Zo was er eens een archeologe.“Soms zakt de zon in de aarde en wordt net op dat momentde maan opgegraven”, zei ze. Toen vertrok ze.Ze kon aan het licht zien dat het tijd was om te gaan.Ze liet stof achter. “Er is altijd een trilling tussen je voeten en de aarde”, zei een vrouwmet haar ogen toe. Ze zei het aan een groep ontwakende vrouwen.“Zoek die trilling, vind ze.” Ik heb haar gevonden, dacht ik, met mijn ogen toe. Tussen ons trilt ook de energie van de aarde. Als zij beweegt, beweeg ik ook.Soms wordt een veer verliefd op een steen. Maar tussen ons is het anders. Wij zijn eenzelfde soort lichaam. Hielden meteen van elkaar.Ze woonde wel in een andere stam. Waar het goed was.Een soort liefde. Toch.Op een dag kon ze aan het licht zien dat het misschien tijd was. Vroeg? Snel? Of het kan wachten tot een volgend seizoen?Hoe weten wilde ganzen die nu al terugkeren dat het tijd is?Hadden ze in het zuiden de lucht uit het noorden geroken? Aan hun veren gevoelddat het hier winter en lente is, tegelijk? Terwijl het nog moet gaan sneeuwen,want anders vinden de verwarde bijen de weg niet meernaar hun eigen voedselvoorraad. We moeten voldoende nectarbronnen voorzien.Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. Waar we ondertussen staan? En waarom?We moeten ergens beginnen.Ik hield van de volgende ochtenden als tevoren. Ik vertelde waarom.Ik had aan de lucht geroken, ze was langzaam zacht. Winter. Lente.Als zij beweegt, beweeg ik ook.Maar dan nog kreeg ik haar niet overtuigd om op te staan en niet zomoe te zijn – de gevoeligheid van de meeste mensen.De avond heeft een verleden, dat de ochtend zich kan herinnerenof moet doen vergeten. De stam is gebarsten. Er is pijn. Er was een eenheid – nu getekend door een breuklijn. Er waait stof op, zwaar, grijs. Wat valt er?Wat valt er nog op te graven? Wat willen alle geliefden? En nu? Gaat het verder? Waar naartoe?Hoe verklaren we deze liefde aan de hand van de cyclus van de natuur?“Ik ben altijd blij als ik overdag de maan kan zien”, fluistert iemanddie door een burn-out en verdriet heen straalt. Ik ben ook blij voor haar.“Vanaf de aarde groeit alles in de lucht”, zegt iemand die een stralend boeket van haar biologische bloemenboerderij voor me schikt.Ze kent de bodem. Daarom neem ik het van haar aan.Soms moeten we tien keer op een dag opstaan. Wat er ook valt op te graven,vanaf de aarde groeit alles in de lucht. “Waar zijt ge?!”, riep ik vanop de bodem de lucht in. Hoog.“Ik had dit alles aan jou willen kunnen vertellen, papa. Alsof ik ergens nogje goedkeurende blik zoek. Ja. Ik wil graag je ogen terugzien. Al van het momentdat je ze sloot. Zien hoe je kijkt. Van iedereen zag jij mij het vaakst,vanuit je ooghoeken. Je hebt zolang willen weten wat het beste voor mij was.Ik wil je tonen dat ik het nu zelf weet. En ik wil dat je me zegt dat dit oké is …want als ik barsten zie, wil ik ze gewoonlijk lijmen …”Eigenlijk fluistert hij het antwoord heel de tijd. Niet waar hij is, maar:“Het is goed je zo te zien. Je vond jouw soort liefde. Je leeft volop. Voor mijen je moeder erbij. Leef volop.” Gefluister vraagt ‘luister’. Ik luister. Geruisloos.Wat is het geluid van een bloem die openkomt?Beweegt ze zo traag dat wij het niet kunnen horen?Maakt alles wat beweegt niet een minimaal geluid?Een klank waarvan wij de frequentie niet kunnen opvangen? Of we het zeker weten? Ja.Dat denken we. Zo voelt het toch. Wanneer weet je iets zeker? Als je het weet?Langzaam wordt het nodige omgezet in honing. We wachten.We weten niet altijd waarop, maar we wachten. Beter gezegd: we nemen tijd.Maken minimaal geluid. En toch breken er harten, zo traag dat wijhet niet kunnen horen, maar er wel altijd ergens een klank van opvangen.Wat willen geliefden?Dezelfde weg die omhoog gaat, gaat ook omlaag. Het begin van een cirkelis ook het einde. Is eveneens een begin. Laat het gebeuren.Alles komt in seizoenen. Ook de spullen verdelen. Die zwijgzameoorverdovende bewegingen. Niet willen. Niet weten.Tranen van een mooie man. Van een oogverlichtende vrouw.Tranen van gouden kinderen.Van aan de zijlijn barsten zien. Willen lijmen. Maar niets doen. Durven kijken.En blijven staan. Of we samen? Voldoende aarden?Voor de buitenwereld lijken we rondtrekkende indianen.Elk vertrokken uit onze eigen clan, trekken we afzonderlijk op pad.Naar andere dorpen en nergenshuizen. Met een boodschap. Over een soort liefde.We willen weten of dit mag zijn. Pijlen, perspectieven en windrichtingen verzamelen. Herbekijken dan ons eigen kompas.We komen er toe, in ergenshuizen. Met aarde aan onze trillende voeten.En zij maar zeggen: “Kom je iets vertellen? Hé? Kom je iets vertellen, zal ikeens iets zeggen. Bij mij ging het zo: Pijn, spijt, tijd, slijt.Dus denk er goed over na, weet wat je doet.” In plaats van dat ze luisteren.In plaats van dat ze luisteren naar onze boodschap. Ons gefluister.Naar de bloemen die openkomen. Of we nog altijd? Telkens weer? Genoeg ademen?“Adem in zoals je aan een bloem zou ruiken. Diep, vol. Vertrouw je zintuigen”,klinkt een juiste hint van iemand op de weg. I bless my believers. Ik neem adem.Ik krijg wat ik wil nemen. Leef volop. Tussen ons trilt de energie van de aarde,een soort liefde. Ik heb voor jou gekozen,geliefkozen,geliefde.Wat je ook kiest. Hoe je ook beweegt. In welke vorm dan ook.Hoe dat dan ook klinkt. In mij het geluid van een bloem die openkomt.Als zij beweegt, beweeg ik ook, beweeg jij, mij ook. Ook in het donker. Soms zakt de zon in de aarde.En ook al wordt op dat moment de maan opgegraven, soms duurt de tussentijd.Dat schemerige niemandsland. En toch. Heel eerlijk.Tast ik steeds meer in het licht.Vanaf de aarde groeit alles in de lucht. In welke vorm dan ook.Vanaf de aarde groeit alles naar het licht.

Jill Marchant
0 0