Lezen

Het oma-effect

In de stad was ik getuige van het oma-effect. Achteraf besefte ik dat het wellicht een universeel effect is, maar net zoals met veel zaken in het leven moet je ermee geconfronteerd worden om het klaar en duidelijk te zien. We zaten in een koffiezaak waar ook verse soep op het menu stond. We zagen een dampende kom soep passeren. Het rook zoals de soepgeur die in mijn neus drong als ik vroeger over de grote kiezel met de fiets naar school reed. In heel wat huishoudens werd de soep ’s morgens vroeg al bereid. Je geraakte die soepgeur niet snel kwijt. Zeker tot het middag was. Een jonge medewerker gaf hoorbaar onze bestelling door aan de keuken. "Oma, één wortel- en courgettesoep en één tomatensoep", zei hij. De soep die oma aan de medewerker gaf en daarna op onze tafel belandde smaakte voortreffelijk. "Zeg maar aan je oma dat het heerlijk smaakt", zei ik. "Oké, maar dat is mijn oma niet", lachte de jongeman. "Het is de oma van de vorige uitbaatster, maar omdat haar soep zo in de smaak viel, hebben we haar gevraagd of ze een flexi-job wil doen. Ik werkte hier toen ook al. Ik zei net als de uitbaatster altijd 'oma' en ondertussen doet iedereen dat hier." In de koffie- en soepzaak weten weinigen wellicht van haar naambestaan. Is het nu Julia, Maria of Irène? Niemand kan het zeggen, want het is voor iedereen 'oma'. Het lijkt me geen straf om als oma door het leven te gaan. Maar wat is nu dat oma-effect? Volgens mij is het dit. Een naam, die heb je. Maar een oma, dat ben je. En als je dat naar ieders tevredenheid uitoefent mag je die aanspreking houden. En iedereen mag die gebruiken. Het lijkt me een gezonde overeenkomst.

Rudi Lavreysen
0 0

Tante Katoo

Heel de familie wist het. Toch zweeg iedereen erover.  Zelf was ze er zich ook bewust van. Dat weet ik, omdat ze op een keer heel hard huilde en brulde: ‘iedereen denkt dat ik een slet ben!’ En ja, ook ik deed of ik het niet gehoord had, zoals de rest van de familie.  We hadden ons er al lang bij neergelegd, maar tante Katoo was een slet. De schande en schaamte voor de buitenwereld. Haar oudste broer nam het altijd voor haar op. Onvoorwaardelijke liefde met hoge tolerantie. Gelukkig, want ze was best een toffe tante. Aan haar uiterlijk kon je het niet zien. Tante Katoo was mooi, zeker voor haar leeftijd. Haar kleding was altijd beschaafd en ze had goede tafelmanieren. Met haar jeugdige uitstraling trok ze steevast de aandacht van veel mannen. Ze had iets wulps en naïef over zich. Iets waar veel mannen blijkbaar voor vallen, ondanks het anorexisch modebeeld. Op feestjes kwam tante Kato helemaal los. Vanaf het moment dat er een man in haar buurt kwam, zag je haar onrust toenemen. Haar ogen kregen dan een specifieke glans, inktzwart met hagelwit. Langzaam maar zeker veranderde haar blik van intens donker naar hongerig en wild. Bijna dierlijk. Eer ze haar prooi benaderde, tuitte ze haar lippen en lonkte ze vanonder een gitzwarte haardos, gevaarlijk naar haar prooi. Geen man was dan veilig.  Jong, oud, getrouwd, vrijgezel, het maakte haar geen ene moer uit. Als een pauw in de balts bewoog ze zich rond hem. Vervolgens schoot ze als een pijl uit de boog naar haar doelwit. Bliksemsnel. Met zwoele stem zei ze dan: ‘Hello… waarna ze hem diep in de ogen keek. ‘Ik ben Katoo. Wie ben jij?’ Haar hoofd een beetje schuin met haar beminnelijkste lach. Mag ik deze dans van u? vervolgde ze dan. Als een kalf ter slachting volgde het slachtoffer haar naar de dansvloer. De sloer die ze was. Een krolse kat die al haar troeven uitgooide. Wiegende heupen, deinende borsten, likkende lippen en ogen die zijn blik geen seconde losten.  In haar ritueel weefde ze een zinnelijk web rond haar vangst.  Gehypnotiseerd volgde hij elke beweging. Telkens hetzelfde scenario. Na de tweede dans waren ze meestal weg. Later op de avond liep tante Katoo dan met een voldaan trekje rond haar mond weer los. Op zoek naar nieuw vlees. Een niet te stillen honger had bezit van haar genomen. Het ging ook wel eens mis. Daar waren we als familie nooit op voorbereid, omdat je niet wist uit welke hoek het zou komen. Een keer had ze de echtgenote van de man die ze zojuist tot de hare had gemaakt, met haar handtas het ziekenhuis in geslagen. Gelukkig kwam het arme schaap er met een paar kneuzingen van af. We hebben die mensen daarna nooit meer gezien. Papa deed zaken met hen. Door het euvel was hij een grote deal misgelopen. Maar ach, daar had ook niemand het nog over. Naast het feit dat tante Katoo een slet was, was ze ook gewoon een lieve tante. Zorgzaam, begaan met haar familie, toegewijd aan haar werk als kunstenaar, ijverig en ondernemend. Zo was tante Katoo. Tijdens haar laatste escapade heeft ze een beroerte gekregen. Nu is ze dood. Tot op de dag van vandaag, heeft niemand het er nog over. Ik hoop uit de grond van m’n hart dat er een slettenhemel bestaat. God beware haar ziel.

Heidi Schoefs
0 0

Modderfiguur

Het schilderij zit onder de stof en staat al jaren op onze zolder van een voor mij onbekende schilder. Om het schilderij zit in een gouden lijst en het stelt niet veel voor als wat modder op het doek. Vroeger was ik een kruimeldief. Als rijke bewoners op vakantie waren haalden ik de schilderijen van de muur voor bruikleen. Je vergeet wel eens wat terug te brengen. Ik heb mijn leven gebeterd en ben gelukkig getrouwd en heb alle schepen achter mij verbrand. Hilarisch is dat ik bij haar welgestelde familie wel eens wat heb ontvreemd. De buit was niet onverdienstelijk. Mijn vrouw is op de hoogte van mijn verleden. Vandaag worden er opnames gemaakt waar je ‘verloren’ schilderijen en andere kunstvoorwerpen kunt laten taxeren en er is veel aanloop in het veel te kleine zaaltje. De afmeting van ons schilderij is zo klein dat het in een vuilniszak past en ik de zaal binnenloop. Mijn kunstwerk wordt uitgekozen en ik mag aan tafel aanschuiven bij de presentator en een expert. We gaan het allemaal beleven. Onverwachts wordt er een camera op mij gericht en op het schilderij. Via het oortje van presentator hoor ik dat we nu live op televisie zijn, wat een aandacht. De expert is onder de indruk van het schilderij. Hij heeft veel informatie verzameld over de schilder Bastiaans die het doek heeft geschilderd en het is zijn bekendste werk uit de 12e eeuw. De expert legt uit waarom het meesterwerk toebehoorde aan de Blubberiaanse stijl van die tijd. Hij raakt niet uitgesproken over het meesterwerk. ‘Jammer genoeg zijn veel schilderijen van die stijl verloren gegaan maar dit is een zeldzaam meesterwerk. U moet dit doek zeker laten verzekeren.’ De presentator is nieuwsgierig en vraagt aan mij, ‘U bent zeker wel benieuwd naar de waarde van uw schilderij.’ Plots draait de camera mijn kant op en ik geef een diplomatiek antwoord, ‘Ik vraag dit voor een vriend.’

Jan Sluimer
25 0

Bonanza

Want tevredenheid is soms een moeilijk punt. Ik weet dan niet zeker wat ik ambieer, maar dat jij een van de enigen bent op de wereld die het zou begrijpen, dat weet ik wel.  Hoe dan ook, als ik oprecht tevreden ben, dan zou ik me geen zorgen maken om de interactie tussen jou en mij. Dan zou ik weten dat er geen wolken voor de zon gingen verschijnen, en als ze dat wel deden, dat ‘t dan normaal was en dat er een mouw aan te passen zou zijn. Dan zou ik geen problemen aan te kaarten hebben uit mijn eigen psyche, geen roerselen die me uit het lood konden slaan ondanks jij. Ik hou wel van je, maar zou ik dat nog normaal kunnen vinden als ik inspanningen moet betrachten om tevreden met jou te zijn, en met jou alleen. Hoe dan ook, zo een twijfel moet vermeden worden en hoe lang kan ik ’t aan de touwen van de zeilen nog vieren onder het mom van ja, kijk onze verhouding is nu eenmaal nog in volle ontwikkeling en natuurlijk moeten we groeien en sterker worden. Geen roet in het eten gooien.  Zeker, we moeten ons samenspel uitbouwen, tot het sterk genoeg is om aan de toevallige accidenten van het leven te ontsnappen. Hoe lang kan je zo blijven doorredeneren tot je bij net zo een doordachte terugblik op je eigen gedragingen de maatstaf zal kunnen evalueren waaronder je samen door het leven beweert te gaan ?  Meer twijfel op dit ogenblik is gevaarlijk, maar ik ben blij dat ik over zo’n dingen met je kan praten. Ik heb al veel over een vrouw gedroomd in mijn leven, maar nu zit ik dus met jou en ook al ben je, ik herhaal, momenteel niet lijfelijk aanwezig, er kan zoveel gebeuren en ik hoop dat we ons avontuur niet moeten staken nog vooraleer we onze kinderen gaan bepraten.  Want is het niet zo dat je pas dan werkelijk iets in je onmiddellijke nabijheid weet, eens je erdoor de lopende dingen ziet te verontschuldigen, met name wanneer je een of meerdere levende kleuters als bliksemafleiders om je heen ziet kruipen of in het rond ziet stoeien. Ik zou me beslist pas echt zorgen moeten maken wanneer ik jou en hen voor een lange tijd zou ontberen. Zoals al aangetoond, teleurstelling kan voortspruiten uit een gebrek aan opgeruimdheid. Ook onachtzaamheid is hieromtrent een grens, maar enigszins lui dan, verborgen blijvend, even wachtend om zijn gelaat te tonen, vooraleer uit je landschap omhoog te torenen en je de doorgang te versperren. Om je dan, in vele gevallen beladen met de last van onzekerheid, opeens te confronteren met de waarheid en waar die aan toe is. Maar ik wil mijn begrip en mijn inzet niet smoren, ik weet een beter alternatief, het is als naar de kapper gaan, bijvoorbeeld om je haren te laten trimmen, het is het schrijven en dat bedoel ik dus. Het is een dankbare bezigheid, omdat het in een wisselend maar altijd je eigen tempo gebeurt, en omdat je het op alle ogenblikken een halt kan toeroepen door te melden dat je het met iets niet eens bent. Dat je even wil nadenken vooraleer je de dingen aanhangig wil maken, zo is schrijven een duikersklok, waarin je de eeuwig onontgonnen diepten van je gemoed, het water van je geest, te lijf kan gaan. Waarin je door dat geïmproviseerde venster vissen als geheimzinnige, argeloze, toevallige, organische en onbenoemde maar getrouwe trawanten aan je voorbij ziet gaan. Het is een werkmiddel waarbij je je argwaan overlevert aan de artificiële luchtbel waarin je jezelf opgesloten heb.  Je vertrouwt er nu eenmaal op dat iemand het touw waaraan je vastzit, na verloop van tijd weer omhoog zal hijsen. Wees niet jaloers om wat je hebt, je kan om de beurt aan de bak gaan om tekst te leveren, de tekst die er al staat, afgewisseld met de tekst die we erbij verzinnen. Je moet daarom niet elk klein ding met dankbaarheid verwaardigen, maar nogmaals, je kan datgene leren ontmoeten waarmee je tevreden door het leven kan stappen. Weer die tevredenheid. Misschien gaat het daarover, wat ik wil zeggen. Maar ik verzwijg iets.  Zie je, ik zit nu eenmaal met deze bijzondere aangelegenheid die ik met me meedraag en waarover ik nog niet gerept heb, waarvoor ik me, trillend, beschermen wil. Ik wil evenwel niet dat je je zorgen maakt, ik bedreig je niet, ik heb je lief. Wat is er dan ?  Wel, er is de eeuwige vriendin die ik in mijn fantasie heb, die ik omwille van alles verdraag, geen concurrente maar een vriendin die boven alle twijfel en bezorgheid verheven staat, een vriendin die zo mooi is als de mooiste onder meisjes, met lange haren en met een gebruind lichaam, met een intelligent gezicht en met handen die me omwille van alles willen vastgrijpen, om me te troosten en om zich over me te ontfermen. Zij heeft recht op al mijn ontboezemingen. Zij ziet mij. Zij doet mij voelen en zij voelt op haar beurt mijn gevoelens. Ik geef haar meer dan ze kan stelen. In haar schoot rust ik om mijn onbelemmerde keuzes. Ik rond de kliffen van mijn eigen persoonlijkheid volgens de paden van haar eigen onherbergzame oorden. Ik ben haar slaap en zij de mijne. Ik ruik haar voortdurend om me heen. We vertellen elkaar alles, ook wat we niet willen horen en dat verontrust ons niet. Ik ben niet bang om haar angsten te kennen, ze te betreden. Ik veroordeel niets van de dingen waar ze behoefte aan heeft. Ik ervaar alles wat ze nodig heeft en dan geef ik het aan haar. We zijn het eens over jaloezieën en we vliegen erom heen om de gedaante ervan te ontwaren en er dan een gepast antwoord op te geven. Daartoe trekken we aan touwtjes en benadrukken we het luchtpistool van onze vertrouwelijkheid. We gebruiken het om onze locatie vrij te geven, een gekozen woord, een ongeveinsd gebaar.  Ik ga buiten me om om dit meisje te begrijpen en om haar lief te hebben. Voor onze kinderen moeten we glanzend als wind met onze rompen schudden als schepen in een orkaan en schapen op het droge. We moeten bedrijvigheid vertonen, bezigheid uitdragen, drukte uitstralen. Het leven vertraagt en versnelt volgens gestage verveling net zoals volgens buitensporige uitspattingen. Maar een ijsbeer wankelt niet, zijn pootsporen bevriezen in het poolgebied en vullen zich vervolgens weer met sneeuw. Zijn logge lijf waggelt, hij glijdt in en uit het koude water, alleen zijn vacht is dik genoeg tegen het (on)herkenbare gevaar. Gewilligheid behoeft geen keuze, we drukken ons in diens warme vacht. Teddyberen en poppen zijn levensgezellen, gezinsuitbreiding is het sluitend antwoord op misantropie. Zoals zeehonden vliezen dragen tussen hun klauwen, zo boren nieuwgeborenen zich een weg doorheen onze naar besluitvaardigheid wenkende wateren.  Het is niet aardig om steeds hetzelfde te verwachten, ook al is het dan van mensen die wonen in een veeleer slechts gematigd klimaat. In alles bestaan er pieken en dalen, in velerlei geval worden ruzies gedempt met de jaren. Soms zijn ze nietbestaande. Dat lijkt voor ons het geval te zijn. En er zijn de kleuters.  Zij, de kleuters, zijn veeleer wispelturig en onvoorspelbaar. Ze zijn altijd druk doende met onbegrijpelijke dingen, eigenzinnig, maar je moet ze het voordeel van de twijfel geven. Hun leefwereld is universeel, barmhartig en zinvol, ook al kan dat niet altijd volledig begrepen worden. Kinderen kennen geen bitterheid, slechts exploratiezucht. De wereld is een onontgonnen terrein dan. Reizen een uitdaging. Dit is wat je krijgt voor het beroep van krijger. Ik kijk Bonanza.

Ekster Alven
0 0