Lezen

Ommekeer

Lore, 33 jaar. (Saai.) Mijn opvallendste kenmerk: resting bitch face.Waar word ik gelukkig van? De hele dag in mijn bed liggen.Dit mijd ik: alles wat sociaal contact vereist.Wat is mijn talent? Mijn baas op de zenuwen werken.Wat krijg je vaak cadeau? Tequila van mijn collega's en Sephora-shit van mijn moeder, die hardnekkig blijft hopen dat ik me ooit eens als een meisje ga gedragen.Als je één outfit uit je kast mocht kiezen? Simpel. Een barreljeans, mijn epische Nirvana-T-shirt en mijn gele Crocs.Waar ben je naar op zoek? Ik zucht en leun achterover. Ben ik eigenlijk wel ergens naar op zoek? Blijkbaar wel. Mensen belanden tenslotte niet per ongeluk op de aanmeldpagina van een datingsite. Een one-night stand? Ik schud heftig mijn hoofd. De herinnering aan die dronken avond op Graspop bezorgt me nog steeds spontaan schaamrood. Vriendschap? Misschien. Dat mis ik wel. Vrouwelijke vriendinnen zijn altijd een uitdaging geweest. Of ze leven voor shoppen, make-up en de nieuwste trends. Of ze zijn te luid en aanwezig. Of net kleurloos en zo saai en te boekenwurm. Heel soms lijken ze wél leuk, maar blijkt er later vaak een flinke dosis venijn achter te zitten. Het lukt me gewoon niet om die échte klik te vinden. Met mannen gaat het dan weer gemakkelijker. Je kunt ermee een pint gaan drinken, onnozel doen en uren over films of muziek praten (of voetbal). Maar over gevoelens praten? Of toegeven dat ze fout zaten? Ho maar. Eeuwigdurende liefde? Daar geloof ik al lang niet meer in. Mensen zijn gewoon niet gemaakt om hun hele leven bij dezelfde persoon te blijven. Uiteindelijk raak je elkaar toch beu. Kijk maar naar mijn ouders. Mijn moeder is zestig en ziet eruit alsof ze een yogareclame is binnengestapt. Strak lijf, gezonde glow, eindeloos optimisme. En toch vond mijn vader het nodig om op een twintig jaar jonger exemplaar te duiken. Nee. Liefde is een utopie. Maar een soulmate...  Dat is iets anders. Iemand die de leegte opvult en samen met mij thrillers bingewactcht op Netflix. Iemand die mijn sarcasme verschalkt met nóg drogere kwinkslag. Iemand die saaie netwerkavonden draaglijk maakt en die samen met mij op de vlucht slaat tijdens eindeloze familie-etentjes… En dan neem ik een beslissing. Ik zie mijn vingers razendsnel over het toetsenbord vliegen.   Lore, 33 jaar. (Maar noem me gerust Lolo.) Mijn opvallendste kenmerk: mysterieuze groene ogen.Waar word ik gelukkig van? Een perfecte margarita.Dit mijd ik: influencers.Wat is mijn talent? Droge humor.Wat krijg je vaak cadeau? Beautyproducten.Als je één outfit uit je kast mocht kiezen? Een casual jeans, een leuke top en sneakers.Waar ben je naar op zoek? Een soulmate. Enter.

Sfieke
0 0

De spiegel

We zitten te puffen op een Antwerps terras, niet ver van het Rubenshuis. Het is een van de warmste dagen van de zomer. Al zeggen ze dat bijna elke dag. Om enige verkoeling te zoeken zetten we onze pollen aan een fris bolleke.  “Wat gij nog Jaak?”, vraagt de waardin aan het tafeltje naast ons. “Ah, nog een bolleke hè Marion”, antwoordt hij met een smakelijke Antwerpse tongval. Ooit zie je dat iemand zijn naam niet gestolen heeft. Deze Jaak doet me aan Jacob (of Jacques) Jordaens denken. Niet aan de kunstschilder zelf, maar wel aan de koning op één van de versies van het schilderij ‘De koning drinkt’. Het heeft lange grijze haren en als hij even later dat bolleke aan zijn lippen zet, met een even smakelijke lach als de koning van het schilderij, is hij het helemaal. Dat doet me weer denken aan een ander prachtig werk van Jordaens. ‘Mozes en zijn Ethiopische vrouw’ uit 1650. Hierop maakt Mozes een ‘et alors’ gebaar met zijn rechterhand. Daarmee zegt hij iets aan ons, de kijkers. Hij houdt ons een geniale spiegel voor. "Maakt het iets uit, dat ik met een zwarte vrouw ben getrouwd?'  Het werk is door het Rubenshuis uitgeleend aan een museum in Balimore. Tot 2030, dan gaan de deuren van Peter Pauls woonhuis terug open. Blijkbaar hangt het niet zomaar in Baltimore, want gemengde huwelijken waren daar lange tijd verboden. Opnieuw, die spiegel. De heren naast ons slaan zich ondertussen op de dijen van het lachen. Ik weet niet waar hun gesprek over gaat, maar amusant is het zeker. Alsof het toeval niet zomaar iets is dat af en toe voorvalt, maar eerder iets dat het leven bepaalt, zegt Jaak plots vrij luid tegen zijn compagnon: “Et alors?”, waarna ze terug in de lach schieten.

Rudi Lavreysen
1 0

Geblokkeerd!

Ik heb iemand geblokkeerd. Kijk. Het is eruit. Alleen al die zin voelt alsof ik iets moet opbiechten. Alsof ik moet toegeven dat ik ananas op mijn pizza leg. Of applaudisseer wanneer het vliegtuig geland is. Zo'n bekentenis waarvan ge weet dat de helft van de mensen u vanaf nu een beetje anders bekijkt. Ik ben namelijk helemaal geen blokkeerder. Ik ben iemand die nog zwaait naar mensen die mij al lang niet meer zien. Ik ben van "we moeten dat ooit nog eens gaan drinken", ook al weten we allebei dat dat nooit gaat gebeuren. Ik ben van recht in elkaars ogen kijken, zelfs als dat lastig is. Van deuren die zachtjes dichtvallen. Niet van diegene die ge met een stamp moet dichttrekken terwijl er langs de andere kant nog iemand roept. Ik ben zelfs slecht in WhatsApp-groepen verlaten. Ge kent dat wel. Zo'n oudergroep van de lagere school waar uw kind intussen al lang afgestudeerd is. Of de groepschat om de barbecue van de familie te organiseren. De barbecue die uiteindelijk nooit is doorgegaan omdat nonkel Jos corona had, tante Rita ruzie kreeg met de schoonzus en sindsdien alleen nog iemand "proficiat" stuurt als er een jarige is. Ik blijf daar dan gewoon in zitten. Uit beleefdheid. Alsof iemand op een dag wakker wordt en denkt: amai... Katrien heeft de groep verlaten. Dat doet toch een beetje pijn. Dat is mijn niveau van conflictvermijding. Ik geloof nogal in afscheid nemen zonder brokken. In elkaar nog kunnen groeten. In een knikje op straat. In een oprechte "zorg goed voor uzelf". Ge moet niet met iedereen vrienden blijven, maar ge moet ook niet doen alsof iemand plots nooit bestaan heeft. Dat was toch het plan. Tot mijn gsm besliste dat we een andere richting uitgingen. Ping. Een kwartier later. Ping. Nog eens een kwartier later. Ping. Op den duur begon ik mijn telefoon scheef te bekijken. Ik hoorde hem trillen terwijl hij stil lag. Fantoomtrillingen bestaan blijkbaar echt. Elke melding voelde alsof er iemand aan mijn voordeur stond die bleef aanbellen terwijl ge de gordijnen al dicht hebt gedaan, de lichten uit zijn en ge ondertussen al in uw pyjama met een zak chips in de zetel zit. Ge probeert dat eerst beleefd op te lossen. Dan duidelijk. Dan antwoordt ge niet meer. En uiteindelijk voert ge discussies met uzelf. "Misschien moet ik toch nog één keer antwoorden." "Nee, want dan begint het weer." "Ja, maar misschien begrijpt hij het nu." Dat "misschien" is trouwens een gevaarlijk woord. Er zijn relaties op gebouwd, oorlogen mee begonnen en vrouwen die daardoor om half drie 's nachts nog altijd wakker liggen. Ik heb zelfs eerst gegoogeld of iemand ziet dat hij geblokkeerd is. Niet omdat ik van gedacht wilde veranderen, wel omdat ik mij al op voorhand schuldig voelde. Dat type mens ben ik dus. Iemand die zich zorgen maakt over de gevoelens van iemand die haar al een hele nacht wakker houdt. Dus heb ik het gedaan. Ik drukte op blokkeren. Niet met veel overtuiging. Eerder met dezelfde tristesse waarmee ge eindelijk dat kamerplantje weggooit waarvan ge al drie maanden zegt: "Nee, nee... die trekt nog wel bij." Terwijl er eigenlijk alleen nog een zielige bruine stengel in de pot staat. En toen... Stilte. Het gekke is dat ik daar niet blij van werd. Eerder een beetje verdrietig. Want ik blijf geloven dat de mooiste eindes degene zijn waarbij ge elkaar jaren later nog eens tegenkomt aan de kassa van de Colruyt. Allebei een veel te grote zak kattenbakvulling in de kar. Ge glimlacht. Ge zegt "alles goed?" en ge meent dat ook. Zonder verwijten. Zonder theater. Gewoon twee mensen die ooit een stukje van elkaars verhaal waren. Maar niet elk verhaal krijgt zo'n einde. Sommige mensen blijven zo lang op uw deur kloppen dat ge uiteindelijk de bel moet afzetten. Niet omdat ge hen haat, maar omdat ge ook nog een beetje graag thuiskomt bij uzelf. 

Katrien Daniels
93 0

Kuikenzweet

  Die broedlamp. Hij mag uit. Binnenin leeft alles flink en dapper. Het zijn kuikentjes vol moed. Daarenboven. Alle chocolade-eitjes in die verdwaalde paasklok zijn reeds lang gesmolten. En Ikaros. Hij viel uit de lucht, kort naar vertrek. Er is niets ergs gebeurd. Nog zo'n zinnetje dat graag zou willen woekeren, en ja. Het is best heet. Vurige vlinders genieten. Het water is bang volledig te verdwijnen en roze varkentjes dragen rode jasjes wanneer ze zich buiten wagen. Want de zon, zij moet misleid worden. De drie biggetjes, zij moeten al verbrand lijken. Het zand, dat is onbevreesd. Immers. Zo snel ontstaat glas nu ook weer niet en zwarte piet, hij woont simpelweg in Afrika. De historische vergissingen stapelen zich op. Moet de uil zich zorgen maken? Zolang gin van tonic houdt, zolang tonijn zich redden kan en de konijnen elkaar vinden om in holen aan die zachte vacht te voelen. Alles is plausibel. Ook dat een lichaam moedig is om te weerstaan aan liefde onder rode lampjes, achter glazen façades. Niet dat ik over louche huizen mijmer wanneer ik het rode licht trotseer, en dat groen, het heeft een rare schijn. Het droomt misschien van blauwe algen, zeeën vol met appelen die zich niet laten opslokken door storm of puur azuur. Zeemeerminnen eten langzaam. Zelden appels. Zij stammen ook niet af van Eva. Of toch? Was zij ontrouw? Heeft zij overspel gepleegd met een dolfijn terwijl de zeepaardjes verlegen zwegen? De onderwaterkoets kwam aangereden, heeft Eva naar dat adembenemende, adamloze eiland gebracht, waar zij beviel van zeemeerminnen, één Neptunus. Dat is lang geleden. Er was eens. Toen we nog dromen durfden van dingen die eigenlijk niet mochten gebeuren en de waarheid schaduw zocht, om niet te verdampen in de hitte van die waanzin. En ik hoop het echt, beste kuikenkweker, hoeder van dat gele dons met witte, bruine, misschien grijze, desnoods zwarte toekomst. Ik hoop het. Dat dit volstaat als toelichting. De broedlamp. Hij mag uit. De eieren. Zij voelen dat. Zij leven mee met al wat zweet.     uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
1 0