Lezen

over bibliotheken, terminals en wildplassen

Ze staat te trappelen. Van opwinding, neem ik verkeerdelijk aan. Of omdat ze niet kan kiezen. Tot ze zegt: ‘mama, ik moet heel dringend…plas-…’. Bij het laatste woord voegt ze de daad bij het woord. Daar sta je dan, zwetend, met een hele stapel bibliotheekboeken in de ene hand, twee kinderfietshelmen in de andere. Eén kleuter die je op milde fluistertoon meedeelt dat haar zus zojuist in de kinderafdeling van de bibliotheek geplast heeft en een andere kleuter die je wijdbeens en beteuterd aankijkt. Ik keer in gedachten terug in de tijd. Waar ik in godsnaam het idee haalde om met die twee kleine kinderen naar de bibliotheek te fietsen. Ik moet niet ver zoeken: ik hou van bibliotheken, omdat ze een belofte in zich dragen. Een bibliotheek oefent een aantrekkingskracht op me uit, net zoals de schermen in de terminals van luchthavens. Ook zij hebben het vermogen om tot mijn verbeelding te spreken. Ze tonen het gemak waarmee onze schijnbaar verankerde levens zouden kunnen veranderen als we op een vliegtuig stappen. Dat vliegtuig kan ons in enkele uren naar een plaats brengen waar niemand onze naam kent. Een nieuwe wereld. Ook in een bibliotheek liggen andere werelden binnen handbereik. Boeken lezen is de puurste en minst destructieve vorm van escapisme. De romantiek, het idyllische plaatje vergeet ik even wanneer ik stapels boeken op een bijzettafel leg, me naar een medewerker van de bibliotheek begeef en haar al fluisterend en wijzend uitleg dat het kinderhoekje, welja, ondergelopen is. Zij is behulpzaam en geeft me materiaal om schoon te maken. Tussen een sip kijkende kleuter (ik wil naar hui-uis, ik wil andere kleren aandoen) en een instructies gevende kleuter (dáár ben je nog een beetje vergeten, mama) probeer ik het kinderhoekje weer kindvriendelijk te maken. Bij thuiskomst worden de boeken gerangschikt volgens kleur. De rode worden het eerst gelezen. Uit het blauwe boek lees ik net voor bedtijd voor. Als ik in bed lig, begin ik zelf aan een nieuw boek. Ik lees de achterflap en denk terug aan ons bibliotheekbezoek. Toen we eindelijk klaar waren met kiezen en kuisen, gingen we met onze boeken naar de balie. De bibliotheekmedewerkster knipoogde naar mij en zei tegen de kinderen: ‘Jullie hebben wel geluk met zo’n lieve mama’. Dat moet de beste ontdekking van de dag geweest zijn, de ontdekking van de wereld ín de bibliotheek.   Moeder: We moeten vandaag naar de bibliotheek. Dochter: Waarom? Moeder: Omdat mijn boeken anders weer te laat terug zijn. Dochter: Zo boeken, zo baasje.

Lore Dewulf
1 0

Van Mars

Vaak komen voor de hand liggende feiten plots aan het licht na jaren van onwetendheid. Geen mens die dan snapt dat ze zo lang over het hoofd gezien werden. Neem nu dat van M&M’s en Mars. M&M’s komen van Mars. Dat staat letterlijk op de verpakking, zwart op geel. Het zijn eenvoudigweg marsmannetjes, de naam zegt het zelf: M&M, marsmannetje. Spielberg weet dit al j.a.r.e.n. Ken je de scène uit zijn film E.T. waarin Elliott het buitenaardse wezen lokt met Reese’s Pieces? De bekende sf-regisseur wilde oorspronkelijk M&M’s gebruiken maar Mars weigerde de samenwerking, wilde wellicht vermijden dat de ware aard van het populaire snoepgoed zou worden onthuld. Een buitenaards wezen dat zich aangetrokken voelt tot een marsmannetje (M&M dus), menige nuchtere kijker zou de link kunnen leggen tussen de dubbele m en de echte betekenis ervan. Ik begrijp niet waarom de snoepgigant dit geheim wil houden. Het is best een geruststellende gedachte dat M&M’s marsmannetjes zijn. We hoeven immers geen bloeddorstige monsters te vrezen bij een invasie van Mars op aarde. Het komt er dan op aan de indringers op te eten. Bij hopen. En net daar heb ik ervaring mee. Net zoals zovelen eet ik me af en toe “ziek” aan (peanut) M&M’s. Nu, een zak M&M’s leegeten is één ding, je wordt er waarschijnlijk misselijk van en moet in het slechtste geval even neerliggen. Een leger van de gekleurde chocoladebolletjes naar binnen werken, dat is andere koek en zou m’n dood wel eens kunnen worden. Ach, er zijn ergere manieren om te sterven dan aan een overdosis M&M’s. Toch? (c) Belle Pen

Belle Pen
3 0

Geen Nieuws: "Het weer werd gevraagd om te bewijzen dat het weer is."

  Aggre-Gator - Overal ter wereld stootten weermodellen tijdens hun zoektocht naar gelijkheid en conformisme in de geprojecteerde normen op een onverwacht probleem. Hoewel deze modellen, en de programma’s waardoor zij aangestuurd worden, ontworpen zijn om met behulp van de meest superieure algoritmes, aan superhoge berekeningssnelheden, alle mogelijke weersomstandigheden te herleiden tot één mogelijke weersomstandigheid, de afgelopen weken slaagden zij daar niet in. Het weer is een complexe materie, er is zoveel data waarbinnen enkele variabelen zich voordoen als constanten, en enkele constanten zich voordoen als variabelen. Er zijn temperaturen die zich gedragen als windkrachten, windkrachten die zich gedragen als neerslag, cijfers als letters, letters als cijfers... Kortom: er heerste algoritmische verwarring. Hierdoor werd er niet één mogelijke uitkomst voorspelt, maar meerdere, en het is voor het algoritme absoluut noodzakelijk dat een zonnig dag ook zonnig is, een regenachtige regenachtig en een mistige mistig. Anders gezegd: het model voorspelde Beauforts die kunnen dippen tot ver onder nul en oplopen tot ver boven windkracht 100. Onaanvaardbaar volgens het algoritme. Het werd dan ook duidelijk dat de modellen een nieuwe ijking nodig hadden, een nieuwe standaard moest ingevoerd opdat bijvoorbeeld de vochtigheidsgraad weer uitgedrukt zou worden in procenten. Die ijking is echter geen eenvoudige taak, men moet het algoritme dan leren welke vraag de te stellen vraag is. Vorige week slaagde men erin die te formuleren, maar het antwoord erop leidde tot een wereldwijde error-code. De vraag (nvdr: omgezet van programmeertaal naar geen-nieuws-taal) klonk als volgt: “Weer, bewijs dat je weer bent.” Het antwoord: “Wie denk je wel dat je bent?” Dit leidde prompt tot een herformulering in het negatief, en meteen stroomden er over de gehele wereld resultaten binnen. Door deze te verzamelen hoopt men het algoritme te voeden met attributen en eigenschappen en karakteristieken die niet wenselijk zijn, verwerpelijk zijn en dus irrelevant voor de beoogde projecties die de modellen verondersteld worden te maken. De redactie werd verzekerd dat er geen verdere problemen meer zouden volgen, met de caveat dat de vraag, in het positief, voorlopig onbeantwoord blijft. Of dat in de toekomst zal veranderen? En is dat dan wel een goede zaak voor regen tijdens zonneschijn? Aggre-Gator houdt u op de hoogte.    

Bas Tuurder
12 0