Beste handen,
Beste handen, hoe vinden jullie je weg in de wereld? Herinneren jullie de tijd toen de rode bietenpap in het rond vloog? Ze hing overal. Jullie vertoefden zo graag in de mond maar met een lepel konden jullie de weg ernaartoe niet vinden. Vandaag steken jullie een draad door het oogje van een naald, schrijven jullie krulletters en bezetten jullie muren. Hoe kregen jullie dat voor elkaar?
Jullie hebben geoefend, dat is waar. Soms uren, dagen, weken na elkaar. De triller dokruis-re op dwarsfluit leren spelen kostte maanden. Toch zijn er ook zaken die jullie, ondanks zeeën van tijd, niet onder de knie krijgen: tanken, handstand, jullie eigen nagels lakken, strijken.
Beste handen, waarom zijn jullie zo wispelturig? Soms doen jullie grootse dingen. Troostend strelen, meelevend vasthouden, behulpzaam klussen, zorgzaam bejegenen, liefdevol koesteren. Tot de razernij in jullie vaart. En jullie gaan slaan en stompen, breken en versplinteren. Af en toe, altijd onverwacht, verbluffen jullie. Het resultaat is steevast origineel, verrassend, ongekend.
Beste handen, zou je met een ander paar iemand anders zijn? Maken jullie een persoon tot wie die is? Door jullie wordt wat binnenin zit aan woorden en gedachten werkelijkheid. Jullie schrijven, bouwen, spelen, maken, knutselen ideeën de wereld in. Werner Herzog, bekend van films als 'Grizzly Man' en 'Nosferatu', beschrijft in zijn memoires hoe zijn hoofd overloopt van ideeën voor meer, andere, betere films. Zolang zijn handen ze niet maken zullen ze echter enkel in zijn hoofd spelen.
Natuurlijk, beste handen, moeten jullie die ideeën voor elkaar krijgen. Niet alle handen zijn even onderlegd. Sommige kunnen auto's repareren, computerprogramma’s schrijven of venkel telen. Andere kunnen baby's ter wereld brengen of wolkenkrabbers bouwen. Wat te doen als je hoofd bruist van ideeën voor originele meubels, maar je handen nog geen nagel in een stuk hout kunnen slaan? Zoek je dan andere handen die kunnen invallen? Of ga je fictie schrijven?
Beste handen, het heeft er alle schijn van dat jullie iemands identiteit vormgeven. Het hoofd schept verhalen over zin en onzin, goed en slecht, mooi en lelijk, waardevol en waardeloos. Maar jullie zetten de lijnen uit van wat mogelijk en wat onmogelijk is.
Met de regelmaat van de klok wordt aan mensen gevraagd hoe zij geworden zijn wie ze zijn. Waarom ze doen wat ze doen. Meestal situeert het antwoord zich in de kindertijd. De geoloog wroette als kind in de aarde op zoek naar steentjes. De archeoloog zocht er naar scherven en botjes. De kunstenaar was altijd al een buitenbeentje met oog voor kleur. Zulke kindertijd-verhalen vertellen dat het lot in het lichaam besloten ligt. Variaties zijn mogelijk maar de handen, niet het hoofd, geven richting aan de toekomst.
Soms worden levens ook andersom geleefd. Dan schept het hoofd fictie die de handen niet kunnen volgen. In mei 1990 studeerde Christopher McCandless af met een hoofd vol verhalen over een anti-kapitalistisch leven. Een leven in de natuur, met een minimum aan bezittingen en alleen zichzelf als steun en toeverlaat. McCandless schonk al zijn geld aan Oxfam en vertrok te voet naar Alaska. Daar kwam hij in april 1992 aan met 4,5 kilogram rijst, een .22 kaliber geweer en een veldgids over lokale eetbare planten. 113 dagen lang waren zijn handen in staat zijn levensfilosofie te onderhouden. Toen stierf hij: uitgehongerd. Het boek 'Into the wild’ van John Krakaur vertelt McCandless’ verhaal. Elf jaar later werd het verfilmd door Sean Penn.
Beste handen, kan jullie handigheid ook een last zijn? De pottenbakker Bernard Leach, de violiste Patricia Kopatchinskaja, de basketbalspeler Michael Jordan, zouden met minder vaardige handen niet hetzelfde verwezenlijkt hebben. Die vaststelling roept vragen op. Hoeveel vaardige handen voeren er handelingen uit die onder hun capaciteiten liggen? Hoeveel potentieel blijft er onbenut omdat de aanmoediging, de juiste context of het geld ontbreekt? En belangrijk: maakt dat ongelukkig? Welke implicaties volgen er wanneer jullie door dwang, achterstelling, verloochening of toeval weerhouden worden te doen wat jullie goed en graag doen? Maakt dat jullie baldadig, apathisch, opstandig, koppig?
Beste handen, weet dat jullie hoe dan ook onmisbaar zijn. Voelen jullie dat? Het textiel, het hout, de warmte van een kopje thee. Jullie maken niet alleen ideeën werkelijk, jullie maken álles werkelijk. Zonder jullie zou wat we zien een waanvoorstelling kunnen zijn en wat we denken inbeelding. Jullie contact met de wereld biedt houvast omdat jullie ons laten weten: dit is een stoel en hij is echt.
Natuurlijk zijn er filosofen die jullie belang ontkennen. Die jullie slechts beschouwen als onderdanig gereedschap van het denken. Gereedschap dat gemist kan worden als het erop aankomt. De Franse filosoof Descartes (1596-1650) schreef jullie resoluut af. Gewoon, omdat het weleens voorkomt dat jullie je vergissen. Als jullie een broos object krachtig beetpakken waardoor het breekt, bijvoorbeeld. In Descartes’ zoektocht naar absolute zekerheid waren zulke vergissingen onvergeeflijk. Alles wat ook maar de minste twijfel wekte, moest de deur uit. Samen met jullie zette hij ook alle andere zintuigen, normen, waarden, theorieën en meningen buiten. Wat overbleef was een ik dat denkt. Zonder lichaam, zonder wereld. Een geest in een vacuüm. 'Waardoor ik ben wat ik ben, volledig van het lichaam onderscheiden’.
Descartes is het schoolvoorbeeld van wat het denken vermag. Het kan jullie, beste handen, kortstondig laten verdwijnen. Tot jullie ongeduldig, friemelend opnieuw aandacht vragen. Tot de maag knort. Of, tot de filosoof van het ‘ik denk, dus ik ben’, zich in zijn denken zo verlaten voelt dat hij beroep doet op God om jullie door de achterdeur terug binnen te laten.
Beste handen, wie jullie als knechten van het denken beschouwt kent het verhaal van de bekendste filosoof aller tijden niet. Blootsvoets liep Socrates door Athene en stelde zijn medeburgers vragen. Vervelende vragen die makkelijk leken, maar gaandeweg onmogelijk te beantwoorden bleken. Socrates liet, behalve een sporadisch inzicht en een handvol herinneringen, niets na. Omdat inzichten en herinneringen sterven met hun eigenaren als ze niet vastgelegd worden, zou hij na twee, maximaal drie generaties vergeten zijn. Maar dat was buiten de handen van Plato gerekend. Die maakten Socrates zo beroemd dat er meer dan tweeduizend jaar later nog steeds naar hem verwezen wordt.
Socrates’ eigen handen brachten hem de dood. In 400 voor Christus waren de Atheners zijn vragen beu. Hij werd veroordeeld voor goddeloosheid en het bederven van de jeugd. In de gevangenis nam Socrates de gifbeker ter hand en dronk.
Beste handen, kennen jullie het schilderij van Jacques Louis David? In 1787 schilderde hij ‘de Dood van Socrates’. Daarop is te zien hoe eenzaam jullie je soms voelen. Toch staan jullie permanent in contact met ontelbare andere handen. Handen die zich vlakbij of ver weg bevinden, die leven of gestorven zijn. Elk object getuigt van die verbondenheid door de onzichtbare sporen die jullie erop achterlaten. In 1972 maakte de kunstenaar Giuseppe Penone een boek met foto's van zijn eigen handen. Hij bedekte het boek met poeder dat gebruikt wordt om vingerafdrukken te nemen. Binnen het uur kon je overal vingerafdrukken zien. Tegen de muren, op kleding, stoelen, op de gezichten van bezoekers. Misschien vind je vandaag, ruim vijftig jaar later, nog steeds een vergeten vingerafdruk afkomstig van ‘Book/Dust Trap/Hand’. Ergens, in een huis, een auto, een vliegtuig, of gewoon naast de lichtschakelaar.
Beste handen, kunnen jullie de sporen voelen die alle andere achterlieten op een bibliotheekboek? Wat voor handen waren dat? Misschien handen zoals die uit 'Het Contrapunt’ van Anna Enquist. Rouwend, eropuit om de Goldbergvariaties van Bach te leren spelen. Misschien handen zoals die van Mr Gwyn uit het gelijknamige boek van Alessandro Baricco. Zouden er ook handen bij zijn zoals die uit ‘De Welwillenden’ van Jonathan Littell? Handen die medemensen tot lijken hebben gemaakt. Als boeken konden handlezen, wat zouden ze dan nog meer vertellen dan wat in letters gedrukt staat?
Beste handen, in theorie leren we jullie naar waarde te schatten. We leren over het belang van jullie opponeerbare duimen. Over de mogelijkheid tot fijne motoriek. We leren hoe de hele mensheid haar bestaan aan jullie te danken heeft. Omdat de eerste mensen zich pas konden ontwikkelen toen jullie de vrijheid kregen. We leren het allemaal, in theorie.
Beste handen, in de praktijk kijken we maar al te vaak op jullie neer. Omdat we onze intelligentie hoger inschatten. Maar wat zou die intelligentie zijn zonder jullie? Zonder jullie geen gereedschap, geen wetenschap, geen kunst, geen verandering, geen geschiedenis. Jullie zijn onontbeerlijk, dat weten we al veertigduizend jaar. Zo oud is het allermooiste eerbetoon aan jullie dat ooit werd gemaakt. In de grotten van Sulawesi, in Indonesië, hebben mensen hun handen tegen de rotswand gedrukt. Ze hebben rode oker opgezogen in een strootje en geblazen. Wat zij zagen toen ze hun handen voorzichtig weghaalden, was ‘ik’. Een stukje wand in een rood-bruine wolk met jullie contouren. We weten niet wie deze mensen waren. Maar misschien kennen we wel het raadsel dat de aanwezige afwezigheid van hun handen opriep. Omdat zij en wij dezelfde mensen zijn vroegen ook zij zich misschien af: ‘beste handen, hoe vinden jullie je weg in de wereld’?