Lezen

A.I.

verbeter tekst: Het grote probleem bij IA is dat hij ieder probleem oplost met de informatie die hij rondscharrelt op een bepaald moment. Als hij die informatie gebruikt dan blijft het met informatie op dat moment. De vraag is waaruit zal de vernieuwing bestaan. Of blijft alles in een rondje draaien? De menselijke natuur heeft de mogelijkheid om bliksemsnel de bliksemsnele veranderingen in de samenleving te ondergaan. Mischien vertraagt IA dat proces. Ik zal het eens vraagen aan IA.   Hier is een verbeterde versie van je tekst. De fouten tegen spelling en grammatica (zoals "IA" in plaats van "AI", "mischien" en "vraagen") zijn gecorrigeerd. Ook lopen de zinnen nu vloeiender, zonder de kern van je boodschap te verliezen. Verbeterde tekstHet grote probleem bij AI is dat het elk probleem oplost met de informatie die het op dat specifieke moment verzamelt. Als het die informatie gebruikt, blijft de kennis beperkt tot dat moment. De vraag is waaruit de vernieuwing dan zal bestaan. Of blijft alles in een cirkel draaien? De menselijke natuur heeft het vermogen om bliksemsnel mee te bewegen met veranderingen in de samenleving. Misschien vertraagt AI dat proces juist. Ik zal het eens aan AI vragen. Belangrijkste aanpassingenIA naar AI: In het Nederlands gebruiken we Artificial Intelligence (AI) of Kunstmatige Intelligentie (KI).Verzamelt: "Rondscharrelt" is erg informeel; "verzamelt" past beter in een beschouwende tekst.Cirkel draaien: "In een rondje draaien" is aangepast naar "in een cirkel draaien" voor een betere schrijfstijl.Spelling: "Mischien" is gecorrigeerd naar "misschien" en "vraagen" naar "vragen".Verwijzing: AI is een onzijdig woord (het AI-systeem), dus we gebruiken "het" en "dat" in plaats van "hij" en "die". Als je wilt, kan ik deze tekst nog verder aanscherpen. Ik kan hem bijvoorbeeld formeler maken voor een artikel, of juist creatiever herschrijven voor een blogpost. Laat maar weten welke richting je op wilt! AI-reacties kunnen fouten bevatten. Meer informatie     

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser. BIO.
0 0

Hyo

Feiten zijn een goed startpunt om een waarheid neer te schrijven.  Mijn eigen waarheid verplaatst zich van continent. In Vlaanderen kruist, botst en loopt deze naast die van anderen. In Huancayo stroomt het op gelijke snelheid. Hier en daar zijn er oneffenheden, ontwikkelingen die het interessant houden.   Ik lach.  Mijn avontuur in ‘La Selva Central’ geeft vonken en bij mijn thuiskomst wordt er geluisterd, gepraat, geknuffeld, gegeten en gedronken. Verbinding is hier geen modewoord maar een dagelijkse realiteit.  We vragen ons af waarom er de laatste tijd zo weinig mensen hun weg vinden naar Huancayo. Een stad vol uitdagingen maar ook vol mogelijkheden. Een streling voor de avontuurlijke ziel.  Ik stel voor om de reisadviezen voor Peru te bekijken. Google brengt me naar de website van de FOD Buitenlandse Zaken.  Feiten zijn er om te checken, dubbel te checken. De nauwkeurigheid waarmee dit gebeurt is persoonsgebonden.  Ik lees. Verbazing verdrijft de lach die ik tien zinnen geleden nog bezat. Ongeloof neemt het over. Feit is dat als ik niet beter zou weten, ik ook weg zou blijven.  Mijn waarheid versus deze van de FOD Buitenlandse zaken. “Noodtoestand in Lima vanwege de strijd tegen de georganiseerde misdaad.”Deze info is relatief juist. Wat ze vergeten te vermelden is dat Lima groot genoeg is om deze probleemzones te vermijden. De verhoogde aanwezigheid van het leger en politie in de straten is waar, maar het is ook een herkenbaar beeld dichter bij huis.  “Noodtoestand aan de grens Tacna en Chili.” De afstand tussen Huancayo en Tacna is overbrugbaar door een autorit die 28 uur van je tijd in beslag neemt. Vanuit Brussel ben je 20 uur onderweg om in die andere realiteit van Kiev terecht te komen.  Feiten zijn erom gedeeld te worden en een gewaarschuwd burger is er twee waard. Een feit kan beïnvloed worden door waarnemingen. Mijn perceptie ontstaat vanuit het dagdagelijkse leven. Mijn waarheid vindt het overdreven en verwacht enige nuance.  Voor degene die nog niet afgeschrikt zijn door de laatste updates is er vervolgens de pagina algemene veiligheid. Ik heb nog steeds het gevoel dat het Belg in Peru versus FOD is.  ‘Ook in de rest van het land en vaak in toeristische regio’s komen vanwege sociale onrust regelmatig protestdemonstraties, wegblokkades en stakingen voor.’Nog niet zo lang geleden vielen er aardappelen te rapen in Brussel, versperden tractoren de weg en werden er vuurwerkpijlen in de verkeerde richting afgeschoten.  Ik lees vol ongeloof verder en kom bij het deel dat gaat over busreizen. De bus nemen is een soort van missie die enkel weggelegd is voor mensen zoals Tom Waes. Na 18 uur is dit een onoverkomelijke opdracht. Iedereen die een beetje gekend is met Peru weet dat het vooral nachtbussen zijn die de verschillende steden met elkaar verbinden. ‘La Carretera Central’ is niet te vergelijken met de E313 richting Antwerpen, maar ik vraag me oprecht af welke van de twee wegen het meeste moed vergt.  Dan komt het.De informatie die -om het in de woorden van de lokale bevolking te zeggen- niet meer geüpdatet is sinds de jaren ’90.  "Terreurdreiging; In sommige streken van het binnenland vinden nog steeds terroristische activiteiten plaats, die verbonden zijn met de illegale teelt van coca en drugshandel. Aanvallen op de ordediensten, waarbij ook burgerslachtoffers vallen, komen regelmatig voor. Daarom wordt het afgeraden te reizen in die gebieden die beschouwd worden als basis van deze gewapende groepen."  "Eén van de regio’s om te vermijden: Junín, provincies Satipo, Huancayo en Concepción" Terwijl ik cocabladeren kauw vraag ik me af welk reisadvies ze geven voor Antwerpen en Brussel. Ik denk aan de mensen die me hier omringen, aan de mensen die ik tegenkom op straat, aan de willekeurige passanten en taxichauffeurs waar ik mee aan de praat raak. De chaos die rust en vrijheid uitstraalt. Het veiligheidsgevoel dat ik hier ervaar, het geluk, de warmte, de liefde en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik denk aan Concepción, het kleine Andesstadje hier wat verderop. Het enige angstaanjagende dat ik kan bedenken is het vijfentwintig meter hoge Maagd Maria standbeeld dat je aankijkt en blijft achtervolgen tot ver in de Andes. Het gekende artisanale ijs dat je diarree bezorgt, maar niets dat niet op te lossen is met de juiste dosis Imodium Instant.  Ik heb mijn waarheid en beslis om deze naast te feiten te leggen. Ik stuur een mail naar de FOD Buitenlandse Zaken met de vraag hoe ze informatie verzamelen en op welke manier ze deze verifiëren.  Hun feiten ondermijnen voor even mijn waarheid. Het antwoord is doordacht. Ze praten over nauwkeurig samengestelde reisadviezen uitgevoerd op basis van grondige analyses. Ambassades en consulaten denken grondig na en vergelijken met wat naburige landen zeggen.  Om dit te beamen krijg ik drie links die doorverwijzen naar de reisinfo van Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.  Voor even delft de Belg in Peru het onderspit. Mijn waarheid verdrongen door een goed opgestelde mail.  Ik laat het tot me doordringen, weeg mijn verwachtingen af tegen de realiteit. Dat ik in de eerste plaats antwoord krijg is een plus. Meer krijg ik niet, een ‘bedankt voor de info, we zullen dit onderzoeken’ is niet aan de orde.  Ik klik door naar de informatie die ze doorsturen. Ik anticipeer op dezelfde berichtgeving. De algemene informatie is even afschrikwekkend. Maar. Zowel in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk valt Huancayo buiten de rode zone. Het gevaar is geweken.   

Vera Eef
0 0

In het tandvlees

  Omdat. Want ja. Het kwijlt. Het komt uit die wijsheidstanden. Zij hebben immers dat vermogen om te oordelen. Mij te beschouwen als te vreemd. Het is gelijk die paarden. Ze kunnen niet uit de weide en wreten gras volledig dood. Daarom. Ik ben op mijn hoede. Zelfs op hun platte land. En ik kan het slechts aanbevelen. Poets dat gebit. Bid tot de goden van het verre niets. Laat haar niet binnen in je hoofd. Die mensheid. Met dat scheef en wreed gedoe. Hun spreuken uit het weerbericht. Die heimwee naar de vaste grond. Aan mij., de zotverklaarde, zal het niet liggen. Ik mors niet met de regen. Ik dool niet zonder het te weten. De aap slaapt in mijn donker oog. Intussen en al deftig lang. Ik laaf me aan de wolken en ik overleef. Ik luister niet naar Martine Tanghe. Nooit gedaan. Het kan niet meer. Het ligt zo vast. Het fenomeen zoekt altijd weer naar wezens, hunkert naar dat voortbestaan. Gelijk hoe. Want ja. Honger is voor hen die dromen durven en echt. Chot. Poets dat gebit. Veeg dat rood van je lippen. Het droop immers als bloed over je neus tot op je mand. Heb je dat gehoord? Hoe ze stierven? Neen. Het beeld hield van gebroken klanken en de reporter sprak best luid. Hop paardje hop. Over de omheining. Door het mauve land vol zachte chocolade en nogmaals. Doe het. Poets je tanden. Kam je haren. Spreek met twee woorden. Stel je netjes voor. Niet aan mij. Dank u en ja. Ik durf dat. Zeggen dat het scheelt. Niet goed ziet. Stop en kuis ook die oren. Zodat het vlies de trommel hoort. De rouwstoet is op komst. Loop weg of was gewoon gebleven in je binnentuin. Las daar over zeepaardjes en bleef kinderliedjes zingen. Omdat. Want ja. Het kwijlt er al uit. Nu is het al te laat. Wat rest is al het wrede te negeren.  De mensheid die de mensheid wil ontvluchten en het kortste résumé over de tong laat glijden. Gelijk een haring zonder kop. De wijsheidtanden keken toe. Toen je hapte. Dat. Terwijl de mond wat dorst verkocht aan water in een glas. Bloed weer heimwee kreeg naar vlees.       uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek'      

Bernd Vanderbilt
3 0

Homo dubitantis

Je hebt mensen die bij het ontwaken van de dag de ogen opslaan, het leven uitdagend aankijken en er het beste van maken. Mensen die van bij de eerste bewuste tikken van de secondewijzer weten wat hen te doen staat en hoe ze dat gaan aanpakken. Ik stel me voor dat het van die types zijn met carpe diem of een andere vervelend optimistische motivatiespreuk in donkere krul- of blokletters over de borst getattoeerd. Of misschien ook het gezicht van Jezus, of het woord mama onder een doorschoten hartje. Alsof zij weten waar het in dit leven allemaal op terug te brengen is en waar het dus in sé om draait. Mannen en vrouwen die datgene doen waar het leven ze heeft ingerold en die dat ook nog eens goed doen. Of overtuigd zijn dat ze het goed doen. Ik weet niet wat belangrijker is in dit leven: over een vaardigheid beschikken of geloven dat je er over een beschikt. Misschien komt het finaal wel op hetzelfde neer, als je altijd zonder vragen je doel bereikt. Ik benijd hem, die zekere mens, en zou gerust zijn schoenen willen passen. Jezustattoo incluis.  Want je hebt ook mensen zoals ik. Een soort homo dubitantis die het leven loopt door te scharrelen als een kip in steeds hetzelfde kleine hok. Zoekende naar iets dat gisteren niet in de aarde zat en er morgen ook niet zal zijn. Er zijn weinig dingen in mijn leven waar ik geen spijt van heb, maar geef me de kans om terug opnieuw te beginnen; ik zou het allemaal herhalen. Sterven is moeilijker dan je denkt, las ik ooit in een boek van Marquez. In de jaren dat ik mijn angsten ontwikkelde, heeft het me vaak getroost als het zwart van de nacht en de eenzaamheid van een huilbaby mijn hart op hol joeg. Het is nog maar pas dat ik de zin had opgeschreven en zag dat ik me onbewust had vergist en sterven door leven had vervangen. Leven is moeilijker dan je denkt. Het is misschien wel juist zo, sterven en leven lopen op het pad ook steeds hand in hand. Alles wat ik onderneem in het leven is de eerste keer ook niet helemaal gelukt. Studies, schrijfwedstrijden,volleyballessen, rijbewijs halen, relaties en -hoe pijnlijk ook- zelfs mijn eerste kind. Er bestaat echt zoiets als je toekomst kapot twijfelen. Ik beslis dat ik me een nieuwe tattoo laat zetten en zoek alvast een geschikt lettertype voor een Latijns positivo-leuze. Helvetica of zo, als het maar schreeuwerig duidelijk is dat ik het twijfelende leven vaarwel heb gezegd en vanaf nu de dag niet alleen zal plukken, maar ook nog eens opzichtig te kijk zal zetten in een glazen vaas. Maar bij de schemering van de avond overvalt me het weëe gevoel in mijn maag en vraag ik me af of ik niet beter ik doe ook maar wat op mijn rechterbil laat vereeuwigen. Of misschien wel op mijn linker. En anders een doorschoten mamahartje met het gezicht van een twijfelende Christus? Anders neem ik maar gewoon homo dubitantis, maar dan als afwrijfplaatje. Je weet immers zo dat ik hier weer spijt van krijg. 

Sifaka
3 1

Op reis

“Ben je maar alleen vandaag?” “Hij is op reis.” “Zonder jou?” “Ja, blijkbaar.” “Het klinkt alsof jullie ruzie gemaakt hebben. Toch niet te erg.” “We hebben geen ruzie gemaakt.” “Toch niet te erg, hoop ik, want jullie zijn de kortste weg naar kleinkinderen.” “Pappie!? Stop daarmee.” “Het mag ook met iemand anders, zigeunertje, maar je moeder zou …” “Mammie is dood.” “Hoef je mij niet te vertellen. Dat merk ik nog elke dag.” Ik keek naar Mammies foto op de schouw. Er stond een halve kaars naast. Pappie stak elke avond een kaars aan. De schouwmantel moest dringend afgestoft. Kendy, de poetsvrouw, was te klein om daar goed aan te kunnen en ze ging niet op een trapje staan. Dat deed ze niet. “Heb je nog steeds Kendy als poetsvrouw?” “Dat is zo’n lieve, Petra’tje. Die ga ik toch niet vervangen. Ze kan zo goed luisteren.” “Ze spreekt ééntalig Spaans, Pappie, en ze poetst niet goed.” Ook op de vensterbanken lag stof en in de hoeken op de vloer. Kendy kwam dan misschien uit Venezuela, maar ze poetste met de Franse slag. Je kon exact zien tot waar de ramen gepoetst waren. Het bovenste deel daar kon ze niet aan. “Ben je nog bij je Mammie geweest?” “Nee.” “Vergeet ze niet, Petra. Ze zag jou zo graag. Ik heb pas nog nieuwe bloemen op haar steen gelegd. Ze zijn mooi. Gilberreke van de bloemist heeft ze speciaal voor haar gemaakt. “Je betaalt te veel voor die bloemen, Pappie. Ze profiteren van jou.” “De bloemist mag er toch ook iets aan verdienen. Ga gewoon een paar keer bij je Mammie langs, daar wordt ze gelukkig van.” Ik zuchtte en vroeg of hij nog koffie wilde, terwijl ik naar de keuken stapte, waar de koffiekan nog in de machine stond. Hij had hem veel te straf gezet. Dat hij nog geen last had gekregen van zijn maag, was een wonder, zoals hij steeds van die loeisterke koffie dronk. De hele dag door. Ik goot de kan leeg in de thermos. Dat was nog steeds dezelfde thermos als toen ik klein was. “Doe maar met.” “Pappie! Het is half elf ’s morgens.” “Eéntje per dag, meisje. Eéntje.” Ik nam de aarden kruik ‘witte’ uit de barkast en goot een klein scheutje in zijn mok. “Nog.” Ik kletste er nog een klein beetje bij. “Doe het fatsoenlijk of ik doe het zelf.” “Hier, doe het dan maar zelf.” En hij goot er een flinke scheut bij. Ikzelf verdunde mijn koffie met ongeveer even veel melk en een half klontje suiker. Pappie zette de fles terug in de barkast. Hij hoestte en schraapte zijn keel na zijn eerste slok. Hoe lang leefde hij al op deze manier? Al meer dan tien jaar. Sinds Mammie overleden was aan die stomme kanker. “Ben je gelukkig, meisje, je ziet er zo bedrukt uit? Als je met die ruzie in zit. Dat maakt niet uit. Je mammie en ik hadden ook ooit ruzie, maar we legden het altijd bij voor we gingen slapen. Nooit bij elkaar in bed kruipen voor de ruzie opgelost is. Dat nooit.” “Dat is het niet.” “Ik ben ook eens een keertje drie weken naar Amerika geweest, voor opleiding van het werk, en toen heb ik je Mammie gemist, heel erg. Dus Hij zal je ook wel missen.” “Denk je?” “Ja. Zeker weten. En wij hadden nog geen telefoons. Drie weken was echt drie weken. Tegenwoordig.” “Hij heeft zijn telefoon niet mee.”  “Echt. Nu ja. Typisch Hem. Al die computers en smartphones dat was niks voor Hem. Dat zei Hij toch altijd. Je hebt er natuurlijk ook ‘ne speciale’ uitgekozen.” “Hoe bedoel je?” “Hij kan hier aankomen en koffie drinken en zonder iets te zeggen na een half uur weer vertrekken.” “Komt Hij hier zonder mij?” “Ja, hoor, minstens een keer per week. En Hij heeft van die dagen dat hij dus absoluut niks zegt. Of ja, toch zo goed als niks.” “Dat wist ik niet. Nu ja, maakt ook niet uit. Wel attent van Hem.” “Attent, ja, spraakzaam, nee. Daarmee, het verbaasde me dat Hij er niet bij was. Ben je al weg? Je moet toch pas om twee uur op het werk zijn. Je kan hier een boterhammetje mee eten, meisje, je weet dat ik niet graag alleen eet en ik eet al zo veel alleen. Zullen we een kaartje leggen?”

Hans Van Ham
0 0

Want ik red

Wanneer een autootje waar kinderen in spelen door de lava wordt geduwd, dan zullen de banden smelten. Dan smelt de baby in de speelauto als deeg in de oven. De baby neemt de materie aan van klei die ik moet vasthouden, bijsturen, hervormen. Met mijn hand grijp ik de omvang van zijn veel te fragiele nekje om te voorkomen dat zijn hoofd verder in zijn lichaam smelt. Want smelten zal hij. En hij zal er eeuwig onder lijden. Dus ik vang zijn ledematen op en draai ze bij. De lava ons neemt ons beiden mee. Maar ik red. Wanneer mijn broer steeds naar een mysterieuze kamer verdwijnt. Daar waar computerschermen hem brainwashen tot een mechanisch bestaan. En niemand merkt op dat hij er lomer en lomer uitziet. Een beetje uitgerekt en zo ongelofelijk mager. Niemand merkt op hoe hij uren in de kamer verdwijnt wanneer het alarm afgaat. Maar deze keer zal ik meekomen. Deze keer trek ik hem weg. De kamer daar hij verdwijnt, waar hij bewusteloos in een stoel ligt, ligt hij vastgebonden te staren naar het computerscherm dat hem vertelt hoe hij ons moet verlaten. Maar geen zorgen, want ik red. Ik red ons allemaal. Wanneer de zombie meisjes met hun rode capes als onschuldige poppen in de berm liggen. Daar net tegenover de plaats waar mijn vriendinnen na het vluchten hun kamp opbouwen. De avond nadert en plots maken ze knarsende geluiden, ze lijken wel te ontwaken. En wanneer ze als vleesetende meisjes opstaan en aan zij die hun benen scheren beginnen knagen. Dan kom ik met maar één doel. Want ik red. Wanneer we verstoppertje spelen terwijl mama zich laat opereren. Verstop ik mij in de kast van de operatiekamer. Daar waar de dokters haar inslaap doen en ze met messen in haar lichaam beginnen snijden. Omdat ze haar schoonheid benijden? Daar zal ik haar dragen. Ik draag haar al ben ik maar acht of negen jaar. Al is ze voor mijn armpjes veel te zwaar. Ik zal haar redden. Wanneer zal mijn onderbewuste het mezelf vergeven dat ik papa niet redden kon. Wanneer zal ik stoppen met compenseren. Maar ik droom en droom en dat is al iets. Liever zulke dromen die ik overleef, als een situatie waar ik niet bang meer voor moet zijn. Dan niets.

Tess Declercq
0 0