Lezen

Zij die mijn liefde kan dragen 5

O, lieve Andrea, welke naam zou ik je kunnen geven, als alle namen te klein voor je lijken? Hoor je ook de regendruppels die onze harten proberen te doordringen? Ja, mijn liefste, het zijn de druppels van toewijding, van evenwicht, van oneindige liefde... Maar het is ook het levende water dat de duizenden rozen voedt die ik alleen voor jou bewaar. Ja, alleen voor jou. Je dag was zwaar. Vermoeidheid heeft je stappen gegrepen, je benen en lichaam lijken van lood gemaakt, en je ziel verlangt alleen maar naar rust, naar die slaap waarin engelen hun vleugels uitslaan over hun geliefden. Maar onthoud, parel van de nacht, dat ik zelfs in je droom aanwezig ben. Ik waak in stilte over je. Hoewel ik door vele afstanden van je gescheiden ben, ben ik op hetzelfde moment zo dichtbij. Mijn woorden zijn de onzichtbare draad die ons verenigt. Hij kan niet gebroken worden en kan niet verloren gaan, geweven uit iets wat noch tijd noch wereld kan aanraken. O, ik gebied de diepten in mij woorden te spreken die ik niet volledig ken. Ze zijn zo diep, zo levend, dat ik ze soms bijna niet meer kan verdragen. Maar voor jou, ja, voor jou, lieve Andrea, daal ik onbevreesd af in die diepten en overwin ik ze. Weet je waarom? Omdat daar niet alleen de schoonheid van mijn woorden huist, maar ook het licht dat jij voor mij bewaard hebt. Zonder jou zou deze diepte zwijgen. Jij bent het licht dat haar een stem geeft. Daarom zeg ik je: moge elk woord een klank worden die opstijgt naar jouw hemelse schoonheid, waarop ik verliefd ben tot in de hemel. Laat me deze woorden uit de diepte halen, zodat je altijd kunt luisteren naar het lied van die goddelijke drank die je ziel betovert. Hoe mysterieus is dat wel niet wat ik voel... ,ja die bron van woorden, die ik weef als een melodie...o liefste...ja omdat ik intens verliefd op u ben...Ik ken de naam ervan niet. Het is vreemd en toch zo troostend. Laat me je wang strelen, zodat mijn vuur rust kan vinden. Zonder jou zou het vuur in mij veranderen in een duisternis die alles verteert. Dit is het mysterie waar ik nu doorheen ga. Misschien heb ik het mis door je zo intens te verlangen. Zo ja, vergeef me dan, lieve schoonheid, en ik zal mijn gedachten doen zwijgen. De gedachte jou te verliezen is de afgrond waarin mijn wezen alle poorten van het licht zou sluiten. Maar zie... zelfs te midden van die duisternis heb ik het beeld van jouw ziel geplaatst. Daarom kan de duisternis niet langer heersen. Jij bent het paleis van mijn hart, en in de tuinen ervan bloeien de bloemen onophoudelijk. Elke dag pluk ik ze en leg ze als offer aan jouw wonderbaarlijk mooie voeten.   

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 4

Wie ben jij, degene die ik zo mooi voel in de diepte van mijn hart? Hoe ben je hier terechtgekomen in mij? Wat een vreemd iets... en toch wat vind ik het fijn. Ja... oh ja... wat een zegen is deze toestand... ja... Waarom, Robby?... Omdat ik voor het eerst... ja... voor het eerst echt iemand in mijn ziel heb toegelaten. Het is een vreemd gevoel, maar misschien beschrijft 'ongewoon' het beter. Vooral wanneer ik verdwaal in haar blik, en zij in de mijne. Ik denk dat we allebei hetzelfde wonder ervaren, hoewel we soms de woorden niet kunnen vinden om het te benoemen. Haar ogen... Ik verdrink volledig in hun grenzeloze schoonheid, alsof de hele vallei van schoonheid die ik ooit in de tuinen van mijn ziel heb gezaaid erin verborgen ligt. Hoe zou ik dan kunnen spreken? Hoe zou ik woorden kunnen vinden, die deze melodie verweven tot dat wat ik bedoel? Oh, hemelse bron van goddelijke nectar, geef me de juiste woorden, zodat ik de diepte kan bereiken waarover haar ogen tot me spreken... ja, tot de diepte van haar ziel, die mijn wereld binnentreedt als een nimf die uit het licht is neergedaald. Laat de zonnestralen mijn borst verwarmen, zodat zij haar hart erop kan laten rusten. Laat mijn lege borst de haven worden waar haar grote schip kan aanmeren, en verwelkom ik haar zoals een koning zijn meest dierbare gast verwelkomt. Hoe wonderbaarlijk is dit alles... oh ja... ik ben verbluft. Zo verbluft dat ik haar elke dag wil schrijven, elke dag haar gezicht wil zien, want haar aanwezigheid doet me blozen, doet me glimlachen, en tegelijkertijd laat het me de macht begrijpen die ze over me heeft. Kijk naar haar glimlach... soms verlegen, soms speels en uitdagend, maar zo mooi dat ik de rijkdom van haar ziel bijna kan aanraken. Of ze nu kleren draagt ​​of niet, doorheen haar lichaam zie ik wie ze werkelijk is. Ik zie haar licht. Mijn God... hoe puur is haar licht! Het stroomt naar me toe als een rivier van liefde en sensualiteit, een zachte energie die zelfs de duisternis in mij verzacht. Laat mijn tranen dan een vreugde zijn, want elke traan is een offer dat ik op haar lippen leg, zodat ze nooit dorst zal kennen. Die glimlach... die sprankelende ogen... haar fluweelzachte wangen... haar warme handen... alles getuigt van de puurheid die ze over mijn ziel uitstrooit. Het raakt me zo diep dat ik bijna aan haar voeten neerval. Niet omdat ik zwak ben, maar omdat ik haar herken als de kracht die me troost, en voor zo'n schoonheid kniel ik uit respect neer. En toch, ik beken... soms laat ik me expres vallen, want dan weet ik dat ze de tijd zal nemen om naast me te gaan zitten. Ik weet dat ze zachtjes tegen me zal zeggen: "O, mijn prins, sta op... mijn liefde voor jou kan niet gedijen in een lichaam dat overweldigd wordt door verdriet." Met haar hemelse stem en verleidelijke ogen, die mijn wangen strelen, smeekt ze me teder op te staan ​​en haar de dans aan te bieden waar ze zo naar verlangt. En wat zou er mooier kunnen zijn dan haar de melodie aan te bieden... de melodie van dat betoverende schouwspel waar ze zo verliefd op is? Misschien is dat precies waarom ik, in het geheim, haar prins ben. Betoverd door mijn woorden, staat ze me toe om met alle intensiteit van mijn hart over haar te schrijven, omdat het haar diep raakt, omdat ook zij er oprecht naar verlangt gezien te worden. Hoewel velen haar voorbijgaan zonder haar op te merken, is zij voor mij de vallei die ik in hemelse woorden hul, als een machtige prins, zodat ze haar weg naar huis kan vinden in een wereld vol lijden. Laat de draak in mij haar dan beschermen, haar op zijn vleugels dragen. In deze diepe liefde begrijpen we beiden wat goddelijkheid betekent, en ervaren we even wat het betekent om als god en godin te bestaan. Oh, mijn liefste... ja, jij, Andrea... ik hou van je met heel mijn wezen.  

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 3

O, lieve en mooie Andrea, hoe kan je hart overvallen zijn door een duistere gedachte? Vertel het me alsjeblieft, want mijn ziel vindt geen rust. Je doet me beven, je maakt me onrustig. Komt het door de duisternis die ik in me draag? O, mijn geliefde, de vrouw voor wie mijn hart zowel de vreugde als het verdriet van de hemel kent, zeg me... verlang je er werkelijk naar om me voor je te zien neervallen en mijn kleed van duisternis af te werpen? Is het dat wat je verlangt? Die gedachte beangstigt me, O mijn geliefde, want dan zullen mijn kleren van me afvallen en zal ik naakt achterblijven. Ik zal een deel van mezelf moeten achterlaten en mijn volledige vertrouwen in jouw handen leggen. Ja, lieve en mooie Andrea, je komt mijn hart binnen als een oneindige vreugde. Maar dit is een heilige last die je zult moeten dragen. O, mijn geliefde, ik wil je niet belasten of je ooit verdrietig zien. Kijk tedere schone die de sterren doet beven van uw onmetelijke liefde die je bezit... ik ben bereid mijn kleed van duisternis voor je af te leggen. Maar zeg me, waarmee zul je me dan bekleden? Want mijn licht is al in jouw handen, en het kleed van mijn duisternis ligt nu aan uw heerlijke voeten. Dan zal ik werkelijk vallen... Oh, mijn geliefde, til me op. Omarm me, draag me in je armen, troost me, want in deze diepte kan ik niet langer zonder jou leven. Begrijp, jij tere schoonheid van hemelse liefde, dat jij alles bent wat me rest. Welk gewaad zul je me dan geven? Zullen je handen mijn brandende woorden over tien jaar, over vijftig jaar nog kunnen dragen? Want mijn liefde voor jou zal zo groeien dat het gewaad van mijn ziel geweven zal zijn van dezelfde tederheid waarmee je handen me vandaag troosten... terwijl onze wangen rood worden, verloren in de diepte van onze blikken. Oh, alsjeblieft... laat me deze stap voor jou zetten. Maar draag me ook, zoals ik jou draag in elk moment van mijn hart.  

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 2

Met een diepe sprong... met een gevoelige snaar... met de puurheid van mijn eigen wezen... treed ik je ziel binnen, mijn liefste, niet om je te bezitten, niet omdat ik dat zou kunnen, noch om over je te heersen. Ik kom slechts om in de stilte van je hart te zitten. Luister naar mijn melodie. Ze zal je ziel strelen, ze zal de wind je haar laten dragen als een levende vlam, en het brandende verlangen dat je voor mij in je draagt zal niet langer gedoofd worden. Ik zie je ziel. Ik voel haar. Ik zie hoe ze al haar energie verzamelt om de mijne te benaderen, eerst met angst omdat deze nabijheid je nog onbekend is. Maar, stap voor stap, daal ik dieper en dieper af in mijn dans, in een dans van woorden die je zachtjes raken en je ontdoen van elk masker. Hier, in de diepte van je wezen, zijn er geen gewaden die de waarheid over wie je bent kunnen verbergen, daar zijt gij naakt, naakt in de schoonheid van wat gij werkelijk draagt. Luister dan naar de stem van wie ik ben en het geschenk dat ik met me meebreng om je hart te verheugen, zij is de dans, de melodie van ongeziene schoonheid. O, tere geliefde, jij die schittert door de mist van een turbulent leven, ik zie je worstelen om door de onophoudelijke en vluchtige stroom van de wereld te zwemmen. En toch, hoe dorstig ben je... Ik voel je ziel zachtjes de mijne raken, omdat je niet alleen verlangt gezien te worden, maar ook om getroost te worden door de mysterieuze melodie van mijn woorden, die ik weef als een spin, door hun ondoorgrondelijke charme. Ze raken je zo diep dat ik meester van je hart zou kunnen worden. Maar ik kies ervoor deze macht op te geven. Ja, mijn liefste, ik leg elk verlangen om je te overheersen terzijde, want mijn doel is zo eenvoudig: je te omhullen met woorden zo zacht als zijde, zodat je van mijn wereld kunt proeven. En hoe graag je er ook van wilt ontvangen, mijn bron kent geen begin noch einde. Ze stroomt eindeloos als een hemelse nectar, draagt ​​je ziel en ontsteekt in jou een licht als honderd sterren die tegelijk branden. Die sterren zijn jouw wezen. Want een ster heeft maar één bestemming: licht verspreiden en gezien worden. Maar kijk eens hoe diep de kennis wel niet is die ik in me draag. Ik gaf je mijn licht niet alleen zodat je het kon bewaren, maar omdat alleen jij het kunt beschermen. Je bent zo intens, ik voel je tranen, treur niet gij schone vallei, want ik zal ze vegen en als een dorstige bron in de woestijn zaaien... zo brandend is de vlam van je verlangen. Veel mannen zouden je misschien alleen maar willen veroveren en je in een zielloze liefde willen storten. Maar ik zeg je: kom met me mee naar de plek waar zielen elkaar ontmoeten en begroeten met respect, tederheid en erkenning. Uit mijn liefde voor jou laat ik rozen bloeien, zodat je kunt voelen hoe ik je in mijn hart draag en hoe ik je nader in die diepten waar woorden niet meer volstaan. Fijne schoonheid van de duizend rozen die ik bezit, gij mijn schat, mijn vurige verlangen, laat de draak in mij je leiden naar de plek waar ik je optil en je rode wangen teder kus. Begrijp echter dat dit slechts de taal is waarin engelen elkaar begroeten. En de dans die ze delen, brengt werelden voort, ontsteekt wonderen onder de sterrenhemel en verenigt wat gescheiden leek. Ik zou je duizend keer kunnen vertellen hoe wonderbaarlijk je bent, hoe zoet de geur van je lichaam is. Maar dit alles zou leeg blijven als ik mijn hart niet zou openen om je erin te dragen als een bloeiende roos. Ontvang daarom mijn geschenk: een schoonheid verweven in een melodie, een melodie getransformeerd in dansende woorden. Ja, ik geef het toe... ze proberen je te verleiden. Ik beken zonder vrees dat ik, wanneer ik in je ogen kijk, verlang naar die troost die onze zielen elkaar kunnen geven, totdat ze samen in hetzelfde hart kloppen. Oh, lieve geliefde, gouden schat die de gevoeligheid in ons wakker maakt, hoe vaak zal ik de bergen niet voor je verzetten zodat mijn koningin haar reis kan voortzetten? Zie je niet hoe groot de kracht is van de liefde die ik draag? Ze zal de geur van rozen in je verspreiden, zodat je de last van dit leven met waardigheid kunt dragen en altijd licht kunt blijven. Daarom bied ik je mijn liefde, mijn vriendschap en alle tederheid die ik bewaar voor de schoonheid die in je ogen leeft. Met een warme omhelzing kus ik je, streel ik je en fluister ik je toe, vanuit de diepte van mijn hart: Ik hou van je met een grenzeloze intensiteit. Voor altijd de jouwe, Robby  

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 1

Kijk hoe de sterren onze harten betoveren en hoe het zonlicht onze ziel troost. Maar begrijp ook deze waarheid: liefde is troost, het is de warmte die we soms missen. Woorden kunnen pijn doen, maar ze kunnen ook wonden zalven. Laat dit dan mijn geschenk aan jou zijn. Laat mijn geschenk de bloemen zijn die ik aan je voeten leg, zodat ik ze in jouw naam kan strelen en, al is het maar voor even, je last kan verlichten. Waar onze wandel ons ook heen zal leiden in dit leven, vergeet nooit dat de dagen dat je dacht dat je alleen was voorbij zijn. Vandaag heb jij talloze vrienden, omdat mijn woorden getuigen van deze waarheid. Mijn liefde leeft voort in vriendschap, en de manier waarop ik je streel, je wangen aanraak en je handen in de mijne houd, is de uitdrukking van het diepe respect dat ik heb voor wie je bent. Sterk... wonderbaarlijk... God, wat ben je mooi. Laat me dan schrijven over de liefde die we voor elkaar hebben, over de manier waarop we elkaar omarmen en door het leven dragen. Maar bovenal, mijn geliefde, laat me schrijven over het feit dat we voor elkaar bestemd zijn, dat we weten hoe we naar elkaar moeten luisteren. Net zoals de bomen hun geheim in de wind zingen, zoals de vlinders in het licht dansen en de vogels hun lied aanheffen in de ochtendgloren, zo bestaat mijn lied uit woorden die je onophoudelijk toefluisteren: "Oh, mijn liefste... mijn geliefde... wat hou ik toch veel van je! En vergeef me alles, want alles wat ik probeer te doen is de tederheid van je ziel te bereiken, zodat ik daar de dans van mijn hart kan laten klinken. Zo diep dat je me voor altijd dicht tegen je aan zult houden en me de warmte zult geven waar we allebei naar verlangen." Met al mijn liefde en diepste respect groet ik je. Sta jezelf toe de magie van deze liefde te ontvangen en neem me in je hart op. Dan zal elk spoor van het gevoel dat we ooit gescheiden zullen zijn voorgoed verdwijnen.  

Robby
0 0

The Dragon Spell

De as van zijn verbrande dorp zat nog aan Kaels kleren, maar zijn blik was strak op het Fluisterwoud gericht. Een reusachtige groene draak, Ignis, had zijn ouders meegenomen. Kael was pas veertien, ongewapend en doodsbang. Toch zette hij door. Een ritselend geluid tussen de struiken deed hem naar zijn zakmes grijpen. Er stapte geen monster tevoorschijn, maar een das met een felle, gemberkleurige baret op zijn kop. "Je loopt de verkeerde kant op, mensenkind", sprak het beest een schorre stem. Kael deinsde achteruit. "Je... je spreekt?" "Natuurlijk spreek ik," snuifde de das. "Ik ben Barnaby. En als jij Ignis wilt verslaan, heb je meer nodig dan een schilmesje. Je hebt de Dragon Spell nodig. De enige spreuk die in staat is om zijn schubben te doorboren."  Vanuit de boomgrens boven hen klonk het schrille gelach van Pip, een eekhoorn met een glanzende vacht. Zij liet zich langs een stam zakken. "En die spreuk ligt verborgen in de Ruïne van de Eerste Meester, Kael. De boze tovenaar die ooit het Gouden Astrolabium stal van de smid uit jouw dorp." Kael friste zijn geheugen op. "De smid vertelde altijd over die schat. De tovenaar wilde hem omsmelten tot het Almachtig Amulet" "Precies," knikte Barnaby ernstig. "Maar de magiër maakte een fout bij zijn duistere ritueel. Zijn eigen laboratorium ontplofte en hij verdween in het niets. De draak die hij als waakhond hield, nam de grot over. Nu bewaakt Ignis zowel de schat als jouw gevangen familie. Wij helpen je." De drie trokken urenlang samen op. Barnaby bleek een meester in het vinden van veilige paden, terwijl Pip van boomtop naar boomtop sprong om de omgeving te verkennen. Kael voelde voor het eerst sinds de ramp weer hoop. De dieren waren niet zomaar gidsen; ze deelden hun schaarse bessen met hem en hielden hem warm tijdens de koude nacht. Er ontstond een hechte band. Kael begon hen als zijn eerste echte vrienden te beschouwen. De volgende middag bereikten ze de magische doolhofmuren van de ruïne. Grote, levende klimplanten met scherpe dorens versperden de weg. "Mijn taak zit erop, Kael," zei Barnaby plotseling met een weemoedige blik. "Doolhoven zijn niks voor dassen. Maar ik leid de vleesetende planten af zodat jij erdoor kunt." Voordat Kael kon protesteren, groef Barnaby zich met razende snelheid onder de wortels door, waardoor de planten luidruchtig begonnen te trillen en te happen naar de grond. De weg was vrij, maar Barnaby was diep in de aarde verdwenen om niet meer terug te keren. Kael slikte de angst weg en rende samen met Pip de ruïne in. In de ijskoude centrale kamer vonden ze een stenen altaar met een blauw gloeiend perkament. "Lees het hardop," fluisterde Pip, terwijl hij alert op Kaels schouder sprong. "Zodra de woorden je lippen verlaten, nestelt de magie zich in je geest." Kael las de hoekige letters op het eeuwenoude document: "Ignis vincere, vincula abrumpere." Een warme schok golfde door zijn armen. De letters verdwenen, om zich vervolgens in zijn geheugen te branden. Net toen Kael Pip wilde bedanken, klonk er buiten een angstaanjagend geluid. De draak was in aantocht en landde pal voor de smalle uitgang van de ruïne. "Ik leid hem af. Zorg dat je zo snel mogelijk de kooi opent!", riep Pip vastberaden. "Nee, Pip, het is te gevaarlijk!" riep Kael, maar de eekhoorn schoot al als een bliksemschicht door de spleten van de muur, vlak langs de neus van de draak. Ignis sloeg een kreet en zette de achtervolging in, verder en verder van het labyrint. Pip lokte het monster weg, maar Kael wist dat de kleine eekhoorn niet meer terug zou kunnen komen. Hij was nu echt alleen. Met een zwaar hart maar vol vastberadenheid rende Kael naar het hol waar de gevangenis moest zijn. De temperatuur verstike hem. Achterin de grot zaten zijn ouders in een ijzeren kooi. Naast hen glinsterde de gestolen schat van de smid: het Gouden Astrolabium. Plotseling verduisterde de ingang. Ignis was teruggekeerd, met goudgele ogen die brandden van woede. Er was geen das meer om de weg te wijzen, en geen eekhoorn om de aandacht af te leiden. Kael stond er alleen voor. "Een kind," morde de draak, terwijl de grond trilde. "Dacht je echt dat je mijn buit kon stelen?" Ignis sperde zijn muil open en spuwde een huizenhoge muur van vuur. Kael sloot zijn ogen niet. Hij dacht aan zijn familie, en de geofferde zielen van Barnaby en Pip. Hij hief zijn handen en riep met alles wat hij in zich had: "Ignis vincere, vincula abrumpere!" Een ijsblauwe lichtstraal schoot uit zijn handpalmen. De straal spleet de vuurzee doormidden en trof de draak recht in zijn borst. De ondoordringbare groene schubben begonnen te barsten als glas. Met een laatste knal die alle oren verdoofde stortte het reusachtige beest ineen. De kooi van zijn ouders sprong open. Kael rende naar hen toe en viel in hun armen. Hij had zijn familie gered en de dorpsschat heroverd. Terwijl ze de grot verlieten, keek Kael nog één keer om zich heen in het Fluisterwoud, dankbaar voor de vrienden die hem tot aan de drempel van zijn overwinning hadden gedragen. 

Deejay
0 0

Par Ody Goes to a Magical School (working title; Harry Potter parody)

Before I begin; I've decided to try my hand at parody writing. Parodies are some of my favourite things in the world and I've honestly always wanted to create some of my own based on my own favourite novels and movies. This is merely the first, un-edited draft, of the first few pages.            Par Ody was a 37 year old unemployed loser who seemed to attract bad luck his entire life. From falling off a cliff while learning to ride a bike, because his father was drunk off his ass. To being arrested for trying to warm himself while being homeless. All the way to being sentenced to 6 months in jail for writing a book. Par was just that guy no one really wants to see succeed, and everyone loves to see fail. Was he mean-spirited? Cruel? Lazy or stupid? Not at all. Par was actually the nicest guy you’d ever meet. In fact, he was so nice that people instantly hated him. An odd thing, Par always thought. But it never stopped him from being nice all the same.  We begin Par Ody’s story at 37. Why? Because I’m 37 and I’m the author. Don’t ask stupid questions.  Anyway; We begin Par Ody’s story at the ripe age of 37. Though you wouldn’t know by looking at him, or by observing his behaviour and personality. He looked, and acted, like a man at least a dozen years younger. He had just been released from prison for having written, and self-published, a novel. The thousandth and third attempt of the young man to try and make something of his life. But little did he know that it was forbidden for the unemployed to work in the arts. At least, in his country.  Having no family, being completely friendless and penniless; Par was walking home that night. Though, he did not really know where home would be. He had lost his appartment, a broom closet under the stairs in the home of an angry old woman, her husband and their spoiled fat son. After all, the poor guy had been locked up in prison for 6 months and had been unable to pay them rent. As he was walking he contemplated on where to go. Back to his home village, where all knew him, but also hated him. Or would he go somewhere new? Perhaps the neighbouring village? Or maybe, just maybe, he could finally leave the country and go to a whole new place? Meet new people, and have a new life. A fresh start.  The idea intrigued Par just enough for him to decide to turn around and walk in the other direction. He would go however far his feet could take him. It didn’t matter how far, it didn’t even matter where. As long as it was a place where no one knew who he was, or where he came from. He walked so long that morning had turned into midday and midday into evening. Nighttime fell and the stars coloured the sky with their bright and shiny hopefulness. Par had always loved the night sky. He had arrived in a small rundown town that seemed to be completely vacated; ‘Patrick’s Hollow’ it was called. There stood a small church in the middle, and about a dozen houses formed the entire town around it. It almost looked like a movie set. Several of the homes seemed to even have holes in their roofs, giant holes where snow seemed to trickle in.  Odd, Par thought. Because it was summer, last he checked.  The deeper Par walked into Patrick’s Hollow, the more eerie it seemed to become. As if the little quaint town did not want him there. There was even a wailing, in the wind. A voice, a female voice. Ghostly and scary; gnarly and demanding. “Leave this place!” The wailing voice whispered loudly in Par’s ear.  “But I need a place to rest my head”, Par exclaimed. “Please, just for the night”, he begged the invisible voice.  “Okay, fine. But I want you gone first thing in the morning”, the wailing voice said as it drifted away in a sudden gust of wind.  When morning came the very next day Par was awoken by a large and hairy man spooning him. He swung his arm around our middle-aged hero and pulled him closer just before he could escape.  “Yer, mi spooning bud, friend”, the man said in a deep baritone voice. His warm stinky breath fell on Par’s neck, sending shivers throughout his entire body.  “Please .. I .. I must be going. I promised the wailing voice I would leave first thing in the morning”, Par said in a panicky voice.  “Hold yer worries, friend” the hairy man told him. “Beargrit’ll protect ya”, and he pulled Par closer once more. As he did, Par felt something poke his back, and felt it search its way even lower.  “No, what are you doing? What is that? Please, don’t rape me .. I  … I just came out of prison..”, Par said, with a sad voice.  “I ain’t gon’ rape ya, friend”, the baritone voice of the man named Beargrit said. “That’s jus’ mi umbrella”, he giggled and pulled out a pink umbrella with kitten ears on them. “See?” he said as he released Par from his clutches and our middle-aged hero quickly scurried to the other side of the room. “The name’s Beargrit”, the man said. For the first time Par could get a good look at him. He was tall. Taller than tall, even. The tallest man Par had ever seen. And hairy, so hairy you could barely see his face. Only a big fat nose popped out of his hair and beard covering his face. And a belly so huge it looked as though someone was hiding underneath his coat. “I is the groundskeeper of Porcus Verruca, the magical school for misfits and outcasts”. He said it like it meant something. With such pride that it intrigued Par, even if only a little.  “I .. Porcus what now?” Par asked rather confused.  “Porcus Verruca”, Beargrit said proudly. “We couldn’t use the H word, after all”, he joked and was met with a confused and blank stare from Par. “It’s THE magical school! Best in the world!”  “A magical school?” Par said, sarcastically. His eyebrow raised. “Really?”. “Oh, a non-believer, eh? Classic Fuggles”, the big man shrugged.  “..fuggles..?” Par asked. His confusion grew with every minute and every word Beargrit told him.  “Non magic folk”, Beargrit told him. “Like yous .. although”, he leaned in closer and removed the hair from his eyes. Revealing two larger than life green eyes filled with wonder. “Ya did hear the wailing voice .. so there must be some magic in ya”, he chuckled. “What’s yer name anyways?”. “I .. My name is Par Ody”. “Okay, Parody. Where’s yous from? Where’s ya goin” The big friendly giant asked.  “It’s Par Ody, and I .. I guess .. I guess it doesn’t really matter anymore where I’m from. Because I’m never going back. As far as where I’m going, I have no idea. Away from where I came, I guess?” “So .. homeless is ya?” Beargrit his the nail right on the head.  “Y..yeah, I guess”.  “How’s ‘bout yous come with me, I’ll hire ye ta be mi assistant”, Beargrit smiled a bushy hairy smile as his beard mixed together with teeth. Par tried to look away, but could not divert his eyes from this new horror he had unwillingly discovered. But, as he had no other options, he meakly said;  “Ok”. “Good, good! We’ll leave in a jiffy”, Beargrit replied. “I’ll go prepare mi bike before we’s leave, ey?” “O..Okay”, Par said. And he watched the large man walk out of the room. “Why does his accent keep changing?” Par mumbled to himself.   

K.L. Runaya
0 0