Lezen

Kwestie van Smaak

Sneakers in schreeuwerige kleuren, oversized roze H&M-truien, Birkenstocks onder loopshorts ... De minder grote Hans Verhaegen-fans durven al 'ns beweren dat ik geen smaak heb. Nochtans leerde mijn leraar Latijn me ooit: de gustibus et coloribus non disputandum est. Dat is een eloquente manier om te zeggen dat de ander z'n bakkes moet houden over je fluoroze Nike Air Max'en. En ondertussen heb ik toch maar mooi laten vallen dat ik, ondanks mijn voorliefde om proza te schrijven over pipi, kaka en mezelf 7 keer per dag nostalgisch afjassen op oude Hilary Duff-films, wel degelijk behoorlijk geschoold ben. Maar ik moet ze gelijk geven, de haters. Sinds begin maart kan ook ik niet meer ontkennen dat ik een slechte smaak heb. Het begon zoals bij velen met het uitvallen van m'n smaak- en reukzin door wat waarschijnlijk COVID was. Niet meteen een ramp als je weet dat andere slachtoffers van Het Virus in afgezonderde ziekenhuisafdelingen afscheid moeten nemen van hun familieleden via een Medion-tablet. Hartverscheurend, zo vlak voor je deze planeet een laatste toedels toehoest, moeten beseffen dat je niet eens een iPad waard bent. Met zo'n gruwelijke taferelen in gedachten ga je niet snel zeuren omdat je bosvruchtensmoothie, je boterhammen met Samsonworst – don't judge, de gustibus... – je steak béarnaise met frietjes en de vagina van de DHL-bezorgster allemaal naar hetzelfde smaken, namelijk niks. Die leraar Latijn van me was overigens een blok massieve pudding van 1,5 kubieke meter die míj uitlachte omdat ik klein was voor m'n leeftijd. Ach, ook humor is een kwestie van smaak. En smaak had de man wel. Aan zijn adem te ruiken vooral whiskysmaak, in een flaconnetje dat zich graag liet openen tijdens springuren in verlaten leraarslokalen. Wat snel opzoekwerk verraadt dat de gefermenteerde pudding het nooit verder geschopt heeft dan leerkracht Latijn, terwijl ik ondertussen maar mooi de meest gelezen column van alle Hans Verhaegens in de Benelux schrijf. Met hubris kom je nergens. Dat laatste is wat mijn leraar Grieks me leerde – behoorlijk geschoold, remember – en is een eloquente manier om te zeggen dat de ander niet dikkenekkerig of neerbuigend moet doen, zeker niet als de persoon in kwestie uit 1,5 kubieke meter pudding bestaat, überhaupt geen nek lijkt te hebben en amper groter is dan een leerling die op z'n groeispurt wacht. Hoe onvergeeflijk ruk de tablets in de ziekenhuizen ook mogen zijn, als je zo een paar weken zonder geur of smaak zit, begin je op den duur toch te jammeren. Hoopvol was ik dan ook, toen ik merkte dat er hier en daar wat beterschap de kop opstak. Een verre herinnering aan bosvruchtensmaak, een licht aroma van Samsonworst … Nu, maanden later, draaien m'n twee beschadigde zintuigen bijna terug op volle toeren, afgezien van één vette, vieze voetnoot, want sinds kort ruiken en smaken bepaalde voedingsmiddelen, kruiden en planten naar een mengeling van rotte eieren, verroest metaal en bierscheet. Zo smaakt kip naar rotte eieren – of eieren naar rotte kip, afhankelijk van je standpunt in het de-kip-of-het-ei-debat. Prei en ajuin ruiken naar een Chirofuif die een nacht lang in iemands darmen lag te gisten. Gebarbecued vlees doet denken aan gezouten GFT-bak. En mijn zelfgemaakte spaghettisaus smaakt alsof je Sean D'Hondt aan het rimmen bent, al beken ik dat dat laatste altijd al zo was en niets met m'n smaakprobleem te maken heeft. Hoewel de coronacijfers de laatste weken weer goed aan het stijgen zijn, kan ik me toch niet van de indruk ontdoen dat de meeste mensen er nog maar weinig om geven. Uit de goedbevolkte terrastafeltjes leid ik alleszins af dat ik op vlak van wiskunde niet behoorlijk geschoold ben of dat veel mensen blijkbaar de ouders en schoonouders niet in hun bubbel van vijf hebben steken. Ziekenhuisopnames en crappy Aldi-tablets schrikken niemand meer af. Daarom stel ik voor dat Maggie, eloquent als ze is, onze bevolking vertelt dat als ze zo blijven verder doen hun eten binnenkort naar, tja, kak smaakt. Het kan maar helpen. En zo heb ik wederom mijn steentje bijgedragen aan het bedwingen van die drommelse coronacrisis. Als het niet stoort, rond ik dan hier graag af, want ik had beloofd om m'n pennenvriendin Eveline nog een filmpje te sturen met de vraag of ze m'n spaghettisaus eens komt proeven.

Hans Verhaegen
3 0

Content burnout

Op 14 september lanceert de Belgische streaming service Streamz. Op 15 september komt de online dienst van de hartverwarmende kinderentertainmentracist Walt Disney in België beschikbaar. En op 16 september moet ik naar de tandarts, maar dat is hier misschien naast de kwestie. Feit is dat er weer heel wat nieuwe content staat te wachten om door onze bingewatch-hongerige oogjes verorberd te worden. En ook dat ik met mijn muil vol weggebeitelde tandplak ga liggen bloeden in een stoel, maar wederom, naast de kwestie. Voor we van die verse content kunnen smullen, moeten we eerst het zachte prijsje van 11,95 euro per maand (Streamz) en 69,99 euro per jaar (Disney+) betalen natuurlijk. Geen geld, ware het niet dat we ondertussen maandelijks al heel wat 'geen geld' uitgeven aan soortgelijke services. De tijd dat we uitsluitend een kleine 10 euro per maand voor Netflix betaalden, ligt al even achter ons. Wie vandaag niet oppast, telt makkelijk 40 euro per maand neer, bovenop dat kabelabonnement, internetabonnement, de huur van de digicorder en nog wat onduidelijke kosten die ervoor moeten zorgen dat John Porter van Telenet 's middags z'n boterhammen met truffelsla kan blijven opsmikkelen. En aangezien je betaalt voor al dat entertainment, kan je het 's avonds maar beter een paar uur laten renderen. Een tijd terug betrapte ik mezelf erop dromerig uit het raam te staren in plaats van m'n tijd waardevol te besteden met mijn ogen op een scherm. Als straf heb ik dan maar het eerste seizoen van The Crown gebinged tot in de vroege uren. Niet dat het me interesseerde, maar het was me nu eenmaal al te veel aangeraden door anderen. Laten we even ons oog werpen op Streamz. Eerst en vooral wil ik het creatieve team dat deze naam heeft bedacht een welgemeende congratz overbrengen. Eenvoud siert. So what dat niemand iets durfde te zeggen wanneer die manager, high van z'n eigen marketingscheten, luidop dacht: 'en als we die s nu eens in een z veranderen?' So what dat de kidz van 10 jaar terug al een acute oogrolaanval kregen van dat z-gebruik? Al hadden ze de dienst Yeet Yeet Streambruh genoemd, dan nog moet het komen van de content. En die content spreekt boekdelen. Zo is er de serie Black-Out, waarin Geert Van Rampelberg verdwaasd wakker wordt in een industriële afvalcontainer en hij zich moet zien te herinneren waarom hij in godsnaam verkleed is als zwarte piet. Oh ja, er is nergens stroom en de batterij van zijn gsm is plat. Ik mag er niet aan denken! Nu heb ik van horen zeggen dat Van Rampelberg al wel eens vaker tussen lege flessen wakker wordt met een blackout, dus ik ben zeer benieuwd hoe deze schat aan levenservaring zijn acteerprestaties naar een nog hoger niveau zal tillen. Verder is er De Bende van Jan De Lichte, waarin Matteo Simoni de baas van een transportbedrijf speelt die als eerste in Vlaanderen een transgender achter het stuur van een vrachtwagen zet. Een geweldig idee als je 't mij vraagt, want het wordt eens tijd dat het camioneursmilieu mee evolueert met de maatschappij en wat minderheden tewerkstelt in plaats van die meerderheidsgroep van witte hetero mannen met een rijbewijs C die zich elke nacht naast de E40 de ziel uit hun lijf laten zuigen door hun mannelijke concullega's. Disney+ belooft dan weer om bij de lancering drie nieuwe films voor de kijkers te serveren. De eerste, Zwarte piet gaat naar de RVA, belicht de kant van een zwarte, alleenstaande man die drie kinderen moet onderhouden en uit noodzaak overal zwarte piet gaat spelen, maar plots geen werk meer krijgt door de komst van de roetpieten. Een moreel vraagstuk, dat zowel de conservatieve Vlaming als de woke-community heel wat stof tot nadenken zal geven. Disney vertelt er trots bij dat we Johnny Depp, die de rol van de alleenstaande vader vertolkt, zullen zien zoals we hem nog nooit zagen. De tweede film, die eveneens bewijst dat Disney de moeilijkere hedendaagse topics niet uit de weg gaat, is een vervolg op De Kleine Zeemeermin II en toont hoe de aan lager wal geraakte Ariël tegenwoordig orderpicker is in een magazijn van Amazon om haar crackverslaving te financieren. Een derde film vertelt het verhaal van een Syrisch vluchtelingetje dat aanspoelt op het strand, z'n familie niet meer terugvindt, maar geadopteerd wordt door een wit gezin en verder nooit nog achterom kijkt omdat het eigenlijk toch allemaal wat ver van z'n bed is. Van een geslaagde Westerse integratie gesproken! Ikzelf zit echter al een paar maanden met een heuse content burnout. Wekelijks moet ik een dozijn podcasts zien te beluisteren, mijn YouTube-idolen en hun vlogs volgen, minstens een Humo en een ander boek lezen, de nieuwste albums beluisteren op Apple Music en dan nog het maximum zien te halen uit Netflix en Apple TV+. Series kijken staat tegenwoordig bij in het rijtje van verplichte huistaken zoals stofzuigen, onkruid wieden en het gras afrijden. Ga ik dan geen abonnement op Streamz of Disney+ nemen? Natuurlijk wel. Waarover moet ik anders praten met m'n tandarts woensdag? De FOMO in mij zou trouwens niet willen dat ik niet meer coolz ben. Sksksk! Tot volgende week, boomers.

Hans Verhaegen
7 0

Racisme in Brussels Regenbooghuis.

Over racisme in de LGBT-gemeenschap.            In een interview met Zizo (Zizomag) laat Rachael Moore, coördinator van het Brusselse Rainbowhouse uitschijnen dat de ‘witte’ LGBT-gemeenschap (begrijp: cisgender witte homomannen) racisme in de eigen gemeenschap niet onder ogen willen zien. Toen ik haar daar over aansprak, schreef Moore in een persoonlijke mail naar mij en in naam van het Rainbowhouse dat “witte mannen in onze geschiedenis nooit zij aan zij stonden met mensen van kleur.” Het kapen van een zinvol debat rond racisme lijkt bon ton te zijn in de media en sluipt nu ook de LGBT-gemeenschap binnen. Met mijn betoog wil ik aantonen welke kans Moore aan zich voorbij laat gaan omdat zij met haar persoonlijke verontwaardiging het debat steriliseert en zichzelf in de voeten schiet door mensen in de eigen gemeenschap aan te vallen in plaats van structuren in de maatschappij. De identiteitspolitiek en vooral de dogmatische politieke correctheid die Moore in het Regenbooghuis hanteert, is verbluffend, contraproductief en vooral discriminerend. Dat kan tellen voor een huis dat welzijn bij LGBT’ers wil promoten. Volgens de coördinator lijkt welzijn voor bepaalde mensen uit de LGBT-gemeenschap toch niet besteed aan iedereen binnen die gemeenschap. Ook het feit dat zij alles en iedereen reduceert tot huidskleur, past helemaal niet in een inclusief project binnenin de LGBT-gemeenschap. Tenslotte wil ik ook het cultuur cancelen die het Regenbooghuis in Brussel hanteert, aankaarten en een oproep doen om snel aan het serieuzere werk te beginnen, de ego’s en de incompetentie achterwege te laten en er te zijn voor de hele LGBT-gemeenschap               Moore stelt dat de wereld waarin witte en zwarte mensen zij aan zij stonden, als gelijken, niet bestaat en nooit heeft bestaan. Ook schrijfster Fleur Pierets bezondigt zich in een column in De Morgen aan het conformistische politiek correct denken wanneer zij een oproep doet om ‘witte’ LGBTQI+-mensen mee te hebben in de strijd tegen racisme met een lichte toon van verwijt want “het allerminste dat de witte LGBTQI+-gemeenschap naar mijn mening kan doen is zij aan zij gaan staan met hen die op straat komen voor hun bestaansrecht.” Het allerminste? Pardon? Wat hebben die witte mannen (en vrouwen) dan niet gedaan? Het is tijd voor een update, voor een reminder aan onze gemeenschappelijke geschiedenis en pistes uit te denken welke mensen en strategieën nodig zijn om in onze gemeenschap voor iedereen te zorgen.             Ik zeg het meteen: blanke homomannen hebben nooit de strijdarena verlaten. Nooit. Ik trek bewust een parallel met HIV/aids. De ravage uit de jaren ’80 en ’90 van vorige eeuw heeft veel machtssystemen blootgelegd die duizenden doden op het geweten hebben. Daardoor hebben veel 50-plussers van vandaag hun vrienden verloren. Ik heb toen ook vrienden verloren. We leefden elke dag met angst en heel ons sociaal leven werd erdoor gekleurd. De dood was iedere dag aanwezig. We werden afgerekend op onze seksualiteit, op onze huidskleur, op onze afkomst, op onze eisen voor gelijkheid, op onze identiteit, op onze ziekte. We waren de pest. We werden uit onze jobs, onze woningen en onze relaties gezet. Niet onze sekspartners waren onze vijanden, niet de naalden die we deelden voor onze drugs waren onze vijanden, niet het bloed dat we via transfusie kregen was onze vijand. Een lakse overheid, een machtig medisch orgaan, politiek correct denken en de hebzucht van de labo’s waren onze vijanden. Dus gingen we op zoek naar bondgenoten. We verenigden ons in vzw’s, creëerden onze eigen safe spaces en we gingen terug studeren om mondig te worden, weerwoord te bieden en kennis te vergaren. We kwamen op televisie en in de media om te zeggen dat we aan het sterven waren. We zochten verder naar bondgenoten. Homomannen waren de meest getroffen personen en ook het meest gemakkelijke doelwit. En toch hebben blanke homomannen niet voor eigen blanke gemeenschap gestreden. HIV kende en kent nog steeds geen kleur. HIV maakt geen onderscheid tussen blank en zwart. Aids wel. Hetzelfde geldt voor racisme. En dan moet je kijken naar structuren, niet naar mensen. Wanneer je naar de archieven van die periode kijkt, zie je dat we mannen, vrouwen en transgender personen van alle kleuren waren. Ook de archieven van pakweg De Rooie Vlinder uit 1978 laten duidelijk zien dat blanke mannen én vrouwen samen met zwarte mannen en vrouwen zij aan zij stonden in de strijd voor gelijkheid. In de tentoonstelling in Brussel afgelopen zomer over feminisme in België “Vrouwen vrij, een andere wereld” ging het ook niet enkel en alleen over blanke heterovrouwen. In 1985 liep ik als 17-jarige rond met de badge “Touche pas à mon pote”. In de jaren 2000 hebben we met man en macht sociale rechten opgeëist – en gekregen - voor iedere seropositieve sans-papier. Zwarte vrouwen en mannen werden naar het land van herkomst in Afrika teruggestuurd waar geen aidsremmers ter beschikking waren. We hebben ook de rechten van de patiënt laten gelden. In 2002 hebben we in Parijs tegen Le Pen betoogd toen de man bijna als president werd verkozen. Extreemrechts, grootste partij, zegt u dat iets? En je moet echt een opportunistische activist(e) zijn als je de tentoonstelling over Keith Haring niet gezien hebt. Zeg me dus nooit, nooit meer dat we nooit iets samengedaan hebben. En schrijf nooit meer dat het minste wat we kunnen doen, zij aan zij gaan staan is. Het met de vinger wijzen naar die blanke homomannen moet stoppen. Het moet stoppen met beledigingen te sturen aan het adres van duizenden activisten en duizenden doden. We hebben veel gedaan en we kunnen nog veel maar de breuk die deze polariserende politiek neerzet, verlamt een hele strijd in eigen gemeenschap.             Homo of lesbisch zijn in de zwarte gemeenschap ligt zeer gevoelig. Dat zijn pistes die we vandaag in onze gemeenschap moeten durven bewandelen, ook al is niet iedereen queer. Bovendien identificeert niet iedereen zichzelf via zijn of haar huidskleur. Blanke holebi’s hebben nooit in de plaats van mensen met kleur gestreden. Integendeel. Activisme doe je niet via een column in de mainstream media of op een YouTube-filmpje. Het is tijd voor opnieuw ‘wij’ denken. Het is hoogtijd om activisme te reactiveren, de speeltuin te verlaten en aan het werk te gaan. Tijd om samen het monster racisme samen in onze gemeenschap te bestrijden. Nog volgens het Rainbowhouse en Rachael Moore heb ik als ‘witte’ cisgender homoman niets te zeggen. Moore stelt dat ik nog steeds van mijn witte privileges geniet. Ik zeg het meteen: ik ben niet geprivilegieerd. Geprivilegieerd zijn rijke mannen of vrouwen van alle kleuren die hun verdiensten en privileges te danken hebben aan hun naam of hun aandelen. Ik vecht zoals zoveel andere stilzwijgende Belgen nog iedere dag voor gelijkheid voor iedereen. In mijn job als leerkracht bijvoorbeeld. Mijn ‘witte’ maar blijkbaar toch niet-geprivilegieerde grootouders hebben hun godganse leven gewerkt om alleen even arm als de straat te blijven en even arm te sterven. Arbeiders kwamen op straat en verloren ook hun leven: Een onvergetelijke bloednacht.  Deze overwinningen zijn systemen waar Moore ook vandaag van geniet. Hoe comfortabel is het toch om een gerieflijk forum in de media te krijgen maar daar helaas niet verder komen dan roepen, tieren, cancelen, deleten en zeggen dat het vermoeiend is.             Ik zie een generatie die het graag over ‘ik’ heb. Een generatie, verwend, onopgevoed en die er niet in slaagt, op geen enkele manier, om de erfenis van het activisme over te nemen en om te zetten in daadwerkelijke en urgente veranderingen in onze maatschappij. Wil deze generatie écht politiek dwingen de wetten aan te passen? Heeft deze generatie de kennis en de ervaring genoeg om politiek sterk te staan, het verschil te maken en te zorgen voor iedereen in de maatschappij en de eigen gemeenschap? En is het constant refereren naar Wikipedia en UberFacts écht zo kritisch onderbouwd?             Tenslotte is er vanuit de LGBT-gemeenschap veel kritiek geuit op het verhaal rond het fresco van Ralf König en die je kan bewonderen in de Brussele Lollepotstraat. Volgens Moore en het Rainbowhouse is deze fresco een racistische afbeelding. Ralf König heeft een weerwoord op zijn website geschreven Ralf König. Het illustreert de povere kennis van de eigen geschiedenis en het onvermogen om kunst in de tijdsgeest te plaatsen. Ik ben tot op vandaag nog steeds razend kwaad omdat mijn geschiedenis door het politiek correct denken van het Brussels Regenbooghuis niet meer mag bestaan. De blanke homopersonages worden op dit fresco overigens ook niet zeer flatterend en eerder cliché gewijs afgebeeld maar geen enkel blanke haan die daar naar kraait. Zelfs Moore lijkt niet verontwaardigd te zijn maar daar zegt ze niets over. Ik daag het Regenbooghuis openlijk uit om de eigen geschiedenis te kennen, te kaderen, te koesteren, te respecteren en vooral weten te waarderen.             Racisme bestaat ook in de LGBT-gemeenschap zoals in alle lagen van de bevolking en alle gemeenschappen maar je moet toogpraat weten te onderscheiden van serieuze haatpraat die machtsstructuren hanteren. De bron van die structuren vind je in de politiek, religie, onderwijs, justitie, gezondheidszorg, de media maar evenzeer in de cancel/delete cultuur die dogmatische activisten hanteren. Wil je racisme in de LGBT-gemeenschap blootleggen, zal je toch met meer concrete feiten naar boven moeten komen. En ook je bedoelingen uitleggen. Suggereren dat de Brusselse Kolenmarkt een straatje is voor witte cisgender homomannen is volledig van de pot gerukt. Moore en het Rainbowhouse promoten eerder een eigen agenda van identiteitspolitiek dan daadwerkelijk racisme in de eigen gemeenschap te bewijzen en aan te pakken.             Racisme is overal en nergens. Racisme is even zichtbaar als verdoken. Maar daarom moet je je hoofd nog niet in het zand steken. Iemand die een Rainbowhouse leidt, moet verbindend zijn, er staan voor iedereen en geen leugentjes rondstrooien of er een eigen persoonlijke agenda op nahouden. Overheden die deze instellingen subsidiëren zouden zich daar ook bewust van mogen zijn. Of duidelijker zijn in de communicatie: “Witte cisgender homomannen niet welkom.” En dan kunnen we de oproep van Pierets meteen in de vuilnisbak gooien. Voor haar moeten we samen opkomen, voor Moore kan dat echt niet en zal dat ook nooit gebeuren. Mensen zijn niet alleen mensen met kleur. De dictatuur van deze identiteitspolitiek drijft progressieve LGBT’ers weg van een hele gemeenschap, enkel en alleen om de persoonlijke agenda van een identiteitspolitiek uit te voeren. Het valt dan ook niet te verwonderen dat vele holebi’s verschuiven naar N-VA, sommige zelfs naar Vlaams Belang. Met hun so called activisme verliezen ze echter ook hun eigen bondgenoten en dat zijn heus niet enkel en alleen die gemene blanke cisgender homomannen waar continu naar verwezen wordt. Hier moet ook een alarmbel afgaan maar dogmatische activisten blijven doof, blind en vooral afwezig voor deze signalen. Vandaag zetelen 23 parlementsleden van het Vlaams Belang in het Vlaams parlement, 7 leden in de Senaat, 18 in het federaal parlement, 3 in Europa, 1 in Brussel en 2 zitjes in de Raad van Bestuur van de VRT. Dat zijn er 54 te veel. Moeten we ons daar beter niet mee bezig houden? Ik woon in het hartje van Brussel. Vanuit mijn woonkamer heb ik zicht op de Sint-Michiel en Sint-Goedele kathedraal. Ik denk vaak hoeveel tijd, hoeveel bloed, hoeveel zweet en hoeveel miserie het niet gekost heeft om die daar te zetten. Hoeveel sociale strijden de verschillende lagen van dit meesterwerk dragen. De kathedraal staat daar nu al zolang, als een architectonisch wonder. Zo is ook eender welke sociale strijd anno 2020 er een van intelligent en gefundeerd voortbouwen op de steenlagen in onze maatschappij die ook met zweet, bloed, tranen en miserie, vastgeklonken en verankerd in de geschiedenis staan. De strijdtechnieken van de dogmatische politiek correcte activisten zijn achterhaald. Ze dienen enkel individueel ongenoegen en staan in fel contrast met een historisch beladen collectieve strijd. De strijd tegen verondersteld racisme in de LGBT-gemeenschap heeft nood aan serieuzere actoren en strategieën die discriminerende realiteiten en machtssystemen die elk individu van ons en onze gemeenschap aanbelangt, blootlegt. Moore wil liever de LGBT-geschiedenis herschrijven. Laten we dat vooral niet doen maar laten we eerder ons bouwwerk verderzetten met alle lagen en kleuren van onze gemeenschap. Het speeluurtje is voorbij. Het is tijd voor een groot debat met alle actoren over alle generaties heen om ook voor iedereen in onze gemeenschap een veilige plek in de wereld te creëren. Ik ben als cisgender homoman zeker van de partij. Foto in bijlage: © Pierre Maraval: 1000 regards contre le sida.

Erwin Abbeloos
1 0

Op afstand

"Je weet achteraf nooit hoe je droom begon", hoorde ik een personage in een film zeggen. Het klopt. Je herinnert je alleen een gedeelte bij het wakker worden. Vervolgens zeg je tegen de persoon die naast je ligt, of tegen jezelf: "Wat een rare droom." Zo droomde ik onlangs dat Frank Deboosere naast ons bed stond. Al kon het geen droom zijn, want ik lag amper in bed en was klaarwakker. Toch dacht ik: "Ik droom." "Hoor jij dat ook?", zei ik tegen mijn vrouw. "Frank Deboosere is hier." Ik dacht dat ze ging zeggen: "Vraag eens wat voor weer het morgen wordt, dan weet ik wat aandoen", maar ze sliep rustig verder. Ik wist snel wat er scheelde. De tv was aangesprongen. We hebben een nieuwe Digibox, met natuurlijk een aparte afstandsbediening. Als ik de tv uitzet, en niet de Digibox, springt de tv soms terug aan. Ik kan het niet verklaren, maar het gebeurt. Het is me wat met die afstandsbedieningen. Onze buurvrouw Lisette kan erover meespreken. Naast het kastje van de tv, de Digibox, de tuner, de radio en de thermostaat lag een nieuwe afstandsbediening, maar dat had ze niet gezien. Het lag op de plaats waar normaal dat van de tv lag. Ze drukte blindelings op de aan/uit knop, maar er gebeurde niets. Al meende ze een gezoem te horen. Ze drukte nog een paar keer, maar niets. Plots ging de bel. Het was overbuurman Jos. "Lisette, ik denk dat je een kortsluiting hebt", zei hij. "Inderdaad, de tv doet het niet", antwoordde ze. "En jullie garagepoort blijft maar open en dicht gaan”, zei Jos. "Oei, daar moet ik Frank naar laten kijken. Merci Jos". En ze duwde de deur dicht. "Frank, nondedju”, vloekte ze. “Gij met uw automatische garagepoort. Al die stomme kastjes ook.”  

Rudi Lavreysen
8 0

Het familiaal wetenschappelijk kapitaal

Net op tijd val ik binnen in het auditorium. De zaal zit afgeladen vol met universiteitsstudenten. Ik ben er één van. De prof die vooraan staat, kijkt de zaal rond en begint zijn betoog: ‘goeiemorgen dames en … heer.’ Iedereen kijkt rond en jawel, er zit één mannelijke student in de zaal. We kennen hem allemaal. Normaal zouden er nog twee andere mannelijke studenten in de zaal moeten zitten, maar die hebben na onze uitgaansavond van gisteren blijkbaar minder karakter dan ik. Drie mannen versus meer dan honderd vrouwen, dat is de realiteit in een opleiding Pedagogische Wetenschappen. Waarom kozen al die vrouwen en die drie mannen pedagogische wetenschappen en geen STEM richting, hoor ik u denken? De laatste jaren blijkt het criterium ‘wetenschappelijk kapitaal’ steeds crucialer in de studiekeuze voor een STEM richting. Sociologe Louise Archer onderzocht het wetenschappelijk kapitaal en kwam tot de bevinding dat vooral mensen uit de onmiddellijke omgeving interesse in STEM wekken. Ze noemt dit family science capital: wie opgroeit in een gezin waarin één of beide ouders beroepsactief zijn als wetenschapper of als ingenieur hoort thuis aan de keukentafel specifieke gesprekken. Deze gesprekken kunnen de belangstelling voor een STEM richting wekken. In haar onderzoek bij 1700 Britse jongeren vond ze dat de 92 meisjes die bijzondere interesse hadden in wetenschappen, er meer dan 60% opgroeiden in een gezin met een hoog family science capital. Waarom er dus zoveel dames kiezen voor humane wetenschappen, zoals bijvoorbeeld pedagogische wetenschappen en niet voor een STEM richting? Reken en tel. Het family science capital hier in huis is laag. Na een korte check van de familiestamboom kan ik meedelen dat er slechts één grootouder positief bijdraagt aan het family science capital van mijn dochters. Sinds het lezen van dit onderzoek probeer ik me aan de keukentafel te distantiëren van reacties als: ‘Oh fysica, dat snap ik geen jota van!’. In het secundair onderwijs stonden fysica en chemie bovenaan mijn lijstje ‘minst favoriete vakken’. Daar zitten mijn leerkrachten van destijds zeker voor iets tussen, maar dat is een ander verhaal. Ik wil mijn dochters onbevooroordeeld laten beslissen of ze al dan niet fan zijn van deze materie. De schoonheid van fysica en chemie wordt mij wel duidelijk als ik samen met mijn dochters naar Superbrein kijk op Ketnet. Voor wie het programma niet kent: Lieven Scheire ontvangt drie teams die tegen elkaar strijden om de titel van superbrein. In het programma mogen de kandidaten onder andere spectaculaire proeven uitvoeren en nadenken over mogelijke experimenten. Dat zat niet in het lessenpakket in mijn schooltijd. Wat dan wel? Formules moeten overschrijven van het bord (Waarom schrijf je niet? Omdat de formules in mijn boek staan. Je moet de formules overschrijven. Doe ik niet. Ok, dan ga je nu naar de directeur. Goed, dan moet ik tenminste de formules niet overschrijven.) en erlenmeyers molesteren (Wat? Hebben jullie weeral een erlenmeyer gebroken?). Weet je wat het toppunt is van family science capital? De familie Curie. Voor de goede orde: dit is geen grap. Vier Nobelprijzen op hun schouw. Marie Curie won er twee. Ze won de Nobelprijs voor de Natuurkunde met haar man. Acht jaar later won ze er nog één, deze keer de Nobelprijs voor de Scheikunde. Ik vraag me af of er ook zoiets bestaat als family human science capital? Zoniet, dan moeten we dat misschien in het leven roepen. Ik wil hier gerust aan bijdragen vanaf mijn keukentafel. Er is ook nog plaats op mijn schouw, mocht dat ooit nodig zijn. Moeder: Als je sneller wil met je rolschaatsen, kan je best een hellend vlak zoeken. Dochter: Ok. Ik begin met de opdaling, want de afdaling vind ik nu nog te eng.

Lore Dewulf
0 0

De onderliggende aandoening

Onze Westerse cultuur en onze ‘plastic way of thinking’ hebben ons ver verwijderd van wie we ooit waren. Ooit waren we oersterk. Toen we nog oermens heetten. In die tijd bulkten we van de energie en gold het recht van de sterkste. Met gemak renden we een kilometertje of twintig om een wild dier de kop af te rukken, om het vervolgens met blote hand te villen en in stukken te verdelen onder onze dierbaren. De onzen beschermden we letterlijk met hand en tand. Eenvoud vierde hoogtij. Het was over het algemeen ook duidelijk wie onze vijanden waren. De natuur omvatte alles. Het was onze religie, onze leermeester, onze toevlucht, onze vijand, onze vriend en ons genot. Van intuïtie hadden we nog nooit gehoord. Alles was basic instinct. We waren één met de natuur. Anno 2020 zijn we beschaafd. We hebben de natuur niet meer zo nodig. De god van de donder heeft plaatsgemaakt voor de adonissen van de wetenschap. Van verwilderde krachtpatsers zijn we geëvolueerd naar intelligente en geciviliseerde wezens.  Ranzige Van Ranstjes vertellen ons nu wie de vijand is en hoe wij ons moeten beschermen. Sensationele nieuwsuitzendingen kwaken over hoe we moeten omgaan met onze nieuwe vijand, Covid 19. Van honderdvijftig centimeter afstand tot het muilkorven van onze kinderen. Pootjes wassen en ontsmettingsmiddel op je pollen! Hier en daar wat getinte codes van geel, oranje tot rood. Doe mij maar code wit! Géén enkele viroloog vertelt iets zinnigs over dat minuscule monster. Omdat ze het niet weten. Ze weten niks en vertellen niks. Als je onderliggende aandoeningen hebt kan Covid 19 fatale gevolgen hebben. Daar moeten we het mee doen.  Moeder natuur daarentegen wordt genegeerd. Maar zij staat wel met uitstrekte hand te smeken om hulp te bieden. Ze brult het uit dat we moeten stoppen met de lucht te vervuilen en ons eten te vergiftigen. Ze kijkt verdrietig toe hoe we toelaten om onder ongezonde werkdruk te functioneren. Ze schudt het hoofd als ze ziet hoe we onze kinderen en onszelf vergiftigen en versuikeren met alcohol, vet en frisdrank. Om nog maar te zwijgen over de tonnen bewaarmiddelen en kleurstoffen om ons happy te houden met mooi voedsel. Ze smeekt ons om onze verkankerde, suikerzieke wereld te veranderen.  Ze dringt aan om te stoppen met over-cultivatie, en om te stoppen met stressen over niks. Ze vraagt ons waarom we in 24u activiteiten willen proppen die een normaal mens 48u kosten. Ze kijkt zorgelijk naar uitgeputte kinderen die irreëel zware lasten op hun schoudertjes moeten dragen. De lat ligt hoog. Messi en Rihanna van Instagram zijn hun rolmodellen.  Meewarig kijkt moeder natuur naar de eindeloze bucketlists die nog afgewerkt moeten worden. Wat een druk. En dan horen we van de ‘ranzige Van ranstjes’ dat Covid 19 gevaarlijk is voor mensen met onderliggende aandoeningen. Is onze verziekte maatschappij niet onze onderliggende aandoening? Daar wordt in alle talen over gezwegen. Wanneer horen we iets over het versterken van onze immuniteit? Over het verlagen van onze stresslevels? Over het leren omgaan met onze emoties, gezonde voeding en lichaamsbeweging? Nee, niet je half dood fietsen of marathons willen lopen omdat je persé je grenzen moet verleggen…  Oh ja, er is een kentering. En gelukkig zijn meer en meer mensen bewust aan het worden. Maar de bewustwording is er één van keiharde realiteit. Wetende dat we enkel met verenigde krachten en niet met verkrachte eenden, het schip kunnen draaien. Enkel dan maken we een kans om terug oersterk te worden.

Heidi Schoefs
7 1

Portugal, het leven van een expat

Toch was het bijzonder, om weer brieven te krijgen uit Portugal. De jaren dat ze er gewoond hadden waren super geweest. Haar man een goede baan, door zijn salaris geld in overvloed, het levensonderhoud een stuk goedkoper dan in Nederland. Bovendien ontleenden ze ook een deel status aan de baan die haar man had. Ingenieur bij een grote oliemaatschappij, leidinggevende, behoorlijk hoog in de boom. Haar vriendin woonde er nog, in het dorpje waar zij ook hadden gewoond. Haar man werkte nog steeds bij datzelfde bedrijf. Maar de sfeer was wel veranderd. Wat was ze blij dat ze zelf al vertrokken waren. Het leek wel of alle mensen ‘van de oude garde’ niet meer voldeden. Er kwamen steeds meer jonge managers. Dat was op zich geen probleem maar die jonge honden wilden niet luisteren naar de mensen die het bedrijf hadden opgebouwd. Die met hun jarenlange ervaring precies wisten hoe het werkte. Nee, het moest allemaal anders, het roer ging om. De gesprekken in het kleine groepje gingen ook nergens anders meer over. Eigenlijk maakten de mensen elkaar gek. Ze was blij dat ze er niets meer mee te maken had. De brieven van haar vriendin riepen alleen maar een gevoel van onrust en teleurstelling op. Ze werd er naar van, het gevoel bleef vaak wel een dag hangen. Gelukkig nam haar vriendin haar niets kwalijk. Tenslotte waren ze inmiddels al een tijdje weg. Haar man had de ontwikkelingen eens aangezien en besloten dat hij er geen deel van uit wilde maken. “Ga je mee terug naar huis?”, had hij aan haar gevraagd. Ze had wel moeten slikken. Alles zomaar achterlaten. Haar vriendinnen, de vertrouwde omgeving. Maar ach, ze was altijd al een beetje een avonturier geweest. Het zou nu ook wel weer goed komen. “Dan kan ik weer gaan werken”, had ze tegen haar man gezegd. Hij had geglimlacht, als je maar niks doet wat je niet leuk vindt. Ach, dan kende hij haar nog niet, zij was de kat met negen levens, zij kwam altijd op haar pootjes terecht. En achteraf was ze blij. Nu had hij weer een mooie baan en konden ze weer doen wat ze wilden. Voor de achterblijvers was het wel anders, die moesten maar zien hoe ze weer aan een baan kwamen. Het bedrijf waar ze jaren voor gewerkt hadden, dag en nacht, soms wel honderd uur per week, liet hen mooi stikken. Ze moesten het maar zelf uitzoeken. De nieuwe directie had weinig geduld met de werkwijze van de oudere ingenieurs. Als ze niet mee wilden met de moderne ontwikkelingen, dan moesten ze maar ergens anders gaan werken. Maar ja, in andere bedrijven zat men ook niet direct te wachten op iemand met veel ervaring in programma’s die niet meer werden gebruikt. Erg jammer van al die ervaring, nuchter nadenken was blijkbaar iets dat niet meer op prijs werd gesteld. Hadden ze misschien toch te lang op het verkeerde paard gewed?

Machteld
1 0

2dehands

Er bestaat geen betere manier om een idee te krijgen van hoeveel idioten dit landje bevolken, dan door iets te koop te zetten op 2dehands.be. Voor hen die het zich kunnen permitteren om hun ongebruikte rommel ergens in een put te smijten of te laten verrotten op zolder: prijs jullie gelukkig. Zolang Humo, De Standaard, De Morgen of – for god’s sake, als het echt moet – HLN mijn columns consistent blijven niet-kopen, heb ik echter niet de middelen om mijn aftandse shizzle met 100% verlies te dumpen. Ik probeer dus geregeld iets aan de man te brengen op de digitale rommelmarkt en ik daag hen die aan de stelling in m’n eerste zin twijfelen uit om een keer hetzelfde te doen en gewoon te wachten. Afhankelijk van wat je verkoopt – op het moment van schrijven zijn zetels met de gezellige kontafdruk van de vorige eigenaar trending, doe ermee wat je wil – zal je al snel doorkrijgen dat er op de site maar een beperkt aantal types rondhangen. Met wat geluk komt de eerste reactie van de beleefdste van hen allen, namelijk de uitzonderlijke soort die nog werkt met ouderwetse taalconventies zoals de aanspreking en het gebruik van werkwoorden. Na een vriendelijke 'hallo' of 'beste' volgt dan steevast de eerste van de enige twee openingszinnen die gebruikers van de site tot hun communicatieve toolbox rekenen: ‘Staat het nog steeds te koop?’ Het is verleidelijk, maar in het belang van je nieuwe business antwoord je best niet met: ‘Betrapt! Wat gaf het weg? Het feit dat het online staat op een zoekertjessite?’ Nu begrijp ik maar al te goed dat de Mohammeds en Yusefs onder ons de hierboven genoemde tactiek hanteren. Deze brave knullen hebben namelijk keer op keer voor dat ze contact zoeken en het aangeboden goed magischerwijs nét verkocht is. Maar waarom Tom Peeters uit Keerbergen opent met diezelfde zin is mij een raadsel. Hoe dan ook bespaar je jezelf best de moeite, want als je de fout maakt om pas te antwoorden wanneer het jou uitkomt, ben je te laat. Gefeliciteerd, je hebt zonet kennis gemaakt met de ik-heb-de-aandachtsspanne-van-een-goudvis-en-de-nood-aan-onmiddellijke-behoeftebevrediging-van-een-baby. Hopelijk heb je een zetel te koop gezet, want die zijn hot. De volgende reactie zal in dat geval niet lang op zich laten wachten. Was het uitroepteken in m'n antwoord te agressief? De smiley te sletterig? Terwijl er onzekerheden bovenkomen die je niet meer gevoeld hebt sinds je ergens begin 2000 sms'te naar een nummer dat je op een fuif had losgepeuterd, loopt de volgende melding al binnen. Deze keer met de andere openingszin waarmee de chatservers van 2dehands gevuld zijn: ‘Wat is je minimumprijs?’ Hier heb je wat ik het niemand-heeft-me-ooit-uitgelegd-hoe-bieden-werkt-type noem. Waarom zou je ook dat tijdsintensieve spelletje spelen en bod na bod over en weer kaatsen als je op de man af kan vragen hoe wanhopig de verkoper is. De ergste gevallen van deze soort hebben zelfs het lef om, nadat je de minimumprijs hebt gegeven, tóch nog af te bieden. Ga hier alsjeblief niet in mee, tenzij jíj graag aan de mensen van Van Dale uitlegt waarom ze hun boeken opnieuw kunnen drukken omdat je de definitie van het woord 'minimum' waardeloos hebt gemaakt. Maar vrees niet, de meeste van deze idioten geven het op als je hen voldoende hard verwart. Een simpele ‘Zazawie!’ antwoorden op alles wat deze persoon je verder vraagt zou in dit geval dan ook moeten volstaan. En kijk, voor je het weet, krijg je een bericht van de laatste en vermoeiendste variant. De magisch denker, de dromer, de een-nee-heb-je-en-een-ja-kan-je-krijgen. Oftewel de 2dehandsworst die denkt dat de hele wereld even idioot is als hij en 10 percent van je vraagprijs biedt omdat er misschien, je weet maar nooit, zou het niet, wie niet waagt, niet wint... Dit is het type dat op een iPhone-zoekertje van 500 euro reageert met: 'VOOR 50€€ VANDAAG OPGEHAALT!' Mijn reacties op dit specimen zijn dan ook qua niveau vergelijkbaar met de bieder en gaan van ‘Ik denk dat je mijn zoekertje door elkaar haalt met je moeder! ;) Vriendelijke groeten.’ tot ‘Ik bezorg het je vandaag nog helemaal gratis als jij me een geldig bewijs van sterilisatie stuurt.’ Wanneer ook dat niet genoeg is om iemand af te schrikken en ik het antwoord ‘Wat is je minimumprijs dan???’ krijg, ben ik meestal al volop naar immo-sites aan het mailen. Voorlopig heeft nog niemand gereageerd op mijn bod van 100.000 euro voor die villa in Keerbergen met een enorme zolder, maar hey, wie niet waagt...

Hans Verhaegen
5 0

Voorbereiden op het klassieke wielervoorjaar

Goed nieuws aan alle wielerfanaten! Op 29 februari beginnen we eraan. Enfin, ‘we’… Hiermee bedoel ik natuurlijk de coureurs. Ik hou me namelijk vooral bezig met analyseren en supporteren vanuit mijn zetel met een snack in mijn hand. Wielrenners, ploegleiders en trainers zijn al maandenlang bezig met trainen, diëten en voorbereidende wedstrijden rijden in warmere oorden. Eind februari strijken ze wel neer in ons regenachtige land voor de eerste afspraak: Omloop Het Nieuwsblad. Wie zal er meteen scoren? Wie maakt een valse start? In Colombia, Australië en Valencia vielen enkele grote namen op: jonge talenten Evenepoel en Pogacar verslonden respectievelijk San Juan en Valencia, en thuisrijder Richie Porte eiste de Tour Down Under op. Sprintbommen Gaviria, Groenewegen, Jakobsen, Ewan, Bennett en een verrassende Molano mochten al de armen in de lucht steken. Sagan, Viviani, Kristoff en Degenkolb kwamen minder goed uit de startblokken. Beloftevolle Belg Philipsen reeg de ereplaatsen aaneen, maar kwam nog niet als eerste over de streep. Colbrelli, Cavendish en Démare moeten de benen nog testen. De Ronde van de Algarve, de Ruta Del Sol en de UAE Tour staan nog op de planning voor heel wat toppers in België neerstrijken. Vooral de eerstgenoemde kan uitpakken met een indrukwekkend deelnemersveld. Klassementsmannen Thomas en Nibali, maar ook voorjaarsmannen Van der Poel, Van Avermaet, Wellens, Gilbert en Stuyven koersen onder de Portugese zon. Ook Evenepoel wil zijn kunstje van Colombia graag overdoen. Valverde, Yates en Froome verkiezen de Emiraten, alsook sprinters Gaviria, Ewan, Démare, Cavendish en Bennett. In Spanje zijn de ogen vooral gericht op Naesen, Mas, Soler, Landa, Teuns, Fuglsang en Mohoric. Voor Omloop Het Nieuwsblad tekenen alvast volgende grote namen present: Jungels, Lampaert, Gilbert, Wellens, Naesen, Teuns, Sagan, Van Avermaet, Trentin, Keuckeleire, Vanmarcke, Valgren, Matthews, Benoot, Pedersen, Stuyven, Kristoff, Philipsen én titelverdediger Stybar. Op wie zet jij in?

JulieDes
0 0

Nieuwe wielerkalender

Wielrennen haalt zijn populariteit deels ook uit vastgeroeste tradities. In een wereld waar alles snel verandert, blijft de koers heerlijk herkenbaar. Er zijn weinig zekerheden in de wereld, maar coureurs zullen elk voorjaar dokkeren over de kasseien van Carrefour de l’Arbre en de Muur van Geraardsbergen. Of niet? Tijdens een gezondheidscrisis is de koers uiteraard geen prioriteit. Ik vind het dan ook volledig logisch dat alle koersen in maart en wellicht ook begin april niet doorgaan. Dicht bij elkaar aanschuiven aan een VIP-tafel of samen juichen voor een groot scherm? Dat klinkt het virus als muziek in de oren. Toch brengt deze beslissing bij elke wielerliefhebber veel teweeg. Geen historische solo in de Ronde van Vlaanderen? Geen waaiers in Gent-Wevelgem? Geen beslissende ontsnapping op de Poggio? Of kunnen we deze koersen verplaatsen? Voor korte rittenkoersen, zoals Tirreno-Adriatico, wordt het moeilijk om nog plaats te vinden in het drukke wielerseizoen. De Giro verplaatsen lijkt al helemaal onmogelijk. Eendagswedstrijden kunnen misschien nog een nieuw plaatsje op de kalender bemachtigen. Momenteel zijn volgende WorldTour-koersen afgelast: Milaan-Sanremo, Driedaagse Brugge-De Panne, E3 BinckBank Classic, Gent-Wevelgem en Dwars door Vlaanderen. Flanders Classics buigt zich dinsdag over de mogelijke afgelasting van de Ronde van Vlaanderen. Ook de toekomst van Parijs-Roubaix lijkt onzeker. Zo goed als het volledige Vlaamse voorjaar moet dus opnieuw ingepland worden. De Waalse klassiekers eindigen normaal gezien met Luik-Bastenaken-Luik op 26 april. Tussen 9 en 31 mei vond normaal gezien de Ronde van Italië plaats. Is het een optie om de Vlaamse klassiekers dan te laten doorgaan? In juni werken veel wielrenners, eventueel via de Dauphiné, naar de Tour de France toe. De zomer is dan ook volledig bezet door de Tour, de Olympische Spelen en de Vuelta. In september vallen er nog prijzen te rijden in Canada, en daarna begint de opbouw naar het WK eind september in Zwitserland. De laatste WorldTour-koersen vallen in oktober: de Ronde van Lombardije en de Tour of Guangxi. In oktober zijn er dus nog mogelijkheden, maar hoeveel coureurs hebben nog genoeg jus in de benen om dan kasseien te vreten? UCI staat voor een organisatorisch huzarenstukje. Ten eerste moeten ze beslissen welke koersen een nieuwe plaats op de kalender krijgen. Dan volgt de hamvraag: wanneer gaan deze koersen door? Een lange beraadslaging met alle organisatoren én het peloton lijkt mij essentieel. Ploegen en coureurs kiezen natuurlijk in functie van hun eigen kalender en competenties, maar toch moeten ze gehoord worden. Tijd voor een inhaalrace!

JulieDes
0 0

het masturbeeridee: verhalen van een dolle mens

Gedachtesprongen, u kent ze wel. Op weg zijn naar het werk. De tijd moet dood. Een of andere fietsostrade strekt zich voor mij uit als een sierlijke zwanenhals. Waarheen ben ik dan onderweg, de bek of de cloaca – een doolhof, dat staat vast? Alleszins, wat u misschien nog niet weet, is dat een fietszadel uitermate geschikt is om te krabben waar het jeukt, maar waar handen niet heen mogen. Wees eens creatief. De gel zwicht voor de buiging die ik maak, een beetje zoals mijn fietsbanden voor de meanders van het eeuwige fietspad. Dat nu eens wiegt als de knotwilg, dan weer als de populier. Storm breekt nek. En nee, het regent niet eens. Het is geen weer van buien, dan wel van fonteinen. Euforica, is dat een woord? Ach ja, zo voelt het wel. En dat lispelde de weerman me gisteren nog toe, als een fluisterwind. Kon de weervrouw me nu maar troosten.  Afleiding ín de vergaderzaal. Het enige wat ik nooit zoek, maar wel altijd vind. Mijn portefeuille is verdwenen, dus ik weet even niet meer wie ik ben. Ik hoop het antwoord te vinden onder mijn hersenschors. Specht in eigen huis. In gedachten ben ik ontsnapt aan de mono-toon, alweer huiswaarts, waar het antwoord op mijn vraag hopelijk op me wacht, als een trouwe hond. Of als diarree na een rijkelijk familiefeest. Ik ga te voet, want zo doet de boswachter het ook wanneer hij zijn perimeter nagaat. Te voet. Ik vraag me af of de loodgieter in tussentijd de leidingen al heeft vervangen. Ik doe mijn broek een beetje naar beneden, want zo zou hij het ook doen. Cultural appropriation. En zo. Mijn koningsblauwe hemd past er perfect bij.  De presentatie is halfweg, dat kan ik ruiken. Ik blijf erbij dat okselzweet naar shoarma ruikt. Of omgekeerd. Misschien zit het gewoon in de poriën van Ivan Heylens werkmens. Soms vraag ik me af of de vogels zweten van al dat gelichtekooi in de bomen en bossen. Mijn fictieve woud blaast net op tijd de mensenwalmen weg. De bomen zijn beuken, hun noten nog net onrijp deze tijd van het jaar. Ik houd van de gladde stam van de boom, van de glans die het woudlicht doorheen het bladerdek op de cortex werpt, terwijl zij de schacht beschermt. Ja, ik ben een beukenman. Ze staan zo mooi op een rij geordend, alsof ze wachten om de hemelpoorten te betreden. Maar hun wortels brengen hen maar zo ver dat hun takken de rol overnemen. Beuken in het bos. Beuken erop los.  Mijn voordeur is van beukenhout vervaardigd. Daaraan word ik herinnerd wanneer ik de metalen deurknop stevig beetgrijp en mijn voorportaal betreed. De vloerbekleding kreunt onder mijn voeten en het rubber van mijn schoenen piept schel. Mijn kat gebruikt mijn knieën als steunpunt om dichter bij mij te kunnen zijn. Wie bezingt de rattenvanger? Ze snakt naar vlees, dat voel ik aan de opdringerigheid van haar begroeting. Maar eerst moet mijn dierlijke drang gestild, of de realiteit zou zichzelf niet overleven. Wat beter om de honger te stillen dan een goed bezoek aan het toilet? Melkwit porselein en een beklijvende stilte. Dat dempt alvast de dorst.  Ik doe wat nodig is om de rust voor eens en voor altijd te beteugelen, te controleren. Ik ga wat ze ook wel ‘snokken’ noemen, maar dat is als sabreren zeggen tegen ontkurken. Ik ging ontkurken. Sauveer de flessenhals. Waarom heb ik in godsnaam een abonnement op een pornosite? Welnu, toen ik achttien was, werd mij een vijfjarenplan aangeboden (door mijn bank, maar dan niet die waar men geld belegt). U hoort het goed, een vijfjarenplan. Sinds vijf jaar ben ik trotse en hondstrouwe klant en spaar ik pornopunten. Korting op een verlenging die er uiteraard niet komt. En zo. (De karmozijnen oortjes kreeg ik er gratis bij, dat kon ik niet laten liggen.) Het is iets met melk. Veel melk. Ik denk dat de melkboeren daar tegenwoordig hun voorraad dumpen. Maar wat er zich op mijn scherm voor me afspeelt, maakt al gauw plaats voor een polsstoksprong. Mentaal meander ik richting mijn illusoire land van melk en honing. In mijn gedachten begint zich een nieuw idee te ontwikkelen. Een geesteskind van vijf jaar pornopunten. Dat moet ik opschrijven. Zonder het te beseffen, met mijn broek op mijn enkels en nog niet ontkurkte fles in de aanslag verlaat ik mijn schuilplaats, de woonkamer in. En op het moment dat ik me aan mijn bureau daar zet, duw ik met mijn elleboog onhandig de oortjes uit het contact van mijn gsm, waarna een luide ‘AAAH’ weerklinkt. Beter had ik het niet kunnen zeggen: het masturbeeridee is geboren.  Wanneer ik ontwaak uit mijn gemijmer, voel ik het hele rondetafelgezelschap naar me kijken. De blikken van al mijn medevergaderaars en collega’s hebben zich gebundeld en boren zich nu in mijn rug (de glazen gangwand is dun), zij en buik tegelijkertijd. Ik voel een climax van gêne ontstaan. Andermaal spreekt de CEO me aan – gepikeerd. Uit mijn hemel gerukt, stamel ik nog wat, maar voor excuses is het te laat. De situatie is overduidelijk. Ik heb zijn vraag gemist. Maar dat is het waard.   

Midas
3 1

Nog niet gedaan

Het gebeurt dat ik deze vraag voorgeschoteld krijg: "Wanneer schrijf je over mij een stukje?" Ik herinner me een keer op een feest. Een 50-jarig huwelijk was het. Een verre neef die naast me zat schreeuwde het in mijn oor. De muziek stond luid en de man had al enkele glazen bier achter de kiezen. Eerst verstond ik niet goed wat hij zei. Het woord 'stukje' had ik begrepen, maar omdat hij met een stukje puddingtaart in zijn handen zat, dacht ik dat hij vroeg of ik een 'stukje' taart moest hebben. Ik schudde van 'nee'. Door zijn geschreeuw waren er al enkele kruimels puddingtaart in mijn oor beland. Toen hij met zijn andere hand deed alsof hij iets opschreef, begreep ik pas wat zijn vraag was. "Oh", lachte ik, de kruimels uit mijn oor wrijvend. "Een stukje schrijven. Ja, als ik geen inspiratie heb." Bij deze dus. Nee, de vraag stellen is toch een beetje zoals de zanger die op een feest zijn eigen plaat als verzoeknummer bij de DJ aanvraagt. Al vroeg onze oudste onlangs iets soortgelijks. "Wanneer komen wij er nog eens in?" Tja, anekdotes of gebeurtenissen zijn er in overvloed. Of zelfs gewone zinnen. Zoals deze die hij al uitsprak toen hij nog klein was en aan de eettafel dringend naar het ‘potje’ moest. “Ik heb nog niet gedaan hè”, zei hij dan telkens. Als schrik dat we zijn bord met eten zouden wegdoen. De uitspraak is al die jaren blijven hangen. Als de druk te hoog wordt, belandt het twintig jaar later nog altijd op de eettafel. “Ik heb nog niet gedaan hè.” Het is een zin zoals die in veel huiskamers te horen is. Een inside joke. Een familiegrap. Maar deze staat bij mijn favorieten. In meerdere betekenissen. Nee jongen, doe zo maar verder.  

Rudi Lavreysen
3 0

over André Hazes, Hallelujah en tatoeages

‘Leef, alsof het je laatste dag is’. André Hazes wil ons doen geloven dat het een goed idee is, maar mij lijkt het toch niet het beste advies. Ik ga niet overstag, want geef toe: wie wil er leven alsof het zijn laatste dag is? Er zijn een aantal voordelen, dat klopt. Je hoeft niet meer spaarzaam om te springen met geld. Koop die sofa met tijgerprint, laat een zwembad graven in je tuin, koop die veel te dure oranje broek. Je kan luidkeels meezingen met André Hazes zonder je zorgen te maken over je reputatie. Je kan – in navolging van André – een nieuwe vlam onder je vleugels nemen. Je kan zelfs een tattoo laten zetten met de naam van die nieuwe vlam. Onder andere omstandigheden zou ik dit ten stelligste afraden, maar op je laatste dag? Gewoon doen. En niet op je onderarm of op je schouder. Doe eens zot! Zet hem op je gezicht (als traantjes!) of op je vingerkootjes.   Er zijn ook enkele nadelen verbonden aan dit levensmotto. Die zitten naar mijn gevoel vervat in de zin: ‘pak alles wat je kan’. Daar zou ik toch, ook op je laatste dag, voorzichtiger mee omspringen. Je wil immers je laatste dag niet in een cel doorbrengen. Eens je in de gevangenis zit, krijgt deze uitspraak een heel andere betekenis.   Ik heb een zwak voor songteksten. Als student spaarde ik mijn geld om cd’s te kopen in de Bilbo. Terug op mijn kot haalde ik het cd-boekje uit de cd-doos om de songteksten te lezen. Als je niet beschikt over een ontwikkelde oog-hand handcoördinatie, is het moeilijk om het cd-boekje onbeschadigd uit dat doosje te halen. Ik kan u vertellen: ik beschadigde menig cd-boekje bij het scheider der boek en doos. Muziek luisteren met een beschadigd tekstboekje in mijn hand werd een op zich staande activiteit waar ik mezelf uren in kon verliezen.   Ik zie bij mijn jongste dochter hetzelfde gebeuren. Ze kan volledig opgaan in muziek. Daar horen schattige taferelen bij, zeker als ze een koptelefoon opzet en luidop meezingt. Ik hoorde nog nooit iemand zo schattig ‘Hallelujah’ zingen. De opgetelde pijn van Leonard Cohen én Jeff Buckley verdwijnen in het niets als je een schattig kinderstemmetje enthousiast ‘Hajelujah’ hoort zingen.   De betekenis van Engelstalige songteksten ontgaan haar grotendeels, maar bij Nederlandstalige nummers luistert ze soms aandachtig naar de teksten. Ik zag haar gisteren scrollen in mijn Vlaamse lijst (buiten de spotify omgeving klinkt dit veel fouter dan ik het bedoel). Ze koos Het Zesde Metaal. Ik kan alleen maar hopen dat ze zich niet te veel laat inspireren door songteksten.   Dochter (neuriënd): Lala… hmm hmm. Moeder: Welk liedje zing je? Dochter: Naar de Wuppe van Het Zesde Metaal. Moeder: Hoe gaat dat ook alweer? Dochter: ‘Er wordt nog altijd meer gedronken, dan dat er wordt gekotst. ’T Is nog al nie na de wuppe. Doe moa voort.’

Lore Dewulf
10 0

Daar gaan we weer..

We zijn er vroeg bij dit jaar, de mussen vallen nog van het dak en het hele internet wordt al weer overspoeld met de zwarte pietendiscussie. Nou ja, met de discussie die wordt gevoerd met als excuus zwarte piet. Want daar gaat het al lang niet meer over. Partijen met de meest extreme denkbeelden gebruiken het kinderfeest om een platform te creëren waarop ze ongelimiteerd gal kunnen spuwen. En het gaat van links naar rechts. Als we elkaar maar kunnen ergeren, dan is het goed. Ik heb me ook voorgenomen om er op geen enkele manier aan deel te nemen. Als kind vond ik Sinterklaas wel gezellig. Zeker toen we surprises voor elkaar gingen maken. Ik was redelijk bedreven in het schrijven van gedichten. Een surprise in elkaar knutselen ging me minder goed af. Het idee was er meestal wel maar om dat nou ook om te zetten in iets dat ergens op leek, nee, dat lukte niet zo goed. Maar ach, de bedoeling was goed. Het was een gezellige avond waarop we vaak eerst gingen gourmetten of fonduen. Verder zaten er helemaal geen bedoelingen achter. Sinterklaas en Zwarte Piet, dat waren twee fantasie-figuren. Net als de Kerstman en zijn rendieren. Nooit bij nagedacht dat mensen zich daardoor gekwetst konden voelen. En dan mag ook niet, dat kan nooit de bedoeling zijn van een kinderfeest. Maar om het nu zo te misbruiken, dat is afschuwelijk. Op die manier is er ook geen normale discussie meer te voeren. Net als naar aanleiding van Black Lives Matter, of de discussie over de anderhalve meter maatschappij. Wat wordt de maatschappij toch intolerant. Wat is er toch gebeurd met het leven en laten leven. Het lijkt wel of we op alle gebieden weer een hele stap terug hebben gedaan. Of het nu gaat om de kleur van je huid of je seksuele geaardheid, er zijn altijd mensen die er een probleem mee hebben. Zomaar. Niet dat ze je kennen, dat is ook helemaal niet nodig. “Je bent anders dan ik, dus ik ben tegen jou. En dat zet ik gewoon op internet.” Waarna anderen zich weer geroepen voelen om iets te bedenken waarop ze de schrijver kunnen aanvallen. En na een hele riedel scheldkanonnades weet niemand meer wat de aanleiding was. Gelukkig zijn we wel allemaal gekwetst, het doel is dus bereikt.

Machteld
7 1

over halfvolle glazen, vrije uitloop en Trump

Het is zondag en ik drink in stilte mijn ochtendlijke koffie. Mijn oudste dochter dendert de trap af en voor ik ‘ik-drink-mijn-allereerste-koffie-van-de-dag-in-stilte’ kan zeggen, vraagt ze: ‘Wat betekent economie?’. De tijd dat ik haar vragen uit de losse pols kon beantwoorden en ik als een soort alwetende moeder werd aanzien, ligt al ver achter mij. Om dit in perspectief te plaatsen: mijn oudste dochter is 10 jaar. Ik weet niet of ik hier krediet mee win of eerder verlies. ‘Economie… dat is alles wat met handel en geld te maken heeft’. Ik weiger meteen google in te schakelen. Na vijf bijvragen moet ik toch verstek geven. Ik vraag me af of ze effectief zoveel bijvragen heeft of dat ze vragen blijft verzinnen tot ik door de mand val. Wat maakt het uit, het zijn de mooiste nederlagen. In plaats van de informatie voor je kinderen op te zoeken, kunnen ze zelf op zoek naar antwoorden. Zo kwam een aantal jaren geleden – toen mijn dochter net vlot kon lezen en ze elk woord op elke verpakking las – de vraag ‘wat is vrije uitloop?’. Ik gaf haar mijn telefoon en klopte mezelf op de schouder omdat ik zelfstandigheid stimuleerde. Na wat zoeken, kwam ze triomfantelijk terug: ‘vrije uitloop betekent dat de dooier stuk gaat bij het breken van het ei; het eigeel loopt uit’. Dank, internet. Onschuldige onwaarheden op internet kunnen grappig zijn, minder onschuldige onwaarheden zijn dat niet. Het impeachment verhaal van Trump is daar een goed voorbeeld van. In een video van The Daily Show interviewt Jordan Klepper Trump-aanhangers Hij vraagt aan een man met een MAGA pet: ‘So, easy advice, read the transcript. Did you read the transcript?’. De man: ‘I don’t have to. Everyone else has, so… I can read it if I need to’. Jordan knikt: ‘But it’s important that everybody reads the transcript’. De man: ‘It is! It’s very important. Pay attention and think for yourself’. Jordan: ‘But to be clear, you have not read the transcript’. Zo gaat het gesprek nog even over en weer. De MAGA supporter blijft herhalen dat je geen kuddedier moet zijn en blijft bij zijn mantra ‘think for yourself’. Klepper blijft herhalen: ‘But you didn’t read the transcript’. Als Klepper vraagt op welke bronnen hij zich baseert, krijgt hij ‘mostly facebook and twitter’ als antwoord. Wat meer boerenverstand, hoor ik u denken. Misschien. Maar dan wel geen Texaans boerenverstand als het op de impeachment kwestie aankomt. Internet bevat een schat aan informatie, maar er staat ook meer onzin op te lezen dan in alle boeken samen. Terug naar de oorspronkelijke tactiek: moeder stelt haar kennis ten dienste van de volgende generatie. Geen dank, internet.   Moeder: (…) Dus daarom zeggen de mensen dat je glas halfvol of halfleeg kan zijn. Wat zou je zeggen over jouw glas? Dochter: Het is halfvol. Moeder: Oh, dat is leuk! Maar als je dus zou omdraaien, is het halfleeg. Dochter (draait met haar ogen):  Mama, als ik het omdraai, is het helemaal leeg. 

Lore Dewulf
2 0

Papa

Nu het vaderschap nadert met rasse schreden, voel ik me elke dag weer een beetje meer lid van de club worden. Inderdaad, lieve vrienden zonder kinderen, tijd om uit de kast te komen. Deze activist voor het luierloze leven is van kamp geswitcht. Maar even serieus, wélke vrienden zonder kinderen? De mijne waren al eventjes op, hoor. Dus toen in maart het plusteken onherroepelijk blauw kleurde, pakten mijn vrouw en ik mekaar vast, blij dat het ons ook eindelijk gelukt was. Blij dat we verlost waren van die maandelijkse teleurstelling en het geheimhouden ervan. Blij dat de wereld daarbuiten dan misschien wel leek te vergaan, maar dat er voor ons weldra een nieuwe zou openen. En vooral, blij dat we ons het eerstvolgende decennium bij al die jonge ouders niet meer zouden moeten excuseren om jaarlijks drie weken heerlijk kinderloos te gaan roadtrippen aan de andere kant van de wereld. Laten we even heel duidelijk zijn vooraleer sommigen te enthousiast worden: mijn nakende naamsverandering naar 'papa' verandert niets aan andere kinderen. Het merendeel van hen zijn nog altijd irrationele, over-energieke, stembanden mishandelende, ongeduldige, met-goede-humor-ongezegende, brutale, egocentrische, suikerverslaafde, gespreksverstorende, kleinzerige en meer wel dan niet lelijke miniatuurtirannetjes waarbij ik me in sneltempo ongemakkelijk en uitgeput voel. Maar de clichés kloppen. Of om het met de volkswijsheid van mijn moeder te zeggen: mijn kind, schoon kind. Sinds dat minivrouwtje in de buik van mijn wederhelft groeit, ben ik me pas werkelijk bewust geworden van het wonderlijke ervan. Ja, mijn ogen glinsterden toen de gynaecologe onaangekondigd de hartslag van ons kleine menswormpje liet horen. Ja, ik mis al eens een halve Casa de Papel door tegen een bolle buik te praten en op een stampje te wachten. De snelheid waarmee dat kind groeit is rechtevenredig aan de snelheid waartegen ik in een stereotype verval en het ding is nog niet eens geboren. Vraag me dus gerust om voorgoed te stoppen met schrijven wanneer ik hier in rijmvorm een 500-woorden-lange lofzang neerpen over de magische kleurschakeringen in de pamperinhoud van dochterlief. Laten we vooral allemaal binnenskamers houden dat wat ons eigen kind doet of produceert altijd net iets exclusiever, gek ruikender of indrukwekkender is dan wat de rest doet. Dat geldt voor elke sprong in de ontwikkeling, alle op je eigen oordeel gebaseerde IQ-testen en zowat alles waarvan je denkt dat de jouwe die sukkelende hoopjes nietskunde in de crèche of op school overklast. Soms laat de door je eigen bloedband gekleurde subjectiviteit je al wel eens denken dat die drie willekeurige strepen op papier het bewijs zijn dat de nieuwe Van Gogh op een Tripp Trapp in je keuken zit. Vergeet in dat geval ook niet te kijken naar de dertien strepen op de eettafel zelf. Maar terug naar míjn kind. Het zal niemand verbazen dat ik met de komst van dit kleintje al heel wat heb bijgeleerd de laatste maanden. Bijvoorbeeld dat je best iets eet voor je de winkel waar je je geboortelijst gaat opstellen even ‘binnenspringt’. En met eten bedoel ik: vul een trekrugzak alsof je een hike van 20 kilometer door de bergen plant. Zo'n trektocht duurt in vele gevallen minder lang en de kans dat je het pad kwijtraakt is kleiner tussen de bergtoppen dan in de gemiddelde babywinkel. Hydrateren is key, snelle suikers en proteïnesnacks zijn een must. Extra punten als je een luchtmatras voorziet voor je zwangere vrouw zodat ze liggend – kussen onder de beentjes – kan kiezen uit de 317 verschillende verzorgingstassen die het meest verkochte merk aanbiedt. Oh en, maak geen grapjes. Vraag dus niet of Angelcare ook goed is tegen wespensteken en of je er voor die prijs de Brusselse popzangeres bij krijgt. Na zes uur door winkelgangen en brochures hollen is de verkoopster even afgemat als jullie. Ze heeft er dan ook niets aan wanneer je schertst: ‘Een draagzak? Die zit al in m'n broek, hè. Hebt ge ‘m?’ (Ze had ‘m, wijzen was echt niet nodig.) Verder zijn ook alle kwinkslagen over borstzalf, tepelhoedjes en afkolftoestellen off limit. Hoewel het, na wat aanvoelt als een intercontinentale vliegreis zonder eten, lijkt als een gevatte woordspeling waarrond je een hele comedyshow zou kunnen bouwen, is het dat voor de verkoopster en je vrouw niet. Of om het in jouw komisch jargon te zeggen: de mop zuigt, ja. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar dat zal voor een volgende keer zijn. Niemand houdt ervan om alleen maar over kinderen te praten behalve de persoon die aan het woord is, toch? Ik moest trouwens al gestopt zijn met werken, want ik heb nog een heleboel andere dingen te doen vandaag. Wachten op stampjes en tegen mijn vrouw zeggen dat ik zeker weet dat ons dochtertje het snelst en hardst kan buiktrappen van alle ongeboren kinderen, bijvoorbeeld.

Hans Verhaegen
11 0