Lezen

Ongenode gasten

Wonen aan een haventje, aan de rand van een dorp, heeft heel veel voordelen. Het uitzicht is leuk, er is altijd leven in de brouwerij. In de zomer is het een komen en gaan van mensen die gaan varen of die gewoon een hele dag rondrommelen op hun boot. In de winter worden de kades bevolkt door vissers. Ze komen tegenwoordig al met bestelbusjes omdat ze anders al hun materiaal niet mee krijgen. Het ontbreekt er nog net aan dat ze een tentje opzetten. Waarschijnlijk omdat er te weinig plaats is. Helaas trekt het water en de polder ook gasten aan die wat minder welkom zijn. Vooral als het wat kouder wordt. Stef had het eerder in de gaten dan wij. Normaal gesproken kruipt hij na het eten van zijn brokjes en zijn varkensoren tevreden op de bank en komt hij daar alleen vanaf als hij vindt dat hij wel weer een snoepje kan komen halen. Maar nu stond hij gefocust bij de schuifpui. Zijn staartje als een volwaardige antenne recht omhoog. Omdat we eigenlijk het hele jaar door muizen in de tuin hebben, moesten we er om lachen. “Hij heeft weer een muis in het vizier.” Af en toe schoot hij naar buiten. En kwam dan even later onverrichter zake weer terug. Naar zijn uitkijkplek bij de pui. Mijn maatje ging eens kijken wat er aan de hand was maar kon ook niks vinden. We vonden ook geen sporen van dieren. In het voorjaar hadden we woelratten in de tuin en die veroorzaakten behoorlijke gaten in de vloer van ons houten tuinhuisje. Ook het visvoer dat daar stond, in keurig afgesloten emmers, had het moeten ontgelden. Maar dat was nu helemaal niet aan de hand. “Kom op Stef, niks aan de hand, het zijn maar muisjes.” Tot ik ineens op mijn werk een appje kreeg van mijn maatje. “We hebben toch weer rattengif nodig.” De collega aan wie ik de foto liet zien, sprong bijna tegen het plafond. Een enorme bruine rat zat op zijn gemak te drinken uit een bak waar de meest recente regenbui een behoorlijk plas water in achter gelaten had. Het was een bizar gezicht. Dus hebben we de rattenval weer gevuld en vergif neergelegd op plaatsen waar Stef absoluut niet kan komen. Ik weet het wel, ratten zijn gevaarlijk, ze brengen ziektes met zich mee en ze zijn vies. En ik wil niet dat Stef er achter aan gaat, stel dat hij een rat doodbijt die echt heel ziek is. Je moet er niet aan denken wat mijn kleine vriendje daar van op kan lopen. Maar ergens vind ik het toch zielig. Zo’n dier kan er ook niks aan doen. Dus hoop ik maar dat hij goed ver weg kruipt. Zodat ik hem niet kan vinden.  

Machteld
2 0

Seksuele gezondheid LGBTQ anno 2019

Volgens onderzoek van Sciensano (https://www.sciensano.be/nl/pershoek/minder-hiv-diagnoses-maar-hiv-treft-diverser-publiek), daalde in 2018 het aantal hiv-diagnoses met 2% in vergelijking met 2017. PrEP lijkt daarbij positief bij te dragen aan de preventie van hiv en de daling van het aantal gevallen. (PrEP is een preventieve behandeling van mensen die geen hiv hebben maar wel een groot risico lopen op besmetting). Bij mannen die seks hebben met andere mannen zien we dezelfde neerwaartse trend, hoewel deze daling vandaag nog te miniem is om al te spreken van een serieuze ommekeer. Hoe kunnen we nu als gemeenschap verder nadenken en concreet pistes uitwerken om die daling van het aantal nieuw geïnfecteerde mannen die seks hebben met andere mannen (msm) verder te zetten, de juiste uitdagingen aan te gaan in een lange termijnvisie en onze gezondheid niet louter te minimaliseren tot hoe veilig of minder veilig we seks hebben. Homomannen hebben in het verleden zwaar met hun levens betaald in de strijd tegen aids. Niet alleen door het aidsvirus zelf; ook discriminatie en stigma hebben veel negativiteit in handen gewerkt en doen dat vandaag nog verder. Nog steeds blijven mensen bezorgd om over hun positieve status te communiceren. En nog steeds worden mensen op een negatieve manier op hun homoseksualiteit en homoaffiniteit gewezen. Wanneer we kijken naar de geschiedenis van aidspreventie in België en in het buitenland, stel ik vast dat we vandaag in een post aidstijdperk leven waarbij combinatiepreventie werkt (https://www.sensoa.be/hiv-belgie-feiten-en-cijfers). We komen van ver. Van heel ver, ook al lijken we meer en meer grip te hebben op hiv en aids, achter de term post aidstijdperk schuilt helaas ook weinig investering in de strijd tegen aids door de huidige jongere generaties. Wat heeft de strijd tegen aids ons voor, tijdens en na het ‘aidstijdperk’ bijgebracht? Wat deden we toen en wat doen we vandaag? Voor welke uitdagingen staan jonge holebi’s vandaag? Seksboeken van Goedele Liekens of Belle Barbé gaan dat niet veranderen, zij zetten meer in op seks als glamoureus modeverschijnsel dat je in alle kleuren en geuren overkomt. Ook al bulken deze boeken van geluk en genot en is hun positieve benadering een verademing in het landschap van boeken over seks, in se brengt hun literatuur niets nieuw bij aan het debat van iedere homoman en zijn (seksuele) gezondheid. De bibliotheek van heteroseks is meer dan compleet en is altijd al toegankelijk geweest in de leeshoek van iedere supermarkt. Ook hun schrijfsels over het lichaam vinden we terug in iedere medische encyclopedie. Elke heteroseksueel vindt wel zijn of haar antwoorden. Voor een jonge seropositieve homo is het vandaag nog steeds zoeken naar antwoorden die niet in de heterobibliotheek staan. Waarom is seksuele gezondheid voor homomannen vandaag nog zo belangrijk in de strijd tegen aids? Seksuele gezondheid specifiek voor mannen die seks hebben met andere mannen rust op het principe dat wanneer je aan aidspreventie doet, de aanpak en de visie ervan op een holistische manier benaderd wordt en dat gezondheid voor deze populatie niet enkel en alleen berust op hiv of aids. In dit post aidstijdperk waarvan ik in mijn denkpistes in het verleden al gewag over heb gemaakt, zijn we als groep, als gemeenschap uit een crisis geraakt die ons vandaag toelaat op lange termijn na te denken over die toekomst. Deze aanpak heeft gewerkt. Aan die dynamiek die de homogemeenschap toen aan de dag heeft weten te brengen moet vandaag een nieuw elan gegeven worden. Een nieuwe benadering in een holistische benadering van seksuele – en bij uitstek ook fysieke, psychologische, sociale en emotionele gezondheid, kan niet meer enkel en alleen gefocaliseerd zijn op negatieve benadering die msm zouden hebben in hun gedrag of hun psychologie (zoals : homo’s zijn niet in staat om…, homo’s kunnen niet…); we moeten veeleer verder bouwen op de positieve successen en de expertise die een hele gemeenschap doorheen maatschappelijke en ook politieke stormen heeft weten op te bouwen. Het collectieve binnenin de holebigemeenschap en de sociale verbintenis vindt zijn oorsprong niet bij ouders of familie. Het deel van iemands identiteit dat homo is, komt van de sterkste, meest pure menselijke drift : verlangen. De holebigemeenschap is geen gesloten of op zichzelf geplooide gemeenschap. Het is een gemeenschap die haar gelijke vindt in seksuele, amoureuze, sociale en recreatieve praktijken en die een eigen positieve identiteit opbouwt. Fierheid is in onze gemeenschap van groot belang. En ook al is onze gemeenschap doorheen de jaren veranderd en geëvolueerd (homo’s uit de jaren 70 zijn niet dezelfde homo’s als homo’s uit de volgende decennia), je kan geen publiek gezondheidsbeleid voeren dat stigmatiserend werkt, waarbij je bepaalde (seksuele) praktijken en (seksuele) contexten of specifieke identiteiten gaat veroordelen en moreel gaat verwerpen. Ook de huidige normalisatie tot stand gekomen door het homohuwelijk en adoptie staat een eigen identiteit niet in de weg. Integendeel. De holebi-gemeenschap is vandaag een erg diverse gemeenschap met specifieke noden, eigen belevenissen en benaderingen, ten spijt van gevaarlijke politiek waarbij nog steeds het oubollige traditionele man-vrouw schema als hoeksteen van de maatschappij geldt. Ook al roepen deze vaandeldragers van de moraal heel luid niet tegen holebi’s te zijn, het blijft negatieve politiek die de meest kwetsbare binnenin de maatschappij en de gemeenschap grote schade berokkent. Onze gemeenschap kent ook individuen met migratieachtergrond, er zijn mannen die zonet naar België zijn gekomen, in trauma leven en voor wie hiv/aids nog steeds een groot taboe is. Ook deze groep verdient speciale aandacht binnen een seksueel gezondheidsprogramma. De homogemeenschap gaat doorheen alle culturen. Seksuele gezondheid voor LGBTQ+ behelst de veelvoud en de culturele diversiteit van de manier waarop gays hun seksualiteit beleven en het is ook in hun belang om binnenin een globale visie rekening te houden met verschillende vormen van sociabiliteit, van plezier, van kennis en van hun capaciteit voor zichzelf te zorgen. Seksuele gezondheid is er veelzijdig en kan niet gericht worden op een unitaire – meestal medische – aanpak of heteroseksueel georiënteerde benadering. Een denkpiste is hier niet op zichzelf terugvallen, als groep of als individu maar om de pijlen van de toekomst te richten op beleid en politiek die de mensen en de meest kwetsbare van ons in hokjes duwt en het welzijn van holebi’s ondermijnt. Het is ook denken aan een seksueel gezondheid centrum voor holebi’s, het versterken van het contact met de arts en onze gezondheid steeds in het licht van onze eigen belevenissen te houden. Het is aan onze gemeenschap om hier de dynamiek te brengen en het werk niet over te laten aan zogenaamde professionelen die het wel goed voor holebi’s hebben maar seksualiteit uniformiseren en reduceren tot een klassiek man-vrouw patroon. Het werk moet opnieuw van binnenuit komen, vanuit onze eigen gemeenschap. Seksualiteit bij msm is niet dezelfde seksualiteit als bij hetero’s. Punt aan de lijn. Tenslotte moeten we als homogemeenschap waakzaam blijven over onze eigen gezondheid en wanneer we spreken over seksualiteit bij homomannen, moeten we het niet altijd enkel en alleen hebben over het aantal infecties te vinden bij msm maar we moeten ook andere vragen die ons bezighouden durven stellen. We moeten blijven werken aan onze toekomst en de beste bewakers blijven van onze levenskwaliteit, met of zonder hiv. We moeten alert blijven dat een hele maatschappij, politiek en sociaal, onze praktijken niet veroordeelt en ons reduceert tot oneliners als “Ja maar, ze hebben het zelf gezocht”. Laat ons positief blijven, fier ook, op hoe we na bijna 40 jaar strijd tegen aids ons eigen leven verder zelf bepalen, in onze seksualiteit, in onze affiniteit, in onze homoseksualiteit. Seropositief of seronegatief. Ik schrijf voor Zizo Magazine, ik ben sexpert in lgbt issues en ik studeer seksuologie. Ik ben ruim 30 jaar werkervaren in (seksuele) gezondheid bij holebi’s en ik pleit voor positieve (seksuele) gezondheid bij holebi’s, voor en door holebi’s.

Erwin Abbeloos
0 0

Patatten met snottebellen

Een man van pakweg zeventig jaar, al kan het ook een jong uitziende tachtiger zijn, speurt in een taverne naar een vrijstaande tafel. In zijn kielzog schuifelen twee jongemannen. "Opa met zijn kleinzonen", zeg ik. Het koppel naast ons zwaait naar de man. De vrouw maakt daarbij ietwat overdreven lipbewegingen, zonder een geluid voort te brengen. "Wij vertrekken zo", liplees ik. "Dat is vriendelijk", zegt de man. Ik begrijp dat ze net voordien samen een grote militaire begraafplaats bezocht hebben. De kleinzonen zijn onder de indruk. "Opa heeft nog gezien dat ze de stoffelijke resten van de soldaten met vrachtwagens tot hier brachten", zegt hij. Grootouders spreken vaak in de derde persoon over zichzelf. "Misschien vertellen zijn kleinkinderen dat verhaal volgende week wel in de klas", fluister ik. "Of hij kan het er beter zelf vertellen. Een verhaal uit eerste hand blijft altijd meer hangen." De oudste van de twee kleinzonen heeft de leeftijd om een pintje te bestellen. Opa knikt goedkeurend. Als hij even later een foto neemt van zijn kleinzonen, zegt de oudste dat hij die maar niet naar hun papa moet sturen. Aan hun accent hoor ik dat de kleinkinderen aan de andere kant van het land wonen. De jongste heeft onlangs een voetbalwedstrijd in de streek van Brugge gespeeld. Op een slecht veld. "Een patattenveld dus", zegt opa. Waarna hij moet uitleggen waar die naam vandaan komt. "Alsof ze net aardappelen hebben uitgedaan op het veld", verklaart hij. "Ik heb vroeger vaak op echte patattenvelden gezeten", zeg ik tegen mijn vrouw. "De aardappelen gerooid in de tuin of op het veld. Op onze knieën. Onze pa met de riek en ons ma met een rode doek op haar hoofd. Ik zie ons nog zitten. Met de ijzeren mand om de aardappelen in te doen. Het leek wel eens scène uit een oud schilderij. Op zich leuk om te doen, maar af en toe graaf je een rotte aardappel op. Behoorlijk vies, zoals snottebellen." "Zeg, we gaan dadelijk wel eten", zegt mijn vrouw. "En als je dan 's avonds in bad ging", ga ik verder alsof ik het niet gehoord heb, "zag het water achteraf zo zwart als de nacht. Precies alsof er inkt in plaats van water in het bad zat. Het groene schuursponsje lag klaar, samen met de gele bus Cif, om achteraf het bad terug netjes te maken. Drie dagen later kwam er nog zand uit mijn neus." "Jij moet later ook van die verhalen vertellen", zegt mijn vrouw. "Opa heeft vroeger nog veel patatten geraapt, kan je dan zeggen." Net op dat moment brengt de ober ons eten. "Inderdaad", zeg ik. "Patatten met snottebellen."

Rudi Lavreysen
5 0

Het is rap gebeurd

Zondagavond in de wachtzaal van de spoed. Ondanks de urgentie van sommige letsels is iedereen er gelijk voor de wet. Wachten tot je aan de beurt bent. Er komen extra stoelen. "We hebben een tweede urgentie-arts opgeroepen", komt de eerste zeggen. Wegens de onvoorziene drukte. Voor ongevallen tijdens sportwedstrijden, zoals onze voetballer en zijn knie. Hij is niet alleen. Nog een voetballer en twee handballers hebben ook iets … aan de hand. En accidenten tijdens feestjes. Een man komt met een zwaar bebloede keukenhanddoek tegenover me zitten. De handdoek krijgt het bloed niet geabsorbeerd. Er vallen druppels op de vloer. Zijn gezicht ziet zo wit als de handdoek ooit geweest is. Ze laten hem gelukkig snel binnen. Was het een mes? Glas? “Het is rap gebeurd”, zegt een mevrouw. Het tv-toestel aan het plafond staat aan, maar het ruist en kraakt. Alsof het sympathiseert met de gewonden. Later op de avond zitten we in een nieuwe wachtzaal. Een man leunt tegen de deurstijl. “In het ziekenhuis kom je maar voor één ding voor je plezier. Als er iemand bevallen is”, zegt hij. Waarna hij zelf naar zijn buik kijkt. “Nee, het lijkt zo, maar ik ben nog niet zover”, lacht hij luid. Een andere man vertelt honderduit over de kwetsuur aan zijn voet. Hoe hij de hele week heeft rondgelopen met een dikke enkel. En dat ze allemaal niet zo flauw moeten doen. Later zien we in de deuropening een voet in het plaaster voorbijkomen. Vervolgens de praatjesman met een bedrukt gezicht en dan zijn vrouw die hem voortduwt in de rolstoel. “Nu heeft hij het niet zo druk”, lacht de man die nog altijd tegen de deurstijl leunt. Als we later met slecht nieuws over de voetballersknie naar huis vertrekken zie ik dat de tv in de eerste wachtzaal nog altijd kraakt.

Rudi Lavreysen
7 0

Sinterklaas

Het brengt toch altijd weer een bepaalde sfeer met zich mee. Een sfeer die ik voor mezelf probeer niet te laten verpesten door de zwartepietendiscussie. Het zijn ook maar kleine dingen die het gevoel weer helemaal terug laten komen. Een reclamefolder van de supermarkt waar ik altijd kom, een boekje met speelgoed, opmerkingen van kinderen op televisie. Het is een gevoel van nostalgie dat ik vaak probeer te koesteren. Het geeft een soort gevoel van beschermd zijn. Ik denk dat dat ook het belangrijkste is van al dit soort gebruiken. Kinderen het gevoel geven dat ze misschien wel stout zijn geweest, het afgelopen jaar, maar dat dat helemaal niet erg is. Dat kinderen stout mogen zijn. Ik heb geen kinderen. Ik probeer mijn mening daarom ook altijd zoveel mogelijk voor me te houden. Niet dat ik geen mening heb maar ik heb door de jaren heen ontdekt dat veel mensen vinden dat ik die niet mag geven. “Jij hebt geen kinderen, jij hebt daar geen verstand van.” Het klopt, ik heb geen verstand van kinderen opvoeden, maar ik zie heus wel dat kinderen tegenwoordig maar moeten en moeten. Ze moeten naar de sportvereniging, naar blokfluitles, naar bijles want ze moeten wel allemaal naar het gymnasium. Mijn zus heeft vroeger ook een blauwe maandag blokfluitles gehad. Op school. Op een gegeven moment gaf iemand commentaar op haar muzikaliteit waarna ze haar fluit op zijn hoofd in stukken sloeg. De hoofdonderwijzer, zoals een schooldirecteur toen nog heette, belde mijn moeder. Hij had moeite zijn lach te houden maar vertelde toch dat dit niet de insteek was van muziekles. Einde oefening. Mijn zus hoefde nooit meer haar toonladders te spelen. Ik kan je vertellen dat zij niet de enige in huis was die daar blij om was. Wat dat betreft hadden wij het toen wel iets makkelijker. We hoefden niet iedere dag vanalles. Daarom waren we ook niet echt benauwd voor Sinterklaas. Wat er in dat grote boek van hem stond, kon nooit verschrikkelijk belastend zijn. We hadden geen bijles waar we onderuit probeerden te komen en we hadden ook maar één sportclub per week. Als we onze schoen zetten, zat er altijd wel wat in. Al was het maar een mandarijn en een chocolade-sinterklaasje. Later maakten we surprises. Goedmoedig plagen met een gedicht dat eigenlijk die naam niet mocht dragen. Ach, het is al lang geleden dat ik met Sinterklaas een sperzieboon-surprise kreeg van mijn vader. Omdat dat de groente is waar ik echt van gruw. Ik hoop dat de kinderen van nu straks ook die herinneringen kunnen koesteren. Ik geniet in ieder geval weer van het moment dat hij bij ons het haventje in vaart.    

Machteld
9 0

de stad is moe

De stad is moe De stad is vuil De stad is boos   10 jaar geleden was het alweer. Barcelona.  Terwijl mijn lief een conferentie bijwoont, strekt de dag zich voor me uit als een leeg canvas. Die tijd krijgen in een vreemde stad, het is een onverwachte luxe. Barcelona was altijd al complex voor me, een soort levende identiteitscrisis als kenner van het Spaanse binnenland, en wordt dat vandaag nog meer. Binnen een tijdspanne van 5 uur meander ik zonder kaart van een café solo onder een palmboom (in november!) via een tentoonstelling over feminisme, recht richting straatprotest. Sinds enkele weken bezetten jongeren het universiteitsplein in een geïmproviseerd tentenkamp, als protest tegen de uitspraak over de Catalaanse parlementsleden en het politiegeweld dat volgde na eerdere manifestaties. De bus die bezoekers naar de binnenstad brengt, moet er omrijden om Plaza Catalunya nog enigszins te kunnen bereiken. De stickers vind je overal in de stad: op vuilnisemmers, lantaarnpalen, onder je voeten op eeuwenoude tegels: l‘LLibertat Presos Polítics!’  - #genercacio14 -‘Spain, a real dictatorship’ - . ‘Todos iguales, todos san papeles’, #NiUnaMenos.   Een rugzak op mijn rug blijkt voldoende reden voor de inwoners om me stuurs aan te kijken of in het Engels aan te spreken, hoewel ik perfect Spaans spreek. Het is ontnuchterd als toerist te worden bejegend in een land dat ooit als mijn tweede thuis voelde. Maar ik ben natuurlijk écht: een toerist. Zoals 7 miljoen anderen per jaar. De paradox van de toerist is dat niemand toerist onder de toeristen wenst te zijn. Ook ik redeneer zo, en het uit zich in mijn gedrag: als ik sneller stap, in de metro verveeld voor me uit kijk, een zonnebril draag en de kleine parallelstraatjes induik in El Born – zal ik wel mooi oplossen in de lokale bevolking. Ik moet lachen om mijn eigen doorzichtige gedrag. Alweer een paradox is dat die zelfrelativering me niet belet het truukje toch vol te houden. De stad is vuil en druk. Ik haast me over de uitgesleten Rambla. Ook dit is Barcelona. Na Venetië en Amsterdam een van de meest geciteerde voorbeelden van massatoerisme, tegen wil en dank. Gevelspandoeken herinneren me aan de wens van de bewoners om geen gegentrificeerde woestijn van verhuurappartement te worden. Ik mijd bewust ketens, winkel bij de lokale kruidenier en kies boquerones fritos bij een oude Catalaan. Ik blijf mensen op straat of in het appartementsgebouw waar we logeren, consequent vriendelijk groeten, ook al groeten ze niet terug. Italo Calvino schreef: “de stad ademt in wat wij uitademen. Moge het in hemelsnaam liefde zijn.” Vandaag voel ik die liefde niet. Vandaag is Barcelona een podium van de wereld in crisis, van veranderde narratieven, van het omverwerpen van een dominant discours. De stad is handen van zij die de status quo verwerpen. Oude verhalen, nieuwe, urgente hoofdstukken. Dit is Barcelona. 

JanaK
13 0

Het handtassenmysterie

Eens in de zoveel tijd breng ik een bezoekje aan de Kringloopwinkel. Ditmaal vergezeld door mijn 14-jarige petekind. Terwijl zij er een sport van lijkt te maken om het meest spuuglelijke voorwerp op te sporen, snuister ik tussen het porselein. Ik heb een voorliefde voor romantisch gebloemde borden en kopjes en moet me inhouden om niet met wéér een stapel servies thuis te komen. Dan valt mijn oog op een mooie schaal met lieflijke roosjes. O, wat is ie leuk! En nog helemaal gaaf. Ik spreek mezelf echter streng toe en ga op zoek naar mijn petekind dat ergens tussen de rekken ronddwaalt. Samen vergapen we ons aan de meest uiteenlopende voorwerpen. Vintage blikken dozen, asbakken in de vreemdste vormen, voorwerpen waarvan het doel niet duidelijk is, en nog veel meer. Als we weer langs het rek met serviesgoed komen, kan ik niet langer weerstand bieden. De gebloemde schaal blinkt me smekend tegemoet. Ach, die tweeënhalve euro kan ik nog wel missen, zeker? Er is vast wel een plaatsje over in de kast. Ik weet nog niet wat ik in de schaal zal serveren, maar ik bedenk wel iets. Hij gaat hoe dan ook mee. Blij als een kind loop ik met de felbegeerde schaal in mijn handen met mijn petekindje richting kassa. We komen langs de handtassen en ik blijf met open mond staan. De hoeveelheid handtassen die er is uitgestald, is niet te bevatten. Leren exemplaren, handtassen van kunststof, maar ook volledig stoffen tassen. En dat in de meest uiteenlopende kleuren. Met of zonder gesp, met korte handvaten of juist een lange riem. Met of zonder rits, franjes, veel of juist weinig vakken. Ik kijk mijn ogen uit. Sommige zien er nog als nieuw uit. Ongelofelijk dat mensen die allemaal wegdoen. En zo veel, zo ontzettend veel! Ik pak een mooie bruinleren handtas van het rek en bekijk hem van alle kanten. Ziet er nog prima uit en ruikt naar echt leer. Ik kom serieus in de verleiding. Maar ik heb thuis al een handtas en voorlopig nog geen nieuwe nodig. Hm, dat kleine hippe handtasje is ook wel erg leuk. En met veel handige vakjes. O, wacht, die rode is ook fijn. Zou mooi staan bij mijn retrojurkje. En is een zwarte handtas niet eigenlijk een onmisbare basic in een vrouwengarderobe? Ineens begint het me te dagen waarom er zo veel handtassen in omloop zijn. Ik heb zo’n vermoeden dat er hier ergens ook bijzonder veel vrouwenschoenen zullen liggen…

Vera's Column
3 0

Nieuws

Het is weer zover, Nederland is in de ban van een zeer belangwekkende gebeurtenis. Het hele land gaat los op de nieuwe relatie van een BN-er. Twitter en Facebook zijn weer volledig ontploft. Het nieuws is trending, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet. Voor- en tegenstanders voorzien het hele internet van de meest ongefundeerde meningen. Hij is dit, zij is dat, de ex is zielig. En ik lees weer mee. Heerlijk. Alsof iedereen precies weet wat er allemaal echt gebeurd is. Ik heb het idee dat niemand dat ook echt belangrijk vindt. Het beïnvloedt in ieder geval niet de mening van het merendeel van de meute. Ik vraag me weer af of mensen zich niet schamen voor de kwetsende commentaren. Waarschijnlijk niet, dat moet immers allemaal mogen. Nu boeit het me eigenlijk helemaal niet wat de man in zijn vrije tijd doet, dat moet hij echt zelf weten. En hij is al helemaal vrij om te kiezen met wie hij dat wil doen. Alsjeblieft, val mij er niet mee lastig. Maar het is lastig over het hoofd te zien. Natuurlijk besteden ook de 'nieuws'-programma's van RTL en SBS dagelijks aandacht aan de voortgang van deze soap. Alle experts komen weer langs om hun woordje te doen. Met name maken zij zich zorgen om het welzijn van het zoontje van het voormalige stel. Natuurlijk is het voor hem ook sneu. Zijn vader en moeder zijn uit elkaar, dat lijkt me voor een kind altijd moeilijk. Ook zonder dat iedereen daar zijn commentaar over geeft. Misschien moeten die programma’s ook eens een keer hand in eigen boezem steken. Fotografen liggen weer klaar in de struiken om het eerste plaatje te schieten van het nieuwe paar. De ex wordt belaagd en vlucht bijna naar haar auto. Ik vind het eigenlijk gênant en ronduit zielig. We hebben commentaar op de Engelse pers maar dit komt toch al best in de buurt. De zogenaamde roddelbladen kunnen niet wachten om hun voorpagina te vullen met grote foto’s en beschuldigende letters. Daar leven ze van, dat weet ik wel, maar dan nog. Ik vraag me oprecht af waarom dit nieuws zo belangrijk gevonden wordt. Ik snap er niks van. De stikstofcrisis en de problemen bij de belastingdienst verdwijnen even naar de achtergrond. We hebben blijkbaar even belangrijkere problemen aan ons hoofd.

Machteld
6 0

Generatie X

Een hevige generatiestorm tussen babyboomers en millenials heerst over het internet sinds de 25-jarige Chloë Swarbrick in het Nieuw-Zeelandse parlement een oudere collega van haar aansprak met de uitspraak ‘Ok, boomer’ om met deze uitdrukking deze babyboomer het zwijgen op te leggen. Swarbrick behoort tot de generatie generatie Y en Z, geboren tussen 1980 en 2000. Babyboomers zijn mannen en vrouwen geboren na de Tweede Wereldoorlog en die deel uit maakten van de groeiende naoorlogse economie. Ik behoor tot de generatie daartussenin. De generatie X. We zijn onder de radar gebleven tijdens het torpederen van woorden en verwijten tussen bovengenoemde generaties. En hoewel het hokjes denken en verdelen niet aan mij besteed is, voel ik me nu wel aangesproken om te reageren. Iets te zeggen. Of eigenlijk niet want mijn generatie wordt ook al eens de generatie Niks genoemd. Wij, dat zijn mensen die geboren zijn, zeg maar, tussen 1965 en 1980. Niks dus. Alsof wij hier in die jaren gewoon op planeet Aarde zaten te niksen. Zelfredzaamheid zou ons ook kenmerken maar zoiets is zoals horoscopen : vaag, zweverig en niet iedereen die tot mijn generatie behoort voelt zich aangesproken. De lijst zou te lang zijn om allemaal te noemen wat op het pad van een X-er gekomen is in die jaren : ABBA, Madonna, Hollandse ‘Girl Power’ meidengroepen, Walen buiten, Fourons wallon, Touche pas à mon pote, kabeltelevisie, het antwoordapparaat, de Koude Oorlog. Afspraak maken met iemand en op tijd komen. Aids ook en het sociaal stigma errond. Homoseksualiteit. Transgenders. Goedele Liekens. Ecstasy. GSM, homecomputers en internet. En zoveel andere maatschappelijke en sociale vraagstukken die vandaag soms alweer in vraag gesteld worden. Mai ’68 is gebeurd en ik was amper 5 maanden oud. Mijn generatie hoor je klagen noch zagen. We weten vanwaar we komen en we zijn respectvol naar babyboomers toe. Ik wou persoonlijk dat ik dat ook kon zeggen naar de generatie Y en Z maar ik moet toegeven dat dat voor mij moeilijk ligt. Ik zie een hele generatie die niet meer onderling communiceert anders dan via de Smartphone. Een generatie die van alles een punt maakt, die praat en schrijft in de ik-vorm, voor wie alles altijd een belevenis moet zijn (met de Smartphone dan, en op knopjes drukken, digitaal leven) en aan wie een leven voorbijgaat. Een generatie die leeft van prikkels, conflicten en schoonheidsidealen die lelijker zijn dan mijn verrimpelde moeder zaliger. Een generatie die verwacht dat alles zomaar gegeven wordt, alles wat kritisch is in de kiem smoort met oneliners en emoticons. Een generatie die een zekere intellectuele luiheid sans précédent vertoont, waar nonchalance en arrogantie als vanzelfsprekend geacht worden. En daarvoor ben ik bang. Dat deze ego-generatie pakweg binnen 20 jaar totaal gedesoriënteerd wakker wordt. Want ik zal dan nog leven en ik zal dit verval moeten aanzien vanuit mijn oude dag. Kortom, Y en Z is een generatie die duidelijk het statement van een breuk tussen hen en mijn generatie gemaakt heeft maar daar allicht later zelf de prijs zal voor betalen. Wat maakt nu een generatie beter dan een andere? Ik vrees dat er op deze vraag geen antwoord is. Alles heeft zijn tijd, alles heeft zijn context. Het enige wat je kan doen is dankbaar blijven voor wat verworven is, geschiedenis begrijpen, de fakkel overnemen en vooral de fakkel overdragen. Iets wat de generatie X en Y moeilijk ligt en ook nooit gedaan heeft. Er is hoop. Er is de generatie A. De start van iets nieuws, een combinatie van goed politiek bestuur, respect voor de planeet Aarde, begaan met de buur en de buurt en handig in het gebruiken van digitale materie. Ik een verloren generatie? Ik dacht het niet, boomer 2. Misschien kan een media eens drie of vier mensen uit verschillende generaties samen zetten om in debat te gaan? Dan zal ook de hevige generatiestorm woeden, is alles uitgeklaard en uitgepraat en kan iedereen weer rustig ademen.

Erwin Abbeloos
11 0

Vrij als een vlinder….

Vrij als een vlinder…. Ik sta in een korenveld met korenbloemen dichtbij het huis van mijn grootouders. In de verte zie ik op een hoogte een man staan, een collega van ’t werk, een man die beroepshalve als “wijs” wordt beschouwd. Ik ga naar hem toe en kijk hem aan. Hij zegt niets. “Niet praten, ik begrijp je wel,” kan ik in zijn ogen lezen. Ik vraag hem: “ Waarom heb ik me dit aangedaan? Hoe is het toch kunnen gebeuren? Wat is er fout gegaan? Wanneer? Kan ik het nog goed maken? Wat zal de toekomst brengen? Wat moet ik toch doen?” Hij antwoordt niet, maar diep in zijn donkerbruine ogen zie ik wat hij zeggen wil… “Dat weet je zelf wel! Vooruit, je kan het!” Hij geeft me een gouden kistje en lacht. Ik lach verlegen terug, draai me om en ga terug naar de plek van waar ik hem daarnet opmerkte. Als hij helemaal uit het zicht verdwenen is, open ik het kistje. Er zit een levende, kleurrijke vlinder in. Heel snel sluit ik het kistje zodat de vlinder niet kan gaan vliegen. Nogmaals en nogmaals open ik het kistje, steeds sluit ik het weer. De vlinder kan maar niet ontsnappen! Dan opeens weet ik wat de blik van de wijze man uitstraalde. Snel open ik het kistje en laat de vlinder vrij. Boven het korenveld fladdert hij, maar hij blijft dicht in mijn buurt. Ineens begrijp ik dat ook ik weer vrij kan zijn zoals die fladderende vlinder. Het is aan mij, enkel aan mij, om hierover te beslissen!! Niets of niemand houdt me nog tegen!!   Ik wil terug vrij zijn!! BEVRIJD!!  

Josette
5 1

Een misvatting

"Het is een misvatting", zeg ik tegen mijn vrouw. "Een wijdverspreid misverstand. Dat oudere mensen door hun leeftijd langzaam stappen. Dat het met de jaren allemaal wat trager gaat. Zeker bij mensen die alleen zijn." We zitten aan de enige tafel van het gezellige koffiehuis waar je rechtstreeks op de straat ziet. De andere mensen in de zaak moeten langs onze hoofden proberen te kijken, vooraleer ze een glimp van buiten opvangen. Het is een tafel waarvoor gevochten wordt. Op straat zien we de man langzaam stappen. "Ik ken hem via zijn vrouw”, vervolg ik. “Door het vrijwilligerswerk dat ze deed. Hij is nu een paar jaar weduwnaar. Ik herinner me dat ze vertelde dat haar man ziek was. Vrij ernstig. Toch is zijn vrouw nog eerder gegaan. En hij is goed hersteld. Je ziet hem nu dikwijls ergens alleen een koffie drinken." "Het is niet hun leeftijd. Of hun fysieke toestand. Ze stappen langzaam om de tijd te vertragen. Met elke stap die ze buiten zetten, moeten ze binnen niet voor de tv zitten. Daarom bewegen ze zich, misschien onbewust, traag voort. Ik begrijp het wel. Ik zou mijn pas ook inhouden. Zeker tijdens de donkere wintermaanden, als je om vijf uur de afstandsbediening naar de beeldbuis richt. Alsof je een knop indrukt om de dag af te sluiten." We zien de man net halt houden bij een kennis, vooraleer hij uit het zicht verdwijnt. Terwijl ik bij een lang durende straatbabbel nadenk over wat er nog te doen valt, en al eens op mijn telefoon durf kijken alsof er een bericht binnenkomt, maar eigenlijk is dat om te zien hoe laat het is, neemt hij er zijn tijd voor. Met de handen op de rug. En maakt hij geen aanstalten om op zijn horloge te kijken of om er een smartphone erbij te nemen. Slim.  

Rudi Lavreysen
7 0

Undercover

Mijn maatje en ik zijn jarenlang lid geweest van een schietvereniging. Wij waren serieus bezig met de sport, mijn maatje iets fanatieker dan ik. Eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat hij beter was dan ik. Ik was een middelmatig schutter, vond het prima als ik een keer ‘de tien raakte’ en vond het verder vooral leuk om te doen. Mijn maatje ging niet voor een enkele tien, hij wilde uitblinken in iedere discipline. We hadden veel plezier, ook na de schietbeurten. We schoten wedstrijden, hadden zelfs een uitwisselingsverband met verenigingen in Engeland en Oostenrijk. Dierbare herinneringen. Op een gegeven moment werden de regels voor ons te streng. Het aantal verplichte schietbeurten per jaar werd vastgesteld, iedereen werd geacht eens in de zoveel tijd baancommandant te zijn en toezicht te houden op de veiligheid. We begrepen het heel goed maar het was niet meer op te brengen. Dus stopten we. In het begin hielden we regelmatig contact. Zeker met de schutters die we in Oostenrijk hadden ontmoet. Later werd dat wat minder. We hielden wel contact maar niet meer regelmatig. Soms zit ik ’s avonds een beetje rond te kijken op de nieuwssites, kijken wat zij te vermelden hebben. Zo ook afgelopen week. Beetje scrollen op Brabant Nieuws. Tot ik ineens rechtop ging zitten. “Alberto Stegeman legt misstanden bij schietvereniging bloot”. Sommige onderwerpen triggeren toch meer dan andere. Dus ik opende het artikel. En het bleek te gaan over de vereniging die ik zo goed kende. Of althans, dacht dat ik zo goed kende. Want de opmerkingen uit de video kwamen mij niet bekend voor. Zou er zoveel veranderd zijn in de jaren dat wij daar niet meer komen? Natuurlijk, een aantal zaken herken ik wel. Destijds was het ook zo dat sommige leden van het bestuur vonden dat ze meer waren dan een ander. De deur van de bestuurskamer was altijd zorgvuldig gesloten. De simpele leden hadden niks te maken met wat daarachter werd besproken. Er was op een gegeven moment zelfs sprake van een heuse machtsstrijd. De toenmalige voorzitter werd aan de kant gezet. Hij werd vervangen door een man die zichzelf zo belangrijk vond dat hij het liefst de naam van het schietsportcentrum had vervangen door die van hem. Ik moest er altijd zo om lachen. Een man van in de 60 met zwart geverfd haar, ach wat sneu. Hij schreef met een gouden pen de schietbeurten in zijn boekje maar ik zag hem vrijwel nooit op de baan. Er wordt gezegd dat de veiligheidsmaatregelen niet kloppen. Of zelfs niet goed worden nageleefd. Maar in de tijd dat wij er schoten, was er een grote sociale controle. Als iemand zich vergiste, werd hij daar vriendelijk op attent gemaakt. Zo zorgden we er samen voor dat het veilig was. Ik kan mij echt geen incidenten herinneren. Ik ben er al lang niet meer geweest, ik kan me niet voorstellen dat het zo veranderd is. Dus zaten mijn maatje en ik klaar voor de televisie. Undercover in Nederland, een programma waar we eigenlijk nooit naar kijken. Het was bekend terrein, wat daar in beeld werd gebracht. Maar we kregen wel allebei een beetje het gevoel alsof hier iemand onderuit werd gehaald. Zeker, wat er werd aangekaart was niet goed. Maar we zagen meer naïviteit dan iets anders. Mensen die te goeder trouw anderen wilden laten zien hoe mooi de schietsport is. Die er niet bij stil stonden dat een vuurwapen voor een sportschutter heel iets anders is dan voor iemand die hier nooit mee in aanraking komt. Voor veel schutters voelt het wapen net als een tennisracket voor een tennisser. Daar kun je wat van vinden en het is daarom heel belangrijk dat veiligheidsvoorschriften worden nageleefd, maar in dit programma lag de nadruk wel erg op het wijzen op fouten. En het veroordelen van goedwillende amateurs. Jammer.  

Machteld
4 0

Uit de biecht geklapt

Het is zomervakantie en we zijn op de terugweg van een weekje Center Parcs. Nog voor we weer thuis zijn, vraagt onze zesjarige zoon of er een vriendje mag komen spelen. Prima, gezellig voor hem – hij is enig kind – en eerlijk gezegd ook wel gemakkelijk voor ons. Want we komen uiteraard met een berg was terug en in een tuin waar het onkruid een hele week naar hartenlust heeft mogen groeien en bloeien. En dan zijn er nog hopen klusjes die we altijd, naïef als we zijn, denken in de vakantie te gaan wegwerken. Dus ja, laat dat vriendje maar komen. Er zijn een aantal op vakantie dus gooi ik maar een algemene oproep in de klassenapp. Onze zoon zegt tot mijn verbazing: “Ik hoop dat het een meisje is.” En jawel hoor, een meisje uit zijn klas komt graag spelen. Hij blij. Wij blij. Na een oriëntatieronde langs het speelgoed van zoonlief, besluiten ze al snel te gaan knutselen. Gekleurd papier, stickers, Prittstift, schaar en plakband op tafel en dan gaan ze los. Zalig om te zien. Maar het wordt nog leuker. Ik kijk naar hun knutselbezigheden en zeg: “Mooi hoor, jongens.” Vervolgens vertrek ik naar de keuken om wat eten en drinken voor ze klaar te maken. Zij: “Zegt je mama altijd ‘jongens’?”Hij: “Ja, mijn mama is een verstrooide professor.” Dan gaat hij op iets zachtere toon verder: “En mijn papa zit altijd op de wc.”Waarschijnlijk kijkt ze hem ietwat ongelovig aan, want hij vervolgt: “Echt waar, de héle dag.”Heerlijk, die kindergesprekken. Wat ben ik blij dat we een open keuken hebben. En een dichte wc.

Vera's Column
5 0

IJskoud afgeserveerd

Er is een eerste keer voor alles. Zo ook voor deelname aan de scholenveldloop. Onze 6-jarige zoon heeft er veel zin in. Mama moet natuurlijk komen supporteren en krijgt de opdracht om bij de finish te gaan staan. Hij heeft namelijk nogal hoge verwachtingen van hoe zo’n finish eruitziet. Hij hoopt op minstens een boog. Een rode loper mag natuurlijk ook. Op de valreep moet ook zijn – momentje, waar ligt het meetlint ook alweer – 50 cm grote knuffelpinguïn mee om hem aan te moedigen. Dat probeer ik op mijn beurt dan weer te óntmoedigen want het betekent dat ik met een halve meter grote pluche beest moet gaan rondsjouwen. Maar zoonlief wil het echt hééééél graag en dus gaat deze (te?) gekke mama akkoord. Met pinguïn in mijn fietszitje (zoonlief is er al te groot voor maar dat ding is superhandig voor mijn zware laptoptas, een rugzak vol boodschappen, etc. dus ik laat ‘m er lekker op zitten) en een opgetogen zoon in mijn kielzog fietsen we naar school. Iets na negen uur gaan ze al van start dus ik fiets direct door naar het parcours dat vlak achter de school gelegen is. Even overweeg ik om de pinguïn in het zitje te laten en met de fiets aan de hand langs de route te gaan staan, maar dat lijkt me toch wat omslachtig. En minder leuk voor zoonlief. Dus zet ik de fiets in de nabijgelegen fietsenstalling en neem het grote knuffelbeest in mijn armen. Als zoonlief met zijn klasje arriveert, voelt deze emo-mama al een brok in haar keel. En dan moet de veldloop nog beginnen, dat belooft. Hij ziet me staan en ik zwaai enthousiast met pinguïns vleugel. Hij trekt even een grimas voordat hij terugzwaait en ik vraag me onwillekeurig af of hij zich alsnog schaamt. Nog even zwaaien en springen als opwarming en dan klinkt het startsein. En ja hoor, daar gaat hij, mijn kleine ‘grote’ jongen (of moet ik onderhand die ‘kleine’ tussen aanhalingstekens zetten?). Hij loopt niet in de voorhoede, maar dat hoeft ook niet. Ik ben al blij als hij niet over zijn of andermans benen struikelt en vooral: als hij zich amuseert. En dat doet hij overduidelijk.   Als hij over de finish komt – een simpele witte kalkstreep op het gras – ben ik dan ook apetrots op hem. Ze krijgen een flesje water en trekken hun jassen weer aan. Terwijl hij staat te drinken, krijgt hij mij in het oog. Hij komt met een gelukzalige glimlach op zijn gezicht naar me toe met zijn armen wijd open. Met pinguïn onder één arm geklemd, open ik mijn armen om zijn uitnodiging tot knuffelen met veel liefde te beantwoorden. Maar in plaats daarvan grijpt hij zijn pinguïn en knuffelt hem hartstochtelijk. Daar sta je dan met je goede gedrag. IJskoud afgeserveerd.

Vera's Column
0 0

Roger that

Als hij met zijn auto stopte, riepen we om ter snelst 'Roger that'. In een Amerikaanse film hadden we gezien dat een soldaat het tegen zijn walkietalkie zei. “Oke, begrepen”, lazen we in de ondertiteling. We vonden het geweldig grappig om te zeggen als nonkel Roger achterom kwam.  We zagen hem thuis vier keer passeren. Hij moest langs de vier vensters. Het grote raam aan de voorzijde van het huis, drie tellen later het raam bij de tv en dan bij het hoge raam aan de schouw, waar pa altijd zat. Het vierde raam was dat van de keuken, waar we hem opwachtten.  Eenmaal binnen kwamen de verhalen op tafel. Net als vlaai en koffie. En niet lang daarna een flesje bier voor nonkel Roger, dat ik mocht opendoen. Voor onze pa een borrel. Het leek alsof hun mond telkens wat breder werd. Van het lachen. Of van de vlaai. Hij kwam graag en wij zagen hem graag komen. Hij en onze pa waren twee handen op één buik. Ze hadden trouwens dezelfde buik.  Soms zie je het aan het gezicht dat mensen familie zijn. Soms hoor je het aan hun stem. Soms zie je het aan hun buik. Ik moet aan die bezoekjes denken, als ik hem zie zitten op het verjaardagsfeest van ons ma. Zichtbaar vermagerd. Hij is net voor me gearriveerd, terwijl ik naar de slager was. Het is barbecue vandaag. “Ha, ge komt toch nog. Ik dacht, die zit zeker al op hete kolen", lacht hij als ik me aan tafel zet.  Al snel ligt de jaarlijkse verjaardagszin op de tuintafel. “Och, een jaar is niks”, zegt de jarige. “Het vliegt voorbij.” “Nee, twintig jaar is niks”, zegt nonkel Roger. “Ik herinner me nog, toen wij klein waren, dat mensen van 80 jaar stokoud waren. Nu ben ik zelf bijna zo oud. Het is niet te geloven”.  Er is iets van. Je ziet jezelf nooit zo oud als je bent. In je hoofd zit nog die dertigjarige. Zo is het ook bij nonkel Roger. Op zijn 75e kreeg hij een hartaanval. Hij is er goed doorgekomen, maar hij loopt er sindsdien ontzettend verkrampt bij. Meestal met zijn armen gekruist over zijn borst.  Alsof hij tijdens die hartaanval alles wou vasthouden zoals het was. Alsof hij niets wou loslaten.  Zoals dansen, zijn passie. Bij elk feest droeg hij witte schoenen. Meteen klaar om een dansje te placeren. “Nee, dat dansen gaat nu niet meer”, zegt hij. “Ik ga nu elke week petanquen. Dat lukt nog. Daar laat ik de ballen maar wat dansen.” Als hij later op de avond naar huis vertrekt zie ik hem door de weerspiegeling van het keukenraam naar het gezelschap kijken.  Hij merkt dat ik hem zie en hij knipoogt. Roger that.  

Rudi Lavreysen
11 0

De vraag

Iets wat grootvader vrijwel elke dag deed, was de stenen van de schouw tellen. Het was misschien een vorm van geheugentraining. Al heb ik dat nooit gevraagd. “Zijn het er nog evenveel als gisteren?”, vroegen we wel eens. Ook zie ik hem nog wakker worden, in diezelfde stoel, na een middagdutje. “Welke dag is het vandaag feitelijk?”, vroeg hij dan. Het leek alsof hij de vraag aan niemand in het bijzonder stelde. Of aan zichzelf. Of aan zijn geheugen. We konden dat vroeger niet begrijpen, dat de dagen op elkaar leken. Want als je naar school gaat, weet je welke dag het is. Zeker als je niet naar school moet. Misschien deed hij dat om te testen of hij zich de dag van gisteren nog kon herinneren. Maar ook dat heb ik hem nooit gevraagd. Nu, zoveel jaren later, word ik wel eens wakker met dezelfde gedachte. “Welke dag is het vandaag feitelijk?” Grootvader liep altijd naar de keuken, om op de scheurkalender te kijken of ons antwoord wel klopte. Of we hem niets op de mouw spelden. Tegen dat ik ’s morgens in de keuken ben, is het in mijn hoofd meestal uitgeklaard welke dag het is. Al een geluk, want een scheurkalender hebben we niet meer. Bij het slapengaan verwijderde hij de afgelopen dag van de scheurkalender. Ook dat heb ik hem nooit gevraagd. Waarom hij de dag er al afscheurde, terwijl die nog niet helemaal voorbij was. Het was alsof hij de tijd een stapje voor wilde zijn. Morgen staat klaar. Gisteren is afgescheurd. Er kan me niets gebeuren. Laat gisteren maar liggen. De grap op de achterzijde van gisteren las hij bij het ontbijt van morgen. Eerst in stilte voor zichzelf. Dan luidop voor ons. Daarna de uitleg, waarom hij het altijd grappig vond. Ook dat hebben we nooit gevraagd. Ik had het moeten vragen. Ik had de tijd een stapje voor moeten zijn.  

Rudi Lavreysen
2 0

Supermarktactie

Ken je dat, dat je in de supermarkt bij de kassa staat tijdens een actieperiode. Achter je staan geïrriteerde moeders met hun kroost. Zij komen niet vaak in deze supermarkt maar ja, die actie hè. Plaatjes, figuurtjes, korting voor een pretpark. Om van de jengelde kinderen af te komen zijn ze toch maar gezwicht. Normaal gesproken gaan ze ook altijd alleen. Dat is een stuk efficiënter en je hoeft niet iedere keuze te verantwoorden. Of terug te leggen, als het niet je eigen keuze was. Scheelt ook een stuk aan de kassa. "Nee, we nemen geen extra zakken chips alleen omdat ze in de aanbieding zijn, leg terug." Het is te hopen dat die actieperiode niet te lang duurt. Helaas verzinnen supermarkten om de beurt een nieuwe actie, je zou er bijna online voor gaan bestellen. De kinderen zijn het inmiddels ook wel beu. Zij wilden alleen mee om er zeker van te zijn dat hun moeder toch echt wel naar die supermarkt gaat. Het doet er niet toe welke kaartjes ze meebrengt, ruilen doen ze wel met hun vriendjes op school. Ze zijn de hele winkel mee doorgelopen, al zuchtend. Zich ergerend aan al die mensen die zich door de gangpaden worstelen met hun karretjes. Volwassenen zijn vaak zo vervelend. Ze hebben een boodschappenlijstje maar moeten toch alles nog bekijken. Wikken en wegen, zullen we dit of zullen we dat. Neem een besluit zeg. En die hele verzameling staat dan achter mij in de rij voor de kassa. Natuurlijk altijd ook nog in de verkeerde rij. Met mensen die artikelen hebben waarvan de streepjescode niet werkt. Of die per ongeluk zijn vergeten de tomaten af te wegen. Je voelt de irritatie achter je toenemen. Van verveling gaan ze duwen tegen het karretje. Net of het dan wat sneller gaat. Natuurlijk wordt er wel goed gevolgd wie de actiezegels aanneemt en wie niet. Want je kunt altijd vragen of ze ze niet af willen geven. Ik voel de wieltjes van het karretje tegen mijn hielen duwen en kijk verstoord om. Niet dat dat helpt, het joch achter me heeft het te druk met het in de gaten houden van de kassière. Waarom kan zo'n supermarkt niet gewoon korting geven. Daar hebben we allemaal wat aan. Als ik mijn boodschappen heb afgerekend, vraagt het meisje achter de kassa vriendelijk of ik de actiezegels spaar. Ik voel de verwachtingsvolle ogen van het joch achter me in mijn rug en zeg vals "nee dank u, die spaar ik niet."

Machteld
3 0